Rb, deelgeschil: verzoek om medewerking aan deskundigenonderzoek in deelgeschil ‘volstrekt onterecht’, kosten afgewezen

Samenvatting:

Whiplash. Benadeelde verzoekt rechtbank te gelasten dat verzekeraar meewerkt aan nieuw Delta V-onderzoek en aan een onafhankelijk medisch onderzoek. Uit onderzoek door ongevallenanalist, waar door verzekeraar eenzijdig om was verzocht, was gebleken dat impactsnelheid (Delta-V) tussen 4,3 en 6,8 km/uur lag. De rechtbank stelt voorop dat ter zitting is gebleken dat verzekeraar bereid vragen aan de ongevallenanalist en nieuwe medische informatie door te geleiden. Als bij benadeelde toch behoefte blijft bestaan aan een onafhankelijk deskundigenbericht zal zij moeten verzoeken om een voorlopig deskundigenbericht. De deelgeschilprocedure leent zich daar niet voor. 2. De rechtbank oordeelt dat deze beslissing zo voor de hand ligt dat het starten van een deelgeschil als volstrekt onterecht moet worden beoordeeld. Kosten deelgeschil afgewezen.

ECLI:NL:RBDHA:2015:1933

Instantie

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak

24-02-2015

Datum publicatie

12-03-2015

Zaaknummer

C-09-476675 – HA RK 14-585

Rechtsgebieden

Civiel recht

Bijzondere kenmerken

Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie

Letselschade. Deelgeschilprocedure. Verzoek afgewezen op grond van artikel 1019z Rv. Kosten deelgeschil eveneens afgewezen.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Uitspraak

http://uitspraken.rechtspraak.nl/image/?id=a8ae746a-338d-4488-bd24-5e1ca7fb6d6dhttp://uitspraken.rechtspraak.nl/image/?id=d8d9ade1-ec7f-4f7f-8c08-3368ff6e3231beschikking

RECHTBANK DEN HAAG

Team handel

zaaknummer / rekestnummer: C/09/476675 / HA RK 14-585

Beschikking van 24 februari 2015

in de zaak van

[verzoekster],

wonende te [woonplaats],

verzoekster,

advocaat mr. B.A.M. Schümmer te Oegstgeest,

tegen

de besloten vennootschap

ALLIANZ BENELUX B.V., handelend onder de naam

ALLSECUR,

gevestigd en kantoorhoudende te Den Bosch,

verweerster,

advocaat mr. M.R. Lauxtermann te Amsterdam.

Partijen zullen hierna “[verzoekster]” en “AllSecur” genoemd worden.

1 De procedure

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

·        

het verzoekschrift, ter griffie ingekomen op 4 november 2014, met tien producties.

·        

het verweerschrift, met zes producties.

1.2.

De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 27 januari 2015. [verzoekster] is verschenen, bijgestaan door mr. Schümmer. Namens AllSecur zijn verschenen mw. S.C. Swaneveld en mw. M. de Jong (schadebehandelaars), bijgestaan door mr. Lauxtermann.

1.3.

Ten slotte is een datum voor beschikking bepaald.

2 De feiten

2.1.

Op 28 november 2013 is [verzoekster] te Leiden betrokken geraakt bij een verkeersongeval. Een personenauto, een BMW 520i, waarvan [verzoekster] de bestuurder was, is van achteren aangereden door een andere personenauto, een Toyota Yaris, bestuurd door mevrouw [A] (hierna: “[A]”). De Toyota Yaris was WAM-verzekerd bij AllSecur.

2.2.

AllSecur heeft de aansprakelijkheid voor de gevolgen van dit ongeval jegens [verzoekster] erkend en vervolgens schaderegelingsbureau ITEB ingeschakeld. Er is naast de autoschade een bedrag van € 4.000 als voorschot aan [verzoekster] betaald.

2.3.

[verzoekster] heeft te kennen gegeven veel causale medische klachten te hebben, waaronder nekklachten. Daar bij AllSecur onduidelijkheid bestond over de impact van het ongeval, heeft AllSecur Ongevallen Analyse Nederland opdracht gegeven de impact van het verkeersongeval te berekenen. De impactsnelheid, ook wel Delta-V genoemd, ligt volgens het rapport van 8 april 2014 tussen de 4,3 en 6,8 km per uur.

2.4.

Bij brief van 15 maart 2014 heeft J.J. Postma, de chiropractor waar [verzoekster] na het ongeval in behandeling is geweest, aan haar advocaat gerapporteerd. Hij vermeldt onder meer:

“Prognose

Goed, mits de patiënte zich houdt aan gegeven adviesen omtrent houding, beweging en voeding

Bijzonderheden

Bovengenoemde patiënte werd ná het onderzoek nog éénmaal chiropractisch behandeld op 16-12-2013. Daarná is de patiënte vertrokken naar het buitenland voor vakantie. Sindsdien heeft er nog géén opvolgende controle plaatsgevonden, waardoor ik momenteel niet kan oordelen of er nog lichamelijke klachten zijn die door het ongeval zouden kunnen zijn veroorzaakt. Mijn verwachting is (zie prognose) dat er in ieder geval géén blijvend letsel is opgelopen.”

2.5.

Bij brief van 20 juni 2014 heeft de medisch adviseur van AllSecur, S. Zwikker van Medas, haar conclusies aan AllSecur gezonden. Zij vermeldt onder meer:

“Aangezien er geen objectieve afwijkingen gevonden zijn en de impact zeer gering is gebleken, kan ik niet verklaren waarom betrokkene nog steeds klachten ondervindt. Uit onderzoek is gebleken dat bij een impactsnelheid lager dan 11 kilometer per uur er geen reden is om gevolgen aan te nemen van een dergelijke aanrijding (Castro et al, Do “whiplash injuries” occur in low-speed rear impacts? Eur. Spine J. 1997)

Hoogstens kan coulancehalve uitgegaan worden van tijdelijke klachten. Beperkingen zou ik hieraan niet verbinden, aangezien beweging voor dergelijke klachten een positief effect heeft op het herstel en rust niet als bevorderend voor het herstel wordt beschouwd.

2.6.

AllSecur heeft geweigerd nader te bevoorschotten en meent met haar betaling van € 4.000,00 volledig aan haar verplichtingen jegens [verzoekster] te hebben voldaan.

3 Het geschil

3.1.

[verzoekster] verzoekt – zakelijk weergegeven – bij wijze van deelgeschil ex artikel 1019w-1019cc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (hierna: “Rv”):

I. te gelasten dat AllSecur meewerkt aan de uitvoering van een nieuw Delta V-

onderzoek door een ongevallenanalist en te bepalen dat de te benoemen

ongevallenanalist zijn oordeel baseert op eigen onderzoek en bevindingen, en

waarvan het persoonlijk bevragen van zowel [verzoekster] als [A] onderdeel dient uit te

maken;

II. te gelasten dat AllSecur meewerkt aan het inwinnen van een oordeel bij een onafhankelijk medisch deskundige;

III. te beslissen dat AllSecur op grond van artikel 6:96 lid 2 BW de kosten van de onder I. en II. vermelde onderzoeken draagt;

IV. te bepalen dat AllSecur is gehouden aan [verzoekster] te betalen de door de rechtbank conform artikel 1019aa Rv nader te begroten redelijke kosten als bedoeld in artikel 6:96 lid 2 BW aan de zijde van [verzoekster].

3.2.

[verzoekster] legt aan haar verzoek ten grondslag dat zij als gevolg van het ongeval (pijn)klachten in de nek heeft opgelopen. AllSecur stelt zich ten onrechte op het standpunt dat de klachten die zij thans nog ondervindt geen ongevalsgevolg (meer) zijn. AllSecur baseert zich daarbij op een eenzijdig tot stand gekomen deskundigenrapport over de impact van het verkeersongeval, een zogenaamd Delta V-onderzoek. [verzoekster] heeft niet de gelegenheid gehad de nodige informatie te verstrekken aan de deskundige en zich uit te laten over de inhoud van het deskundigenrapport, zodat het recht op hoor en wederhoor is geschonden. Vervolgens heeft AllSecur er – na mondeling advies van haar medisch adviseur – voor gekozen een slotbetaling aan [verzoekster] te doen en het dossier te sluiten. AllSecur heeft daarmee niet gehandeld als van een redelijk handelend verzekeraar mag worden verwacht. [verzoekster] stelt voorts dat het aan een onafhankelijk medisch deskundige is om naar aanleiding van een Delta V-onderzoek een oordeel te geven over de medische gevolgen van het ongeval.

3.3.

AllSecur voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

Behandeling van het geschil in een deelgeschilprocedure

4.1.

Ter beoordeling staat in de eerste plaats of het verzoek van [verzoekster] zich leent voor behandeling in een deelgeschilprocedure als bedoeld in artikel 1019w-1019cc Rv, zoals [verzoekster] stelt en AllSecur betwist.

4.2.

[verzoekster] verzoekt de rechtbank te gelasten dat AllSecur meewerkt aan het laten uitvoeren van een nieuw Delta V-onderzoek en een medisch deskundigenonderzoek. Zij stelt zich op het standpunt dat de impactsnelheid onjuist is berekend, waardoor AllSecur verkeerde uitgangspunten hanteert. Voorts wenst zij haar medische conditie door een deskundige onafhankelijk te zien vastgesteld.

4.3.

De rechtbank stelt voorop dat ter zitting is gebleken dat [verzoekster] vragen heeft over het Delta-V onderzoek die zich lenen voor een nadere beantwoording door het onderzoeksbureau dat het rapport heeft opgesteld. AllSecur heeft te kennen gegeven bereid te zijn dergelijke vragen door te leiden ter beantwoording. De rechtbank gaat er van uit dat AllSecur deze toezegging gestand zal doen. Mogelijk leidt die nadere informatie reeds tot meer duidelijkheid over de impact van de aanrijding. Datzelfde geldt voor het verstrekken van nadere medische informatie door [verzoekster] aan AllSecur, nu AllSecur heeft toegezegd dergelijke informatie te zullen voorleggen aan haar medisch adviseur. Als bij [verzoekster] toch behoefte blijft bestaan aan een onafhankelijk deskundigenbericht zal [verzoekster] moeten verzoeken om een voorlopig deskundigenbericht. De deelgeschilprocedure leent zich daar niet voor. Weliswaar kan in een deelgeschilprocedure onder omstandigheden een verzoek om de wederpartij te gelasten mee te werken aan het doen opstellen van een deskundigenbericht worden toegewezen, maar dat geldt slechts indien daarover eerder overeenstemming was bereikt en een der partijen vervolgens alsnog die medewerking intrekt. Zo wees de rechtbank Dordrecht bij uitspraak van 27 juni 2012 (LJN: BX0795) het verzoek toe (alsnog) medewerking te verlenen aan het in het kader van de verdere schaderegeling op gezamenlijk verzoek laten uitvoeren van een psychiatrische expertise, omdat partijen in een eerder stadium reeds overeengekomen waren om gezamenlijk een medisch deskundige aan te zoeken en aan die deskundige gezamenlijk geformuleerde vragen voor te leggen. In een uitspraak van deze rechtbank van 25 maart 2013 (LJN: BZ8900), waarin het eveneens ging om een verzoek tot het verlenen van medewerking aan een psychiatrisch deskundigenonderzoek, was ook sprake van de situatie dat partijen eerder reeds afspraken over een buitengerechtelijke expertise hadden gemaakt. Een dergelijke situatie doet zich hier echter niet voor. Vast staat immers dat AllSecur van mening is de schade volledig te hebben afgewikkeld en geen noodzaak ziet tot nader onderzoek, noch voor wat betreft de Delta-V, noch medisch.

4.3.

De conclusie is dan ook dat in deze procedure dezelfde vragen voorliggen als de vragen die in een procedure ex artikel 202 Rv beoordeeld dienen te worden, te weten de vraag of een deskundigenonderzoek gerechtvaardigd is en zo ja, de vraag door welke deskundige dit onderzoek dient te worden verricht en de vraag welke vraagstelling aan de deskundige dient te worden voorgelegd. Voor de behandeling van een verzoek tot het gelasten van een voorlopig deskundigenbericht bestaat reeds een passend procesrechtelijk instrument, specifiek bedoeld om te bewerkstelligen dat de rechter een deskundige benoemt, en de deelgeschilprocedure vormt hierop slechts een aanvulling. Bovendien kent de verzoekschriftprocedure tot het houden van een voorlopig deskundigenbericht eigen, van de deelgeschilprocedure afwijkende, regels ten aanzien van de vergoeding van kosten.

4.4.

Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat, onder de gegeven omstandigheden, door de indiening van het onderhavige verzoek in een deelgeschilprocedure sprake is van een oneigenlijk gebruik van deze procedure. De onder 3.1.Ι. en 3.1.ΙΙ. en 3.1 III opgenomen verzoeken zullen dan ook worden afgewezen.

Kosten

4.5.

Ook als het verzoek wordt afgewezen dient in beginsel op grond van artikel 1019aa Rv begroting plaats te vinden van de kosten bij de behandeling van het verzoek aan de zijde van de persoon die de schade door dood of letsel lijdt. Dit is alleen dán anders indien de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. Daarvan is naar het oordeel van de rechtbank sprake. In het licht van de huidige jurisprudentie lag de onderhavige beslissing zo voor de hand dat het indienen van het verzoek als volstrekt onterecht dient te worden geoordeeld. Nu de kosten bij de behandeling van het verzoek daarom niet voor vergoeding in aanmerking komen kan begroting van deze kosten achterwege blijven.

4.6.

Gelet op het voorgaande zal ook het onder 3.1.ΙV. opgenomen verzoek worden afgewezen.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1.

wijst het verzochte af.

Deze beschikking is gegeven door mr. S.J. Hoekstra-Van Vliet en in het openbaar uitgesproken op 24 februari 2015, in tegenwoordigheid van de griffier.1

1type: 1693coll:

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey