Jurisprudentie

Hof: bewezen moet worden dat stuiting van verjaring is ontvangen

  • Hof Leeuwarden
  • 4 april 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:2922
  • 200.174.697

Verjaring wordt door een verklaring daartoe gestuit. Indien de ontvangst daarvan wordt betwist, moet de afzender feiten of omstandigheden stellen en zo nodig bewijzen waaruit volgt dat de verklaring is verzonden naar een adres waarvan hij redelijkerwijs mocht aannemen dat de geadresseerde aldaar door hem kon worden bereikt, en dat de verklaring aldaar is aangekomen (HR 14 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ4104). Het is niet voldoende dat de afzender de verzending bewijst; hij dient tevens aan te tonen dat zijn bericht ook op dat adres is aangekomen. In dat bewijs is eiser niet geslaagd.

Lees verder

Vaknieuws

PIV-Bulletin 2016-3 1 Overgangsrechtperikelen bij verjaring van verzekeringsvorderingen

  • 1 juli 2016
  • Mevrouw mr. S.P.A. Wensink-Vergunst, Bosselaar Strengers Advocaten
  • ECLI:NL:HR:2015:3618

Annotatie bij Hoge Raad, 18 december 2015 (ECLI:NL:HR:2015:3618)

Op 1 januari 2006 is bij de invoering van het nieuwe verzekeringsrecht een specifieke bepaling opgenomen ten aanzien van de verjaring van een rechtsvordering tegen een verzekeraar tot het doen van een uitkering. In art. 7:942 BW is de zogenoemde ‘duurstuiting’ geïntroduceerd: nadat schriftelijk aanspraak is gemaakt op uitkering, gaat pas een nieuwe verjaringstermijn lopen nadat de verzekeraar de aanspraak ofwel erkent, ofwel de aanspraak afwijst op de in het artikel voorgeschreven wijze. Laat de verzekeraar dit na of voldoet de afwijzing niet aan de vereisten uit het artikel, dan loopt er in het geheel geen verjaringstermijn.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: stuiting verjaring door benadeelde geldt ook jegens regresnemer met zelfstandig vorderingsrecht; causaal verband whiplash en ongeval

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 20 januari 2016
  • ECLI:NL:RBNHO:2016:966
  • C/15/221812 / HA ZA 15-93

Whiplash, regres door overheidswerkgever (VOA) voor doorbetaald salaris. 1. Verjaring. In de jurisprudentie is aanvaard dat stuiting door de benadeelde ook de verjaring stuit
t.b.v. de regresnemer krachtens subrogatie. Nu de Hoge Raad ten aanzien van de verjaringstermijn kennelijk geen moeilijk te verklaren verschil wenst te maken tussen regres krachtens subrogatie en regres krachtens zelfstandig recht, is de rechtbank van oordeel dat evenmin een verschil gemaakt dient te worden ten aanzien van de vraag of een stuiting door de getroffene tevens werkt ten behoeve van de regresnemer. 2. Causaal verband. De rechtbank gaat van uit dat benadeelde als gevolg van de achterop aanrijding klachten heeft ondervonden die in elk geval enige tijd tot arbeidsongeschiktheid hebben geleid. De rechtbank laat de verzekeraar toe tegenbewijs te leveren tegen de voorshands bewezen stelling dat het ongevalsletsel is veroorzaakt door de achterop aanrijding.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: arbeidsongeval, verjaring gestuit door vermelding dagvaarding in voetnoot en reactie daarop

  • Hof Den Bosch
  • 27 oktober 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:4343
  • HD 200.161.874_01

Arbeidsongeval in 2005, polsletsel vrachtwagenmonteur. 1. Verjaring gestuit (art. 3:317 lid 1 BW)? Het hof overweegt dat de advocaat van benadeelde in maart 2010 heeft geschreven, dat hij ervan uitgaat dat aansprakelijkheid wordt erkend en in een voetnoot dat – wanneer er geen regeling tot stand komt – er geen andere weg openstaat dan de werkgever in rechte te betrekken. Hierop heeft de advocaat van werkgever verzocht de dagvaarding vooralsnog niet uit te brengen. De opvolgend advocaat van werkgever heeft in augustus 2010
aangegeven dat een eventuele dagvaarding aan haar kantooradres betekend mocht worden.
Gelet op deze feiten en omstandigheden – in onderling verband en samenhang bezien – is het hof van oordeel dat de brief een voldoende duidelijke waarschuwing aan de werkgever inhield dat zij, ook na het verstrijken van de verjaringstermijn, rekening er mee moest houden dat zij de beschikking hield over haar gegevens en bewijsmateriaal, opdat zij zich behoorlijk zou kunnen verweren. 2. Geen rechtsverwerking. 3. Het hof draagt werknemer op te bewijzen dat hem een bedrijfsongeval is overkomen ten gevolge waarvan hij letsel heeft opgelopen aan zijn pols.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vordering benadeelde op WAM-verzekeraar en veroorzaker verjaard na aanvankelijke stuiting verjaring

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 22 september 2015
  • ECLI:NL:GHARL:2015:7098
  • 200.149.281/01

Verkeersongeval 2005, verjaring gestuit? Het hof oordeelt dat de vordering van benadeelde op (beweerdelijk) veroorzaker van het ongeval is verjaard. Weliswaar is de verjaring gestuit door als onderhandelingen aan te merken correspondentie tussen de benadeelde en de verzekeraar van de veroorzaker (art. 10 lid 5 WAM), maar nadien zijn zowel de verjaringstermijn van 3 jaar (tussen benadeelde en verzekeraar) als van 5 jaar (tussen benadeelde en veroorzaker) verstreken. Strafrechtelijke aangifte door de benadeelde, het horen van de veroorzaker door de politie en een vergeefse procedure ex art. 12 Sv worden niet aangemerkt als civielrechtelijke stuitingshandeling.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: voor een aanmaning geldt niet de eis van een ondubbelzinnig voorbehoud

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:7499
  • 200.125.862

In art. 3:317 lid 1 BW is bepaald dat stuiting plaatsvindt door ofwel een aanmaning, ofwel een schriftelijke mededeling waarin de schuldeiser zich ondubbelzinnig zijn recht nakoming voorbehoudt. De verzonden brieven zijn aan te merken als aanmaningen, waarvoor de eis dat [appellant] zich ondubbelzinnig zijn recht op nakoming voorbehoudt, niet geldt. Stuiting van verjaring is daarmee bereikt. Als op een brief de advocaat van de geadresseerde reageert met verwijzing naar de verzonden brief mag van ontvangst van brieven aan het bewuste adres worden uitgegaan. (ECLI:NL:HR:2013:BZ4104).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: vordering wegens niet aanzeggen rente verjaard

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSH E:2014:4450
  • HD 200.122.417/01

De dag waarop [appellant] bekend is geworden met de schade en met de daarvoor aansprakelijke persoon kan op het laatst gesteld worden op 14 april 2004 toen de rechtbank oordeelde dat de wettelijke rente niet aan advocaaat 1 is aangezegd. Of sprake is van eerdere bekendheid is niet van belang omdat ook als de verjaringstermijn van vijf jaren pas is gaan lopen op 14 april 2004 de vordering verjaard is. Er is geen sprake van stuiting bij brief van 9 augustus 2004 omdat daarin alleen de wettelijke rentevordering jegens een andere partij werd gestuit. Een terloopse opmerking over een voorbnehoud voor alle rechten is daartoe onvoldoende. De betrokkene ontkent de brief waarin de vordering wel is gestuit te hebben ontvangen. Op appellant rust de bewijslast van de verzending (HR 20-12-2013, ECLI:NL:HR:2013:2064), heeft geen bewijsaanbod gedaan en ook in eerste aanleg niet gespecificeerd aangeboden om te bewijzen dat zij de brief van 6 maart 2007 daadwerkelijk heeft verzonden. De verzending van deze brief is dus niet komen vast te staan, zodat zij in de onderhavige procedure niet als stuitingshandeling kan gelden.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: WAM-verjaring na 3 jaar laat 5-jarige verjaringstermijn jegens veroorzaker onverlet, ook na doorstuiting WAM-verjaring

  • Hof Amsterdam
  • ECLI:NL:GHAMS:2014:3050
  • 200.134.145/01

Ongeval 1996. WAM-verjaring is gestuit door onderhandelingen met verzekeraar (art 10 lid 1 WAM) , totdat verzekeraar de onderhandelingen in 2004 heeft afgebroken. Niet ter discussie staat dat onderhandelingen met verzekeraar ook stuitende werking hebben richting aansprakelijke partij (doorstuiting). Verzekeraar en aansprakelijke partij stellen dat de nieuwe termijn die in 2004 voor de verjaring van de rechtsvordering tegen de aansprakelijke partij is gaan lopen drie jaar bedraagt, zoals art. 10 lid 5 WAM bepaalt. Het hof oordeelt echter dat de nieuwe verjaringstermijn vijf jaar is. Art. 10 lid 5 WAM gaat uitsluitend over de verhouding tussen de benadeelde en de verzekeraar. Noch art. 10 WAM, noch enige andere wettelijke bepaling biedt een aanknopingspunt voor de juistheid van de stelling dat de nieuwe termijn voor de verjaring van de vordering tegen de aansprakelijke persoon ging lopen drie jaar is en niet vijf jaar (ex art 3: 310 BW) wordt genoemd. Verjaring jegens aansprakelijke partij tijdig gestuit in 2009.

Lees verder