Jurisprudentie

Hof: voldoende aannemelijk dat aanrijding in scene is gezet, vordering in kort geding afgewezen

  • Hof Den Haag, Ongepubl. jurisprudentie
  • 27 juni 2017
  • 200.202.319/01

Appellant vordert vergoeding van schade aan auto van casco-verzekeraar en WAM-verzekeraar. In deze zaak is in geschil of de door appellant gestelde schade het gevolg is van een authentieke (niet-geënsceneerde) aanrijding, zoals appellant heeft gesteld en verzekeraars hebben bestreden. 1. Het hof oordeelt dat de bewijslast dat t.a.v. de authenticiteit van de aanrijding op appellant rust. 2. Voor de uitkomst van dit kort geding – welke procedure zich niet leent voor bewijslevering-, is deze bewijslastverdeling overigens niet doorslaggevend. Het hof is van oordeel dat verzekeraars voldoende aannemelijk hebben gemaakt dat de aanrijding is geënsceneerd. Dit oordeel is gebaseerd op de volgende omstandigheden: appellant en betrokkene wonen vlak bij elkaar, terwijl de aanrijding elders heeft plaatsgevonden, betrokkene heeft zonder duidelijke reden een veel langere route gereden dan de kortste; de verklaring dat hij tijdens de rit niet heeft stilgestaan is niet in overeenstemming met de ritregistratie.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: whiplash naar Duits recht, deskundigenbericht ter vaststelling causaal verband

  • Rechtbank Gelderland
  • 28 juni 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:3987
  • C/05/302179 / HA ZA 16-245 / 167

Whiplash na aanrijding met hoge snelheid in Duitsland; Duits recht is van toepassing. De rechtbank stelt vast dat de verzekeraar niet heeft weersproken dat er in Duitsland vier categorieën whiplashtrauma (cat. 1: snelheid minder dan 10 km/uur: in beginsel geen letsel is. Cat. 2 snelheid tussen 10 en 50 km/uur. Cat. 3 snelheid tussen 50 en 80 km/uur en Cat 4. dodelijke ongevallen.) en dat sprake is van een cat. 3 ongeval. De rechtbank concludeert op grond van uitspraken dat naar Duits recht ten aanzien van de bewijslevering geen absolute of onomstotelijke zekerheid vereist is en evenmin een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid, maar een in de praktijk bruikbare graad van zekerheid, “die twijfel het zwijgen oplegt”. De overgelegde rapportages van de arbeidsdeskundige en de verzekeringsarts leveren naar het oordeel van de rechtbank voldoende aanwijzingen op voor de conclusie dat sprake kan zijn (geweest) van een whiplash. De rechtbank ziet aanleiding om een deskundige te benoemen om te beoordelen of, en zo ja in hoeverre, de gestelde klachten het gevolg zijn van het ongeval.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: maandelijks voorschot toegekend wegens gemiste pgb’s voor zorg voor kinderen

  • Rechtbank Gelderland
  • 21 juli 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:3854
  • C/05/318357 / HZ RK 17-17

Verzoek om voorschot wegens verlies van arbeidsvermogen, onder meer door het missen van pgb’s. Benadeelde heeft 4 kinderen met autisme, voor wie hij vóór het ongeval de zorg had en waarvoor hij pgb’s ontving. Na het ongeval kon hij geen zorgtaken meer verrichten en ontving hij minder aan pgb’s. 1. De rechtbank stelt voorop dat het wettelijk systeem van de pgb’s met zich brengt dat de geïndiceerde zorg per definitie ‘bovengebruikelijke’ zorg betreft, hetgeen met zich brengt dat de vergoeding voor deze verrichte zorg – ook indien door een ouder verricht – moet worden aangemerkt als inkomen voor verrichte arbeid. De rechtbank oordeelt dat voldoende is dat benadeelde aannemelijk maakt dat zijn schade groter is dan de reeds verstrekte voorschotten en is nadere informatie op dit punt niet noodzakelijk. Bovendien is door de Sociale Verzekeringsbank reeds getoetst of de aan benadeelde verstrekte bedragen uit de pgb’s zijn gegrond op een met hem gesloten zorgovereenkomst en voldoen aan de afgegeven indicatie. De rechtbank veroordeelt verzekeraar om van september 2016 tot juli 2017 maandelijks een voorschot van € 2.000,00 te betalen. 2. Kosten deelgeschil: € 8.614,81.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: fietser valt over betonnen randje, zaak vanwege bewijslevering niet geschikt voor deelgeschil

  • Rechtbank Gelderland
  • 18 januari 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4129
  • c/05/290791 / HA RK 15-156

Benadeelde stapt bij wegafzetting van fiets, komt ten val over een betonnen randje en breekt haar bekken. Zij stelt de gemeente aansprakelijk ex art 6:174 BW. 1. De rechtbank overweegt dat doorslaggevend bewijs omtrent de situatie niet voorhanden is. Beide partijen hebben hun standpunt met foto’s toegelicht, die niet eenzelfde beeld van de situatie ter plaatste. Zonder nadere instructie, waarschijnlijk in de vorm getuigenverhoren, kunnen daarom de door benadeelde gestelde omstandigheden waaronder zij is gevallen niet worden vastgesteld. De met dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen. Het verzoek stuit daarom af op artikel 1019z Rv. 2. Kosten deelgeschil begroot op € 4.677,23 (gevorderd: € 8.455,97).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: geen causaal verband ongeval en knie- en psychische klachten, schouderklachten wel

  • Rechtbank Gelderland
  • 14 juni 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4006
  • C/05/249568 / HA ZA 13-586

De rechtbank oordeelt op basis van deskundigenberichten dat er geen causaal verband bestaat tussen de knieklachten en psychische klachten van benadeelde en het ongeval van 2002. Thans moet beoordeeld worden in hoeverre het door het ongeval veroorzaakte schouderletsel voor benadeelde schade heeft veroorzaakt. Hiertoe acht de rechtbank het inwinnen van deskundigenberichten door een verzekeringsarts, arbeidskundige en een financieel specialist noodzakelijk. De rechtbank gelast een comparitie om zich hierover uit te laten.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verlies van arbeidsvermogen, weging goed en kwade kansen valt in het nadeel van benadeelde uit

  • Hof Den Bosch
  • 25 juli 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3351
  • C/13/612993 / HA ZA 16-772

Benadeelde heeft bij ongevallen in 2008 en 2011 letsel opgelopen; hij vordert schade wegens verlies van arbeidsvermogen. 1. Het hof oordeelt vervolgens dat gezien de omstandigheden (geen afgeronde opleiding, alleen korte dienstverbanden, detentie, eerdere rugklachten) heeft benadeelde onvoldoende gesteld om te kunnen concluderen dat redelijkerwijs verwacht had kunnen worden dat hij zonder de ongevallen een wezenlijk hoger inkomen zou hebben kunnen verwerven dan hij daadwerkelijk heeft verworven en nog zal verwerven. Aan de stelplicht van benadeelde mogen weliswaar geen strenge eisen worden gesteld, maar gezien de vordering ligt de relevantie van de ontbrekende informatie voor de hand. Benadeelde heeft onvoldoende gesteld om ten behoeve van de afweging van goede en kwade kansen, de goede kansen verder in te kunnen schatten dan het feit dat hij gemotiveerd is om te gaan werken. Als kwade kansen worden o.a. aangemerkt het ontbreken van scholing na de basisschool, een arbeidsverleden dat tot 2000 loopt en bestaat uit korte dienstverbanden en de al vóór het eerste ongeval bestaande medische beperkingen. De afweging van goede en kwade kansen valt naar het oordeel van het hof in het nadeel van benadeelde uit.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bromfietser botst tegen boom, deskundigenbericht gelast ter vaststelling aansprakelijkheid wegbeheerder

  • Hof Den Bosch
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3308
  • 200 191 699_01

Bromfietser botst in het donker na flauwe bocht op in de berm geplante boom en loopt letsel op. Hij stelt de provincie als wegbeheerder aansprakelijk. Het hof oordeelt dat noodzakelijk is dat duidelijk is wat voor de weggebruiker op het fietspad ter plaatse van het ongeval onder vergelijkbare (weers)omstandigheden waarneembaar is. Die duidelijkheid is er thans nog niet. Om te kunnen beoordelen of in het onderhavige geval sprake is van een gebrekkige opstal (artikel 6:174 BW) dan wel een onrechtmatige gevaarzetting (artikel 6:162 BW) acht het hof van belang op welke afstand, op zijn vroegst zichtbaar was dat het fietspad een bocht naar rechts maakt. Het hof acht in dit stadium, voordat verdere beslissingen worden genomen, op dit punt een deskundigenbericht noodzakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

HR en AG: geen beperking aanvullende bewijskracht partijgetuige

  • Hoge Raad
  • 7 juli 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:1271
  • 16/02736

De HR volgt het parket zonder motivering met een beroep op art. 81 RV. De beperkte bewijskracht van een partijgetuigenverklaring bij een bewijsrisico voor die partij niet als deze strekt tot aanvulling van onvolledig bewijs, art. 164 lid 2 Rv. Dit is een uitzondering op de bewijsrechtelijke uitgangspunten dat bewijs kan worden geleverd door alle middelen (art. 152 lid 1 Rv) en dat de rechter vrij is in zijn bewijswaardering (art. 152 lid 2 Rv). Daaraan ligt de gedachte ten grondslag dat de waarheidsvinding zoveel mogelijk moet worden bevorderd en daarom terughoudendheid moet worden betracht bij het stellen van bewijsbelemmerende voorschriften. Het 2e cassatiemiddel ziet over het hoofd de eerste aansprakelijkheidspijler over het hoofd en wel de aansprakelijkheid van Ikea voor door Ikea en door haar ingeschakelde hulppersonen onvoldoende verrichte gladheidsbestrijding.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: benadeelde moet bewijs leveren van arbeidsongeschikt en gesloten arbeidsovereenkomst

  • Hof Den Bosch
  • 27 juni 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2888
  • 200.194.131_01

Ongeval 2009. Schade wegens verlies van arbeidsvermogen door ongeval? 1. Het hof oordeelt dat op basis van de beschikbare gegevens niet kan worden geoordeeld dat appellant zodanig gewond is geraakt bij het verkeersongeval dat hij daardoor arbeidsongeschikt is geraakt. Het hof draagt appellant op zijn huisartsendossier over 2009-2010 over te leggen. 2. Het hof oordeelt dat appellant met de ondertekende arbeidsovereenkomst vooralsnog voldoende heeft onderbouwd dat hij in 2009 als chauffeur bij transportbedrijf NV in dienst zou treden. De betwisting dat een dergelijke arbeidsovereenkomst is gesloten, is echter voldoende serieus te nemen. Zo roept het onder meer vragen op dat de overeenkomst kennelijk na het ongeval pas is ondertekend. Het hof laat appellant toe te bewijzen dat hij met transportbedrijf NV een arbeidsovereenkomst had gesloten.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: blootstelling aan asbest niet aannemelijk gemaakt, werkgever niet aansprakelijk

  • Hof Amsterdam
  • 6 juni 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:2121
  • 200.184.617/01

Werknemer is in 2014 overleden aan mesothelioom. Zijn erfgename stelt de werkgever aansprakelijk. 1. Het hof volgt appellante niet in haar stelling dat zij in het kader van bewijslevering kon volstaan met het aannemelijk maken dat werknemer aan asbest is blootgesteld, in die zin dat hij werkzaam is geweest in gebouwen of schepen waarin asbest was verwerkt. appellante zal in voldoende mate aannemelijk moeten maken, dat hij in aanraking is geweest met asbesthoudende vezels. 2. Het hof oordeelt dat de omkeringsregel niet van toepassing is, aangezien deze niet ziet op de schadeveroorzakende gebeurtenis maar slechts op de bewijslast ten aanzien van de causaliteit. 3. Appellante heeft naar het oordeel van het hof niet bewezen dat werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden is blootgesteld aan asbest.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werknemer toegelaten tot bewijs dat collega werkgever heeft gevraagd om extra steiger

  • Hof Amsterdam
  • 30 mei 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:2057
  • 200.192.008/01

Werknemer –dakdekker- loopt in 2009 schouderklachten op, als hij een draai maakt om vuilniszakken van het dak naar beneden te laten zakken. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk ex art. 7:658 BW, omdat niet aan de zorgplicht is voldaan. Het hof neemt als vaststaand aan dat schouderklachten zijn opgelopen in de uitoefening van de werkzaamheden. Het debat van partijen spitst zich toe op de vraag of werkgever gehouden was ook aan de achterzijde van het pand een steiger te plaatsen. Daartoe bestond naar het oordeel van het hof bij de aanvang van de werkzaamheden geen aanleiding omdat de chef monteur, die de situatie ter plaatse tevoren had beoordeeld, niet kon weten dat er in de goot aan de achterzijde een aanzienlijke hoeveelheid vuil lag. Werknemer heeft echter gesteld dat werkgever hiervan later op de hoogte is gebracht, wat door de werkgever wordt betwist. Het hof laat werknemer toe zijn stelling te bewijzen zijn collega heeft gebeld en heeft gevraagd om plaatsing van een extra steiger aan de achterzijde van het pand.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: beginsel hoor en wederhoor betekent niet dat arts zonder meer moet worden gehoord

  • 23 maart 2017
  • ECLI:NL:RBNHO:2017:2391
  • C/14/158417 / HA RK 14-155

Medische aansprakelijkheid, benadeelde acht ziekenhuis aansprakelijk wegens gemiste fractuur. Benadeelde verzoekt de rechtbank om te bepalen dat in het gezamenlijk verzoek aan de deskundige niet wordt opgenomen het verzoek om in het kader van hoor en wederhoor de betrokken arts te horen. 1. De rechtbank overweegt dat het aan de deskundige is om te bepalen op welke wijze hij zijn onderzoek inricht. Het staat de deskundige in dat kader vrij om, indien hij dat voor zijn onderzoek noodzakelijk of nuttig acht, de betrokken arts te horen. Dit is tot uitdrukking gebracht in de Leidraad deskundigen in civiele zaken. Het standpunt van de verzekeraar dat het beginsel van hoor en wederhoor er zonder meer toe noopt dat de betrokken arts wordt gehoord, onderschrijft de rechtbank niet. Aan dit beginsel wordt inhoud gegeven door beide partijen de gelegenheid te bieden om te reageren op het concept-rapport van de deskundige. De rechtbank wijst het verzoek toe en wijzigt de vraagstelling in “het staat u vrij de betrokken arts te horen indien u dat noodzakelijk acht (..) “. 2. Kosten deelgeschil: € 3.228,78.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: toedracht ongeval staat niet vast, geen aansprakelijkheid

  • Rechtbank Amsterdam
  • 1 juni 2017
  • ECLI:NL:RBAMS:2017:3760
  • C/13/613294 / HA RK 16-298

Botsing tussen scooter (verzoeker) en motorfiets (verweerder). 1. Naar het oordeel van de rechtbank is de door verzoeker gestelde toedracht van het ongeval niet vast komen te staan. Met verzoeker is de rechtbank van oordeel dat het een ernstig feit is dat verweerder tijdens het getuigenverhoor een onjuist beeld heeft geschetst over het eerste contact met de getuige. Dit betekent echter niet dat de verklaring van verweerder als ongeloofwaardig dient te worden beschouwd. De rechtbank kent geen doorslaggevende betekenis toe aan de verklaring van verzoeker, omdat hij partijgetuige is. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 3.801,63.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: toedracht waterski-ongeval bewezen –behoudens tegenbewijs-, comparitie gelast

  • Hof Den Bosch
  • 23 mei 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2271
  • 200.172.274/01

Benadeelde gaat op boot van buurman meevaren en waterskiën. Hij loopt –als onervaren waterskiër- ernstig letsel op als hij tijdens het waterskiën uit de bocht vliegt en op de stenen terecht komt. Benadeelde acht de buurman aansprakelijk, omdat hij onrechtmatig heeft gehandeld, door een gevaarlijke manoeuvre uit te halen door tijdens een grote ronde de waterkant te snel en te dicht te naderen, waardoor hij is ‘gekatapulteerd’. De buurman stelt dat het incident het gevolg is van een ongelukkige samenloop van omstandigheden en heeft plaatsgevonden in een – recreatieve – sport- en spelsituatie. 1. Het hof acht op grond van verklaringen voorshands – behoudends tegenbewijs – bewezen dat benadeelde letsel heeft opgelopen doordat hij met zijn lichaam op of tegen de waterkant is geklapt. 2. Het hof gelast, alvorens verder te oordelen, een comparitie om te spreken over eventueel tegenbewijs, de vraag of sprake is van een onrechtmatige daad of van een sport- en spelsituatie, eigen schuld en de schade.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om een voorlopig deskundigenbericht door een psychiater vanwege seksueel misbruik toegewezen

  • Rechtbank Gelderland
  • 29 mei 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:2870
  • C/05/317275/HA RK 17-65

Benadeelde acht stichting jeugdbescherming aansprakelijk voor schade door seksueel misbruik in een pleeggezin van 1998 t/m 2000 en verzoekt om voorlopig deskundigenbericht door psychiater. Door Schadefonds Geweldsmisdrijven is smartengeld van € 25.000,- toegekend; de overige schade is afgewezen. De stichting stelt dat benadeelde geen belang heeft bij zijn verzoek omdat een eventuele vordering is verjaard. De rechtbank wil niet vooruit lopen op een eventuele procedure. Slechts indien zonder meer duidelijk is dat het beroep op verjaring zal slagen, kan worden geoordeeld dat verzoeker geen belang heeft bij het door hem verzochte onderzoek. Dat causaal verband volgens SJG ontbreekt staat aan toewijzing van het verzoek evenmin in de weg. Het verzoek strekt er juist toe het eventuele bestaan van een verdergaande schadevergoedingsplicht te doen onderzoeken. Verzoek toegewezen.

Lees verder