Persbericht: Financiële tegemoetkoming van overheid voor nabestaanden dood door schulddelicten

  • Overige organisaties
  • 1 juli 2016
  • Schadefonds Geweldsmisdrijven

Vanaf 1 juli 2016 kunnen nabestaanden van slachtoffers van dood door schulddelicten in het verkeer en algemene dood door schulddelicten in aanmerking komen voor een financiële tegemoetkoming uit het Schadefonds. Dit is geregeld in een wijziging van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven. Het complex aan gevolgen voor nabestaanden van slachtoffers die door een ernstig verkeersmisdrijf of door dood door schuld zijn overleden, is zeer vergelijkbaar met de gevolgen voor nabestaanden van slachtoffers van geweldsmisdrijven. Door een tegemoetkoming van het Schadefonds wordt het leed dat deze nabestaanden is aangedaan erkend.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: overlijdensschade, geen plaats voor nadere bewijslevering over vorderingsrecht samenwonende partner

  • Rechtbank Rotterdam
  • ongepubliceerd
  • C/l 0/460585 / HA RK 14-811

Eenzijdig ongeval. Bestuurder snorfiets rijdt op fietspad, waar auto geparkeerd staat, tegen brievenbus die iets uitsteekt over het fietspad en overlijdt. Zijn partner met wie hij samenwoonde verzoekt verklaring voor recht dat verzekeraars van de wegbeheerder en de geparkeerde auto ex art. 6:108 BW aansprakelijk zijn voor het gederfde levensonderhoud. 1. De rechtbank overweegt dat verzoekster niet de echtgenote of geregistreerd partner van het slachtoffer was. De vraag of verzoekster behoort tot de kring van gerechtigden moet beoordeeld worden aan de hand van art. 6:108 lid 1 sub c BW. De rechtbank oordeelt dat verzoekster haar stellingen dat zij met de overledene in gezinsverband samenwoonde, de overledenen (voor het overgrote deel) van het gezinsinkomen zorgde en/of dit zonder zijn overlijden zou zijn voortgezet, tegenover de (gemotiveerde) betwisting daarvan onvoldoende heeft onderbouwd. Zij heeft geen enkel schriftelijk stuk overgelegd dat een aanwijzing bevat voor de juistheid van haar stellingen. Nadere bewijsvoering zou noodzakelijk zijn; de bijdrage aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst weegt echter niet op tegen de kosten en het tijdsverloop van de deelgeschilprocedure. Verzoek. afgewezen. 2. Los van het voorgaande overweegt de rechtbank dat de toedracht niet vast staat en dat ook hier nadere bewijslevering nodig is. 3. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 3775,90 (gevorderd € 5650,51, maar aantal uren teruggebracht van 15,65 tot 11 uur; uurtarief teruggebracht van € 275 tot € 250).

Lees verder

Vaknieuws

‘Derdenschade’ , Verslag van het 8e Gronings Letselschadecongres

  • PIV-bulletin
  • 1 december 2014
  • Mr. A. Kolder, PUNT Letselschade Advocaten/Docent en Onderzoeker RuG

Ieder jaar organiseert de vakgroep Privaatrecht & Notarieel Recht van de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) een letselschadecongres over een nog niet uitgekristalliseerd privaatrechtelijk onderwerp. Dit jaar vond het congres plaats op 6 oktober 2014 met als thema ‘Derdenschade’. Met het congres werd getracht een bijdrage te leveren aan het debat over de verbetering van de positie van naasten en nabestaanden ingeval van letsel en overlijden. Bijzondere aandacht ging daarbij uit naar het in mei 2014 verschenen ‘Wetsvoorstel schadevergoeding zorg- en affectieschade’[1]. Ook dit jaar reisde weer een gemengd gezelschap van advocaten, letselschadespecialisten, verzekeraars, rechters, wetenschappers en studenten af naar Groningen, om te worden bijgepraat en mee te discussiëren over de positie in het aansprakelijkheidsrecht van anderen dan de direct getroffene zelf.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: blootstelling aan asbest ná 1979 niet bewezen, voor periode vóór 1979 beroep op verjaring niet onaanvaardbaar

  • Hof Den Bosch
  • ongepubliceerd
  • HD 200.110.667/02

Asbest. Bij tussenarrest heeft het hof aan appellante (weduwe/erfgename) opgedragen te bewijzen dat de overleden werknemer tijdens zijn werkzaamheden bij werkgever na 1979 blootgesteld is geweest aan asbest. Het hof oordeelt dat appellante niet is geslaagd in bewijslevering; slechts één getuige heeft een verklaring heeft afgelegd over de periode na 1979. Deze verklaring is echter te vaag en innerlijk tegenstrijdig. Ten aanzien van de periode vóór 1979 komt het hof aan de hand van de gezichtspuntencatalogus, ontleend aan HR 28 april 2000 (Van Hese/De Schelde), tot het oordeel dat het beroep van de werkgever op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Alle gezichtspunten, behalve gezichtspunt g, vallen in meer of mindere mate in het voordeel uit van werkgever.

Lees verder

Vaknieuws

Nieuw wetsvoorstel vergoeding zorgkosten en affectieschade

  • Min. van Justitie

Staatssecretaris Teeven (Veiligheid en Justitie) wil de vergoeding van schade als gevolg van letsel en overlijden verruimen. Zo kunnen slachtoffers een ruimere vergoeding van de kosten voor verzorging, verpleging en begeleiding krijgen als naasten deze zorgtaken op zich nemen. De huidige regeling is beperkt en vergoedt alleen de kosten tot het bedrag dat men kwijt zou zijn als professionele hulp wordt ingeschakeld. Verder komt er een vergoeding van affectieschade voor naasten van slachtoffers met ernstig en blijvend letsel en voor nabestaanden van slachtoffers die zijn overleden. Dit staat in een wetsvoorstel dat op 28 mei 2014 voor advies naar verschillende instanties (waaronder het Verbond/PIV) is gestuurd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: geen vergoeding shockschade en overlijdensschade na moord op partner

  • ECLI:NL:GHARL:2014:2713
  • 200.119.331-01

Man vermoordt nieuwe vriend van zijn ex-partner (= benadeelde). Benadeelde vordert vergoeding van materiële en immateriële schade. Het hof overweegt dat het huidige wettelijk stelsel (art. 6:106 t/m 6:108 BW) een limitatieve regeling kent. Het hof ziet geen ruimte om via interpretatie van het huidige wettelijke systeem tot toewijzing van overlijdensschade te komen, nu de Eerste Kamer het wetsvoorstel affectieschade heeft afgewezen. 2. Geen vergoeding van shockschade; een rechtstreekse onrechtmatige daad van de man jegens benadeelde is niet komen vast te staan; geen rechtstreekse confrontatie met het ongeval of met de ernstige gevolgen ervan (Taxibus-arrest); geen sprake van geestelijk letsel. 3. Geen sprake van een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van appellante. Art. 8 EVRM noopt niet tot toekenning van immateriële schade. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gemeente niet aansprakelijk voor ongeval op onbewaakte spoorwegovergang, ondanks kuil in de weg

  • Rechtbank Amsterdam
  • ECLI:NL:RBAMS:2013:9444
  • HA ZA 13-75

Botsing auto met trein op onbewaakte spoorwegovergang, waarbij bestuurster van auto overlijdt. Is de gemeente aansprakelijk ex art. 6:174 BW? De vraag die moet worden beantwoord, is of de spoorwegovergang uit het oogpunt van veiligheid voldoet aan de eisen die aan de weg gesteld kunnen worden. De rechtbank toetst de criteria van o.a. HR 17 december 2010, LJN BN6236. De rechtbank gaat veronderstellenderwijs uit van de lezing van eiser dat het slachtoffer op het moment dat zij de overweg wilde oversteken is gehinderd door een kuil in de weg, waardoor haar aandacht is verslapt. De rechtbank ziet in het geheel van factoren aanleiding overwegend gewicht toe te kennen aan de omstandigheid dat de grootte van de kans op verwezenlijking van een treinongeval ten gevolge van de kuil in de weg vrijwel nihil was. Weggebruikers moeten er bij de door hen normaal in acht te nemen omzichtigheid rekening mee houden dat wegen niet steeds in perfecte staat verkeren. Verder is van belang dat weggebruikers een spoorwegovergang alleen mogen opgaan, als zij direct kunnen doorgaan en de overweg geheel kunnen vrijmaken. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Houding partijen bij overlijden gedekt op SVI, uitkeringen en smartengeld

  • Rechtbank Rotterdam
  • BY8741
  • 396119 / HA ZA 12-157

Bij een overlijdenskwestie mag van alle bij de schadeafwikkeling betrokken professionals worden verwacht dat zij zich er maximaal voor inspannen dat de relevante gegevens worden opgevraagd, verstrekt en verwerkt en dat de aan de gerechtigden uit te betalen bedragen spoedig en correct worden vastgesteld en uitbetaald. Het ongeval vond in 2005 plaats. Inmiddels is het 2013. Het wordt tijd voor een constructieve opstelling van alle betrokkenen, gericht op een correcte afwikkeling.
Dat geen smartengeld kan worden toegekend, laat onverlet dat immateriële schade is geleden. Daarmee kan in rechte in zoverre rekening worden gehouden dat een uitkering van bruto € 25.058,00, netto € 13.568,89, geacht kan worden primair ter vergoeding van immateriële schade te strekken. Hetzelfde geldt voor de eventuele eenmalige uitkering na overlijden van de werkgever.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: overlijdensschade: laste lasten concreet vaststellen, kosten jaarlijkse herdenking afgewezen

  • Rechtbank Dordrecht
  • BX6924
  • 95903 / HA ZA 11-2562

Overlijdensschade. Uitgangspunten schadeberekening vrouw en twee kinderen. 1. Vaste lasten. De rechtbank is van oordeel dat de vaste lasten concreet (zoveel mogelijk) moeten worden berekend. Dat dit een belasting is voor eiseres, is geen reden om de vaste lasten abstract te bepalen. Eiseres wordt opgedragen een overzicht van alle vaste lasten over te leggen. 2. Behoefte. Met de uitkeringen uit ongevallen- en reisverzekering dient – als behoeftigheidsverminderend – rekening te worden gehouden. 3. Rekenrente: 2,5%. 4. Begrafeniskosten toegewezen; gemaakte en nog te maken (reis)kosten naar Turkije voor jaarlijkse herdenking vallen niet onder kosten van art. 6:108 lid 2 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: Eternits aansprakelijk voor in het verkeer brengen asbestcementafval zonder waarschuwing

  • Hof Arnhem
  • BV0374
  • 200.069.426

Nabestaanden van aan mesothelioom overleden slachtoffer stellen Eternit aansprakelijk voor het in 1968 ter beschikking stellen van asbestcementafval zonder passende waarschuwing. Het hof oordeelt dat Eternit in de periode vanaf de afgifte van het asbestcementafval tot aan in ieder geval 1999 (met de invoering van de overheidsmaatregelen tot sanering) onrechtmatig heeft gehandeld jegens overledene en diens nabestaanden door geen brede waarschuwing uit te laten gaan betreffende de gezondheidsgevaren van het gebruik van asbestcementafval en de gezondheidsrisico’s bij inademen van asbestcementstof. Vordering is niet verjaard (vervolg).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: aanspraklijkheidsvraag (kelderluikcriteria) te complex voor deelgeschilprocedure

  • Rechtbank Den Bosch
  • BT8905
  • 233033 EX RK 11-114

Man overlijdt als hij in het bos met zijn off-the-road motor tegen een boom reed. Over het zandpad waarop hij reed was kort ervoor een geul gegraven voor de aanleg van een fietspad. De nabestaanden stellen het bouwbedrijf en de gemeente aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkheidsvraag zich in deze zaak niet leent voor beantwoording in een deelgeschilprocedure. Er zijn te weinig vaststaande feiten om aan de hand van de Kelderluikcriteria te kunnen vaststellen dat veiligheidsmaatregelen getroffen hadden moeten worden. Bewijslevering door getuigenverhoor en/of het inwinnen van een deskundigenbericht zal daarvoor noodzakelijk zijn. BGK: kosten deelgeschil afgewezen, nu aanspraklijkheid niet vast staat en kosten niet door verzoekers zijn gedragen maar door hun rechtsbijstandsverzekeraar.

Lees verder