Interview Henk Mulder, over zijn leven en studie na een ernstig ongeval

Samenvatting:

Bij Heling & Partners hebben we door de jaren heen al vele cliënten en opdrachtgevers mogen adviseren. Alle zaken zijn uniek, maar sommige zijn ‘meer bijzonder’ dan andere. De zaak van Henk Mulder is er zo een.

Op 29 oktober 2016 vond op de Universiteit Twente in Enschede een bijzondere uitreiking van een Bachelor of Science-diploma plaats: Henk Mulder nam zijn bul (cum laude) in ontvangst. Het bijzondere daaraan is dat Henk (28) sinds een ongeval in 2008 volledig blind is en desondanks in 2011 met zijn studie Technische Informatica startte.

Henk was in 2007, op zijn negentiende, met een studie werktuigbouwkunde aan de Universiteit Twente begonnen. Hij woonde in de stad en lag mooi op koers voor zijn propedeuse, er moest nog één vak gehaald worden. Het ongeval dat hem op 27 september 2008 overkwam gooide echter zijn leven volledig overhoop. Henk reed op het Groningse platteland met zijn brommer tegen een onverlicht en onverzekerd landbouwwerktuig. Hij liep daarbij divers ernstig letsel op, waaronder volledige blindheid. In de twee jaren daarna werkte hij hard aan zijn herstel en revalideerde onder andere bij Visio Het Loo Erf in Apeldoorn. Daar leerde hij braille en andere praktische vaardigheden om weer volledig aan het leven in de maatschappij te kunnen deelnemen. Henk wilde verder studeren, maar zag in dat werktuigbouwkunde voor hem niet meer mogelijk was. Max Bentum, arbeidsdeskundige bij Heling & Partners, werd door het Waarborgfonds Motorverkeer (WBFM, nu De Vereende) en Nostimos (namens Univé Rechtshulp) gevraagd Henk te helpen bij de verschillende keuzes die hij moest maken.

In november 2016 interviewde An Meertens, binnendienstmedewerker bij Heling & Partners, Henk.

Henk, nog van harte gefeliciteerd met het behalen van je bul en je doorzettingsvermogen. Wat zegt jou al die aandacht voor jouw speciale prestaties?

Ik vind het mooie blijken van waardering, ik heb er natuurlijk meer moeite voor moeten doen dan de gemiddelde student. Daar ben ik mij wel bewust van. Maar de studie is iets wat ik nog kan doen, dat is waar ik goed in ben. Daar ga ik dan voor, voor de rest is er begrijpelijkerwijs veel weggevallen. Ik weet dat mijn studeren als bijzonder gezien wordt en ik weet natuurlijk het verschil tussen wel en niet kunnen zien. Aan de andere kant doet iedereen toch het liefst waar hij goed in is?

Max kwam in 2010 in beeld toen jij na de revalidatie weer (verder) wilde studeren. Hoe was het voor jou om zijn hulp daarbij te accepteren?

Na de revalidatie moet je verder met je leven en ik wilde het liefst de opleiding werktuigbouwkunde afmaken, maar dat ging niet meer. Om verder te kunnen studeren moesten er stappen gezet worden, maar ik was onzeker over de haalbaarheid. De universiteit had geen ervaring met blinde studenten en bij de revalidatie-instantie in de regio Enschede, Bartiméus, was het wellicht ook nog niet zo vaak voorgekomen dat een blinde student een technische studie wilde doen. Ik moest in zekere zin zelf het wiel uitvinden.

Toen kwam Nostimos met het idee om een arbeidsdeskundige in te schakelen. Ook het Waarborgfonds ging daarmee akkoord. Dat werd dus Max, net als ik een no-nonsense Groninger. Zijn inzet had verschillende pluspunten: ik kon met hem sparren over dingen die (soms echt letterlijk) op mijn pad kwamen en als Max zei dat iets door kon gaan, wist ik dat de verschillende partijen in mijn letselzaak daar ook akkoord mee waren. Max brengt bijvoorbeeld in coördinerende vergaderingen een zeker gewicht in de zaak. Ik heb het gevoel dat mijn stem dan toch beter doorklinkt.

Wat was zijn bijdrage aan jouw studiekeuze?

Aan de studiekeuze heeft hij niet zozeer bijgedragen, die had ik zelf al wel gemaakt. Bij de vragen of het allemaal ook haalbaar was en wat ik er later mee zou kunnen, kon hij mij wel helpen. Ik zocht een sparringpartner, bevestiging dat mijn keuzes de juiste zouden zijn. Die vond ik in Max. In de loop der tijd hebben Max en ik elkaar goed leren kennen. We weten nu precies wat we aan elkaar hebben. Er is een functionele, plezierige samenwerking op praktische basis.

Hoe verliep de beginperiode van het weer oppakken van de studie?

Dat was best moeilijk; ik kwam hier op de campus te wonen en moest zelfstandig door het leven gaan. Het bezoeken van colleges kost veel energie; alleen al om er te komen moet ik buiten, maar zeker ook in de gebouwen, ‘extra hobbels’ nemen. Als een college ineens naar een andere collegezaal wordt verplaatst, kan ik niet even op de fiets springen om daar te komen. Het navigeren in gebouwen, met name in grote open ruimtes, is bijzonder lastig. Soms vraag ik dan een baliemedewerker om mij ergens heen te loodsen. Ik leer mij steeds beter oriënteren. Het studiemateriaal wordt digitaal in een toegankelijke vorm gegoten. Ik maak aantekeningen op mijn laptop (die ik vervolgens ook gewoon met mijn laptop kan lezen). Soms neem ik ook colleges op met mijn memorecorder, omdat het soms moeilijk is om adequaat aantekeningen te maken als een docent bijvoorbeeld snel praat. En dan moet ik maar hopen dat er niet te veel ruis op de lijn is gekomen. Presentaties van docenten, die andere studenten nog eens rustig thuis kunnen bekijken, zijn voor mij ontoegankelijk want de slides bevatten vaak veel plaatjes en zijn vaak grafisch gestructureerd. Dat maakt het lastig.

Marije de Heus, een student-assistent die dezelfde studie volgde, is vooral in het begin erg belangrijk voor mij geweest. Samen hebben we een goede manier gevonden hoe ik het contact met docenten aan kan gaan en hoe we praktische problemen aan kunnen pakken. Ze heeft mij geholpen met het leren werken met software die gebruikt wordt in de studie. Bartiméus verzorgde de mobiliteitstraining hier op de campus. Door Max werd ik erop gewezen dat ik mij niet te bescheiden moest opstellen en duidelijke moest formuleren wat ik wilde. Mijn deelname aan de studie was ook voor de universiteit een experiment: docenten moesten wennen aan mijn wensen ten aanzien van duidelijk spreken tijdens colleges en het verbaal verduidelijken van aanwijzingen op een digibord. Er vonden in die beginperiode regelmatig overleggen plaats met Bartiméus, de universiteit (decaan, studiebegeleider, facilitaire dienst en een diversiteitscoördinator), Max en mijzelf om mijn studeren te stroomlijnen. De enorme papierwinkel rondom de aanvraag van een PGB en indicatie CIZ heeft Max mij grotendeels uit handen genomen. Het heeft overigens uiteindelijk niet geleid tot toekenning. In de samenwerking tussen de letselschadepartijen is er als praktische oplossing voor gekozen de vergoeding voor Marije te financieren uit het WBFM

Je woont op de campus van de universiteit, hoe gaat het met zelfstandig wonen?

De reden dat ik hier weer verder wilde studeren was dat ik hier op de campus kan wonen met alles wat ik nodig heb onder handbereik, de supermarkt is onderin de woonflat bijvoorbeeld. Ik kook mijn eigen potje. Verwacht geen culinaire hoogstandjes, maar ik red mij er prima mee. Het omgaan met de elektrische kookplaten leidde in het begin nog wel eens tot hilarische situaties, als ik de pan op de ene plaat zette terwijl de andere warm werd. Dan kun je lang wachten tot er iets aan de kook komt… Alleen als er iets mislukt, of ik echt geen tijd heb om te koken maak ik graag gebruik van ‘ping-menuutjes’, oftewel kant-en-klare magnetronmaaltijden.

Van de campus heb ik een reliëfkaart, waardoor ik mij vooraf ruimtelijk kan oriënteren op waar ik naar toe moet. Een route markeer ik met gps op mijn telefoon. Voor die navigatie heb ik zelf een appje geschreven, het is dan wel weer makkelijk dat ik dat zelf kan. Over veranderingen in de infrastructuur op de campus word ik nu redelijk goed geïnformeerd. In het verleden ging dat nog wel eens mis; dan kon het zijn dat er ineens op mijn dagelijkse route een voetpad uitlag en ik mijn weg moest zoeken tussen de auto’s op de parkeerplaats.

Het tijdig omzetten van studieboeken en ander materiaal naar voor jou leesbaar braille is een terugkerend probleem; lukt het al om bijvoorbeeld wiskundige formules om te zetten naar braille?

Ik vraag mijn boeken bij Dedicon altijd aan als edutekst bestanden (digitaal). Niet altijd was vroegtijdig bekend welke studieboeken gebruikt zouden worden, waardoor ik vaak bij de start van de colleges nog geen beschikking had over het studiemateriaal. Het digitaliseren van wiskundige formules is nog altijd lastig. Teksten worden door het spraakprogramma voorgelezen, maar een screenreader herkent wiskundige formules niet. Die moeten omgezet worden naar zogenoemde platte notaties (met accolades en haakjes), dan zijn ze voor mij te begrijpen. Je kunt je voorstellen dat het heel wat voeten in de aarde heeft wanneer er een boek van 1.300 pagina’s met formules en grafieken, zoals bij het vak Calculus, moet worden omgezet.

Hoe is de zorg (begeleiding) rondom jou geregeld?

Iedere collegeperiode werd voorafgegaan door een coördinerende vergadering om de begeleiding zo goed mogelijk op mij af te stemmen. Max had daarbij ‘de brede blik’, hij keek daarbij ook naar praktische zaken, niet enkel naar de studie. Vakinhoudelijk ging het hem boven de pet, maar hij had overzicht voor wat betreft de rolverdeling tussen de verschillende disciplines. Met name ook in de bewustwording bij de universiteit van wat ik als blinde student nodig had, heeft hij een belangrijke rol gespeeld. De inwerkingstelling van het Twents Onderwijs Model (TOM) bijvoorbeeld stelt het volgen van drie vakken per kwartiel verplicht. Doordat ik extra moeite moet doen om de aangeboden lesstof voldoende te bestuderen, kan ik soms twee in plaats van drie vakken per kwartiel volgen. Toen Max en ik dat aan de orde stelden, ging men daarover nadenken. Gelukkig blijven we het TOM voor: mijn masterstudie kan ik nog volgens het oude systeem volgen.

Je loopt nu stage bij Nedap in Groenlo; hoe ben je daar terechtgekomen?

Een medestudent vroeg mij of ik bij Nedap, waar hij als parttime software-ontwikkelaar werkte, als ervaringsdeskundige de digitale toegankelijkheid van applicaties voor een klant wilde testen. Voordat ik daarop inging heb ik Max gevraagd of ik daar, naast mijn colleges, wel tijd voor zou hebben. Max raadde mij aan het gesprek in ieder geval aan te gaan, te horen wat zij mij te bieden hadden en tijd te vragen om erover na te denken. Bij het tweede gesprek was Max ook aanwezig. Ik had mijn laptop meegenomen zodat ik wat kon laten zien. Ik liet zien dat ik met de tools kon werken en dat imponeerde de gesprekspartners van Nedap die mee stonden te kijken. Toen ik daarop zei dat ik blind kon typen zonder te spieken, was de toon gezet; zij konden de grap wel waarderen. Ik liet mijn cv zien, waar ook de inmiddels behaalde propedeuse werktuigbouwkunde op stond en de cijferlijst van de universiteit. Die laatste was beter dan die van de gemiddelde student, zeiden ze. Ook verzekerden zij mij ervan dat mijn studie op de eerste plaats kon blijven. Met name in tentamenperiodes kon ik mijn studie voorrang geven boven de stage, dat vonden wij allen belangrijk. De route naar Nedap heb ik de eerste keer met Bas per bus afgelegd, de keer daarop heeft Max samen met mij de route gelopen. In de regen (echt hondenweer) hebben we de route twee keer gelopen, toen zat het wel in mijn gps en geheugen. Sindsdien ben ik op woensdagen bij Nedap voor stage. De ervaring die ik bij Nedap opdoe, geeft mij een stuk bagage in de zin van samenwerken in een ruimere setting dan werkgroepen zoals die op de universiteit gebruikelijk zijn. Voor de bijverdienste naast de Wajong-uitkering hoef ik het niet te doen, maar dat is gelukkig ook niet mijn motivatie.

Heb je nog iets toe te voegen waar we het nog niet over hebben gehad?

Ik doe nu de master Methods and Tools for Verification (MTV), die studie is meer richting wiskunde. Dat is niet noodzakelijkerwijs gemakkelijk, maar de theoretische kant van de techniek interesseert mij nu eenmaal. Ik wil graag als gewone student gezien en beoordeeld worden; daarom houd ik mij niet uitsluitend bezig met onderzoek specifiek voor visueel gehandicapten. De master MTV past beter bij mij dan bijvoorbeeld Human Media Interaction (HMI) of Human Computer Interaction (HCI). Die opleidingen bevatten veel grafische dingen die het voor mij niet geschikt maken. Bovendien heeft dat deel van de informatica sowieso al minder mijn interesse.

In de afweging of ik wel of niet verder moest gaan met de stage bij Nedap was Max als sparringpartner belangrijk. Zou het ten koste van mijn afstudeerresultaat of -tempo gaan? Met andere woorden: goed voor mijn cv maar slecht voor mijn studie? Na overleg sloeg de weegschaal overtuigend door naar doorgaan bij Nedap. Max heeft vanuit zijn onafhankelijke positie en kennis van zaken mijn theoretische studie op de universiteit en die van een technische werkomgeving bij Nedap gevolgd. Het professioneel academisch niveau bij Nedap is hoog. De wisselwerking met waardering en flexibele opstelling vanuit Nedap was goed. Mede dankzij Nedap heb ik nu een goede balans gevonden. De opgedane ervaring is bagage die ik meeneem. De verschillende organisaties die behulpzaam zijn bij blindheid of slechtziendheid hebben op academisch niveau weinig tot geen ervaring met de problemen waar ik tegenaan loop. De meeste oplossingen kwamen door ‘zelf het wiel uit te vinden’; met Max, Marije en de docenten hebben we praktische oplossingen gezocht en gevonden. Ik heb zin om er helemaal voor te gaan en iedereen te laten zien dat ook het behalen van mijn master mij gaat lukken.

Tot slot

Max blijft Henk adviseren bij het nemen van de hobbels op de weg naar de master. Dat Henk hierin zal slagen, staat voor hem echter als een paal boven water!

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots