Jurisprudentie

Rb: kartbaan aansprakelijk voor ongeval, 50% eigen schuld

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 17 mei 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:2753
  • C/01/310350 HA ZA 16-472

Tijdens het vrij rijden is een deelnemer (20 jaar, onervaren karter) met zijn kart van de baan geraakt en bij het weer oprijden van de baan aangereden door eiseres (bijna 15 jaar, ervaren kartster), die daarbij letselschade opliep. 1. De rechtbank past de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel uit de sport- en speljurisprudentie toe en oordeelt dat deze deelnemer niet aansprakelijk is tegenover eiseres. 2. De rechtbank acht de kartbaan wel aansprakelijk wegens gevaarzettend handelen/nalaten, doordat zij tijdens het vrij rijden iedereen (ongeacht leeftijd of rijvaardigheid) toelaat op de baan zonder (veiligheids)instructies te geven en zonder toezicht te houden op de baan. 3. De kartbaan kan geen beroep doen op een exoneratie (onredelijk bezwarend). 4. 50% eigen schuld van eiseres, omdat zij zich willens en wetens aan de risico’s van het karten heeft blootgesteld en omdat zij onvoldoende oplettend is geweest.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb (kort geding): letsel door vallende wand, vordering jegens werkgever afgewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Oost-Brabant
  • 20 april 2017

Uitzendkracht loopt ernstig letsel op als bij het verplaatsen van een losse wand een wanddeel (339 kg) op hem valt. Hij stelt de materiele werkgever aansprakelijk. De kantonrechter oordeelt dat, gezien de diverse getuigenverklaringen het geenszins uitgesloten is dat de werkgever er in een bodemprocedure in zal slagen aan te tonen dat de werknemer door of namens de werkgever de werkinstructie heeft gehad dat hij niet alleen aan de wanden mocht werken en dat werknemer ook in dit specifieke geval nog de instructie heeft gekregen niet alleen met de onderhavige wand aan de gang te gaan. Vordering in kort geding afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: sport-en spel, duw na afloop van partijtje ijsvoetbal onrechtmatig

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 16 maart 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:1518
  • C/01/314576 / EX RK 16-196

Verzoeker en verweerder spelen tijdens uitje met het voetbalteam waarin zij beiden zitten een partijtje ijsvoetbal. Na het eindsignaal van de wedstrijd, als verzoeker zijn beschermende pak al heeft uitgetrokken, geeft verweerder hem opzettelijk een duw, waardoor verzoeker valt en letsel oploopt. 1. De rechtbank is van oordeelt dat sprake is van een sport- en spelsituatie en dat de verhoogde aansprakelijkheidsdrempel van toepassing is. De rechtbank concludeert vervolgens dat de gedraging van verweerder niet binnen de normale uitoefening van het ijsvoetbalspel behoort. Het handelen van verweerder was zodanig gevaarlijk en onzorgvuldig dat dit handelen als onrechtmatig moet worden aangemerkt (artikel 6:162 BW). 2. Geen eigen schuld verzoeker. 3. Kosten deelgeschil: € 5.634,91 (uurtarief € 245,- niet ongebruikelijk).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om prejudiciële vraag aan Hoge Raad over PIP-implantaten afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 4 januari 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:42
  • C/01/311082 / HA ZA 16-515

Benadeelde heeft het ziekenhuis aansprakelijk gesteld voor de schade die zij heeft opgelopen door PIP-implantaten. Zij wil een prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voorleggen, nl.: ‘Kan de zorgverlener (in casu het ziekenhuis) aansprakelijk worden gehouden voor het gebruik van gebrekkige hulpzaken?’ De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank oordeelt dat deze algemene vraagstelling zoals voorgelegd niet kan bijdragen aan een beslissing op de eis van benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: aansprakelijkheidsvraag sprong psychiatrische patiënt niet geschikt voor deelgeschil

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 2 maart 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:1280
  • C/01/312529 / EX RK 16-165

Psychiatrische patiënt op gesloten afdeling springt van balkon en loopt dwarslaesie op. Hij stelt de inrichting aansprakelijk.1. De rechtbank verwerpt het verweer dat nu geen buitengerechtelijke onderhandelingen hebben plaatsgevonden reeds daarom niet is voldaan aan de voorwaarden voor het instellen van een deelgeschilprocedure. Gelet op de opstelling van de verzekeraar, is het verzoeker niet kwalijk te nemen dat hij de weg van het deelgeschil heeft gekozen. 2. De rechtbank oordeelt dat de aansprakelijkheidsvraag nog niet beantwoord kan worden omdat nader onderzoek nodig is. Daarvoor leent de deelgeschilprocedure zich niet. 3. Kosten deelgeschil begroot op € 4.135,80 (gevorderd: € 13.346,93).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: omvang schade staat niet vast, aanvullend voorschot op BGK en kosten deelgeschil afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 21 februari 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:923
  • C/01/311485 / EX RK 16-154

Medische fout kaakchirurg (3 tanden getrokken die moesten blijven staan). Verzoekster vraagt om aanvullend voorschot van € 11.387,- ter zake van BGK (door verzekeraar is reeds € 6.000,- a € 7.000,- betaald aan BGK). 1. De rechtbank wijst het verzoek af. Om de vraag te kunnen beantwoorden of het uitblijven van een herstelbehandeling (en daardoor ontstane schade) vanwege de (pre-existente) ernstige psychische problemen van verzoekster aan haar kan worden tegengeworpen, is volgens verzoekster onderzoek door een onafhankelijk psychiater noodzakelijk. Wat de omvang van de schade is, staat dus nog niet vast. Dat verzoekster recht heeft op een hogere vergoeding voor BGK dan reeds is betaald acht de rechtbank te minder aannemelijk gelet op de wijze waarop het overleg met het ziekenhuis over de schadeafwikkeling is verlopen. De rechtbank concludeert dat de handelwijze van de belangenbehartiger niet erg constructief is geweest. 2. Kosten deelgeschil afgewezen; deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen causaal verband bevalling en bekkeninstabiliteit, kosten deelgeschil gematigd

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 6 oktober 2016
  • ECLI:NL:RBOBR:2016:5487
  • C/01/307284 / EX RK 16-81

Verzoekster heeft na haar bevalling last van ernstige lichamelijke klachten als gevolg van bekkeninstabiliteit. 1. Zij stelt dat het ziekenhuis bij de behandeling daarvan op drie punten onzorgvuldig heeft gehandeld en dat zij als gevolg daarvan thans grotendeels rolstoel-gebonden is. Partijen hebben een gezamenlijke expertise laten uitvoeren. Op grond van dat deskundigenrapport kan echter niet een causale verband tussen de door verzoekster gestelde verwijten aan het ziekenhuis en haar rolstoel-gebondenheid worden aangenomen. Ook kan verzoekster zich niet met succes beroepen op de omkeringsregel en de leer van de kansschade. Het verzoek wordt daarom afgewezen. 2. Kosten deelgeschil: € 10.742,43 (gevorderd: € 14.147,73; uurtarief € 295,- ; aantal uren kan redelijkheidstoets niet kan doorstaan en wordt teruggebracht tot 15.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplash, verlies van arbeidsvermogen personal shopper afgewezen, nu andere mogelijkheden om inkomen te verwerven mogelijk zijn

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Oost-Brabant
  • 7 september 2016
  • C/01/303813 / HA ZA 16-95

Whiplash, ongeval 2008, destijds 20-jarige vrouw vordert € 187.297,- wegens verlies van arbeidsvermogen; door verzekeraar is € 150.000,- betaald. De rechtbank overweegt dat de stelling van benadeelde dat zij haar verdiencapaciteit thans niet volledig kan benutten, lijkt te zijn gebaseerd op de omstandigheid dat zij niet in staat is een (voldoende) inkomen te verwerven als personal shopper. Dit leidt naar het oordeel van de rechtbank echter niet tot de conclusie dat dus sprake is van schade, bestaande uit verlies aan verdienvermogen.
Bij het antwoord op de vraag of sprake is van verlies van verdienvermogen dient geabstraheerd te worden van de door benadeelde gekozen wijze waarop zij thans een inkomen probeert te verwerven. Op basis van de overgelegde medische informatie oordeelt de rechtbank (andere) mogelijkheden aanwezig voor benadeelde om een inkomen te genereren dat gelijk is aan het inkomen dat zij had kunnen verwerven in de situatie zonder ongeval. Op welke wijze benadeelde haar verdienvermogen wenst te benutten is aan haar. Een onderzoek door een arbeidsdeskundige naar de mogelijkheden daartoe heeft benadeelde geen doorgang willen laten vinden. Dat stond haar vrij. Het leidt er naar het oordeel van de rechtbank echter wel toe dat een dergelijk onderzoek inmiddels een gepasseerd station is. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: verklaring voor recht over overwerk en voorschot op BGK afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 19 juli 2016
  • ECLI:NL:RBOBR:2016:3870

Benadeelde vraagt in deelgeschil na voorlopig getuigenverhoor o.a. een verklaring voor recht dat hij voor het ongeval zwart overwerk verrichtte en vergoeding hiervan. De kantonrechter wijst het verzoek af. De stelling van benadeelde dat hij structureel overwerk verrichtte kan niet als vaststaand worden aangenomen, nu deze gemotiveerd wordt betwist. Er is derhalve nadere bewijslevering nodig, waarvoor binnen de kaders van het deelgeschil geen plaats is. 2. De kantonrechter wijst het verzoek om € 29.941,42 ter zake van BGK te vergoeden, bovenop het reeds uitgekeerde voorschot ad € 20.000,- wordt afgewezen. Bij de beoordeling van de dubbele redelijkheidstoets dient de omvang van de schade als één van de in aanmerking te nemen aspecten te worden meegewogen. De kantonrechter constateert dat op basis van de verstrekte (medische) informatie, de totale omvang van de schade niet, ook niet bij benadering, kan worden geschat. Bij gebreke van voldoende inzicht in de omvang van de schade – de schaderegeling verkeert nog in de beginfase en er dienen nog expertise onderzoeken plaats te vinden – kan derhalve niet worden beoordeeld of de BGK als in redelijkheid gemaakte kosten aan de verzekeraar kunnen worden toegerekend. 3. Kosten deelgeschil: € 5.695,60.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: bestuurder aansprakelijk voor val benadeelde van aanhanger

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 24 maart 2016
  • ECLI:NL:RBOBR:2016:912
  • C/01/298332 / EX RK 15-166

Uitzendkracht valt van rijdende aanhanger tijdens het verrichten van wegwerkzaamheden. Hij stelt de bestuurder van de voorttrekkende auto aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de bestuurder verwijtbaar onrechtmatig jegens benadeelde heeft gehandeld door toe te staan dat benadeelde zich op de door zijn voertuig voortgetrokken aanhanger bevond zonder daar goed zicht op te kunnen houden en zonder dat op de aanhanger geen enkele valbescherming was aangebracht. Het beroep van de bestuurder op 100% eigen schuld faalt. De rechtbank is vooralsnog van oordeel dat de schade in hogere mate is te wijten aan omstandigheden die aan de bestuurder zijn toe te rekenen dan aan omstandigheden die in de risicosfeer van benadeelde liggen. Een nadere beslissing hieromtrent kan de rechtbank nu niet geven, omdat een tegenverzoek dat daar op ziet ontbreekt. 2. Kosten deelgeschil: € 2.683,84.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: supermarkt aansprakelijk voor val op natte vloer met bloemblaadjes

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 10 december 2015
  • ECLI:NL:RBOBR:2015:7334
  • 4441356 / 221

Verzoekster (62 jaar) stelt dat zij is uitgegleden over natte vloer met bloemblaadjes voor de bloemenstand voor Albert Heijn. AH stelt dat toedracht niet vast staat en dat niet valt uit te sluiten dat verzoekster zich verstapt heeft. De rechtbank oordeelt dat AH in het licht van de consistente stellingen van verzoekster haar stellingen onvoldoende heeft onderbouwd. De rechtbank acht AH aansprakelijk. 2. Kosten deelgeschil conform verzoek begroot op € 584,- (uurtarief € 80,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: bewijslevering t.a.v. toedracht en causaliteit noodzakelijk, niet geschikt voor deelgeschil

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 10 november 2015
  • ECLI:NL:RBOBR:2015:7336
  • C/01/293872 / EX RK 15-99

Verzoekster stelt dat zij, na een ruzie over vermeend seksueel misbruik, door verweerder is geduwd, waardoor zij ten val is gekomen. De rechtbank oordeelt dat, gelet op de verschillende verklaringen niet vast staat dat verzoekster is gevallen als gevolg van een duw tegen haar schouders door verweerder. Er zal dus nadere bewijslevering moeten plaatsvinden ten aanzien van de toedracht van het voorval door het horen van getuigen. Indien de aansprakelijkheid van verweerder vervolgens zou komen vast te staan, kan een voorschot op de schadevergoeding, zoals verzoekster verzoekt, pas worden toegekend indien causaal verband bestaat tussen het voorval en de beweerdelijke schade.
Ook hier zal nadere bewijslevering moeten plaatsvinden. De rechtbank is van oordeel dat de verzoeken van verzoekster zich niet lenen voor behandeling in de deelgeschilprocedure. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 3.944,90 (uurtarief € 230,-), maar afgewezen. Deelgeschil niet volstrekt onnodig of onterecht ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: vordering tot vergoeding BGK en succesfee afgewezen, misbruik van procesrecht

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 3 december 2015
  • ECLI:NL:RBOBR:2015:6910
  • 4114134 / 417

Belangenbehartiger vordert (met machtiging van cliënte) vergoeding van de BGK van de WAM-verzekeraar en betaling van succesfee van zijn cliënte. De kantonrechter oordeelt dat belangenbehartiger onvoldoende heeft aangetoond dat het totaal gedeclareerde bedrag van € 10.679,53 in evenredige verhouding staat tot de werkzaamheden die hij verricht heeft.
Daarbij neemt de kantonrechter in aanmerking dat van een ingewikkelde zaak geen sprake is, nu de aansprakelijkheid erkend is, er niet of nauwelijks een inhoudelijke discussie heeft plaatsgevonden over de omvang van de schade; de schade relatief gering is en de omstandigheid dat de belangenbehartiger voor álle werkzaamheden, inclusief die van eenvoudig administratieve aard en waarvan een aantal door zijn secretaresse is verricht, een specialistentarief van rekent met tijdseenheden van minimum zes minuten. De succesfee wordt afgewezen nu cliënte reeds een bedrag heeft betaald. Vordering afgewezen. Belangenbehartiger wordt veroordeeld tot betaling van de werkelijke proceskosten wegens misbruik van procesrecht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: rechtbank komt na rapport observatie benadeelde terug op beslissing deelgeschilrechter dat expertiserapport bindend is

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 24 september 2015
  • ECLI:NL:RBOBR:2015:6575
  • 3682388 \ CV EXPL 14-14615

Verzekeraar en werkgever vragen voor recht te verklaren dat expertiserapport van traumachirurg, niet als bindend uitgangspunt geldt voor de schadeafwikkeling. 0p 5 augustus 2015 had de rechtbank in een deelgeschil beslist dat het expertiserapport waarin, werd geconcludeerd dat werkneemster zeer ernstige beperkingen had (volledig functioneel verlies linker arm en gedeeltelijk functieverlies rechter arm) als gevolg van het arbeidsongeval, wel als bindend uitgangspunt moest gelden. Uit observatie van onderzoeksbureau blijkt echter dat benadeelde kan tillen. De kantonrechter oordeelt dat uit de beelden in het geheel niet af te leiden is dat werkneemster bij het verrichten van de getoonde handelingen aarzelt, moeite heeft of pijn ervaart. De beelden staan derhalve haaks op de hiervoor weergegeven conclusies uit het expertiserapport. De kantonrechter komt tot de slotsom dat in de onderhavige procedure is gebleken van zodanige nieuwe feiten en omstandigheden die ten tijde van de beslissing in de deelgeschilprocedure nog niet bekend waren, dat aangenomen moet worden dat de in die deelgeschilprocedure genomen beslissing berust op een onjuiste c.q. onvolledige feitelijke grondslag zodat die beslissing niet in stand kan blijven. Verklaring voor recht toegewezen, vordering in reconventie afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: wegbeheerder niet aansprakelijk voor fatale val snorfietser over verhoogde hoekafronding op kruising

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 9 september 2015
  • ECLI:NL:RBOBR:2015:5381
  • C/01/286021 / HA ZA 14-828

Snorfietser rijdt bij het oversteken van een kruising tegen een verhoogde hoekafronding en komt daarbij ten val en overlijdt enkele weken later. Zijn echtgenote stelt de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk ex art 6:174 BW en 6:162. De rechtbank overweegt dat van een gebrek sprake is, indien de weguitrusting naar objectieve maatstaven gemeten niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen. Van (brom)fietsers die een kruising als de onderhavige passeren mag worden verwacht dat zij daarbij hun snelheid beperken en dat zij oplettend en voorzichtig zijn. De kans dat een (brom)fietser tegen de hoekafronding zou aanrijden acht de rechtbank maar klein. De rechtbank oordeelt dat de kruising met daarop de verhoogde hoekafronding destijds voldeed aan de daaraan te stellen veiligheidseisen. Dat de grijze trottoirband van de hoekafronding na het ongeval wit is geschilderd, waardoor deze beter zichtbaar is, betekent nog niet dat de hoekafronding ten tijde van het ongeval onveilig was. De rechtbank wijst de vordering af.

Lees verder