Jurisprudentie

Hof: dubieuze achterop-aanrijding, bewijslast rust op voorste auto op eisende partij

  • Hof Den Bosch
  • 5 december 2017
  • RECLI:NL:GHSHE:2017:5463
  • 200.199.320_01

Kop-staart botsing, opzetaanrijding? Betrokkene, verzekerd bij WAM-verzekeraar( geïntimeerde), is achterop de auto van appellant gereden. WAM-verzekeraar stelt dat appellant zonder verkeersnoodzaak abrupt is gestopt en dat hij bij meerdere soortgelijke aanrijdingen betrokken is geweest. 1. Het hof stelt voorop dat de bewijslast rust op de eisen partij, die zich beroept op de rechtsgevolgen van zijn stellingen. De enkele omstandigheid dat betrokkenen achterop de auto van appellant is gebotst, rechtvaardigt geen uitzondering op deze hoofdregel van bewijslastverdeling. Dit is vaste rechtspraak bij kop-staartbotsingen. Het enkele feit dat de achterste auto op de voorste auto is gebotst, biedt onvoldoende basis om de bestuurder van de voorste auto voorshands geslaagd te achten in het bewijs dat de achteroprijder een toerekenbare verkeersfout heeft gemaakt. 2. Gelet op de voorgeschiedenis is het vermoeden gewettigd dat appellant in het verleden als autobestuurder op verschillende data vreemd rijgedrag heeft vertoond, op onverwachte momenten sterk heeft afgeremd terwijl zich een auto kort achter hem bevond en daardoor meermalen een aanrijding heeft veroorzaakt. Het hof oordeelt dat de kantonrechter terecht bewijs heeft opgedragen aan appellant.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: botsing auto die achteruit oprit verlaat en andere auto, toedracht onvoldoende onderbouwd

  • Hof Den Bosch
  • 24 oktober 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:4675
  • 200.170.845_01

Aanrijding tussen auto van appellante die achteruit oprit van haar woning verlaat en auto van geïntimeerde. Geen letselzaak. Appellante stelt dat zij is gestopt om te kijken of er verkeer aan kwam. Daarna is zij de weg is opgedraaid, waarna zij 9 á 10 seconden op de weg stilstond. Op dat moment werd zij van achteren aangereden door geïntimeerde. Het hof oordeelt dat appellante de door haar gestelde toedracht tegenover de gemotiveerde betwisting onvoldoende onderbouwd. Naar het oordeel van het hof moet er dan ook van worden uitgegaan dat appellante vanaf haar oprit achteruit de weg is opgereden en daarbij geen voorrang heeft verleend aan geïntimeerde.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk voor val werknemer van ongeschikte steiger

  • Hof Den Bosch
  • 10 oktober 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:4431
  • 200.190.625_01

Werknemer is heeft trapje/bankje op steiger geplaatst en is door een misstap van het trapje/bankje en de steiger gevallen. Tussen partijen is niet in geschil dat de door werknemer gebruikte kamersteiger niet geheel geschikt was voor de te verrichten werkzaamheden, omdat deze niet hoog genoeg was. Werkgever heeft niet betwist dat werknemer al jaren gebruik maakte van het trapje/bankje werkte. 1. Het hof oordeelt dat de werkgever is zij tekortgeschoten in haar zorgplicht: het werk is door werkgever niet aldus georganiseerd dat gebruik gemaakt werd van een voor de benodigde werkhoogte wel geschikte steiger en er werd toegestaan dat in de praktijk van alledag een op zichzelf ongeschikte steiger werd gebruikt door deze te verhogen met een trapje/bankje. Het hof acht de werkgever aansprakelijk art 7:658 BW. 2. Het hof oordeelt dat werknemer terecht op staande voet is ontslagen vanwege ernstige bedreiging van de directeur.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever aansprakelijk voor knieletsel van dierenarts kopstoot van koe

  • Hof Den Bosch
  • 10 oktober 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:4429
  • 200.187.375_01

Dierenarts in loondienst loopt in 2006 knieletsel op na een kopstoot van een koe. Zij stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. 1. Het hof oordeelt dat de werkgever haar zorgplicht heeft geschonden, omdat een touw om het dier mee in bedwang te houden ontbrak in de standaarduitrusting. Nu het opnemen van een touw in de standaarduitrusting van een dierenarts een eenvoudige maatregel is, terwijl een touw in de uitoefening van de werkzaamheden kennelijk nodig is had van werkgever mogen worden verwacht dat zij voor het benodigde touw in de standaarduitrusting had zorggedragen. 2. Het hof oordeelt dat onvoldoende is onderbouwd dat er causaal verband bestaat tussen psychische klachten van de werknemer en onzorgvuldige begeleiding bij re-integratie onvoldoende is onderbouwd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: toedracht ongeval tussen twee fietsers tijdens inhalen staat niet vast, vordering afgewezen

  • Hof Den Bosch
  • 19 september 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:4109
  • 200.194.138_01

Eiser op elektrische fiets wordt ingehaald door gedaagde op mountainbike. De fietsers raken elkaar; eiser komt ten val en loopt letsel op. Gedaagde stelt dat eiser tijdens het inhalen plotseling naar links kwam. De door de eiser gestelde feitelijke toedracht – dat hij rustig rechtdoor fietste zonder uit te wijken en dat de hem inhalende fietser onvoldoende afstand hield en tijdens het inhalen tegen zijn arm aanfietste – is niet komen vast te staan. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: geen analoge toepassing art. 185 WVW op ongeval scootmobiel en auto

  • Hof Den Bosch
  • 26 september 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:4154
  • 200.197.209_01

Hoger beroep van deelgeschil; ongeval tussen scootmobiel en auto. In deelgeschil heeft de rechtbank geoordeeld dat het aansprakelijkheidsregime van art. 185 WVW niet van overeenkomstige toepassing is op het ongeval. 1. Het hof oordeelt dat de rechtbank in het deelgeschil alleen ten aanzien van dát geschilpunt (analoge toepassing artikel 185 WVW) uitdrukkelijk en zonder voorbehoud een beslissing genomen en kan alleen dát geschilpunt onderwerp zijn van dit hoger beroep. 2. Het hof bevestigt het oordeel van de rechtbank dat analoge toepassing van art. 185 WVW niet aan de orde. Art. 185 WVW regelt blijkens de wetsgeschiedenis een bijzondere aansprakelijkheid waartoe het gebruik van motorvoertuigen kan leiden. Gelet op de definitie van motorrijtuigen (waaronder ook een scootmobiel valt) heeft de wetgever dit bijzondere aansprakelijkheidsregime willen beperken tot ongevallen met een motorrijtuig en een fietser of voetganger. 3. Of sprake is van eigen schuld van eiser komt pas aan de orde nadat aansprakelijkheid van gedaagde is komen vast te staan. Hierover heeft de rechtbank nu juist niet uitdrukkelijk en zonder voorbehoud beslist. Dat dient eerst te gebeuren, in de bodemprocedure bij de rechtbank.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet bekend met gevaar van rugklachten door til- en duwwerk, zorgplicht niet geschonden

  • Hof Den Bosch
  • 12 september 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3928
  • 200.111.783_01

Werknemer heeft lage rugklachten opgelopen en stelt zijn werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. Het hof heeft in eerder arrest overwogen dat algemeen bekend is dat zwaar til- en duwwerk lage rugklachten kunnen veroorzaken. Daarmede is niet gezegd dat sprake is geweest van een blootstelling aan een zodanige mate van duw- en trekkrachten dat dit gevaar voor het ontstaan van lage rugklachten tot gevolg zou hebben en dat dit gevaar voor werkgever kenbaar was. Het hof stelt op basis van het deskundigenbericht vast de werkgever niet wist en niet behoorde te weten dat de blootstelling van werknemer aan de concrete mate van duw- en trekkrachten op het werk het gevaar op het ontstaan van lage rugklachten met zich bracht. Zij heeft haar zorgplicht jegens werknemer niet geschonden.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk voor visusklachten na smeltspat, deskundigenbericht ter vaststelling hoofdpijnklachten

  • Hof Den Bosch
  • 29 augustus 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3803
  • 200.154.171_01

Werknemer – ovenoperator – krijgt in 2005 smeltspat in oog bij (schoon)werkzaamheden van de oven en loopt een hoornvliesbeschadiging op. Ondanks het herstel van het hoornvlies houdt werknemer visus- en hoofdpijnklachten en raakt hij volledig arbeidsongeschikt.1. Het hof acht de werkgever aansprakelijk voor de visusklachten. De omstandigheid dat de werkgever ter afwering van het gevaar van smeltspatten veiligheidsmaatregelen heeft genomen (het ter beschikking stellen van beschermingsmiddelen) brengt nog niet mee dat de werkgever zich van zijn voormelde verplichtingen heeft gekweten of dat het treffen van andere, meer effectieve, maatregelen (“maanmannetjeskostuum”) niet van hem kon worden gevergd. 2. Het hof acht voorlichting door deskundigen (neuroloog en psychiater) noodzakelijk om zich een oordeel te kunnen vormen over het causaal verband tussen het ongeval en de hoofdpijnklachten.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verlies van arbeidsvermogen, weging goed en kwade kansen valt in het nadeel van benadeelde uit

  • Hof Den Bosch
  • 25 juli 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3351
  • C/13/612993 / HA ZA 16-772

Benadeelde heeft bij ongevallen in 2008 en 2011 letsel opgelopen; hij vordert schade wegens verlies van arbeidsvermogen. 1. Het hof oordeelt vervolgens dat gezien de omstandigheden (geen afgeronde opleiding, alleen korte dienstverbanden, detentie, eerdere rugklachten) heeft benadeelde onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat redelijkerwijs verwacht had kunnen worden dat hij zonder de ongevallen een wezenlijk hoger inkomen zou hebben kunnen verwerven dan hij daadwerkelijk heeft verworven en nog zal verwerven. Aan de stelplicht van benadeelde mogen weliswaar geen strenge eisen worden gesteld, maar gezien de vordering ligt de relevantie van de ontbrekende informatie voor de hand. Benadeelde heeft onvoldoende gesteld om ten behoeve van de afweging van goede en kwade kansen, de goede kansen verder in te kunnen schatten dan het feit dat hij gemotiveerd is om te gaan werken. Als kwade kansen worden o.a. aangemerkt het ontbreken van scholing na de basisschool, een arbeidsverleden dat tot 2000 loopt en bestaat uit korte dienstverbanden en de al vóór het eerste ongeval bestaande medische beperkingen. De afweging van goede en kwade kansen valt naar het oordeel van het hof in het nadeel van benadeelde uit.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bromfietser botst tegen boom, deskundigenbericht gelast ter vaststelling aansprakelijkheid wegbeheerder

  • Hof Den Bosch
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3308
  • 200 191 699_01

Bromfietser botst in het donker na flauwe bocht op in de berm geplante boom en loopt letsel op. Hij stelt de provincie als wegbeheerder aansprakelijk. Het hof oordeelt dat noodzakelijk is dat duidelijk is wat voor de weggebruiker op het fietspad ter plaatse van het ongeval onder vergelijkbare (weers)omstandigheden waarneembaar is. Die duidelijkheid is er thans nog niet. Om te kunnen beoordelen of in het onderhavige geval sprake is van een gebrekkige opstal (artikel 6:174 BW) dan wel een onrechtmatige gevaarzetting (artikel 6:162 BW) acht het hof van belang op welke afstand, op zijn vroegst zichtbaar was dat het fietspad een bocht naar rechts maakt. Het hof acht in dit stadium, voordat verdere beslissingen worden genomen, op dit punt een deskundigenbericht noodzakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof, strafzaak: terecht beroep op noodweer, geen schadevergoeding.

  • Hof Den Bosch
  • 3 februari 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:639
  • 20-000229-16

Voor het slagen van een beroep op noodweer is vereist dat de handeling wordt geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen een ogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding of de onmiddellijke dreiging daarvan. Hierin ligt besloten dat de verdedigingshandeling moet voldoen aan eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Het slachtoffer zocht de confrontatie en sloeg de verdachte eerst met een gebalde vuist in het gezicht. Verdachte kon niet weglopen. De klap terug was geboden voor zelfverdediging en stond in redelijke verhouding. Dat de gevolgen van de klap ernstig zijn brengt niet mee dat de grenzen van de noodzakelijke verdediging zijn overschreden. Vonnis toewijzing schade vernietigd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: benadeelde moet bewijs leveren van arbeidsongeschikt en gesloten arbeidsovereenkomst

  • Hof Den Bosch
  • 27 juni 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2888
  • 200.194.131_01

Ongeval 2009. Schade wegens verlies van arbeidsvermogen door ongeval? 1. Het hof oordeelt dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden geoordeeld dat appellant zodanig gewond is geraakt bij het verkeersongeval dat hij daardoor arbeidsongeschikt is geraakt. Het hof draagt appellant op zijn huisartsendossier over 2009-2010 over te leggen. 2. Het hof oordeelt dat appellant met de ondertekende arbeidsovereenkomst vooralsnog voldoende heeft onderbouwd dat hij in 2009 als chauffeur bij transportbedrijf NV in dienst zou treden. De betwisting dat een dergelijke arbeidsovereenkomst is gesloten, is echter voldoende serieus te nemen. Zo roept het onder meer vragen op dat de overeenkomst kennelijk na het ongeval pas is ondertekend. Het hof laat appellant toe te bewijzen dat hij met transportbedrijf NV een arbeidsovereenkomst had gesloten.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet aansprakelijk voor ongeval tijdens woon-werkverkeer

  • Hof Den Bosch
  • 20 juni 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2802
  • 200.137.578_01

Werknemer in dienst van tankstation is onderweg van zijn werk naar huis op de fiets is aangereden en heeft letsel opgelopen. 1. Het hof oordeelt dat er geen causaal verband is tussen het verstrekken van onjuiste informatie door de werkgever en de weigering van de uitkering door de ongevallenverzekeraar. 2. Het hof acht de werkgever niet aansprakelijk ex art. 7:658 BW en art. 7:611 BW. Werknemer heeft geen bijzondere feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan kan worden geoordeeld dat een dermate nauw verband bestaat tussen het ongeval en de uit te voeren werkzaamheden dat de werkgever aansprakelijk kan worden gehouden voor de gevolgen. De omstandigheden dat de werkzaamheden op onregelmatige tijden verricht moesten worden en dat de arbeidsplaats niet met het openbaar vervoer of te voet bereikbaar was zijn daartoe niet voldoende.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: toedracht waterski-ongeval bewezen –behoudens tegenbewijs-, comparitie gelast

  • Hof Den Bosch
  • 23 mei 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2271
  • 200.172.274/01

Benadeelde gaat op boot van buurman meevaren en waterskiën. Hij loopt –als onervaren waterskiër- ernstig letsel op als hij tijdens het waterskiën uit de bocht vliegt en op de stenen terecht komt. Benadeelde acht de buurman aansprakelijk, omdat hij onrechtmatig heeft gehandeld, door een gevaarlijke manoeuvre uit te halen door tijdens een grote ronde de waterkant te snel en te dicht te naderen, waardoor hij is ‘gekatapulteerd’. De buurman stelt dat het incident het gevolg is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en heeft plaatsgevonden in een – recreatieve – sport- en spelsituatie. 1. Het hof acht op grond van verklaringen voorshands – behoudends tegenbewijs – bewezen dat benadeelde letsel heeft opgelopen doordat hij met zijn lichaam op of tegen de waterkant is geklapt. 2. Het hof gelast, alvorens verder te oordelen, een comparitie om te spreken over eventueel tegenbewijs, de vraag of sprake is van een onrechtmatige daad of van een sport- en spelsituatie, eigen schuld en de schade.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: deskundigenbericht over afsluiten behoorlijke verzekering (art 7:611 BW) onvoldoende controleerbaar

  • Hof Den Bosch
  • 9 mei 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2028
  • 200.108.360_01 en 200.123.595_01

Vervolg HR 19 december 2008 (art 7:611 BW; behoorlijke verzekering). Arrest na deskundigenbericht waarin aan de deskundige was gevraagd welke mogelijkheden er in 1998 waren voor de werkgever (ambulancedienst) om een behoorlijke verzekering af te sluiten voor ongevallen in het verkeer. De deskundige heeft diverse mensen uit de branche geïnterviewd. Volgens de deskundige is het beeld voldoende representatief voor de gehele markt, maar het hof stelt vast dat dit op geen enkele wijze controleerbaar is. Het hof komt tot de slotsom dat het deskundigenbericht onvoldoende gegevens bevat om de bevindingen, gedachtegang en conclusies van de deskundige te kunnen volgen en controleren. De stelling van werknemer dat een deskundigenbericht als het onderhavige niet mogelijk is juist lijkt te zijn, aldus het hof. Het hof gelast een comparitie om met partijen te spreken over de gevolgen van het terzijde leggen van het rapport.

Lees verder