Jurisprudentie

Hof: arbeidsongeval, verjaring gestuit door vermelding dagvaarding in voetnoot en reactie daarop

  • Hof Den Bosch
  • 27 oktober 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:4343
  • HD 200.161.874_01

Arbeidsongeval in 2005, polsletsel vrachtwagenmonteur. 1. Verjaring gestuit (art. 3:317 lid 1 BW)? Het hof overweegt dat de advocaat van benadeelde in maart 2010 heeft geschreven, dat hij ervan uitgaat dat aansprakelijkheid wordt erkend en in een voetnoot dat – wanneer er geen regeling tot stand komt – er geen andere weg openstaat dan de werkgever in rechte te betrekken. Hierop heeft de advocaat van werkgever verzocht de dagvaarding vooralsnog niet uit te brengen. De opvolgend advocaat van werkgever heeft in augustus 2010
aangegeven dat een eventuele dagvaarding aan haar kantooradres betekend mocht worden.
Gelet op deze feiten en omstandigheden – in onderling verband en samenhang bezien – is het hof van oordeel dat de brief een voldoende duidelijke waarschuwing aan de werkgever inhield dat zij, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening er mee moest houden dat zij de beschikking hield over haar gegevens en bewijsmateriaal, opdat zij zich behoorlijk zou kunnen verweren. 2. Geen rechtsverwerking. 3. Het hof draagt werknemer op te bewijzen dat hem een bedrijfsongeval is overkomen ten gevolge waarvan hij letsel heeft opgelopen aan zijn pols.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: stuitende werking van een brief is mede afhankelijk van de context

  • Hoge Raad
  • 18 september 2015
  • cassatieblog.nl, Juliette Fluttert
  • ECLI:NL:HR:2015:2741
  • 14/02968

De Hoge Raad oordeelt –in een niet-letselschadezaak- dat bij de beoordeling of een stuitingsmededeling aan de in artikel 3:317 lid 1 BW gestelde eisen voldoet, niet alleen gelet moet worden op de formulering daarvan, maar ook op de context waarin de mededeling wordt gedaan en op de overige omstandigheden van het geval. Bij deze beoordeling kan onder omstandigheden mede betekenis toekomen aan de verdere correspondentie tussen partijen. Het arrest wordt besproken op cassatieblog.nl.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: mesothelioom, beroep op verjaring na toetsing aan gezichtspuntencatalogus niet onaanvaardbaar

  • Hof Den Haag
  • 15 september 2015
  • ECLI:NL:GHDHA:2015:2438
  • 200.155.535/01

Werknemer is van 1953 tot 1969 werkzaam geweest bij werkgever; in 2010 is diagnose mesothelioom gesteld, 2 maanden later is werknemer overleden, in 2011 hebben de nabestaanden de werkgever aansprakelijk gesteld. 1. Het hof wijst het verzoek tot het stellen prejudiciële vragen aan de Hoge Raad, n.a.v. EHRM Moor c.s/Zwitserland af. 2. Het hof komt na toetsing aan de gezichtspunten, ontleend aan HR 28 april 2000, ECLI:NL:HR:2000:AA5635 Van Hese/Schelde, tot het oordeel dat een beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Behoudens t.a.v. de voortvarende aansprakelijkstelling van de werkgever pleiten alle overige kenmerken die volgens de gezichtspuntencatalogus van de Hoge Raad van belang zijn, tegen doorbreking van het beroep op verjaring. Daarbij weegt voor het hof met name zwaar het gebrek aan informatie over de exacte gang van zaken destijds, van welk gebrek werkgever geen verwijt kan worden gemaakt, en de omstandigheid dat werkgever geen ernstig verwijt gemaakt kan worden van het ontstaan van de schade.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vordering benadeelde op WAM-verzekeraar en veroorzaker verjaard na aanvankelijke stuiting verjaring

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 22 september 2015
  • ECLI:NL:GHARL:2015:7098
  • 200.149.281/01

Verkeersongeval 2005, verjaring gestuit? Het hof oordeelt dat de vordering van benadeelde op (beweerdelijk) veroorzaker van het ongeval is verjaard. Weliswaar is de verjaring gestuit door als onderhandelingen aan te merken correspondentie tussen de benadeelde en de verzekeraar van de veroorzaker (art. 10 lid 5 WAM), maar nadien zijn zowel de verjaringstermijn van 3 jaar (tussen benadeelde en verzekeraar) als van 5 jaar (tussen benadeelde en veroorzaker) verstreken. Strafrechtelijke aangifte door de benadeelde, het horen van de veroorzaker door de politie en een vergeefse procedure ex art. 12 Sv worden niet aangemerkt als civielrechtelijke stuitingshandeling.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: voorbehoud artrose, 20-jarige verjaringstermijn gaat lopen op moment bekendheid schade

  • Hof Den Bosch
  • 9 juni 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:2085

Tandheelkundestudent heeft in 1980 knieletsel opgelopen; in 1985 is schade geregeld d.m.v. vaststellingsovereenkomst met voorbehoud voor artrose. In 2008 raakt hij gedeeltelijk arbeidsongeschikt als tandarts en doet hij beroep op voorbehoud. Verzekeraar stelt dat de vordering is verjaard op grond van de twintig jaarstermijn van art 3:307 lid 2 BW. Het hof oordeelt dat de vordering niet is verjaard. Benadeelde heeft terecht gesteld, dat het voorbehoud niet in de overeenkomst is opgenomen omdat de huidige klachten al in 1985 werden verwacht, maar juist om het risico op onverwachte klachten in de toekomst af te dekken. Uit de parlementaire geschiedenis volgt dat de (mogelijke) vervulling van de voorwaarde bepalend is voor de aanvang van de twintig jaarstermijn van de verjaring van art. 3:307 lid 2 BW. Op grond van de vaststellingsovereenkomst en het daarin opgenomen voorbehoud is de twintig jaarstermijn eerst gaan lopen vanaf de dag dat benadeelde in 2007 bekend werd met de schade. Eerst op dat moment was de vordering voor benadeelde “op zijn vroegst opeisbaar”. Het hof oordeelt vervolgens dat benadeelde op grond van het rapport van orthopedisch chirurg tezamen met de overige overgelegde medische informatie heeft bewezen dat aan het voorbehoud uit vaststellingsovereenkomst is voldaan.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: asbest, beroep op verjaring niet in strijd met EVRM en niet onaanvaardbaar

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • ECLI:NL:RBMNE:2014:5507
  • 2337592

Werknemer is van 1956 tot 1970 in dienst geweest bij werkgever en daarbij blootgesteld aan asbest. In 2011 is mesothelioom vastgesteld; in 2013 heeft hij werkgever aansprakelijk gesteld en is hij overleden. Werkgever beroep zich op verjaring. 1. De kantonrechter oordeelt dat een beroep op verjaring niet in strijd is met art. 6 lid 1 EVRM; uit beantwoording Kamervragen n.a.v. EHRM 11 maart 2014 (Moor/Zwitserland) blijkt dat Nederlandse wetgeving niet strijdig is met het EVRM. 2. Beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar. Toetsing aan gezichtspunten van HR 28 april 2000 (Van Hese/De Schelde). Alle gezichtspunten, behalve de gezichtspunten b en d, vallen in het voordeel van werkgever uit; gezichtspunten b en d leggen onvoldoende gewicht in de schaal.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: voor een aanmaning geldt niet de eis van een ondubbelzinnig voorbehoud

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:7499
  • 200.125.862

In art. 3:317 lid 1 BW is bepaald dat stuiting plaatsvindt door ofwel een aanmaning, ofwel een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht nakoming voorbehoudt. De verzonden brieven zijn aan te merken als aanmaningen, waarvoor de eis dat [appellant] zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt, niet geldt. Stuiting van verjaring is daarmee bereikt. Als op een brief de advocaat van de geadresseerde reageert met verwijzing naar de verzonden brief mag van ontvangst van brieven aan het bewuste adres worden uitgegaan. (ECLI:NL:HR:2013:BZ4104).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: WAM-verjaring na 3 jaar laat 5-jarige verjaringstermijn jegens veroorzaker onverlet, ook na doorstuiting WAM-verjaring

  • Hof Amsterdam
  • ECLI:NL:GHAMS:2014:3050
  • 200.134.145/01

Ongeval 1996. WAM-verjaring is gestuit door onderhandelingen met verzekeraar (art 10 lid 1 WAM) , totdat verzekeraar de onderhandelingen in 2004 heeft afgebroken. Niet ter discussie staat dat onderhandelingen met verzekeraar ook stuitende werking hebben richting aansprakelijke partij (doorstuiting). Verzekeraar en aansprakelijke partij stellen dat de nieuwe termijn die in 2004 voor de verjaring van de rechtsvordering tegen de aansprakelijke partij is gaan lopen drie jaar bedraagt, zoals art. 10 lid 5 WAM bepaalt. Het hof oordeelt echter dat de nieuwe verjaringstermijn vijf jaar is. Art. 10 lid 5 WAM gaat uitsluitend over de verhouding tussen de benadeelde en de verzekeraar. Noch art. 10 WAM, noch enige andere wettelijke bepaling biedt een aanknopingspunt voor de juistheid van de stelling dat de nieuwe termijn voor de verjaring van de vordering tegen de aansprakelijke persoon ging lopen drie jaar is en niet vijf jaar (ex art 3: 310 BW) wordt genoemd. Verjaring jegens aansprakelijke partij tijdig gestuit in 2009.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: blootstelling aan asbest ná 1979 niet bewezen, voor periode vóór 1979 beroep op verjaring niet onaanvaardbaar

  • Hof Den Bosch
  • ongepubliceerd
  • HD 200.110.667/02

Asbest. Bij tussenarrest heeft het hof aan appellante (weduwe/erfgename) opgedragen te bewijzen dat de overleden werknemer tijdens zijn werkzaamheden bij werkgever na 1979 blootgesteld is geweest aan asbest. Het hof oordeelt dat appellante niet is geslaagd in bewijslevering; slechts één getuige heeft een verklaring heeft afgelegd over de periode na 1979. Deze verklaring is echter te vaag en innerlijk tegenstrijdig. Ten aanzien van de periode vóór 1979 komt het hof aan de hand van de gezichtspuntencatalogus, ontleend aan HR 28 april 2000 (Van Hese/De Schelde), tot het oordeel dat het beroep van de werkgever op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet onaanvaardbaar is. Alle gezichtspunten, behalve gezichtspunt g, vallen in meer of mindere mate in het voordeel uit van werkgever.

Lees verder

Vaknieuws

Beantwoording kamervragen over uitspraak EHRM over verjaringstermijn asbestzaken

  • Tweede Kamer

Minister Opstelten van Veiligheid en Justitie beantwoordt kamervragen over de uitspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens over de verjaringstermijn van civiele vorderingen van asbestslachtoffers en de toegang tot het recht. Hij geeft aan dat de Nederlandse wet- en regelgeving verschilt van de Zwitserse en wél in overeenstemming is met het EVRM. In Nederland geldt een langere verjaringstermijn en geldt vanaf 2004 een speciale regeling voor verborgen personenschade. Daarnaast kent Nederland een IAS-uitkering en heeft de Hoge Raad gezichtspunten opgesteld aan de hand waarvan kan worden bepaald of een beroep op verjaring naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: Vliegramp Faro: vordering jegens Staat niet verjaard, deskundigenonderzoek over juistheid rapport Raad voor de Luchtvaart nodig

  • Rechtbank Den Haag
  • ECLI:NL:RBDHA:2014:2342
  • C/09/434236 / HA ZA 13-17

Procedure 30 (nabestaanden van de) passagiers van vliegtuigongeval in Faro in 1992 tegen de Staat. Zij stellen dat Raad voor de Luchtvaart in 1994/1995 (en daarmee de Staat) een onjuiste voorstelling van zaken heeft gegeven, op grond waarvan zij hebben ingestemd met een schadevergoeding van Martinair. 1. De rechtbank oordeelt dat de vordering jegens Staat niet verjaard. Eisers mochten in 1994 uitgaan van de juistheid en volledigheid van de informatie van de Raad voor de Luchtvaart, als deskundige en onpartijdige organisatie. Daardoor was er voor hen onvoldoende reden om de Staat aansprakelijk te houden voor mogelijk onjuiste informatie. Pas nadat de eisers in 2012 een eigen rapport in handen kregen, konden zij weten dat de Raad in 1994 mogelijk een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven. 2. De rechtbank acht een onderzoek door deskundigen nodig ter beantwoording van de vraag of de Raad een juiste voorstelling van zaken heeft gegeven t.a.v. de omstandigheden waaronder het ongeval heeft plaats gevonden.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vordering op werkgever wegens gehoorbeschadiging door afwasmachine verjaard? Bekendheid Bedrijfsgezondheidsdienst

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2013:9683
  • 200.031.556

Werknemer, medewerkster in keuken, stelt in 2004 werkgever aansprakelijk voor gehoorbeschadiging door geluidsbelasting van afwasmachine. Klachten doofheid bestonden sinds 1989. Vordering verjaard? Werkneemster stelt dat zij pas in 2004 bekend was met onderzoek Bedrijfsgezondheidsdienst, waaruit bleek dat geluidsbelasting de normen overschreed. Het hof is van oordeel dat, indien werkneemster niet bekend was met het feit dat de geluidsbelasting door de afwasmachine normoverschrijdend was, zij niet daadwerkelijk in staat was een vordering in te stellen.
Werkgever wordt toegelaten te bewijzen dat werkneemster al vóór 1999 bekend was met de conclusies van het rapport van BGD.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: vordering in 2009 wegens geboorteletsel in 1996 verjaard

  • Rechtbank Rotterdam
  • ECLI:NL:RBROT:2013:10570
  • C/10/409512 / HA ZA 12-834

Direct na de geboorte in 1996 is gebleken dat de arm van de zoon van eisers niet goed functioneerde (Erbse parese). Eisers stellen in 2009 de arts en het ziekenhuis aansprakelijk. De rechtbank overweegt dat de verjaringstermijn gaat lopen zodra de patiënt voldoende zekerheid heeft dat de schade/het letsel (mede) is veroorzaakt door tekortschietend of foutief medisch handelen. Voor zover de arts kort na de bevalling aan eisers heeft meegedeeld dat het letsel in de toekomst zou herstellen, betekent dat niet dat de verjaringstermijn eerst is gaan lopen vanaf het moment dat een andere arts (in 2008) heeft meegedeeld dat de functie van de arm niet meer kon worden verbeterd. Dat de exacte omvang van die schade (nog) niet bekend was, stond het instellen van een vordering niet in de weg.

Lees verder

Vaknieuws

Bekendheidscriteria van de verjaring – Twee uitspraken nader besproken – Bekendheidscriteria …

  • PIV-bulletin
  • Mr. A.N.L. de Hoogh

Uit een tweetal recente uitspraken blijkt dat de aangesproken schuldenaar onder bepaalde omstandigheden met succes het verjaringsverweer kan voeren2. Het ging in deze zaken om de aansprakelijkheid van respectievelijk een psychiater en een ziekenhuis. Deze uitspraken en het leerstuk van verjaring zullen in deze bijdrage nader worden besproken.

Lees verder

Vaknieuws

De (subjectieve) bekendheidscriteria van de verjaringstermijn

  • Mr. A.N.L. de Hoogh

De (subjectieve) bekendheidscriteria van de verjaringstermijntwee uitspraken nader besproken Mr. A.N.L. de HooghKBS Advocaten[1] [Foto De Hoogh] Uit een tweetal recente uitspraken blijkt dat de aangesproken schuldenaar onder bepaalde omstandigheden met succes het verjaringsverweer kan voeren[2]. Het ging in deze zaken om de aansprakelijkheid van respectievelijk een psychiater en een ziekenhuis. Deze uitspraken en het […]

Lees verder