Jurisprudentie

HR: bij aansprakelijkheid q.q. voor zoon, pro se belang bij proces

  • Hoge Raad
  • 21 april 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:757
  • 16/01604

De destijds veertienjarige zoon van eisers heeft de toen vijftienjarige dochter van verweerster doodgestoken, opgehitst door anderen. De rechtbank achtte de ouders als vertegenwoordiger van de zoon en daarnaast voor zichzelf aansprakelijk. Het hof oordeelde in beroep dat deze geen belang hebben bij het beroep omdat zij hetzij als vertegenwoordiger hetzij voor zichzelf aansprakelijk zijn. Linksom of rechtsom moeten zij betalen terwijl; zij als zij voor zichzelf aansprakelijk zijn dekking vinden op hun AVP-polis. Dat is een onjuiste rechtsopvatting omdat het verzekerd zijn niet met zich meebrengt dat de ouders geen belang hebben. (Door veroordeling als vertegenwoordiger van de zoon heeft de benadeelde een vordering op het vermogen van de dader zelf, niet op dat van de ouders van de dader. Dat is anders als de ouders pro se aansprakelijk zijn).

Lees verder

Jurisprudentie

HR: devolutieve werking van appel, rechter moet onderzoeken of sprake is van OPS

  • Hoge Raad
  • ECLI:NL:HR:2015:838
  • 14/02633

Werknemer is bij het verrichten van werkzaamheden werkgever – leverancier van kleurenmengsystemen- blootgesteld aan oplosmiddelen. Hij stelt als gevolg van de blootstelling te lijden aan OPS en acht de werkgever aansprakelijk. De kantonrechter nam aan dat sprake was van OPS, maar oordeelde dat de werkgever niet was tekortgeschoten in zijn zorgplicht. Het hof heeft de vordering alsnog toegewezen omdat de werkgever onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij op geen enkel punt is tekortgeschoten in het nemen van maatregelen. In cassatie stelt de werkgever dat het hof de devolutieve werking van het hoger beroep heeft miskend. De Hoge Raad acht het cassatiemiddel gegrond. De Hoge Raad oordeelt dat de geïntimeerde (werkgever) die in eerste aanleg in het gelijk is gesteld, het verweer dat hij in eerste aanleg heeft gevoerd, maar dat door de rechter buiten behandeling is gelaten of is verworpen, niet door een incidenteel appel aan het oordeel van de appelrechter behoeft voor te leggen. De devolutieve werking van het appel brengt mee dat dit verweer alsnog dan wel opnieuw moet worden beoordeeld. Het hof had moeten nagaan of voldoende is komen vast te staan dat werknemer lijdt aan OPS en dat de oplosmiddelen tot diens OPS hebben geleid. Volgt verwijzing naar een ander hof.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: hoger beroep deelgeschilprocedure moet bij dagvaarding, niet bij beroepsschrift (2)

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:6362
  • 200.148.523

Verzoeker (benadeelde) is beroepsschrift in hoger beroep gekomen van de beschikking in deelgeschil. Het hof is van oordeel dat het hoger beroep, na daarvoor in de bodemprocedure verkregen verlof, bij dagvaarding moet worden ingeleid. Het hof verwijst naar de parlementaire geschiedenis. Van een beschikking in deelgeschilprocedure kan, voor zover zij bindende eindbeslissingen bevat, hoger beroep worden ingesteld als van een tussenvonnis. Er is dus in wezen sprake van een hoger beroep in de bodemprocedure. De behandeling in het hoger beroep dient derhalve plaats te vinden conform de regels van de dagvaardingsprocedure. Hieruit volgt dat dit geding met een dagvaarding dient te worden ingeleid. Het hof beveelt dat de onderhavige procedure in de stand waarin deze zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure in hoger beroep.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: hoger beroep deelgeschilprocedure moet bij dagvaarding, niet bij beroepsschrift (1)

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:6361
  • 200.143.203

Verzoeker (benadeelde) is beroepsschrift in hoger beroep gekomen van de beschikking in deelgeschil. Het hof is van oordeel dat het hoger beroep, na daarvoor in de bodemprocedure verkregen verlof, bij dagvaarding moet worden ingeleid. Het hof verwijst naar de parlementaire geschiedenis. Van een beschikking in deelgeschilprocedure kan, voor zover zij bindende eindbeslissingen bevat, hoger beroep worden ingesteld als van een tussenvonnis. Er is dus in wezen sprake van een hoger beroep in de bodemprocedure. De behandeling in het hoger beroep dient derhalve plaats te vinden conform de regels van de dagvaardingsprocedure. Hieruit volgt dat dit geding met een dagvaarding dient te worden ingeleid. Het hof beveelt dat de onderhavige procedure in de stand waarin deze zich bevindt, wordt voortgezet volgens de regels die gelden voor de dagvaardingsprocedure in hoger beroep.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: Hof heeft eigen schuldverweer onvoldoende onderzocht

  • Hoge Raad
  • ECLI:NL:HR:2014:214
  • 12/06001

Arubaanse zaak. Aanrijding tussen achteruitrijdende auto en motorrijder zonder rijbewijs. Devolutieve werking van hoger beroep. De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende is ingegaan op het verweer van de automobilist/verzekeraar dat bij de vaststelling van de schadevergoeding rekening dient te worden gehouden met eigen schuld van de motorrijder. Het hof heeft de vordering van de motorrijder afgewezen en is derhalve niet toegekomen aan het beroep van de automobilist/verzekeraar op eigen schuld. Op grond van de devolutieve werking van het hoger beroep was het hof gehouden om, bij gegrondbevinding van een of meer grieven, alsnog dit beroep op eigen schuld te onderzoeken. Noch uit het tussenvonnis noch uit het eindvonnis blijkt dat het hof dit onderzoek heeft verricht.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: Afwijzing verzoek wegens onvoldoende onderbouwing causaliteit

  • Rechtbank Rotterdam
  • BZ0819
  • 414452 / HA RK 12-976

Regels die gelden voor de bepaling van de mate van a.o. ingevolge de WAO of WIA komen niet overeen met de normen waaraan een vordering vanwege verlies aan verdienvermogen dient te worden getoetst (namelijk causaliteit). De aansprakelijke partij dient daarover een volwaardig debat in rechte te kunnen voeren, in welk kader zo nodig ook bewijsvoering, eventueel in de vorm van tegenbewijs, aan de orde kan komen. Daarom is eerst nader onderzoek naar de medische causaliteit nodig voordat de juridische causaliteit kan worden beoordeeld.
Voor het oordeel dat de gemaakte kosten niet voor begroting in aanmerking komen of op nihil begroot moeten worden moet sprake zijn van misbruik van het processuele middel van een verzoekschrift ex artikel 1019w Rv. Bij de toetsing van de redelijkheid komt wel betekenis toe aan het antwoord op de vraag of het voorgelegde deelgeschil zodanig onderbouwd is dat een toewijzende beslissing daarop mogelijk is.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: benadeelde heeft geen recht op inzage in correspondentie tussen verzekeraar en verzekerde

  • Hof Arnhem
  • BX4091
  • 200.094.333t

Medische aansprakelijkheid. Benadeelde vordert in incident (art 843a Rv) om hem inzage te verschaffen in alle correspondentie die het ziekenhuis en/of de arts aan MediRisk heeft gezonden in het kader van de aansprakelijkstelling. Het hof wijst de vordering af en overweegt daarbij dat de eiser op grond artikel 843a lid 1 Rv. een rechtmatig belang moet hebben bij de inzage. Aan het maatschappelijk belang dat een ieder zich vrijelijk en zonder vrees voor openbaarmaking van het besprokene om bijstand en advies tot haar verzekeringsmaatschappij kan wenden zou afbreuk worden gedaan in geval er een verplichting zou bestaan tot openbaarmaking van de genoemde correspondentie en gespreksverslagen. Bovendien heeft iedere partij een eigen recht om haar verdediging in vrijheid en beslotenheid voor te bereiden.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om voorlopig deskundigenbericht 11 jaar na ongeval afgewezen

  • Rechtbank Alkmaar
  • ongepubliceerd
  • 379632 EJ VERZ 11-52 WG

Verzoek om voorlopig deskundigenbericht in 2011 ter vaststelling van causaliteit tussen klachten en ongeval in 2000. De kantonrechter wijst het verzoek af wegens strijd met de goede procesorde. De kantonrechter overweegt daarbij
dat juist gelet op de sinds het ongeval verstreken tijd en de nog altijd bestaande onduidelijkheid over de toedracht aan de stelplicht van de verzoekende partij hoge eisen worden gesteld, waaraan zij niet heeft voldaan. Dat geldt te meer nu de verzoekende partij onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat überhaupt causaal verband tussen het ongeval en de klachten zou (kunnen) bestaan. (vervolg)

Lees verder

Jurisprudentie

2011 Rb (in k.g.): rechtbank verbiedt benadeelde tenuitvoerlegging van vonnis in deelgeschil

  • Rechtbank Zutphen
  • 119265 / KG ZA 11-16

Executiegeschil naar aanleiding van veroordeling in deelgeschil. Verzekeraar was in deelgeschil in het gelijk werd gesteld, maar wel veroordeeld tot betaling BGK ad € 2209,72. Benadeelde heeft deze beschikking laten betekenen door deurwaarder. Verzekeraar vordert in kort geding een verbod tot tenuitvoerlegging van de executie, omdat verzekeraar in minnelijke fase al € 3500 meer heeft betaald dan waartoe zij in het deelgeschil was veroordeeld. De rechtbank wijst de vordering toe.

Lees verder