Jurisprudentie

Hof: benadeelde niet geslaagd in bewijs mishandeling door (ex-) partner

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 10 oktober 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:8781
  • 200.143.603/01

In eerder tussenarrest heeft het hof benadeelde (appellante) opgedragen te bewijzen dat haar (inmiddels ex-)partner haar in 2009, terwijl zij tegenover elkaar op bed zaten, met zijn vuist op het rechteroog heeft geslagen en dat zij daarbij het door de huisarts vastgestelde letsel heeft opgelopen. Het hof acht benadeelde niet geslaagd in het leveren van het bewijs van de door haar gestelde toedracht van een schermutseling tussen haar en haar partner.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: toedracht ongeval tussen twee fietsers tijdens inhalen staat niet vast, vordering afgewezen

  • Hof Den Bosch
  • 19 september 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:4109
  • 200.194.138_01

Eiser op elektrische fiets wordt ingehaald door gedaagde op mountainbike. De fietsers raken elkaar; eiser komt ten val en loopt letsel op. Gedaagde stelt dat eiser tijdens het inhalen plotseling naar links kwam. De door de eiser gestelde feitelijke toedracht – dat hij rustig rechtdoor fietste zonder uit te wijken en dat de hem inhalende fietser onvoldoende afstand hield en tijdens het inhalen tegen zijn arm aanfietste – is niet komen vast te staan. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband tussen schoonmaakwerkzaamheden en polsletsel onvoldoende onderbouwd, werkgever niet aansprakelijk

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 20 september 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:4692
  • 5496570

Interieurverzorgster heeft polsletsel opgelopen en stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW/ art 7:611 BW voor de schade door het niet ter beschikking stellen van afdoende ergonomische schoonmaakmiddelen.1.Het is in het kader van de toepassing van art.7:658 BW aan de werknemer om te bewijzen dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan. Het beroep dat werkneemster doet op arbeidsrechtelijke omkeringsregel wordt verworpen. Voor een vermoeden dat de gezondheidsschade is veroorzaakt door de omstandigheden waarin de werkzaamheden zijn verricht is geen plaats in het geval het verband tussen de gezondheidsschade en de arbeidsomstandigheden te onzeker of te onbepaald is. 2. De stelplicht en bewijslast omtrent dat causaal verband rusten dus onverminderd op werkneemster. Zij heeft haar stelling dat de schade in de uitoefening van het werk is ontstaan onvoldoende onderbouwd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, arbeidsongeval met betwiste toedracht leent zich niet voor deelgeschil; procedure volstrekt onnodig ingesteld

  • Rechtbank Rotterdam
  • 14 april 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:7335
  • 5740839 VZ VERZ 17-2808

Stuurman valt overboord van binnenvaartschip en overlijdt. Verzoekster verzoekt verklaring voor recht dat de werkgever aansprakelijk is ex art 7:658 BW. 1. De kantonrechter overweegt dat, gezien de uiteenlopende standpunten van partijen, zonder verder bewijs, niet vast dat de kapitein verzuimd heeft de stuurman te wijzen op zijn verplichting zijn zwemvest aan te trekken. Sterker nog, er staat niet eens vast of [de stuurman het zwemvest al dan niet droeg. Bij deze stand van zaken is naar het oordeel van de kantonrechter bewijslevering dan ook geïndiceerd. De kantonrechter komt tot het oordeel dat het verstrekken van een of meerdere bewijsopdrachten naar verwachting zal leiden tot een zodanig uitvoerige procedure, met alle daarmee gepaard gaande hoeveelheid tijd, kosten en moeite, dat dit zich niet verhoudt met de aard van de onderhavige deelgeschilprocedure. 2. De kosten van de procedure worden niet begroot, nu de procedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: door aggravatie niet vastgesteld dat klachten aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Gelderland
  • 13 september 2017
  • C/05/313155 / HA ZA 16- 645

Whiplash, ongeval 2012. Vonnis na deskundigenbericht door neuroloog, neuropsycholoog en psychiater. De neuropsycholoog heeft gerapporteerd dat benadeelde aggraveert. De rechtbank overweegt dat uit de inconsequentheden en het aggraveren van de cognitieve klachten tijdens het neurologpsychologisch onderzoek niet zonder meer volgt dat er in het geheel geen sprake is van reële klachten. Anderzijds is het, nu gebleken is dat “duidelijk sprake is van aggravatie”, niet mogelijk vast te stellen of en van welk deel van de klachten wél mag worden aangenomen dat die klachten aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Het feit dat in de informatie uit de behandelende sector sinds het ongeval consequent wordt gesproken over nekpijn, hoofdpijn, concentratie-, aandacht-, en vermoeidheidsklachten doet daar naar het oordeel van de rechtbank niet aan af, temeer daar die informatie steeds gebaseerd is op de klachtenweergave van benadeelde zelf. De rechtbank oordeelt dat niet gebleken is van medisch objectiveerbare aandoeningen, dat geen van de deskundigen het bestaan van reële cognitieve klachten heeft kunnen vaststellen en dat er gelet op de aggravatie niet van kan worden uitgegaan dat de door genoemde klachten aanwezig, reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever niet aansprakelijk voor depressie werknemer

  • Rechtbank Den Haag
  • 31 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:9803
  • 5818040 RL EXPL 17-7132

Werknemer stelt werkgever ex art 7:658 en 6:162 BW aansprakelijk voor depressie als gevolg van slechte werkomstandigheden, onder meer door pesten en hoge werkdruk. Werkgever stelt dat werknemer geen bewijs heeft geleverd van de omstandigheden en dat er sprake was van een recidiverende psychische stoornis. De kantonrechter overweegt dat er causaal verband moet bestaan tussen die werkzaamheden en die psychische schade en dat een werkgever pas maatregelen kan nemen als hij bekend is met de klachten van de werknemer. Werkgever heeft onweersproken naar voren gebracht dat werknemer geen klachten heeft geuit. Onder deze omstandigheden was het onmogelijk voor de werkgever om rekening te houden met een bijzondere kwetsbaarheid van werknemer. Werkgever droeg daarvan simpelweg geen kennis. Dat betekent dat werkgever geen maatregelen heeft kunnen treffen om schade te voorkomen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: burn-out, werknemer moet bewijzen dat hij voldoende heeft geklaagd over overbelasting

  • Hof Amsterdam
  • 4 april 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:1181
  • 200.177.091/01

Werkgeversaansprakelijkheid. Werknemer – Hoofd Economisch-Administratieve Dienst -acht werkgever aansprakelijk voor burn-out als gevolg van ziekmakende omstandigheden, zoals extreem hoge werkdruk en onderbezetting. De rechtbank had zijn vordering afgewezen. 1. Het hof oordeelt dat de arbeidsrechtelijke omkeringsregel niet van toepassing is. 2. Veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat de door werknemer ontwikkelde klachten het gevolg zijn van overbelasting in de uitoefening van zijn werkzaamheden en dat die klachten uiteindelijk tot een burn-out hebben geleid, doet zich de vraag voor of werknemer op voldoende klemmende wijze heeft geklaagd over de overbelasting. Gelet op de gemotiveerde betwisting door werkgever is het aan werknemer zijn stelling te bewijzen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplashklachten onvoldoende onderbouwd, mede gezien pre-existente klachten, BGK en kosten deelgeschil afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 8 september 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:4869
  • C/01/318769 / EX RK 17-42

Ongeval 2008, whiplash, eerdere (whiplash)klachten in 2000. 1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft benadeelde onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat sprake is van een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten. Het door benadeelde overgelegde huisartsenjournaal loopt maar tot 2013. Daarnaast valt op dat benadeelde pas 10 dagen na het ongeval voor het eerst zijn huisarts raadpleegt. Er is geen sprake van een consequent en blijvend patroon van de gestelde klachten. Het gaat immers op het eerst gezicht niet steeds om dezelfde klachten. Het voorgaande klemt temeer, nu vaststaat dat benadeelde relevante pre-existente klachten kende en nog kent. 2. BGK doorstaan dubbele redelijkheidstoets niet. 3. Kosten deelgeschil niet begroot, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld.

Lees verder

Vaknieuws

Dirkzwager advocaten: “A-G mr. Wuisman: de Hoge Raad geeft in ZA/De Greef (2001) geen rechtsregel”

  • Assurantie Magazine, Hoge Raad
  • 15 september 2017
  • Henriek Kragt

De Hoge Raad geeft in Zwolsche Algemeene/De Greef (2001) geen rechtsregel dat ‘niet al te hoge eisen aan het bewijs van het oorzakelijke verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten kunnen worden gesteld’, aldus A-G mr. Wuisman in zijn conclusie bij HR 8 september 2017. “De vaste jurisprudentie (…), betreft het bewijs van het verband tussen een ongeval en whiplashklachten. Bij het citaat sub 2.7 uit het arrest van 8 juni 2001 van de Hoge Raad (arrest Zwolsche Algemeene/De Greeff) past de aantekening dat de Hoge Raad met de passage dat “niet al te hoge eisen aan het bewijs van het oorzakelijke verband tussen het ongeval en de gezondheidsklachten kunnen worden gesteld” aanhaakt bij een in cassatie niet bestreden oordeel van het hof. De passage geeft derhalve niet een eigen oordeel van de Hoge Raad weer. Dat is met name in lagere rechtspraak onvoldoende onderkend.”

Lees verder

Jurisprudentie

Hoge Raad: onvoldoende medische gegevens ter vaststelling van causaal verband (art 81 RO)

  • Hoge Raad
  • 8 september 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:2273
  • 16/04222

Whiplash. Benadeelde is in 15 jaar tijd betrokken geweest bij vijf ongevallen, waarbij zijn hij auto van achteren is aangereden. Hij spreekt één van de betrokken WAM-verzekeraars aan tot schadevergoeding. De Hoge Raad laat het afwijzend oordeel van het hof in stand. Het hof oordeelde dat dat benadeelde heeft nagelaten om ter vaststelling van het causaal heeft nagelaten voldoende (medische) stukken in het geding te brengen, terwijl voor dit nalaten geen rechtvaardiging is gebleken. De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep zonder nadere motivering (art 81 RO).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: voorlopig deskundigenbericht bevolen met verzekeringsarts als regisseur

  • Rechtbank Rotterdam
  • 30 juni 2017
  • ECLI:NL:RBROT:2017:5073
  • C/10/519443 / HA RK 17-84

Verzoek om voorlopig deskundigenbericht na twee ongevallen (zwembadongeval en verkeersongeval). Partijen hebben overeenstemming over de benoeming van een orthopedisch chirurg en een neuroloog. De rechtbank beveelt een onderzoek door een verzekeringsarts met de taak van regisseur. De regievoerend deskundige wordt echter niet aangesteld om een klassieke eigen rapportage als verzekeringsarts in te dienen, maar om (pro)actief de totstandkoming van een geïntegreerd rapport omtrent de toestand van benadeelde en de relatie tot de ongevallen te bevorderen. Daarbij is het uiteraard niet de bedoeling dat de regievoerend deskundige de taak van de rechtbank overneemt en tot juridische gevolgtrekkingen komt, maar wel dat alle medische informatie die de rechtbank nodig heeft om tot beslissingen te komen wordt verzameld en dat zij daarop een medische visie geeft.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: voorschot voorlopig deskundigenbericht voor rekening benadeelde, niet voor rekening van arts

  • Hof Den Haag, Ongepubl. jurisprudentie
  • 11 juli 2017

Benadeelde acht arts aansprakelijk voor klachten na schouderoperatie en heeft verzocht om een voorlopig deskundigenbericht. Door de rechtbank was bepaald dat het voorschot aan de deskundige door de arts moest worden betaald. De vraag wie het voorschot dient te dragen in een gerechtelijke procedure dient te worden beantwoord aan de hand van art. 195 Rv. Volgens de hoofdregel van artikel 195 Rv dient het voorschot te worden opgebracht door de eisende partij. De rechter kan echter aanleiding vinden het voorschot ten laste van de arts te brengen, of van beide partijen gezamenlijk, bijvoorbeeld als aansprakelijkheid is erkend. Van een dergelijke situatie is echter geen sprake. Er zijn geen andere redenen om af te wijken van de hoofdregel. De enkele omstandigheid dat het hier “een medische kwestie betreft”, maakt niet dat het redelijk is de arts te belasten met het voorschot. De omstandigheid dat het ziekenhuis zich heeft gecommitteerd aan de GOMA maakt dat niet anders (in art 18 deel GOMA is bepaald dat de kosten van een gezamenlijk deskundigenonderzoek buiten rechte in beginsel voor rekening van beide partijen komen).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: kop-staart botsing vrachtwagens na inhaalmanoeuvre, voorste vrachtwagen niet geslaagd in bewijs

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 24 augustus 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:4508
  • 4827410 / 16-2054

Vrachtwagen, verzekerd bij gedaagde (DAF), rijdt achterop de vrachtwagen van eiseres (MAN). Door gedaagde wordt gesteld dat eiser de DAF eerst heeft ingehaald en vervolgens voor haar is ingevoegd en bovenop de rem is gaan staan. De kantonrechter heeft eiseres in de gelegenheid gesteld te bewijzen de bestuurder van de DAF onvoldoende afstand heeft gehouden en/of zijn snelheid niet heeft aangepast. De kantonrechter oordeelt dat er in deze procedure niet vanuit kan worden gegaan dat eiseres aan de bestuurder van de DAF voldoende ruimte heeft gelaten. De kantonrechter concludeert dat eiseres er niet in is geslaagd om bewijs te leveren van haar stelling dat de bestuurder art. 19 RVV heeft geschonden door te verzuimen zijn snelheid dusdanig aan te passen. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verdenking van geënsceneerd aanrijding, bewijs van aanrijding niet geleverd

  • Hof Den Haag
  • 29 augustus 2017
  • ECLI:NL:GHDHA:2017:2402
  • 200.171.061/01

In eerder tussenarrest heeft het hof appellant opgedragen de toedracht van de aanrijding te bewijzen. Het hof neemt bij de beoordeling mee dat appellant onvoldoende heeft weersproken dat hij in de periode van twee jaar ten minste acht keer buiten zijn schuld bij een aanrijding betrokken is geweest, dat hij in strijd met de waarheid vermeld dat hij alle procedures tegen verzekeraars gewonnen en dat het schadebeeld vragen oproept. Tegenover deze omstandigheden, die alle steun geven aan de verdenking dat het gaat om een geënsceneerd voorval, dienen aan de getuigenverklaringen van appellant en de getuige hoge eisen gesteld te worden. Het hof acht appellant niet geslaagd in het bewijs.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: aansprakelijkheid huisarts en waarnemend huisarts voor hersenvliesontsteking, bewijsopdracht

  • Rechtbank Gelderland
  • 12 juli 2017
  • ECLI:NL:RBGE L:2017:4198
  • C/05/295689 HA ZA 16-17

Benadeelde heeft (in 2002) waarnemend huisarts bezocht. Een dag later treft de waarnemer benadeelde tijdens huisbezoek met verlaagd bewustzijn aan. Bij spoedopname wordt hersenvliesontsteking geconstateerd. Benadeelde stelt de huisarts en de waarnemer aansprakelijk. 1. De ingeschakelde deskundige heeft geconcludeerd dat de huisarts onzorgvuldig heeft gehandeld, ervan uitgaande dat benadeelde heeft gemeld dat hij al maanden klachten had. Dat benadeelde deze informatie heeft verstrekt kan de deskundige niet (met 100% zekerheid) vaststellen. De rechtbank draagt aan (de erven van) benadeelde op te bewijzen feiten en omstandigheden waaruit volgt dat benadeelde aan de huisarts heeft gemeld dat hij al maanden vermoeid en beroerd was. 2. Vordering tegen waarnemer afgewezen. Niet kan worden vastgesteld dat de vertraging bij de waarnemer heeft geleid tot schade.

Lees verder