Jurisprudentie

Hof: vordering verjaard, absolute termijn niet van toepassing

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 23 mei 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:4609
  • 200.180.257

Benadeelde liep letsel op door een gebrekkige gasbuis. Zij ontving het rapport van de Raad voor Transportveiligheid in 2002 waardoor zij op de hoogte was van de aansprakelijke rechtspersoon. In de jaren 2002-2003 al onderhandelde zij over haar letselschade. Zij verkeerde toen in de positie waarop zij zowel met de schade als met de daarvoor aansprakelijke bekend was geworden. De aansprakelijkstelling van de netbeheerder in 2012 valt buiten de korte verjaringstermijn. De vordering is daarmee verjaard op de voet van artikel 3:310 lid 1 BW. Daardoor is de absolute verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW noch die van lid 2 in geval van een gebrekkige zaak van toepassing.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: Het Nederlands Bureau mag niet vereenzelvigd worden met een buitenlandse verzekeraar

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 21 februari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:2867
  • 200.204.151/01

Bij een ongeval in Nederland heeft het Nederlands Bureau een deskundige benoemd voor het vaststellen van de letselgevolgen. AXA België heeft de benadeelde gedagvaard. De rechtbank oordeelde dat de schade door voorschotten reeds was vergoed. Daartegen ging de benadeelde in beroep. Naast deze procedure vraagt de benadeelde het hof een deskundige te benoemen. De gerekwestreerde, het Nederlands Bureau, voert verweer dat deze geen partij is in de procedure. Het Bureau kan niet vereenzelvigd worden met AXA. Verzoeker is daarom niet ontvankelijk jegens het Bureau. Het Hof roept mede daarom AXA op voor een mondelinge behandeling.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: uit rapport deskundige volgt niet dat hernia gevolg is van arbeidsongeval

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 februari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1635
  • 200.184.279

Hoger beroep deelgeschil over de vraag of deskundigenrapport uitgangspunt is voor de verdere onderhandelingen. Arbeidsongeval in mei 2006. Medio 2007 wordt bij werknemer een hernia (HNP) geconstateerd. Vraag is of de hernia veroorzaakt is door het arbeidsongeval. Anders dan de rechtbank oordeelt het hof dat uit het rapport van de deskundige niet de conclusie kan worden getrokken dat de HNP die bij werknemer medio 2007 is geconstateerd in (medisch) causale relatie staat tot het ongeval in mei 2006. Op dit onderdeel kan het deskundigenrapport niet als uitgangspunt dienen voor verdere onderhandelingen over de afwikkeling van de schade. Zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere afdoening.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: causaal verband tussen nekklachten en incident in bus niet bewezen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 7 maart 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1936
  • 200.092.405/01

Elfjarige jongen wordt in 2006 door begeleider hardhandig uit bus gezet. De jongen stelt dat hij als gevolg hiervan de rug- en nekklachten heeft. Het hof stelt vast dat de deskundige het causaal verband tussen de klachten en het incident in de bus (minst genomen) discutabel acht. De deskundige acht het waarschijnlijk dat de klachten zich ook zouden hebben voorgedaan indien het incident niet was gebeurd. Het hof ziet geen reden om niet uit te gaan van de juistheid van het oordeel van de deskundige. Tussen partijen staat niet ter discussie dat de deskundige deskundig is. Het hof acht het rapport van de deskundige consistent en de conclusies niet zijn weerlegd met een rapport van een partijdeskundige. Het hof oordeelt dat niet bewezen is dat sprake is van causaal verband tussen de nekklachten en het incident.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vier deskundigen benoemd ter vaststelling verband gezondheidsklachten en blootstelling aan oplosmiddelen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 7 maart 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1960
  • 200.152.499/01

Beroepsziekte als gevolg van blootstelling aan oplosmiddelen bij schildersbedrijf in 1999-2000?
Het hof heeft in eerder tussenarrest overwogen dat nog niet vaststaat dat de gezondheidsklachten van werknemer zijn veroorzaakt (dan wel dat aannemelijk is dat ze kunnen zijn veroorzaakt) door de blootstelling aan gevaarlijke stoffen bij het schildersbedrijf en dat nader onderzoek noodzakelijk is. Het hof benoemt vier deskundigen benoemen die betrokken zijn bij Ika-Ned, een arbeidshygiënist, een neuroloog, een psycholoog en een psychiater. Het hof is met werknemer van oordeel dat niet volstaan kan worden met de IMWD-vraagstelling en neemt de door werknemer voorgestelde vraagstelling over.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ziekenhuis heeft niet voldaan aan verzwaarde motiveringsplicht en is aansprakelijk voor mislukte oorreconstructie (behoudens tegenbewijs)

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 februari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1676
  • 200.111.788/01

Reconstructie van oor is mislukt. Het hof overweegt dat benadeelde moet stellen en zo nodig te bewijzen dat niet lege artis is gehandeld. Op het ziekenhuis rust verzwaarde motiveringsplicht, die meebrengt dat het ziekenhuis benadeelde voldoende feitelijke gegevens en aanknopingspunten verschaft ten aanzien van de mogelijke oorzaken van het niet bereiken van het beoogde resultaat. Het hof heeft niet voldaan de verzwaarde motiveringsplicht. Het medisch dossier en de verklaring van de arts bieden geen inzicht in het handelen en de keuzes van de chirurgen die benadeelde hebben geopereerd, noch kan daaruit worden afgeleid wat de (mogelijke) oorzaken zijn van het teleurstellende resultaat van de operaties. Het hof acht dan ook voorshands bewezen dat de plastisch chirurgen niet lege artis hebben gehandeld. Het ziekenhuis wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs. (NB: uitspraak heeft al eerder op Kennisnet gestaan, nog niet eerder in de nieuwsbrief).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ziekenhuis heeft niet voldaan aan verzwaarde motiveringsplicht en is aansprakelijk voor mislukte oorreconstructie (behoudens tegenbewijs)

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 februari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:1676
  • 200.111.788/01

Reconstructie van oor is mislukt. Het hof overweegt dat benadeelde moet stellen en zo nodig te bewijzen dat niet lege artis is gehandeld. Op het ziekenhuis rust verzwaarde motiveringsplicht, die meebrengt dat het ziekenhuis benadeelde voldoende feitelijke gegevens en aanknopingspunten verschaft ten aanzien van de mogelijke oorzaken van het niet bereiken van het beoogde resultaat. Het hof heeft niet voldaan de verzwaarde motiveringsplicht. Het medisch dossier en de verklaring van de arts bieden geen inzicht in het handelen en de keuzes van de chirurgen die benadeelde hebben geopereerd, noch kan daaruit worden afgeleid wat de (mogelijke) oorzaken zijn van het teleurstellende resultaat van de operaties. Het hof acht dan ook voorshands bewezen dat de plastisch chirurgen niet lege artis hebben gehandeld. Het ziekenhuis wordt toegelaten tot het leveren van tegenbewijs.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk voor val bij uitstappen 62 cm diepe put

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 8 januari 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:520
  • 200.166.864/01

Werknemer, expeditie- en magazijnmedewerker, moet dagelijks stand van watermeter van fabriek opnemen. Hij moet hierbij in en uit een 62 centimeter diepe put te stappen waarin geen afstap of trede is aangebracht. De werknemer verstapt zich en loopt letsel op. Het hof verwerpt het verweer van de werkgever dat sprake was van een huis-, tuin- en keukenongeval’ en dat hij niet gehouden was tot het treffen van nadere voorzieningen of het geven van instructies, nu van een (potentieel) gevaarlijke situatie geen sprake was. Het hof is van oordeel dat de werkgever voor de werknemer een gevaarlijke arbeidssituatie heeft gecreëerd. Van de werkgever mochten derhalve maatregelen worden verwacht om de verwezenlijking van het gevaar te voorkomen. Het hof acht de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: onvoldoende gesteld over toedracht rond vechtpartij schoonzussen, vordering afgewezen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 20 december 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:10342
  • 200.171.657/01

Vechtpartij tussen twee schoonzussen in kringloopwinkel, waarbij appellante letsel heeft opgelopen. Het hof overweegt dat op appellante de stelplicht en de bewijslast rusten van de feitelijke toedracht , die zij ten grondslag heeft gelegd aan haar vordering. Geïntimeerde heeft deze feiten gemotiveerd betwist. De door geïntimeerde gestelde toedracht vindt op cruciale onderdelen steun in de overgelegde stukken. Appellante heeft tegenover de op diverse onderdelen onderbouwde stellingen van geïntimeerde over de toedracht haar eigen stellingen onvoldoende onderbouwd. Nu appellante niet aan de op haar rustende stelplicht heeft voldaan, komt het hof reeds om die reden niet toe aan bewijslevering.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: Vergoeding immateriële schade naar maatschappelijke opvattingen niet als beloning ervaren

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 23 februari 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:1393
  • 15/00156

Aan een politieambtenaar is een aanslag in de inkomstenbelasting opgelegd voor een van de werkgever ontvangen bruto vergoeding voor immateriële schade wegens ernstig letsel tijdens de dienst opgelopen. De rechtbank verklaarde zijn beroep ongegrond. De vergoeding is loon in de zin van art. 10 LB. In het kader van dat artikel is loon al hetgeen uit een dienstbetrekking of een vroegere dienstbetrekking wordt genoten, daaronder mede begrepen hetgeen wordt vergoed of verstrekt in het kader van de dienstbetrekking, behalve indien het nadeel geen of onvoldoende verband houdt met de dienstbetrekking. Vrije vergoedingen zijn ingevolge art 15 LB vergoedingen voorzover zij naar algemene maatschappelijke opvattingen niet als beloningsvoordeel worden ervaren. Daarvan is hier sprake. De werkgever heeft zonder aansprakelijkheid daartoe te erkennen beoogd uit onrechtmatige daad, gepleegd door een derde, voortgevloeide immateriële schade te vergoeden. Cassatie is ingesteld door de staatssecretaris van Financiën

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: arbeidsrechtelijke omkeringsregel, werkgever aansprakelijk voor letsel werknemer door tillen zware papiervellen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 8 november 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:8930
  • 200.100.230/01

Beroepsziekte. Werknemer (heftruckchauffeur/ papiersnijder) is arbeidsongeschikt geworden als gevolg van arthose aan zijn handen zijn rechter schouder, hoofd en nek en stelt zijn werkgever aansprakelijk.
Het hof stelt voorop dat op werknemer de bewijslast rust van zijn stelling dat sprake is van gezondheidsklachten die door de blootstelling aan gevaarlijke omstandigheden zijn veroorzaakt en deze blootstelling bij werkgever heeft plaatsgevonden. Daarbij geldt wel, zoals de Hoge Raad in HR 7 juni 2013 (ECLI:NL:HR:2013:BZ1721) heeft overwogen, dat wanneer een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan voor de gezondheid gevaarlijke omstandigheden en schade aan zijn gezondheid heeft opgelopen, het oorzakelijk verband tussen de werkzaamheden en die schade in beginsel moet worden aangenomen indien de werkgever heeft nagelaten de maatregelen te treffen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden dergelijke schade lijdt (‘arbeidsrechtelijke omkeringsregel’). Het hof is van oordeel dat de werkgever de stelling dat met de getilde gewichten de NIOSH-norm ruimschoots is overschreden, onvoldoende gemotiveerd heeft bestreden. In het bijzonder acht het hof van belang dat vast is komen te staan dat werknemer regelmatig zware stapels papier (30-48 kg) moest tillen. Bovendien staat vast dat werknemer onder een hoge werkdruk moest werken en in strijd met de Arbeidstijdenwet meer dan vijfeneenhalf uur aaneengesloten heeft gewerkt. Het hof oordeelt dat de werkgever t.a.v. de arbeidsomstandigheden niet heeft voldaan aan de op haar rustende verplichtingen op grond van artikel 5.2 Arbobesluit. Het hof acht de werkgever aansprakelijk ex art 7:658 lid 1 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werknemer moet bewijzen dat werkgever niet bekend was met eerdere bedreigingen

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 30 augustus 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:6980
  • 200.142.706/01

Werkgeversaansprakelijkheid. Vestigingsmanager van uitzendbureau is jaren geleden (2002) mishandeld door een uitzendkracht. Enkele jaren later wordt hij gedurende een periode van zo’n twee jaar (2006-2008) herhaaldelijk verbaal bedreigd door iemand die zegt dat te doen namens (voormalige) uitzendkrachten. Na kennisname van de bedreigingen heeft de werkgever daar een einde aan weten te maken. De vestigingsmanager krijgt psychische klachten en stelt zijn werkgever daarvoor aansprakelijk op de voet van artikel 6:170 BW en 7:658 BW. Het hof verwerpt aansprakelijkheid op de voet van 6:170 BW. Voor de aansprakelijkheid op de voet van 7:658 BW geldt dat vooralsnog geen aanknopingspunten bestaan om te veronderstellen dat de werkgever redelijkerwijs bedacht had dienen te zijn op geweld/bedreigingen tegen medewerkers en maatregelen had behoren te nemen om schade daardoor te voorkomen. Uitgegaan wordt van de juistheid van de stellingen van werkgever dienaangaande. Werknemer, die had aangevoerd dat geweld tegen medewerkers wel vaker voorkwam, krijgt de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: benadeelde onderneemt niets om herstel te bevorderen: verlies van arbeidsvermogen niet toe te rekenen aan het ongeval

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 juni 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:5222
  • 200.152.845

Ongeval 2000, toen 18-jarige jongen heeft enkelletsel opgelopen bij verkeersongeval. Hij werkte toen bij zijn vader (als leerling-monteur) in diens garage. 1. Het hof constateert dat benadeelde geen (noemenswaardige) activiteiten ontplooid om te revalideren. Hij heeft ook geen contact gezocht met zijn huisarts. Uit de arbeidsdeskundige rapportage, die inhoudelijk niet is bestreden, blijkt dat benadeelde mogelijkheden heeft om duurzaam inkomen te verwerven, maar dan wel in andere, passende functies. Het hof stelt vast dat benadeelde niet of nauwelijks heeft geprobeerd om zijn herstel te bevorderen dan wel zijn mogelijkheden te onderzoeken om financieel onafhankelijk van zijn ouders te worden door ander passend werk te zoeken. Het hof overweegt dat vergoeding voor geleden (inkomens)schade slechts in aanmerking komt indien deze (inkomens)schade in zodanig verband staat met het ongeval de aansprakelijkheidsvestigende gebeurtenis, dat deze schade als een gevolg van deze gebeurtenis kan worden toegerekend (art 6:98 BW). De door benadeelde gestelde inkomensschade kan naar het oordeel van het hof niet aan het ongeval worden toegerekend, nu benadeelde het zelf in de hand heeft (gehad) om op andere hem passende wijze duurzaam inkomen te genereren door zich bijvoorbeeld om te scholen of binnen het bedrijf van zijn vader passend werk te verrichten. Dat hij hiervoor niet gekozen heeft staat hem vrij, doch dat betekent ook dat hij zijn inkomensschade niet op de verzekeraar kan afwentelen (zie r.o. 3.9). 2. BGK diverse belangenbehartigers 3. Smartengeld; € 7500,-.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: val in badkamer twee jaar na ongeval: deskundigenbericht gelast ter vaststelling causaliteit

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 12 juli 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:5667
  • 200.088.742

Benadeelde loopt in 1995 letsel op bij aanrijding en in 1997 bij val in badkamer. Zij is er niet in geslaagd te bewijzen dat de val komt door de gevolgen van het eerste ongeval. Het hof overweegt dat dit echter niet uitsluit dat de val in de badkamer, die voor risico van benadeelde moet blijven, wat betreft haar arbeidsongeschiktheid een inhalende oorzaak is geweest. Alleen voor zover zich samenloop voordoet, zouden de gevolgen van de aanrijding sedert de val in de badkamer niet meer zijn toe te rekenen aan het eerste ongeval Hierover wil het hof worden voorgelicht door middel van aanvullende vragen aan de verzekeringsgeneeskundige en de arbeidsdeskundige in reeds aangekondigde deskundigenonderzoek.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: Parochie aansprakelijk ex art. 7:658 lid 4 BW voor val vrijwilliger van dak

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 28 juni 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:5294
  • 200.159.986

Vrijwilliger van ‘klusgroep’ in Parochie, valt bij het plaatsen van verlichting op het dak van de kerk 3 meter naar beneden en loopt een dwarslaesie op. Hij stelt de Parochie aansprakelijk ex art. 7:658 lid 4 BW. De Parochie stelt dat er geen sprake is van bedrijfsuitoefening door de Parochie. 1. Het hof is, evenals de kantonrechter, van oordeel dat sprake is van bedrijfsuitoefening in de zin van artikel 7:658 lid 4 BW. Het hof oordeelt dat “de uitoefening van het beroep of bedrijf” meer omvat dan het primaire proces van bedrijfsvoering (in dit geval: het belijden van het katholieke geloof) en dat ook ondersteunende werkzaamheden zoals onderhoud en reparatie hieronder vallen. 2. Naar het oordeel van het hof heeft de Parochie onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld die kunnen leiden tot het oordeel dat zij heeft voldaan aan haar zorgplicht van artikel 7:658 lid 1 BW. Ook volgens haar eigen stellingen heeft zij benadeelde geen (algemene en/of specifieke) veiligheidsinstructies gegeven (bijvoorbeeld door hem te waarschuwen voor het niveauverschil op het dak) noch heeft zij (algemene en/of specifieke) veiligheidsmaatregelen getroffen (bijvoorbeeld door het plaatsen van een steiger). Het hof acht de Parochie aansprakelijk.

Lees verder