Rb: vordering tot medewerking aan nieuwe psychiatrische expertise leent zich niet door deelgeschilprocedure, vordering onnodig ingesteld

Samenvatting:

Werknemer vordert in deelgeschilprocedure om voor recht te verklaren dat werkgever moet medewerken aan de continuering van de psychiatrische expertise bij een andere psychiater. De eerder ingeschakelde psychiater concludeerde dat er geen verband was tussen klachten en het ongeval; benadeelde heeft zich toen op blokkeringsrecht beroepen. 1. De kantonrechter is van oordeel dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor een beoordeling in deelgeschil. Het verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht ex artikel 202 Rv is de geëigende weg, en niet het deelgeschil. 2. Buitengerechtelijke kosten afgewezen. 3. Kosten deelgeschil niet begroot. Vordering is voltrekt onnodig ingesteld.

 

 

ECLI:NL:RBDHA:2020:6608

 

Instantie

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak

24-06-2020

Datum publicatie

31-07-2020

Zaaknummer

8212461 EJ VERZ 19-87441

Rechtsgebieden

Arbeidsrecht

Bijzondere kenmerken

Op tegenspraak

Beschikking

Inhoudsindicatie

 

deelgeschil letselschade

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

 

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

 

Team kanton Leiden/Gouda

 

Locatie Leiden

 

CK/c

 

Zaaknummer: 8212461 EJ VERZ 19-87441

 

Uitspraakdatum: 24 juni 2020

 

Beschikking van de kantonrechter in de zaak van:

 

[werknemer] ,

 

wonende te [plaats] ,

verzoekende partij,

 

gemachtigde: mr. R. Schoemaker,

 

(toevoeging aangevraagd onder kenmerk 3KQ8275)

 

 

tegen

 

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

 

[werkgever]

 

statutair gevestigd te [plaats] ,

 

  1. de besloten vennootschap naar Zweeds recht,

 

[verzoeker 2],

 

statutair gevestigd te Stockholm (Zweden),

 

verwerende partij,

 

gemachtigde: mr. L. de Haan.

 

Partijen worden aangeduid als [werknemer] en (gezamenlijk als) [werkgever] .

1 Procedure

1.1.

 

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 

 

het verzoekschrift met producties, ter griffie ingekomen op 21 januari 2020;

 

het verweerschrift met producties.

 

1.2.

 

Op 27 mei 2020 heeft de mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij is [werknemer] in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde voornoemd. Namens [werkgever] is verschenen de heer [schadebehandelaar] (schadebehandelaar), bijgestaan door de gemachtigde voornoemd. Tijdens de mondelinge behandeling heeft de griffier aantekeningen gemaakt en zijn door [werknemer] pleitaantekeningen overgelegd en voorgedragen.

1.3.

 

Aansluitend is een datum voor de uitspraak bepaald.

2 De feiten

2.1.

 

Op 16 maart 2006 is [werknemer] een ongeval overgekomen tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden voor [werkgever] te Zoeterwoude.

2.2.

 

Bij dat ongeval heeft [werknemer] letsel opgelopen aan zijn linkerknie(schijf). De functionele invaliditeit is vastgesteld op 4% voor de gehele persoon.

2.3.

 

Op 20 februari 2006 was het arbeidsongeschiktheidspercentage van [werknemer] gewaardeerd op 25-35%. Per 28 juli 2009 is [werknemer] volledig arbeidsongeschikt verklaard.

2.4.

 

[werkgever] heeft de aansprakelijkheid voor (de gevolgen van) het ongeval bij brief van 11 januari 2008 erkend.

2.5.

 

In 2011 heeft op initiatief van [werkgever] een orthopedische expertise plaatsgevonden om de gevolgen van het knieletsel van [werknemer] in beeld te krijgen.

2.6.

 

In 2013 heeft [werkgever] besloten het schadetraject eenzijdig te gaan afwikkelen omdat zij de schadeafwikkeling traag vond verlopen door toedoen van [werknemer] . Er is vervolgens in totaal een bedrag van € 32.400,00 betaalbaar gesteld, waarvan € 16.400,00 vanwege buitengerechtelijke kosten.

2.7.

 

Op 19 december 2016 is door (de voormalige belangenbehartiger van) [werknemer] een verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht ingediend, maar uiteindelijk hebben partijen in der minne afgesproken dat professor [professor] (hierna: [professor] ) de psychiatrische expertise zou gaan verrichten. Eind 2017 heeft [professor] gerapporteerd dat de psychische klachten van [werknemer] niet gerelateerd zijn aan het ongeval. [werkgever] heeft vervolgens de declaratie van [professor] voldaan waarna zij het dossier in april 2018 heeft gesloten.

2.8.

 

Op 1 april 2019 heeft de (huidige) gemachtigde van [werknemer] aan [werkgever] een nota gestuurd vanwege buitengerechtelijke kosten ad € 4.964,94. [werkgever] heeft [werknemer] bericht dat de zaak tot een einde is gekomen met de rapportage van [professor] .

3 Het geschil

3.1.

 

[werknemer] verzoekt bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w-1019cc Rv, zoveel als mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

 

primair

 

  1. voor recht te verklaren, althans te bevelen dat [werkgever] moet medewerken aan de continuering van de psychiatrische expertise bij een andere psychiater dan [professor] ;

 

subsidiair

 

voor recht te verklaren, althans te bevelen dat [werkgever] moet medewerken aan de continuering van de psychiatrische expertise bij [professor] ;

 

primair en subsidiair

 

voor recht te verklaren, althans te bevelen dat de kosten voor deze psychiatrische expertise voor rekening van [werkgever] komt;

 

voor recht te verklaren, althans te verplichten dat de verdere juridische afhandeling van de schade van 2006 ter hand te nemen;

 

voor recht te verklaren, althans [werkgever] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten voorafgaande aan dit deelgeschil van € 5.510,05;

 

voor recht te verklaren, althans [werkgever] te veroordelen in de buitengerechtelijke kosten van het onderhavige deelgeschil van € 5.066,27;

 

voor recht te verklaren, althans [werkgever] te veroordelen de nader op te maken kosten verband houdende met het lezen van de verweren en de mondelinge behandeling inclusief reistijd;

 

voor recht te verklaren, althans [werkgever] te veroordelen tot het betaalbaar stellen van het griffierecht;

 

althans een zodanig beslissing als de kantonrechter in goede justitie meent te nemen.

3.2.

 

[werknemer] heeft het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Vanwege het hem overkomen ongeval is hij uiteindelijk volledig uitgevallen en lijdt hierdoor schade wegens verlies arbeidsvermogen en psychische schade. [werknemer] is niet volledig gecompenseerd voor zijn materiële en immateriële schade.

 

De psychische expertise die door [professor] is verricht, is door [werknemer] als grievend ervaren. Hierdoor heeft [werknemer] geen vertrouwen in [professor] en heeft hij destijds gebruik gemaakt van zijn blokkeringsrecht. [werkgever] wil thans niet medewerken aan het weer opstarten van een medische expertise, terwijl nader psychiatrisch onderzoek nodig is om vast te stellen of het psychisch letsel van [werknemer] verband houdt met het ongeval. Aangezien de aansprakelijkheid vast staat, dient [werkgever] de expertisekosten evenwel te voldoen.

3.3.

 

[werkgever] heeft geconcludeerd tot niet ontvankelijkheid dan wel tot afwijzing van het verzoek. Zij heeft daartoe aangevoerd dat het verzoek niet thuis hoort in een deelgeschilprocedure, maar het voorlopig deskundigenbericht ex artikel 202 Rv de geëigende weg is. Daarnaast is sprake van pre-existente lichamelijke klachten en maakte [werknemer] pas in 2009 melding van psychische klachten. [werkgever] twijfelt daardoor aan het causaal verband tussen het ongeval en een aantal door [werknemer] gestelde klachten. Door [professor] is vastgesteld dat de psychische klachten van [werknemer] geen verband houden met het ongeval. [werkgever] heeft aangevoerd dat met de betaling van het bedrag van € 32.400,00 de schade van [werknemer] als gevolg van het ongeval volledig is gecompenseerd. Dat sprake is van schade als gevolg van verlies van verdienvermogen wordt verder niet onderbouwd door [werknemer] . Verdere (buitengerechtelijke) kosten komen dan ook niet voor vergoeding in aanmerking. Bovendien heeft thans ook de vorige belangenbehartiger van [werknemer] (Pals Groep Letselschadespecialisten) zich bij [werkgever] gemeld met het verzoek een bedrag van € 38.386,57 aan openstaande buitengerechtelijke kosten te betalen.

3.4.

 

Op de stellingen en weren van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

 

Behandeling van het geschil in een deelgeschilprocedure

4.1.

 

[werknemer] heeft zijn verzoek gebaseerd op de Wet deelgeschilprocedure voor letsel- en overlijdensschade (artikelen 1019w-1019cc Rv). Indien een persoon een ander aansprakelijk houdt voor schade die hij lijdt door dood of letsel, kan op grond van artikel 1019w lid 1 Rv de rechter worden verzocht te beslissen over een geschil omtrent of in verband met een deel van hetgeen ter zake tussen hen rechtens geldt en waarvan de beëindiging kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. De procedure heeft tot doel dat partijen met behulp van de interventie van de deelgeschilrechter weer verder kunnen met de onderhandelingen en dichter bij een buitengerechtelijke oplossing komen. Het verzoek wordt afgewezen voor zover de verzochte beslissing zich naar het oordeel van de deelgeschilrechter niet leent voor behandeling in deelgeschil.

4.2.

 

De kantonrechter is van oordeel dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor een beoordeling in deelgeschil. Daartoe is allereerst van belang dat zowel uit de stukken als op zitting duidelijk is geworden dat [werknemer] een nieuwe psychiatrische expertise wenst om duidelijkheid te krijgen over de vraag of sprake is psychisch letsel als gevolg van het ongeval. Van een continuering is dan ook geen sprake. Zoals [werkgever] terecht heeft aangevoerd en ook de gemachtigde van [werknemer] bekend is, is daarvoor het verzoek tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht ex artikel 202 Rv de geëigende weg, en niet het deelgeschil. Bij die procedure is [werkgever] c.s. ook gehouden om aan het deskundigenonderzoek medewerking te verlenen, zodat een verzoek tot medewerking zoals hier gevorderd evenmin nodig is. Reeds daarom is [werknemer] niet ontvankelijk in zijn (primaire) verzoek.

4.3.

 

De overige verzoeken zijn nevenverzoeken ten opzichte van het primaire verzoek. Een beslissing over die nevenverzoeken brengt partijen niet dichter bij elkaar, zodat die verzoeken zich niet lenen voor behandeling in deelgeschil. In dit verband is van belang dat sprake is van een langslepend geschil, waarbij van de zijde van [werknemer] is gewisseld van gemachtigde en met grote tussenpozen geen actie is ondernomen waar dit wel verwacht had mogen worden. Inmiddels is de nodige tijd verstreken het heeft [werknemer] inmiddels een derde gemachtigde die zijn belangen behartigt.

4.4.

 

Ten aanzien van de buitengerechtelijke kosten overweegt de kantonrechter nog dat deze zich onder de gegeven omstandigheden niet lenen voor een inhoudelijke behandeling in deelgeschil. Aan [werknemer] is reeds een bedrag van € 16.400,00 uitgekeerd ten behoeve van buitengerechtelijke kosten. Bovendien is het (de gemachtigde van) [werknemer] uit hoofde van het verweerschrift bekend dat de eerste belangenbehartiger van [werknemer] (Pals Groep Letselschadespecialisten) [werkgever] recent heeft verzocht een nog openstaand bedrag van € 38.386,57 vanwege buitengerechtelijke kosten te voldoen. Bovendien is onduidelijk is of alle buitengerechtelijke kosten van de tweede belangenbehartiger van [werknemer] (volledig) zijn voldaan. Enig bewijs daarvan heeft [werknemer] niet in het geding gebracht. Van de gespecialiseerde gemachtigde van [werknemer] had verwacht mogen worden dat hij met betrekking tot de buitengerechtelijke kosten had geïnventariseerd of bij vorige belangenbehartigers nog buitengerechtelijke kosten openstonden alvorens het verzoek betreffende de buitengerechtelijke kosten in te dienen. Dan was duidelijk geworden dat het verzoek in verband met de buitengerechtelijke kosten in redelijkheid niet door de deelgeschilrechter kon worden beoordeeld.

4.5.

 

Bovendien is over de schadeomvang in het geheel nog niets bekend, zodat ook om die reden geen beslissing worden genomen over de omvang van de voor vergoeding in aanmerking komende buitengerechtelijk kosten, die – uitgaande van de nog openstaande bedragen en het bedrag dat reeds aan buitengerechtelijke kosten is uitgekeerd – boven de € 60.000,00 uitkomen. De toets of de buitengerechtelijke kosten redelijk zijn kan op dit moment dan ook in het geheel niet worden uitgevoerd.

 

Kosten deelgeschil

4.6.

 

Uit de parlementaire geschiedenis bij artikel 1019aa Rv volgt dat ook als het verzoek op grond van artikel 1019z Rv wordt afgewezen, de rechtbank de kosten van deze procedure dient te begroten. Bovendien heeft in casu [werkgever] de aansprakelijkheid erkend. De gemachtigde van [werknemer] heeft verzocht de kosten van de onderhavige procedure te begroten op € 5.066,27 waarbij de kosten die verband houden met het lezen van het verweerschrift, en de zitting inclusief reistijd nog niet zijn meegerekend.

4.7.

 

Bij begroting van de kosten dient de dubbele redelijkheidstoets gehanteerd te worden: het dient redelijk te zijn dat de kosten zijn gemaakt en de hoogte van de kosten dient eveneens redelijk te zijn. Dit betekent dat indien een deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld, de kosten daarvan niet voor vergoeding in aanmerking komen (TK 2007-2008, 31518, nr. 3, p. 12). In dat geval kan begroting van de kosten achterwege blijven.

4.8.

 

De kantonrechter is van oordeel dat sprake is van een volstrekt onnodig ingestelde procedure voor wat betreft alle ingediende verzoeken. Daarbij weegt de kantonrechter mee dat de gemachtigde veelvuldig in deelgeschil procedeert, LSA-lid is en een specialistisch uurtarief rekent en mitsdien bekend mag worden veronderstelt met de situaties waarvoor het deelgeschil bedoeld is. Naar het oordeel van de kantonrechter wist de gemachtigde van [werknemer] , althans behoorde hij te weten, dat hij onder de gegeven omstandigheden waar primair om een nieuw deskundigenbericht wordt verzocht, een verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht had moeten opstarten en had hij kunnen, althans behoren te weten dat onder de hiervoor geschetste omstandigheden het verzoek om toekenning van buitengerechtelijke kosten kansloos was. Het opstarten van een deelgeschil levert onder die omstandigheden oneigenlijk gebruik van de deelgeschilprocedure op.

4.9.

 

De afwijzing van de verzoeken lag naar het oordeel van de kantonrechter daarmee zo voor de hand dat [werknemer] zich van de indiening van het verzoek had dienen te onthouden. Een deelgeschil ligt niet in de rede, anders dan een voorlopig deskundigenbericht. De kosten van de behandeling van het verzoek komen, gelet op het voorgaande, dan ook niet voor vergoeding in aanmerking. Begroting van deze kosten kan derhalve achterwege blijven.

 

Beslissing

 

De kantonrechter:

 

– verklaart [werknemer] niet ontvankelijk in zijn verzoek.

 

Deze beschikking is gegeven door kantonrechter mr. J.L.M. Luiten en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 24 juni 2020.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey