Jurisprudentie

Rb: verzoek om een voorlopig deskundigenbericht door een psychiater vanwege seksueel misbruik toegewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 29 mei 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:2870
  • C/05/317275/HA RK 17-65

Benadeelde acht stichting jeugdbescherming aansprakelijk voor schade door seksueel misbruik in een pleeggezin van 1998 t/m 2000 en verzoekt om voorlopig deskundigenbericht door psychiater. Door Schadefonds Geweldsmisdrijven is smartengeld van € 25.000,- toegekend; de overige schade is afgewezen. De stichting stelt dat benadeelde geen belang heeft bij zijn verzoek omdat een eventuele vordering is verjaard. De rechtbank wil niet vooruit lopen op een eventuele procedure. Slechts indien zonder meer duidelijk is dat het beroep op verjaring zal slagen, kan worden geoordeeld dat verzoeker geen belang heeft bij het door hem verzochte onderzoek. Dat causaal verband volgens SJG ontbreekt staat aan toewijzing van het verzoek evenmin in de weg. Het verzoek strekt er juist toe het eventuele bestaan van een verdergaande schadevergoedingsplicht te doen onderzoeken. Verzoek toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: de artsen behandelden bekwaam

  • Rechtbank Gelderland
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:2037
  • 273316

Cervicale myelopathie leidde tot letsel van een patiënte. Aan deskundigen wordt de vraag voorgelegd of het handelen van de neuroloog en de revalidatiearts voldeed aan de eisen die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot onder dezelfde omstandigheden mocht worden verwacht. De deskundigenoordelen, de beantwoording van de aanvullende vragen en de gebezigde motiveringen, die inzichtelijk zijn en die mede gebaseerd zijn op bijzondere kennis en ervaring, komen overtuigend voor. De rechtbank komt tot het oordeel dat de artsen in de gegeven omstandigheden binnen de normen van een redelijk bekwaam redelijk handelend arts hebben gehandeld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen klemmende bezwaren tegen ad-rapport over hypothetisch carrièreverloop, verlies arbeidsvermogen toegewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 4 maart 2014
  • ECLI:NL:RBGEL:2014:8217
  • 252240

Ongeval 1997; destijds 22-jarige student journalistiek loopt bij ongeval o.a. schedelbasisfractuur, hersenkneuzing, diverse breuken en beschadigde nekwervels op. Na afronden studie slaagt hij er niet in een betaalde baan te krijgen en krijgt WAO-uitkering 80-100%. 1. Verlies arbeidsvermogen. Op gezamenlijk verzoek aangestelde arbeidsdeskundige heeft na grondig onderzoek aangegeven dat haalbaar zou zijn geweest dat verzoeker na afronding van zijn opleiding zou zijn gestart als journalist bij een dagblad, na ongeveer vijf jaar zou zijn overgestapt naar een opinietijdschrift in de functie van redacteur en na nog eens vijf jaar de functie van eindredacteur van een opinietijdschrift zou hebben bereikt. De rechtbank oordeelt dat van zwaarwegende bezwaren tegen het rapport geen sprake is en wijst de vordering van € 694.720,- toe. 2. Smartengeld: € 32.000,- (excl. wettelijke rente). 3. Kosten deelgeschil: € 7.661,78.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ongeval overstekende jongen en auto: 85% -15% na billijkheidscorrectie

  • Rechtbank Gelderland
  • 22 december 2014
  • ECLI:NL:RBGEL:2014:8216
  • 264386

Art 185 WVW. Verzoekster (destijds 16-jarige jongen) steekt vanuit de berm plotseling over en wordt aangereden door verweerder. In opdracht van de verzekeraar is onderzoek verricht door verkeersongevallendeskundige. 1. De rechtbank verwerpt het beroep op overmacht. 2. Geen aan opzet grenzende roekeloosheid. 3. De rechtbank oordeelt dat de 50%-regel van toepassing is. Na de causale weging stelt de rechtbank vast dat de fout van verzoeker voor 60% aan de schade heeft bijgedragen, zodat de verzekeraar niet meer dan 50% zou behoeven te vergoeden. 4. Toepassing van de billijkheidscorrectie. Gezien de jonge leeftijd van verzoeker, het feit dat verweerder verzekerd was en de ernst van het letsel oordeelt de rechtbank dat de WAM-verzekeraar 85% van de schade moet vergoeden. 5. Kosten deelgeschil: € 6611,- (x 85%).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: manege voor 75% aansprakelijk voor letsel door val van paard

  • Rechtbank Gelderland
  • 13 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:5470
  • 301795 / HA RK 16-62

Verzoekster, destijds 14 jaar, valt tijdens paardrijles van paard, als het paard weigert over een hindernis te springen. De manege is aansprakelijk voor het opgelopen letsel ex art 6:179 jo 6:181 BW. 1. De rechtbank overweegt dat het enkele feit dat verzoekster vrijwillig krachtens een overeenkomst met toestemming van de eigenaar het paard heeft bereden, niet met zich brengt dat de uit artikel 6:179 BW voortvloeiende aansprakelijkheid geheel vervalt. 2. Eigen schuld. De rechtbank komt gezien de omstandigheden tot een causale weging 2/3-1/3. Na toepassing van de billijkheidscorrectie stelt de rechtbank de vergoedingsplicht van de manage op 75%. Relevante factoren zijn o.a. dat verzoekster geen ongevallenverzekering had en de manage wel een WA-verzekering en de ernst van het letsel (6% b.i.). 3. Kosten deelgeschil: € 4332,52.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen deskundigenbericht over gebitsschade in kort geding mogelijk, vordering afgewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 27 december 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:6972
  • 311629

Benadeelde vordert in kort geding vergoeding van gebitsschade door mishandeling. De rechtbank oordeelt dat nu vast staat dat gedaagde eiser tegen diens mond heeft geslagen en dat er tanden zijn afgebroken, het causaal verband vaststaat. Dat eiser een slecht gebit had maakt dit niet anders; de gevolgen predispositie van het slachtoffer moeten aan de dader worden toegerekend. De vraag welke schade voor vergoeding door gedaagde in aanmerking komt, kan alleen worden beoordeeld met behulp van een deskundige. Omdat voor benoeming van een deskundige in kort geding geen gelegenheid bestaat, is de vordering niet toewijsbaar.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gemeente niet aansprakelijk voor val door hoogteverschil van 24 cm bij eigen voordeur

  • Rechtbank Gelderland
  • 9 november 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:6689
  • 299872

Eiseres komt bij het verlaten van haar woning ten val als zij vanuit haar voordeur op de 24 cm lager gelegen stoep stapt. Zij stelt de gemeente aansprakelijk ex art 6:174 BW en stelt daarbij dat een afstap met het hoogteverschil in strijd is met de veiligheidsnormen. 1. De rechtbankbank overweegt dat de aansprakelijkheid beoordeeld dient te worden aan de hand van de maatstaven van het Wilnisarrest. Deze maatstaven komen overeen met de ‘kelderluikcriteria’. De rechtbank van oordeel dat, de afstap, waarvan de hoogte bij eiseres als dagelijks gebruiker bekend was en voor andere gebruikers kenbaar was, niet zo groot was dat dit, er van uitgaande dat de bij een dergelijke afstap passende voorzichtigheid betracht werd, een wezenlijk gevaar opleverde dat uit het oogpunt van veiligheid voorkomen had moeten worden. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van dat de stoep niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: de benadeelde is gehouden medische informatie aan de medisch adviseur te geven

  • Rechtbank Gelderland
  • 2 november 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:6279
  • 284614

Voor de vaststelling van de omvang van de schade en het verband met de trap van het paard zijn de in het kader van een ongevallenverzekering opgestelde rapporten niet toereikend. De rapporten geven geen inzicht in de gezondheidssituatie voor het ongeval. Een deskundige moet worden benoemd.
De te benoemen deskundige bepaalt welke gegevens door partijen moeten worden verschaft. De benadeelde is in beginsel niet verplicht de aan de deskundige verschafte medische gegevens tegelijkertijd aan de wederpartij te verschaffen, wel aan de medisch adviseur van een verzekeraar. Weigert deze dit te doen, zonder daartoe gewichtige redenen als bedoeld in art. 22 Rv te hebben welke door de rechter gegrond zijn geoordeeld, dan zal de rechter uit die weigering de gevolgtrekking kunnen maken die hij geraden acht (vgl. Hoge Raad 22 februari 2008, ECLI:NL:HR:2008:BB3676).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om verstrekking medisch advies in medische aansprakelijkheidszaak afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Gelderland
  • 1 november 2016
  • C/05/304243 / HA RK 16-125 / 546 / 512

Verzoekster heeft de medisch adviseur (Veduma) verzocht o.g.v. art 35 lid 2 Wbp mededeling te doen van de medische stukken in haar dossier en afschriften te verstrekken. De rechtbank overweegt dat Veduma is ingeschakeld om te adviseren over het handelen van de gynaecoloog in het kader van een aansprakelijkstelling. De rechtbank verwijst naar Hof van Justitie EU, 17 juli 2014, EHRC 2014/248 en oordeelt dat art 35 Wbp slechts ziet
op de feitelijke persoonsgegevens en niet (ook) op de medische analyse die mede op basis van deze feitelijke persoonsgegevens wordt verricht. Maar ook indien het informatierecht zich wel zou uitstrekken over de medische analyse is Veduma niet gehouden daarvan mededeling te doen aan verzoekster. Het gaat hier om gegevens die de kern betreffen van het aan de gynaecoloog en het ziekenhuis in het kader van de aansprakelijkheidsprocedure gemaakte verwijt. Deze procespartijen hebben het recht zich vrijelijk en in beslotenheid op hun positie te beraden. Verzoek afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: shockschade € 40.000,- voor zoon die vermoorde moeder vindt, shockschade andere familieleden afgewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 12 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:5852
  • C/05/294607 / HA ZA 15-704 / 167 / 57 / 103

Vrouw wordt door ex-partner om het leven gebracht. Vader, moeder, broer, zus en (destijds) 7-jarige zoon van vrouw vorderen vergoeding van immateriële schade. 1. De rechtbank wijst smartengeld van eisers af. Het stelsel van de wet (art 6:108 BW) staat aan toekenning van een vergoeding immateriële schade in de weg. 2. De rechtbank wijst € 40.000,- aan shockschade van de zoon toe. De zoon heeft de volgende ochtend het gekneusde en gebroken dode lichaam van zijn moeder heeft gevonden, liggend in een plas bloed. De rechtbank is van oordeel dat sprake is van een directe en rechtstreekse confrontatie met de gevolgen van het misdrijf en dat hij bij deze confrontatie een ernstige psychische schok (PTSS) heeft opgelopen. 3. Shockschade van overige eisers afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: stomp na afloop van tafeltenniswedstrijd niet onrechtmatig

  • Rechtbank Gelderland
  • 27 juli 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4775
  • 296538

Sport- en spelrisico. Na afloop van tafeltenniswedstrijd steekt eiseres haar hand op om gedaagde een ‘high five’ te geven; gedaagde geeft haar vervolgens een ‘boks’ met zijn vuist. Eiseres loopt hierbij letsel op. De rechtbank stelt voorop dat de vraag of een deelnemer aan een sport of spel onrechtmatig heeft gehandeld, minder spoedig bevestigend moet worden beantwoord dan wanneer die gedraging niet in een sport- of spelsituatie had plaatsgevonden. Nader bewijs van omstandigheden waaruit kan blijken dat gedaagde een dusdanig harde stomp gaf dat deze een aanmerkelijke kans op letsel met zich bracht, is niet gegeven of aangeboden, zodat de rechtbank bij de beoordeling daarvan niet uit gaat. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van onrechtmatig handelen door gedaagde. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: leerling ROC loopt letsel op door glazen klapdeur, bewijslast dat glas niet voldeed aan NEN-norm op leerling

  • Rechtbank Gelderland
  • 20 juli 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4565
  • 297071

Leerling kappersopleiding ROC verlaat in 2008 geïrriteerd het examenlokaal door klapdeur met ruiten en breekt daarbij met zijn rechterarm door het glas. Hij loopt hierbij , peesletsel op. De rechtbank oordeelt dat van ROC naar maatstaven van zorgvuldigheid verwacht mocht worden dat zij de klapdeur had voorzien van glas dat aan de NEN-norm voldeed teneinde de gevolgen van een eventueel ongeluk te beperken en dat zij voor zover zij dat niet heeft gedaan onrechtmatig heeft gehandeld. Dat toepassing van de des betreffende NEN-norm niet wettelijk verplicht is doet daar net aan af. Nu ROC betwist dat de klapdeur voorzien was van dat niet aan de NEN 3569-norm voldeed, dient eerst te worden vastgesteld of dit het geval was. De bewijslast daarvan ligt op grond van de hoofdregel van artikel 150 Rv bij eiser. De rechtbank draagt eiser op te bewijzen dat ten tijde van het ongeluk in de klapdeur geen veiligheidsglas zat dat voldeed aan de NEN 3569 norm.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: deskundigenbericht over berekenen overlijdenschade naar Oostenrijks recht, geen smartengeld

  • Rechtbank Gelderland
  • 6 juli 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4521
  • 277812

de rechtbank onvoldoende inzicht bestaat in de regels die naar Oostenrijks recht gelden bij het bepalen van de omvang van een vergoedingsplicht in een overlijdensschade. De rechtbank is daarom voornemens een deskundige te benoemen (r.o 3.8). 2. Geen smartengeld. Naar Oostenrijks recht is voor vergoeding van zielenpijn vanwege verlies van een naaste verwant, die niet tot eigen gezondheidsschade heeft geleid, slechts plaats bij grove schuld of opzet van de veroorzaker. Hiervan is geen sprake (r.o 3.17).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: collectieve actie FNV tegen werkgever slaagt niet, omdat geen sprake is van gelijksoortige belangen

  • Rechtbank Gelderland
  • 29 juli 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:4141
  • 4929105

FNV vordert op basis van art. 3:305a BW (collectieve actie) een verklaring voor recht dat werkgever Smit Draad onrechtmatig heeft gehandeld door haar werknemers bloot te stellen aan arbeidsomstandigheden die schadelijk kunnen zijn geweest voor haar werknemers en dat zij aansprakelijk is ex art 7:658 BW voor de schade. 1. De kantonrechter oordeelt dat de vordering te algemeen is geformuleerd. Een werknemer, die Smit Draad aansprakelijk wil stellen voor geleden schade, zal duidelijk moeten maken in welke periode en met welke schadelijke stoffen hijzelf op het werk in aanraking is gekomen. Bij een individuele aansprakelijkstelling zal de gevorderde verklaring voor recht de werknemer niet verder helpen. Immers zal de individuele (ex-)werknemer van Smit Draad nog steeds specifiek moeten bewijzen met welke gevaarlijke stoffen en/of onder welke gevaarlijke omstandigheden hij heeft gewerkt om daarna een verband tussen die specifieke omstandigheden en zijn (specifieke) gezondheidsklachten te kunnen aantonen als hiervoor beschreven. De kantonrechter concludeert dat de gevorderde verklaring voor recht niet strekt tot bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen en daarom niet voldoet aan de eisen die art. 3:305a BW stelt voor het kunnen instellen van een collectieve actie. FNV wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. 2. De vordering dat Smit Draad een gelaatsmasker ter beschikking moet stellen aan werknemers in de laktoren wordt wel toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: BGK bij loonregres: 1e en 2e redelijkheidstoets; bij vordering zonder discussie € 136,23 resp. € 150 redelijk

  • Rechtbank Gelderland
  • 29 april 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:2471
  • 4575963 \ CV EXPL 15-6027 \ 25115

Drie werkgevers vorderen buitengerechtelijke kosten in verband met het verhalen van loonschade (art 6:107a BW). 1. 1e redelijkheidstoets van art 6:96 BW. Inschakeling van een belangenbehartiger was redelijk was, nu nog onzekerheid bestond over de aansprakelijkheid. De kantonrechter is van oordeel dat na erkenning van aansprakelijkheid niet zonder nadere toelichting valt niet in te zien dat juridische bijstand noodzakelijk is in die gevallen waarin partijen het eens zijn over de uitgangspunten voor de berekening van de loonschade (causaliteit, periode, re-integratiehandelingen). 2. 2e redelijkheidstoets van art 6:96 BW. De kantonrechter acht het uurtarief van € 180,- redelijk. Gehanteerde tijdseenheden van 10 minuten zijn niet redelijk nu daarmee onvoldoende inzichtelijk wordt wat de daadwerkelijk bestede tijd is. De kantonrechter maakt een schatting op basis van een tijdseenheid van 6 minuten, zoals gebruikelijk is. T.a.v. werkgever 1 moet verzekeraar nog € 66,50 bijbetalen (hier bestond discussie over causaliteit. T.a.v. vorderingen van werkgever 2 en 3 bestond geen discussie; BGK geschat op 6 eenheden (€ 136,23), resp. 4 eenheden (€ 150,00).

Lees verder