Rb: schending levenssfeer door tv-programma over opdracht tot moord

Samenvatting:

Gedaagden hebben in een tv-programma hen door een tweetal jongemannen aangeboden videomateriaal getoond waarin eiser herkenbaar was als opdrachtgever tot huurmoord door hen. Het materiaal heeft geresulteerd in gevangenisstraf voor eiser, die € 500.000 smartengeld vorderde wegens inbreuk op zijn levenssfeer. Bij een botsing tussen enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting en anderzijds het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, moet voor beoordeling wat zwaarder weegt de ter zake dienende omstandigheden worden afgewogen. De rechtbank is van oordeel dat het onthullen van het gezicht van eiser niet een zodanig wezenlijke toevoeging is aan het publieke debat over huurmoord dat het recht op vrijheid van meningsuiting prevaleert. Het doel had ook met versluiering kunnen worden bereikt. De rechtbank acht het niet onherkenbaar maken van eiser onrechtmatig. De schending van de privacy is ernstig te noemen. Hierbij past een smartengeld van € 3.000,00.

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 27-12-2017
Datum publicatie 10-01-2018
Zaaknummer C/05/316457 / HA ZA 17-88
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie Verbintenissenrecht. Onrechtmatige daad. Schending recht op eerbiediging van de persoonlijk levenssfeer. Smartengeld. Bodemprocedure na kort geding, zie ECLI:NL:GHARL:2016:7519. Vindplaatsen Rechtspraak.nl
PS-Updates.nl 2018-0051
Uitspraak

vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/316457 / HA ZA 17-88 / 167 / 512

Vonnis van 27 december 2017

in de zaak van

[eiser] ,
[adres eiser] ,
eiser,
advocaat mr. D.I.N. Levinson-Arps te Middelburg,

tegen

1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ENDEMOL SHINE NEDERLAND PRODUCTIES B.V.,
voorheen genaamd Endemol Nederland B.V.,
gevestigd te Aalsmeer,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
SBS BROADCASTING B.V.,
gevestigd te Amsterdam,
3. [gedaagde sub 3],
wonende in de [adres gedaagde sub 3] ,
gedaagden,
advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam.

Partijen zullen hierna enerzijds [eiser] en anderzijds Endemol, SBS en [gedaagde sub 3] , gezamenlijk Endemol c.s., worden genoemd.

1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 3 mei 2017
– het verkorte proces-verbaal van comparitie van 20 juli 2017
– het uitgewerkte proces-verbaal van deze comparitie.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1. [gedaagde sub 3] is misdaadverslaggever en maakt televisieprogramma’s. Endemol heeft in opdracht van SBS het televisieprogramma “Misdaadverslaggever” geproduceerd, welk programma door SBS op televisie wordt uitgezonden. Endemol heeft voor het maken van dit programma een productieovereenkomst gesloten met [gedaagde sub 3] .

2.2. [eiser] heeft onder de naam [pseudoniem eiser] in de Verenigde Staten ondernemingen gedreven, onder meer in de escortbranche. Nadat hij een gevangenisstraf had ondergaan is hij een dergelijke bedrijf in Nederland gaan exploiteren. Destijds concurreerde hij met de onderneming van de heer [naam concurrent] .

2.3. Begin 2012 hebben twee jongemannen [gedaagde sub 3] beeld- en geluidmateriaal te koop aangeboden dat zij eerder dat jaar uit eigen beweging met verborgen apparatuur hadden opgenomen. Op deze beelden is te zien dat de jongemannen [eiser] thuis bezoeken en [eiser] aanbieden [naam concurrent] om het leven te brengen en voorts dat [eiser] op dit aanbod ingaat en aan de jongemannen aanwijzingen geeft over de uitvoering van dit misdrijf. Op 7 februari 2012 heeft de politie [eiser] aangehouden en in voorlopige hechtenis genomen.

2.4. Op 13 april 2012 heeft [gedaagde sub 3] het uit te zenden materiaal, waaronder onderdelen van de hiervoor bedoelde heimelijk gemaakte opnamen, aan de toenmalige advocaat van [eiser] laten zien. Deze advocaat heeft toen niet te kennen gegeven dat [eiser] zich op enigerlei wijze tegen uitzending verzette.

2.5. Tijdens de uitzending van het programma Misdaadverslaggever op 27 mei 2012 (verder: de tv-uitzending) is onder meer beeld- en geluidmateriaal vertoond dat de twee jongemannen hadden opgenomen. Op die beelden zegt [eiser] onder meer het volgende:
“Stel nou dat die portier kijkt, dan is het beter als het meisje meeloopt, he. Je kan ook gewoon met het meisje mee naar binnen. (…)
Ja, maar beter is om met het meisje naar binnen te gaan. Dan kun je de deur dicht doen en dan pang pang. (…)
Je moet wel een geluiddemper hebben. (…)
Een drive by is moeilijk, joh, dan heb je altijd mensen die ‘t zien of getuigen. (…)
Eerst moet het gebeuren. Ik moet zeker weten dat het wel gebeurd is. Ik moet het morgen in de krant lezen. Ik betaal er ook goed voor. Als het gedaan is, is het helemaal geen risico want het wordt gewoon als een beroving afgeschreven. (…)
Ja, mocht er een ander persoon daar zijn, dan moet die ook. Of je er nu één of twee doet, dat maakt niet uit natuurlijk. Dat is alleen maar beter, want dat lijkt het niet dat het een hit op hem is. Dan lijkt het echt een overval. (…)
Alles wat er is, neem het gewoon mee en dat donder je gewoon later weg. Maar dan gaat het erom dat het lijkt dat er spullen weg zijn gehaald. Dan lijkt het op een beroving. Dan gaan ze niet denken dat het een hit is. (…)
Ik heb het geld, daar hoef je je niet druk over te maken. (…)
Heel rustig eruit lopen en die portier heeft er helemaal geen erg in. (…)
Als het klaar is, kom je me de spullen brengen en dan laat je het zien en dan spreken we gelijk morgen af voor het geld. (…)
Als het goed gaat, heb ik volgende maand weer een klus. (…)”
[eiser] maakt tijdens dit gesprek met de jongemannen een schietgebaar met zijn rechterhand en eet een boterham met kaas.

2.6. Op een geluidsopname met geënsceneerd beeld die in de tv-uitzending is verwerkt zegt [eiser] :
“Ik had erop gerekend dat je zelf je spullen zou regelen. Als ik een loodgieter bel, dan brengt hij toch ook z’n eigen gereedschap mee? (…)
Als ik je volgende maand nodig heb dan laat ik ’t je wel weten dan.”

Verder was in de tv-uitzending onder meer het pand te zien waarin [eiser] kantoor hield en de naam van de straat waaraan dat pand is gelegen. Over het verleden van [eiser] in de Verenigde Staten zijn geënsceneerde beelden uitgezonden, met een voice over waarin gewag wordt gemaakt van de verkoop van nepmedicijnen door [eiser] en van zijn strafrechtelijke vervolging en bestraffing wegens afpersing en witwassen.

2.7. [eiser] is in de tv-uitzending steeds aangeduid als [pseudoniem 1 eiser] , [pseudoniem 2 eiser ] of [pseudoniem 3 eiser] . Andere maatregelen om zijn identiteit te verhullen zijn achterwege gelaten. Conform de door gerechtshof Amsterdam bij arrest van 22 mei 2012 getroffen voorziening in kort geding (ECLI:NL:GHAMS:2012:BW6242) zijn de twee jongemannen in de uitzending met fictieve namen aangeduid en zijn hun gezichten, en van een van hen ook de romp, onherkenbaar uitgezonden.

2.8. Bij arrest van 20 januari 2016 (ECLI:NL:GHAMS:2016:127) heeft het gerechtshof Amsterdam bewezen verklaard dat [eiser] “in de periode van 20 januari 2012 tot en met 24 januari 2012 te Amsterdam, door het verschaffen van inlichtingen en beloften heeft gepoogd [betrokkene 1] te bewegen een misdrijf te begaan, te weten het (in Amsterdam) opzettelijk en met voorbedachten rade een ander, te weten [slachtoffer], van het leven beroven, immers heeft verdachte toen en daar:
– tegen die [betrokkene 1] verteld op welke wijze hij ([betrokkene 1]) het kantoor van die [slachtoffer] kon binnengaan, immers heeft verdachte tegen die [betrokkene 1] gezegd dat hij het kantoor van die [slachtoffer] in moest gaan met een meisje en dat hij rustig naar binnen moest gaan en rustig spullen moest pakken en binnen 5 minuten moest wachten en rustig naar buiten moest gaan, zodat de portier er geen erg in heeft en
– een geldbedrag in het vooruitzicht gesteld voor het plegen van de moord op die [slachtoffer] en
– tegen die [betrokkene 1] gezegd dat hij, verdachte, morgen het geld heeft.”
Als bewijsmiddel is onder meer een transscriptie opgevoerd van het beeld- en geluidmateriaal dat voor de tv-uitzending is gebruikt. Het gerechtshof heeft [eiser] ter zake van poging tot uitlokking van huurmoord veroordeeld tot een gevangenisstraf van 7½ jaar met aftrek van voorarrest. Het tegen deze uitspraak gerichte cassatieberoep van [eiser] heeft de Hoge Raad bij arrest van 14 maart 2017 verworpen (ECLI:NL:HR:2017:421).

2.9. Bij arrest in kort geding van 6 september 2016 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden Endemol c.s. versterkt met een dwangsom veroordeeld Facebook te verzoeken tot verwijdering over te gaan van de tv-uitzending van Facebook en is het overigens gevorderde afgewezen, waaronder de vordering tot betaling van een voorschot op immateriële schadevergoeding ter hoogte van € 500.000,00 (ECLI:NL:GHARL:2016:7519).

3 Het geschil
3.1. [eiser] vordert dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor recht zal verklaren dat Endemol c.s. met de tv-uitzending inbreuk heeft gemaakt op het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van [eiser] en daarmee onrechtmatig jegens [eiser] heeft gehandeld, althans dat Endemol c.s. jegens [eiser] onrechtmatig heeft gehandeld en aansprakelijk is voor de door Endemol c.s. aan [eiser] toegebrachte schade, conform het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 september 2016, en voorts dat de rechtbank Endemol c.s. hoofdelijk zal veroordelen:
A. primair tot betaling aan [eiser] een bedrag van € 500.000,00 ter zake van geleden immateriële schade,
B. subsidiair tot betaling aan [eiser] van een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag,
C. meer subsidiair tot vergoeding van de schade die [eiser] als gevolg van de onrechtmatige handelwijze van Endemol c.s. heeft geleden en nog zal lijden, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, en voorts tot betaling aan [eiser] van een bedrag van € 25.000,00, althans een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, als voorschot op deze schadevergoeding,
D. een en ander te vermeerderen met wettelijke samengestelde rente vanaf 27 mei 2012 tot aan de dag van algehele voldoening, met hoofdelijke veroordeling van Endemol c.s. in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente.

3.2. De inbreuk op zijn persoonlijke levenssfeer is daarin gelegen dat Endemol c.s. zijn gezicht in de tv-uitzending heeft vertoond en aldus zijn identiteit aan het grote publiek heeft onthuld, aldus [eiser] in randnummers 1.2, 2.2. en 2.3 van de dagvaarding. Uit randnummers 1.3, 2.2 en 2.3 van de dagvaarding kan worden afgeleid dat de alternatieve onrechtmatige daad die [eiser] Endemol c.s. blijkens het petitum van de dagvaarding verwijt, eruit bestaat dat in de tv-uitzending over [eiser] een 75-tal onwaarheden zijn verkondigd.

3.3. Endemol c.s. voert verweer. Zij beroept zich onder meer op haar recht op vrijheid van meningsuiting.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling
4.1. [eiser] heeft tijdens de comparitie desgevraagd zijn vordering aldus toegelicht dat hij met de aangevoerde 75 onwaarheden heeft bedoeld te illustreren hoe onrechtmatig het is dat hij in de tv-uitzending herkenbaar in beeld is gebracht, ter onderbouwing van de gevorderde verklaring voor recht (pagina’s 2 en 4 van het uitgewerkte proces-verbaal van comparitie). De rechtbank begrijpt hieruit dat [eiser] het verkondigen van deze gestelde onwaarheden in de tv-uitzending niet als een afzonderlijke, zelfstandige grondslag voor zijn vorderingen wenst op te voeren. Dit sluit aan bij (overweging 6.12 van) het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 6 september 2016, waarbij de gevorderde verklaring voor recht ook met zoveel woorden beoogt aan te sluiten. Van deze lezing van het petitum wordt verder uitgegaan.

4.2. Endemol c.s. stelt in de eerste plaats dat zij er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat [eiser] geen bezwaar ertegen had dat hij in de tv-uitzending niet onherkenbaar in beeld zou komen. Endemol c.s. baseert dit vertrouwen erop dat de toenmalige advocaat van [eiser] op 13 april 2012 geen bezwaar tegen de beelden heeft gemaakt. Dit bevrijdende verweer gaat niet op, ook niet als met Endemol c.s. wordt aangenomen dat aan de advocaat exact hetzelfde is vertoond als in de tv-uitzending is te zien.
Voor het bestaan van gerechtvaardigd vertrouwen is niet in alle gevallen een mededeling of gedraging van de wederpartij nodig. Onder omstandigheden kan het achterwege blijven van een verklaring of gedraging voldoende zijn (HR 27 februari 2004, NJ 2004/571). In dit verband heeft Endemol c.s. erop gewezen dat de betreffende advocaat vijf jaar eerder in een vergelijkbare kwestie, maar voor een andere cliënt, in kort geding een uitzendverbod heeft gevorderd en dus de wegen kende om uitzending te voorkomen.
De gevolgen van ongecensureerde vertoning in een landelijk en goed bekeken televisieprogramma over misdaad kunnen ingrijpend en schadelijk zijn. Endemol c.s. beseft dat ook, zo heeft zij ter comparitie duidelijk gemaakt. De hiervoor bedoelde omstandigheden dienen dan ondubbelzinnig op het ontbreken van bezwaren te wijzen. Het enkele feit dat de betreffende advocaat zich jaren eerder in een andere kwestie wel tegen uitzending heeft verzet is tegen deze achtergrond onvoldoende. Bovendien heeft Endemol c.s. ter zitting aangegeven dat het besluit om [eiser] herkenbaar uit te zenden berust op een zorgvuldige eigen afweging. In dat licht bezien is zonder toelichting, die ontbreekt, niet aannemelijk dat zij daadwerkelijk is afgegaan op het ontbreken van expliciet protest van de zijde van [eiser] . Endemol c.s. mocht uit een stilzwijgen derhalve niet afleiden dat [eiser] tegen ongecensureerde uitzending geen bezwaar had. [eiser] kan zich dan erop beroepen dat hij tegen zijn wil in de tv-uitzending herkenbaar in beeld is gekomen.

4.3. Aan de orde is vervolgens of Endemol c.s., door [eiser] in de tv-uitzending niet onherkenbaar in beeld te brengen, een onrechtmatige inbreuk heeft gemaakt op het recht van [eiser] op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, zoals [eiser] stelt en Endemol c.s. betwist. In dat verband is het volgende van belang.

4.4. Bij een botsing tussen enerzijds het recht op vrijheid van meningsuiting en anderzijds het recht op eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer, moet het antwoord op de vraag welk van deze beide rechten in het concrete geval zwaarder weegt, worden gevonden door een afweging van alle terzake dienende omstandigheden van het geval. Daarbij komt aan de positie van de pers bijzondere betekenis toe gelet op enerzijds de taak van de pers om informatie en ideeën van publiek belang te verspreiden en om zijn vitale rol van publieke waakhond te spelen, en anderzijds gelet op het recht van het publiek informatie en ideeën te ontvangen. Bij genoemde afweging geldt niet als uitgangspunt dat voorrang toekomt aan het door art. 7 Gw en art. 10 EVRM gewaarborgde recht op vrijheid van meningsuiting. Voor de door art. 8 EVRM beschermde rechten geldt hetzelfde. De toetsing dient in één keer te geschieden waarbij het oordeel dat een van beide rechten, gelet op alle terzake dienende omstandigheden, zwaarder weegt dan het andere recht, meebrengt dat de inbreuk op het andere recht voldoet aan de noodzakelijkheidstoets van art. 10 lid 2 EVRM, dan wel art. 8 lid 2 EVRM. Indien gebruik wordt gemaakt van herkenbare beelden is in het kader van deze afweging niet van belang of, naast de schending van de persoonlijke levenssfeer, tevens schending van het portretrecht aan de vordering ten grondslag wordt gelegd. (HR 5 oktober 2012, ECLI:NL:HR:2012:BW9230, NJ 2012/571, overwegingen 3.2.5.2 en 3.3.)

4.5. Bij het maken van deze afweging stelt de rechtbank voorop dat de gestelde onrechtmatigheid enkel daarin schuilt dat Endemol c.s. [eiser] in de tv-uitzending als persoon herkenbaar in beeld heeft gebracht. Het gebruik in de tv-uitzending van de naam [pseudoniem 1 eiser] , [pseudoniem 2 eiser ] en [pseudoniem 3 eiser] , en ook het gebruik van beelden van (de omgeving van) het kantoorpand van [eiser] ligt aan de vordering niet ten grondslag. Verder is van belang dat [eiser] niet slechts met zijn toestemming herkenbaar in beeld mocht worden gebracht, zoals Endemol c.s. leest in overweging 6.11 van het arrest van het gerechtshof van 6 september 2016. Endemol c.s. mocht een eigen afweging maken. De vraag is of deze in rechte standhoudt. In dat verband geldt het volgende.

4.6. Ten tijde van de tv-uitzending werd [eiser] verdacht van het plegen van een strafbaar feit. Veroordeeld was hij toen nog niet. Het beeldmateriaal waarover Endemol c.s. destijds reeds beschikte is echter overtuigend, zoals blijkt uit de in kracht van gewijsde gegane strafrechtelijke veroordeling van [eiser] die in belangrijke mate op dat materiaal stoelt. Destijds kon Endemol c.s. dus reeds een ernstige, goed gefundeerde en gedocumenteerde verdenking jegens [eiser] koesteren. Deze verdenking betrof bovendien een bijzonder ernstig strafbaar feit, namelijk poging tot uitlokking van huurmoord.

4.7. Ten tijde van de tv-uitzending was [eiser] gedetineerd. De tv-uitzending diende dus niet het algemene belang het publiek, ter voorkoming van nieuwe slachtoffers, tegen [eiser] te waarschuwen, zoals ten aanzien van andere verdachten aan de orde was in de door Endemol c.s. in randnummers 61 en 62 van de conclusie van antwoord aangehaalde uitspraken over het televisieprogramma “Opgelicht?!”. (ECLI:NL:RBMNE:2013:5935 en ECLI:NL:RBAMS:2012:BV2087). De tv-uitzending diende echter wel het algemene belang van het publiek om wetenschap te hebben van het maatschappelijke fenomeen ‘moord op bestelling’, een grote misstand die normaal gesproken niet zo concreet kan worden belicht als in de tv-uitzending, zij het dat deze misstand niet een door het publiek breed gelopen risico betreft.

4.8. Op zichzelf is het aan Endemol c.s. om te bepalen hoe zij haar meningsuiting vorm geeft. De vraag is hier of het voor deze meningsuiting van zodanige toegevoegde waarde is om de opdrachtgever voor de moord volledig herkenbaar aan het publiek te tonen, dat ook diens recht op eerbiediging van dit deel van zijn persoonlijke levenssfeer moet wijken. (Vergelijk EHRM 21 september 2017, ECLI:CE:ECHR: 2017:0921JUD005140512, EHRC 2017/220 (Axel Springer/RTLTelevision GmbH – Duitsland), r.o. 45.) Uitgangspunt is dat [eiser] geen publiek figuur was, niet de publiciteit had gezocht en niet, zoals de moordenaar van Pim Fortuyn die eiser was in de door Endemol c.s. in randnummer 60 van de conclusie van antwoord aangehaalde zaak tegen Brandpunt Reporter (ECLI:NL:RBAMS:2015:6674), al eerder met zijn beeltenis in de publiciteit was gekomen. [eiser] was voor de tv-uitzending bij het grote publiek onbekend. In de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over niet-publieke personen is de omstandigheid dat een persoon in beeld komt maar op deze beelden niet herkenbaar is of mag zijn, steeds een belangrijke factor in de afweging, in die zin dat onder deze omstandigheid doorgaans het recht op vrije meningsuiting prevaleert. Vergelijk EHRM 21 september 2017, ECLI:CE:ECHR:2017:0921JUD005140512, EHRC 2017/220 (Axel Springer/RTLTelevision GmbH – Duitsland), EHRM 13 oktober 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:1013JUD003742806, EHRC 2016/8 (Bremner – Turkije) en EHRM 24 februari 2015, ECLI:CE:ECHR:2015:0224JUD002183009, EHRC 2015/115 (Haldimann e.a. – Zwitserland).

4.9. Het gebruik van ongecensureerde beelden acht Endemol c.s. in dit geval noodzakelijk omdat anders verborgen zou blijven dat [eiser] de twee jongemannen zonder emotie, achteloos en op bijzonder kille wijze opdraagt de moord te plegen en over de uitvoering instrueert. Zonder kennisname van de gezichtsuitdrukking van [eiser] zou de kijker de authenticiteit van de beelden en daarmee de gegrondheid van de beschuldiging niet kunnen beoordelen, aldus Endemol c.s.

4.10. De zeggingskracht van de beelden in de tv-uitzending waarop [eiser] herkenbaar is zou enigszins zijn verminderd indien [eiser] , door het vervagen van zijn gezicht, op die beelden niet herkenbaar zou zijn geweest, zoals bij de twee jongemannen op last van de rechter is gebeurd. Voor het laten prevaleren van het recht op vrije meningsuiting is dat in dit geval echter niet voldoende. De tv-uitzending schetst een uitgebreid portret van [eiser] en zijn persoonlijke levenssfeer. Zijn professie, verleden in de Verenigde Staten, detentieperiode, werkomgeving en handelen in de onderhavige kwestie komen langdurig in beeld, mede aan de hand van uitvoerig belichte bezoeken van de twee jongemannen aan de redactie van Misdaadverslaggever. De kijker wordt aldus een authentiek ogende context geboden. Hier komt bij dat de achteloze en kille wijze waarop [eiser] opereert, reeds klip en klaar uit de verf komt in de door [eiser] tegen de twee jongemannen gesproken en ondertitelde woorden (zie 2.5.). De lichaamstaal van [eiser] , waaronder het maken van een schietgebaar en het eten van een broodje kaas tijdens een conversatie met de jongemannen, waaruit volgens Endemol c.s. de achteloze, kille houding van [eiser] mede kan worden afgeleid, zou bovendien grotendeels zichtbaar zijn gebleven bij anonimiseren op de hiervoor bedoelde wijze. Al met al is de rechtbank van oordeel dat het onthullen van het gezicht van [eiser] niet een zodanig wezenlijke toevoeging is aan het in 4.7. bedoelde publieke debat over huurmoord in het algemeen, dat Endemol c.s. dit belangrijke laatste stukje persoonlijke levenssfeer van [eiser] mocht opofferen. Endemol c.s. kon deze algemene misstand ook zonder het tonen van het gezicht van [eiser] voldoende indringend en overtuigend aan de kaak stellen. Ter comparitie heeft Endemol c.s. zich nog beroepen op het arrest van het gerechtshof Amsterdam van 31 oktober 2007, ECLI:NL:GHAMS:2007: BB6850, Mediaforum 2008/2 ( [gedaagde sub 3] cs – X). Blijkens overweging 4.11 van dat arrest was het gezicht van de betrokkene in dat geval echter wel ‘door versluiering van het beeld onherkenbaar gemaakt’. Deze uitspraak biedt derhalve geen steun voor het standpunt Endemol c.s. Door het gezicht van [eiser] in de tv-uitzending niet onherkenbaar te maken heeft Endemol c.s. dan ook onrechtmatig jegens [eiser] gehandeld. In deze zin is de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar.

4.11. Ter zake van de vordering tot schadevergoeding is het volgende van belang. [eiser] vordert primair vergoeding van immateriële schade ad € 500.000,00, althans, subsidiair, een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag. Hiervoor is geoordeeld dat Endemol c.s., door het gezicht van [eiser] in de tv-uitzending niet onherkenbaar te tonen, op onrechtmatige wijze inbreuk heeft gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van [eiser] . Daarmee is zijn aanspraak op schadevergoeding wegens aantasting in de persoon in de zin van art. 6:106 lid 1 aanhef en onder b BW gegeven. (HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:851, NJ 2013/479.) De rechter die op de voet van deze bepaling schadevergoeding toekent heeft een discretionaire bevoegdheid met betrekking tot het bepalen van de omvang van die schadevergoeding. Hij mag met alle omstandigheden van het geval rekening houden bij de begroting van de schade en hij heeft de bevoegdheid om, indien hij daartoe gronden aanwezig oordeelt, geen schadevergoeding toe te kennen. (HR 27 april 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1337, NJ 2002/91.) Ter zake van de hoogte van de vergoeding is het volgende van belang.

4.12. Het immateriële nadeel dat [eiser] lijdt als gevolg van het plegen van het misdrijf, van de tv-uitzending daarover (behoudens het herkenbaar tonen van het gezicht van [eiser] ), van zijn strafrechtelijke veroordeling daarvoor en van de gevangenisstraf, hoeft niet door Endemol c.s. te worden gecompenseerd. Dit nadeel is niet een gevolg van het onrechtmatige handelen van Endemol c.s. Slechts het immateriële nadeel van de herkenbare vertoning van het gezicht van [eiser] in de tv-uitzending komt voor vergoeding in aanmerking. Het is aan [eiser] om in dit verband relevante feiten en omstandigheden aan te dragen.

4.13. De onrechtmatige vertoning van het gezicht van [eiser] in een landelijk en goed bekeken televisieprogramma rechtvaardigt op zichzelf de toewijzing van een bedrag aan smartengeld. Anders dan [eiser] wil, kan de hoogte van dit bedrag niet mathematisch worden bepaald door voor iedere gestelde onwaarheid in de tv-uitzending een bepaald bedrag toe te wijzen. Zoals in 4.1. is overwogen dienen deze gestelde onwaarheden volgens [eiser] enkel ter illustratie van de ernst van de onrechtmatigheid van het uitzenden van zijn gezicht. Bovendien valt smartengeld naar zijn aard niet te berekenen.

4.14. Voor de begroting is wel relevant welke gevolgen de zichtbare vertoning van zijn gezicht voor [eiser] heeft gehad. Endemol c.s. heeft betwist dat deze gevolgen noemenswaardig zijn geweest. In de dagvaarding is aan dit aspect van de zaak geen aandacht besteed. [eiser] heeft ter comparitie desgevraagd aangegeven dat het lastig is om de gevolgen van de vertoning van het gezicht van [eiser] te scheiden van de gevolgen van de rechtmatige rest van de tv-uitzending. Concreet is het gebleven bij de opmerking dat [eiser] van een buurman heeft vernomen dat die van anderen had vernomen dat zij [eiser] van de tv-uitzending kenden. Dat [eiser] in de kringloopwinkel waar hij werkte niet meer welkom was omdat de eigenaar op Youtube onprettige dingen over [eiser] had gezien is, zonder toelichting en onderbouwing die ontbreekt, niet als een gevolg van de vertoning van zijn gezicht in de tv-uitzending aan te merken. [eiser] werkt thans zonder problemen bij een inpakafdeling.

4.1.5 [eiser] heeft aldus onvoldoende aanknopingspunten geboden om bij de bepaling van de hoogte van het smartengeld ook acht te kunnen slaan op concrete negatieve gevolgen van het feit dat hij met zijn gezicht op televisie is getoond. Over het leed dat deze vertoning heeft veroorzaakt heeft [eiser] zich eveneens op de vlakte gehouden. De bescherming van de persoonlijke levenssfeer is niettemin een belang van gewicht. Gelet op de wijze waarop de schending plaatsvond, namelijk in een landelijk en goed bekeken televisieprogramma, is de schending van de privacy ook ernstig te noemen. Hierbij past een smartengeld van € 3.000,00. Goed met de onderhavige zaak verglijkbare gevallen zijn niet voorhanden. Ter bepaling van de orde van grootte van het toe te wijzen bedrag heeft de rechtbank geput uit Hof Amsterdam, 2 februari 1995, ECLI:NL:GHAMS:1995:AB7904, NJ 1996/205, HR 4 oktober 2013, ECLI:NL:HR:2013:851, NJ 2013/479 en Smartengeld, ANWB 22e druk 2017, nrs. 1.129, 1.131 en 1.132. Anders dan [eiser] wil kan niet worden aangesloten bij het smartengeld van € 75.000 dat is toegewezen aan een persoon die in het programma “Ook dat nog” in een kwaad daglicht werd gesteld (Smartengeld, ANWB 22e druk 2017, nr. 1.177). [eiser] is in de tv-uitzending niet in een kwaad daglicht gesteld. Endemol c.s. heeft een feitelijk juist verhaal gebracht.

4.16. Het subsidiair gevorderde is in deze zin toewijsbaar. Het smartengeld dient vermeerderd te worden met de wettelijke rente vanaf 27 mei 2012, de dag van de tv-uitzending, zoals [eiser] heeft gesteld en Endemol c.s. niet afzonderlijk heeft betwist. Aan het meer subsidiair gevorderde wordt dan niet toegekomen, te meer niet nu [eiser] ter comparitie heeft laten weten dat hij het petitum van de dagvaarding bewust zo heeft ingericht dat de rechtbank de zaak direct af kan doen (pagina 4 van het uitgewerkte proces-verbaal van comparitie).

4.17. Aangezien elk van partijen als op enig punt in het ongelijk gesteld is te beschouwen, zullen de proceskosten worden gecompenseerd op de hierna te vermelden wijze.

5 De beslissing
De rechtbank

5.1. veroordeelt Endemol c.s. hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de anderen zullen zijn bevrijd, om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 3.000,00 (drieduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 27 mei 2012 tot de dag van volledige betaling,

5.2. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.3. compenseert de kosten van deze procedure tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,

5.4. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 27 december 2017.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots