• Jurisprudentie
  • Bron: Rechtbank Limburg
  • 26 mei 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:3843
  • Zaaknummer: 4641603 \ CV EXPL 15-12534

Rb: onvoldoende onderbouwing van schadeposten

De kantonrechter is van oordeel dat de noodzaak van ergonomische aanpassingen van keuken, toilet en badkamer op onvoldoende wijze zijn onderbouwd. Zo ontbreken medische verklaringen die de zienswijze van eiseres zouden kunnen ondersteunen. Daarbij komt dat eiseres offertes heeft overgelegd die niet zien op aanpassingen van de diverse ruimtes, maar complete vervanging van zowel keuken, toilet en badkamer. Niet valt in te zien waarom complete vervanging noodzakelijk is. Eiseres heeft daaromtrent niets althans volstrekt onvoldoende gesteld, toewijzing € 500. Kosten van kapper en pedicure zijn niet noodzakelijkerwijs direct voortvloeiend uit het ongeval. Ook in een normale situatie zouden dergelijke kosten wellicht eveneens zijn gemaakt. Verder staat niet vast dat de kosten voor juridische bijstand voor rekening van eiseres zullen komen. Verder toewijzing fysiotherapie € 3.744,00.

Instantie Rechtbank Limburg

Datum uitspraak 26-04-2017

Datum publicatie 27-04-2017

Zaaknummer 4641603 \ CV EXPL 15-12534

Rechtsgebieden Verbintenissenrecht

Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie Eiseres komt ten val op trappen bij gemeentehuis waar op dat moment bestratingswerkzaamheden plaats vinden.

Kantonrechter oordeelt dat partijen in gelijke mate schuld hebben en aansprakelijk zijn. Het door eiseres in afwachting van de schadestaatprocedure gevorderde voorschot van € 10.000,00

wordt teruggebracht tot een bedrag van € 4.244,00.

Vindplaatsen Rechtspraak.nl

Uitspraak RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht

Zittingsplaats Roermond

Zaaknummer: 4641603 \ CV EXPL 15-12534

Vonnis van de kantonrechter van 26 april 2017

in de zaak van:

[eisende partij] ,

wonend te [woonplaats eisende partij] ,

eisende partij,

gemachtigde mr. J.W.J. Hopmans,

tegen:

de publiekrechtelijke rechtspersoon GEMEENTE BERGEN,

zetelend te Bergen (L),

Gemeente Bergen partij,

gemachtigde mr. M.B.G. Stevens.

Partijen worden verder in dit vonnis aangeduid als [eisende partij] en Gemeente Bergen.

1 Het verdere procesverloop

1.1. Dit blijkt uit het volgende:

– het tussenvonnis van 14 december 2016

– de akte van [eisende partij] van 1 februari 2017

– de antwoordakte van Gemeente Bergen van 29 maart 2017

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten en het geschil

2.1. De kantonrechter verwijst naar het op 14 december 2016 gewezen tussenvonnis en volhardt bij de inhoud daarvan.

3 De beoordeling

3.1. [eisende partij] is bij vonnis van 14 december 2016 in de gelegenheid gesteld om het door haar gevorderde voorschot van € 10.000,00 nader te onderbouwen en te specificeren.

3.2. [eisende partij] heeft bij akte haar vordering nader toegelicht en zij heeft daarbij de diverse kostenposten toegelicht. Naast ziektekosten – onder meer fysiotherapie behandelingen, medicatie en medische hulpmiddelen – voert [eisende partij] ook noodzakelijke ergonomische aanpassingen aan haar woning op. [eisende partij] stelt daartoe dat zij ten gevolge van haar val blijvend letsel heeft opgelopen en dat zij ernstig wordt beperkt in het gebruik van het toilet, de badkamer als ook dient de keuken te worden aangepast.

3.3. Gemeente Bergen voert verweer en stelt zich daarbij op het standpunt – kort samengevat – dat de noodzaak voor de door [eisende partij] opgevoerde aanpassingen en noodzakelijke aankopen niet althans onvoldoende zijn onderbouwd. Daarnaast stelt Gemeente Bergen dat de door [eisende partij] bedoelde aanpassingen en aankopen wellicht vanuit de Wmo kunnen worden gefaciliteerd.

3.4. De kantonrechter overweegt als volgt.

3.5. In het vonnis van 14 december 2016 heeft de kantonrechter onder r.o. 4.9. overwogen dat in deze kwestie aan beide partijen in gelijke mate een verwijt kan worden gemaakt. De kantonrechter acht het alleszins redelijk dat zij beiden de verantwoordelijkheid voor de gebeurtenissen op 25 april 2015 dragen. [eisende partij] komt op grond hiervan vergoeding van enige schade toe.

3.6. [eisende partij] stelt in haar nadere akte dat zij door de val dusdanig gehandicapt is geraakt waardoor zij geconfronteerd wordt met extra kosten. Zo dient zowel de keuken, het toilet als ook de badkamer ergonomisch te worden aangepast.

3.7. De kantonrechter is van oordeel dat [eisende partij] de noodzaak van deze aanpassingen op onvoldoende wijze heeft onderbouwd. Zo ontbreken medische verklaringen die de zienswijze van [eisende partij] zouden kunnen ondersteunen. Daarbij komt dat [eisende partij] offertes heeft overgelegd die niet zien op aanpassingen van de diverse ruimtes, maar complete vervanging van zowel keuken, toilet en badkamer. Niet valt in te zien waarom complete vervanging noodzakelijk is. [eisende partij] heeft daaromtrent niets althans volstrekt onvoldoende gesteld.

3.8. Ten aanzien van kosten van kapper en pedicure overweegt de kantonrechter dat dit kostenposten zijn die niet noodzakelijkerwijs direct voortvloeien uit het ongeval zoals [eisende partij] dit is overkomen. Ook in een normale situatie zouden dergelijke kosten wellicht eveneens zijn gemaakt. [eisende partij] heeft in onvoldoende mate onderbouwd, waarom zij thans deze extra kosten dient te maken.

3.9. [eisende partij] vordert voorts een bedrag van € 6.506,78 ter zake kosten van juridische bijstand. [eisende partij] heeft weliswaar een toevoeging verkregen, maar deze zal naar verwachting vanwege de aan [eisende partij] toe te kennen schadevergoeding (naar de kantonrechter begrijpt in de schadestaatprocedure) worden ingetrokken. De kantonrechter overweegt op dit punt het navolgende.

3.10. [eisende partij] gaat er naar het oordeel van de kantonrechter ten onrechte vanuit dat de toevoeging zal worden ingetrokken. Beoordeling van de gevorderde schade in de schadestaatprocedure heeft nog niet plaatsgevonden en niet zeker is of het normbedrag voor het verkrijgen van een toevoeging van € 10.000,00 wordt overschreden. Vooralsnog staat niet vast dat de kosten voor juridische bijstand voor rekening van [eisende partij] zullen komen.

3.11. Alles in aanmerking nemend acht de kantonrechter toekenning van een voorschot met betrekking tot fysiotherapie gedurende twee jaar aan de orde. Dit komt derhalve op een bedrag van € 3.744,00 (50% van 2 x € 3.744,00). Ten aanzien van de kosten van aanpassing van de badkamer, keuken en toilet heeft de kantonrechter hiervoor overwogen dat de overgelegde specificaties daarvan leidend zijn. Hiervoor zal een bedrag ex aequo et bono van € 1.000,00 x 50% = € 500,00 worden toegewezen. De vorderingen van [eisende partij] zullen verder in de schadestaatprocedure vorm dienen te krijgen. Dit betekent dat thans een bedrag van € 4.244,00 toewijsbaar is.

3.12. Geheel ten overvloede geeft de kantonrechter partijen in overweging om in onderling overleg te bezien in hoeverre [eisende partij] gebruik kan maken van wettelijke regelingen zoals bijvoorbeeld in het kader van de Wmo. Wellicht valt aldus voor [eisende partij] nog enig voordeel te behalen. De kantonrechter stelt voor dat een dergelijk overleg op initiatief van Gemeente Bergen zal plaatsvinden.

3.13. Nu partijen over en weer in het gelijk c.q. ongelijk zijn gesteld zullen de proceskosten worden gecompenseerd in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt.

4 De beslissing

De kantonrechter:

4.1. veroordeelt Gemeente Bergen, tegen behoorlijk bewijs van kwijting, tot vergoeding aan [eisende partij] tot 50% van de door haar geleden materiële en immateriële schade, een en ander nader op te maken bij staat,

4.2. veroordeelt Gemeente Bergen om aan [eisende partij] te betalen een bedrag van € 4.244,00 ter zake van voorschot onder algemene titel,

4.3. compenseert de proceskosten tussen partijen in die zin dat elk van partijen de eigen kosten draagt,

4.4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,

4.5. wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.W. Rijksen en in het openbaar uitgesproken.

type: ph

coll: sm