Vaknieuws

Dirkzwager: Werkgeveraansprakelijkheid: kenbaarheid van een verhoogd risico op psychische schade

  • Assurantie Magazine
  • 12 oktober 2017
  • Pauline Janssen
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:9803

Dirkzwager advocaten bespreekt het vonnis van de Rechtbank Den Haag van 31 augustus 2017. Uit dit vonnis volgt dat een werkgever niet bedacht behoeft te zijn op een eventuele bijzondere psychische kwetsbaarheid van een werknemer teneinde werkgeversaansprakelijkheid te voorkomen. Zolang een werknemer niet op een of andere wijze kenbaar heeft gemaakt dat hij een verhoogd risico op psychische schade loopt, mag de werkgever veronderstellen dat een werknemer tegen een normale werklast en een normale bedrijfscultuur opgewassen is. De verantwoordelijkheid ligt daarmee niet bij de werkgever, maar bij de werknemer. Deze conclusie sluit aan bij een uitspraak van het Hof Arnhem.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplashklachten onvoldoende onderbouwd, mede gezien pre-existente klachten, BGK en kosten deelgeschil afgewezen

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 8 september 2017
  • ECLI:NL:RBOBR:2017:4869
  • C/01/318769 / EX RK 17-42

Ongeval 2008, whiplash, eerdere (whiplash)klachten in 2000. 1. Naar het oordeel van de rechtbank heeft benadeelde onvoldoende gesteld om te kunnen aannemen dat sprake is van een consistent, consequent en samenhangend patroon van klachten. Het door benadeelde overgelegde huisartsenjournaal loopt maar tot 2013. Daarnaast valt op dat benadeelde pas 10 dagen na het ongeval voor het eerst zijn huisarts raadpleegt. Er is geen sprake van een consequent en blijvend patroon van de gestelde klachten. Het gaat immers op het eerst gezicht niet steeds om dezelfde klachten. Het voorgaande klemt temeer, nu vaststaat dat benadeelde relevante pre-existente klachten kende en nog kent. 2. BGK doorstaan dubbele redelijkheidstoets niet. 3. Kosten deelgeschil niet begroot, deelgeschil volstrekt onnodig ingesteld.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: oordeel hof over carrièreverloop en persoonlijkheidsstructuur benadeelde onbegrijpelijk

  • Hoge Raad
  • 17 februari 2017
  • ECLI:NL:HR:2017:273
  • 16/00939

Benadeelde heeft in 1989 whiplashletsel opgelopen. Vóór het ongeval had benadeelde molen van ouders overgenomen. Uit bedrijfseconomisch onderzoek bleek dat molen niet rendabel was. Benadeelde stelde aanvankelijk dat de molen zijn lust en zijn leven was; in hoger beroep stelde hij (23 jaar na het ongeval) dat hij een diploma van de SMS zou hebben behaald en een carrière vergelijkbaar met die van medestudenten zou hebben gehad. Het hof wees de vordering af. De Hoge Raad acht het oordeel van het hof onbegrijpelijk. De Hoge Raad oordeelt dat de vermeldingen in het neuropsychologisch rapport dat het algehele functioneren van benadeelde nadelig wordt beïnvloed door pre-existente en niet-ongevalsgerelateerde psychologische factoren, zonder nadere motivering niet het oordeel kunnen dragen dat aan gerede twijfel onderhevig is of benadeelde een vergelijkbare carrière had kunnen realiseren als zijn studiegenoten. Het rapport vermeldt immers niet in hoeverre de persoonlijkheidsstructuur van benadeelde zonder ongeval van invloed zou zijn geweest De Hoge Raad oordeelt voorts dat benadeelde niet behoefde te verklaren waarom hij in hoger beroep een ander standpunt innam dan in eerste aanleg. Het stond hem immers in beginsel vrij in hoger beroep de grondslag van zijn vordering te wijzigen. Volgt verwijzing naar een ander hof.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplashklachten ongevalsgevolg ondanks bestaande ADHD; verzekeringsgeneeskundige ter vaststelling beperkingen

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 7 september 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:5344
  • C/16/392188 / HA RK 15-109 MAR

Whiplash 1. De rechtbank oordeelt dat het causaal verband niet doorbroken door de pre-existente ADHD problematiek bij verzoeker. De discussie tussen partijen komt neer op de vraag of, doordat voor het ongeval reeds ADHD klachten bestonden, sprake is van relevante pre-existentie of predispositie. Naar het oordeel van de rechtbank kan deze kwalificatie in het midden blijven. Weliswaar kampte verzoeker voor het ongeval met klachten (en beperkingen) die verband hielden met de bij hem geconstateerde ADHD, maar er was toen geen sprake van blijvende beperkingen noch van verlies aan verdienvermogen. Verzoeker had immers baat bij de medische behandeling en hij werkte. Om die reden is naar het oordeel van de rechtbank geen sprake van pre-existentie. Indien de ADHD als predispositie zou worden gekwalificeerd, dan staat dit aan volledige toerekening niet in de weg. De rechtbank komt tot de slotsom dat de klachten als ongevalsgevolg kunnen worden beschouwd. Dit geldt echter niet voor de beperkingen. Met de verzekeraar is de rechtbank van oordeel dat voor het vaststellen van ongevalsgerelateerde beperkingen eerst een onderzoek door een verzekeringsgeneeskundige zal moeten plaatsvinden. De rechtbank wijst er op dat rekening moet worden gehouden met de mogelijke verbetering indien de therapeutische suggestie van de deskundige zou worden opgevolgd (SOLK-poli). 2. Kosten deelgeschil: € 9350,50.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: hoofd-, nekpijn en stress geen gevolg van ongeval van 1996

  • Hof Den Bosch
  • 27 september 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:4280

Whiplash, ongeval 1996. In tussenarrest van 2015 heeft het hof geoordeeld dat de rechtbank terecht de looptijd van de schadevergoedingsverplichting van de verzekeraar heeft beperkt tot vijf jaar vanwege uit preexistente schizofrenie voortvloeiende beperkingen. Het hof gelastte een deskundigenbericht, omdat de lichamelijke gevolgen van het ongeval (hoofd- en nekpijn) mogelijk onderbelicht waren gebleven. Het hof komt nu op basis van het tot het oordeel dat niet gezegd kan worden dat een alternatieve oorzaak voor de nek- en hoofdpijnklachten van] ontbreekt. Daarbij is van belang dat de deskundige wijst op het tijdsverloop (onderzoek 20 jaar na ongeval). De deskundige spreekt over nekklachten, die niet hun oorzaak vinden in het ongeval, maar die samenhangen met de karakterstructuur en psychiatrische problematiek van benadeelde, de schizofrenie. Ook is sprake van stress. Gelet op het tijdsverloop tussen deze klachten en het ongeval kan t.a.v. deze stressklachten evenmin worden gezegd dat deze hun oorzaak vinden in het ongeval.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband, “redelijke verwachtingen”, geen verlies van arbeidsvermogen vanwege predispositie van benadeelde

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Limburg
  • 9 september 2015
  • C/04/125680 / HA ZA 13-289

Whiplash; twee ongevallen in 2008 en 2011. 1. De rechtbank oordeelt dat nu er geen sprake is van toegenomen letsel na het 2e ongeval er geen sprake is van mengschade en van alternatieve causaliteit. 2. Causaliteit 1e ongeval en verlies van arbeidsvermogen? De rechtbank acht postwhiplashsyndroom aannemelijk; de klachten zijn consistent, consequent, etc. Van belang is dat bij het verdienvermogen zonder ongeval rekening dient te worden gehouden met de predispositie van de benadeelde. Waar het om draait, is of het redelijk is te veronderstellen dat de betreffende predispositie ook zonder ongeval tot een verminderd verdienvermogen zou hebben geleid. Volgens de Hoge Raad komt het daarbij aan op “de redelijke verwachting van de rechter omtrent de toekomstige ontwikkelingen”. Als de aansprakelijk gestelde partij zich erop beroept dat de predispositie als het ongeval wordt weggedacht óók tot schade had geleid, dan zal de benadeelde partij de bewijslast dragen dat dit niet het geval is (HR 13 december 2002, NJ 2003, 212 (B./Olifiers)). De rechtbank stelt vast dat uit de overgelegde stukken blijkt dat benadeelde over geen enkele opleiding beschikt en dat zijn arbeidsverleden versnipperd is, onder andere door langdurige onderbrekingen en een detentie van vijfjaar. Dit wordt bij de beoordeling als uitgangspunt meegenomen. Tevens moet rekening worden gehouden met het feit dat uit de overgelegde medische gegevens blijkt dat benadeelde al vóór het ongeval met diverse lichamelijke klachten zijn huisarts consulteerde (o.a. nekklachten) en . dat benadeelde veelvuldig is uitgevallen, terwijl daarvan niet kan worden gezegd dat dit het gevolg is van het postwhiplashsyndroom. De rechtbank oordeelt dat vanwege de predispositie niet te verwachten is dat benadeelde zonder het ongeval meer inkomen zou hebben genoten dan hij thans ingevolge de WIA geniet. Schade wegens verlies aan arbeidsvermogen afgewezen. 3. Smartengeld: € 1000,-; 4. BGK: de rechtbank gaat uit van de PIV-staffel; beide partijen hadden dit als optie genoemd.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: verzoek om aanvullende vragen aan kinderneuroloog vanwege pre-existente ADHD toegewezen

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Midden-Nederland
  • 14 juli 2015
  • C/l6/387845 / HL RK 15-19

Benadeelde (toen 7 jaar) heeft in 2001 hersenletsel opgelopen tijdens een bezoek aan een bouwmarkt; aansprakelijkheid is erkend. In gezamenlijk overleg is in 2005 neurologisch en onderzoek aangevraagd bij kinderneuroloog. Uit het aanvullende, in 2010 uitgebrachte neuropsychologisch conceptrapport blijkt dat benadeelde al voor het ongeval bekend was met ADHD. De verzekeraar heeft hierop aan de rechtbank verzocht aanvullende vragen mogen te stellen aan de kinderneuroloog en om drie deskundigenonderzoeken te bevelen. De rechtbank wijst het verzoek om aanvullende vragen voor te leggen aan de kinderneuroloog toe. Een voorlopig deskundigenbericht kan namelijk ertoe dienen om partijen in de gelegenheid te stellen vooraf opheldering te verkrijgen omtrent de feiten, om hen in staat te stellen hun positie beter te beoordelen. Het ligt in de rede om eerst aanvullende vragen voor te leggen alvorens om drie deskundigenonderzoeken te gelasten in te gaan.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil, vordering tot regeling op grond van voorliggende stukken afgewezen

  • Rechtbank Amsterdam
  • 21 mei 2015
  • ECLI:NL:RBAMS:2015:3649
  • C-13-579829 - HA RK 15-13

De Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behandeling Letselschade (GBL) geldt het beginsel van proportionaliteit, belang bij inzage in de medische gegevens <> de legitieme belangen van de benadeelde sluit opvragen medische documenten meer dan twee jaar voor ongeval niet uit. Een nader deskundigenonderzoek kan nodig zijn. Een deskundige zal behoefte hebben aan alle relevante (medische) informatie, waarbij de mogelijkheid dat deze over een langere periode dan twee jaar voorafgaand aan het ongeval zal worden opgevraagd reëel is nu verzekeraar onvoldoende gemotiveerd bestreden heeft gesteld dat [verzoekster] vanaf 2000 door arbeidsongeschiktheid maar in een zeer beperkte periode arbeid heeft verricht.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: 20% proportionele aansprakelijkheid voor klachten na ongeval vanwege voor rekening van benadeelde komende factoren

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:1249
  • HD103.004.710_01

Werknemer heeft rugklachten na arbeidsongeval in 1997 en raakt volledig arbeidsongeschikt. Uit diverse deskundigenberichten – door orthopedisch chirurg, psychiater en verzekeringsarts – volgt onder meer dat werknemer pre-existente rugklachten had, dat hij behandeladviezen niet heeft opgevolgd, dat sprake was van Cannabisverslaving en dat er psychiatrische problemen zijn ontstaan. 1. Het hof stelt vast dat de gevolgen van het ongeval van zeer kortdurende aard zijn geweest en gaat voor het eerste jaar uit van 100% causaal verband. Voor de periode daarna ligt dat echter anders, aldus het hof. In die periode komen de factoren die voor rekening van werknemer zijn, veel meer op de voorgrond. Het hof ziet daarom aanleiding om in dit geval de leer van de proportionele aansprakelijkheid toe te passen. Het hof schat, bij gebrek aan concrete gegevens, dat de schade nog voor 20% in causaal verband staat met de schade – en dus voor 80% moet worden toegerekend aan voor risico van werknemer komende factoren – en dat vanaf 2001 geen causaal verband met het incident. 2. Smartengeld voor rugklachten met uitstraling en psychische klachten € 3500.

Lees verder

Vaknieuws

Causaliteit sneller dan uw ‘Hart lief’ is

  • PIV-bulletin
  • 1 februari 2015
  • Mevrouw mr. J. Haliloviƈ

Causaliteit sneller dan uw ‘Hart lief’ is – HR 3 oktober 20141 – Brunner update by Hartlief …   Mevrouw mr. J. Haliloviƈ – Cunningham Lindsey   Bij causaliteit kan een verdeling gemaakt worden tussen het condicio sine qua non-verband (csqn-verband) en de redelijke toerekening ex art. 6:98 BW. Eerst dient het csqn-verband te worden […]

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: hypothetische situatie onvoldoende aannemelijk gemaakt; rekenrente lager dan 3% gezien economische omstandigheden

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 17 september 2014
  • ongepubliceerd
  • C1161368625 / HA RK 14-1

Meerdere verzoeken in één deelgeschil. 1. Benadeelde (uitzendkracht) verzoekt vergoeding verlies van arbeidsvermogen op basis van vaste aanstelling. De rechtbank overweegt dat geen hoge eisen mogen worden gesteld aan het bewijs van een hypothetische situatie, maar dat het standpunt wel voldoende aannemelijk moet zijn. Benadeelde heeft onvoldoende onderbouwd dat hij in loondienst zou gaan werken. Deelgeschil leent zich niet voor nadere bewijslevering. Verzoek afgewezen. 2. Voorschot van € 50.000,- toegewezen (verzocht was € 100.000,-). 3. Rekenrente. Op het verzoek de rekenrente te bepalen op 1% geeft de rechtbank geen beslissing. De hoogte van de rekenrente wordt namelijk (mede) bepaald door de looptijd van de (toekomst)schade, waarover nog geen duidelijkheid bestaat. De rechtbank merkt op “dat in de huidige economische omstandigheden, meer in het bijzonder de ontwikkeling van de rente en de inflatie in de laatste jaren, een aanwijzing kan worden gevonden de rekenrente in ieder geval vast te stellen en op een lager percentage dan de 3% die gewoonlijk gehanteerd wordt (werd)”. 4. Kosten deelgeschil: € 5300,- (gevorderd: € 9.518,80 (35,92 uur a € 265,-); aantal uren niet redelijk, uurtarief wel.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: proportionele aansprakelijkheid wel jegens benadeelde, niet jegens regresnemer; epilepsie voor 40% door mishandeling veroorzaakt

  • Rechtbank Rotterdam
  • ECLI:NL:RBROT:2014:7276
  • C/10/131173 / HA ZA 99-2884

Vaststelling causaal verband letsel en mishandeling in 1992. In 2011 is reeds vastgesteld dat geen causaal verband bestaat tussen psychiatrische klachten en ongeval. Over het causaal verband tussen de epilepsie en het ongeval heeft de neuroloog geantwoord dat hij het verband “denkbaar” acht, d.w.z. tussen de 40% en de 60%. De rechtbank ziet geen aanleiding om de omkeringsregel toe te passen, maar acht toepassing van het leerstuk van de proportionele aansprakelijkheid wel passend. Meegewogen wordt dat een specifieke norm ter voorkoming van letsel is geschonden en dat mishandeling een opzettelijke aantasting van het grondrecht van respect voor de lichamelijke integriteit inhoudt, die ruime toerekening rechtvaardigt. De rechtbank ziet in de gepaste terughoudendheid bij het gebruik van de proportionele aansprakelijkheid, aanleiding om aan te sluiten bij het laagste door de neuroloog genoemde percentage (40%) en oordeelt dat de epilepsie voor 40% door de mishandeling is veroorzaakt. 2. Regres door gemeente o.g.v. de VOA. De rechtbank oordeelt dat, vanwege de terughoudendheid waarmee proportionele aansprakelijkheid moet worden toegepast dat voor toepassing van proportionele aansprakelijkheid ten gunste van de gemeente geen ruimte is. 3. De rechtbank gelast deskundigenbericht door verzekeringsarts ten aanzien van beperkingen van benadeelde.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: mishandeling, veroorzaker niet aansprakelijk voor pre-existente psychische klachten

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSHE:2014:1717
  • HD 200.032.775_01

Schadevergoedingsvordering na mishandeling in 2003. Uitspraak na neurologische en psychiatrische expertise, ter beantwoording van de vraag of gestelde klachten (o.a. heftige stemmingswisselingen, concentratieverlies), zijn veroorzaakt door die mishandeling. Het hof overweegt dat de veroorzaker het slachtoffer dient te nemen zoals deze is, dus inclusief pre-existente klachten, persoonlijkheid en moeilijke privé-situatie. Dit leidt er evenwel niet toe dat veroorzaker aansprakelijk is voor schade die is veroorzaakt door al bestaande klachten. Het hof komt tot het oordeel dat er geen verlies van arbeidsvermogen is als gevolg van het ongeval. Daarbij neemt het hof in aanmerking dat de deskundige heeft vastgesteld dat reeds sprake was van agressieregulatieproblematiek, antisociale karaktertrekken en middelenmisbruik, en dat benadeelde aantoonbaar hersenletsel had door een scooterongeval in 2001. Smartengeld voor snijwonden, losse tand, haematoom: € 1000.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: causaal verband whiplash en klachten aangenomen, deskundigenberichten noodzakelijk ter vaststelling schade

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • ECLI:NL:RBNNE:2014:2579
  • C/17/115715 / HA ZA 11-678

Whiplash, ongeval 1997, 44-jarige zelfstandige management consultant. De rechtbank overweegt dat het feit dat de diagnose postwhiplashsyndroom op basis van de geldende NVvN niet (meer) kan worden vastgesteld niet doorslaggevend is. Door middel van de rapporten van de neuroloog en de psychiater kan voldoende objectief worden vastgesteld dat de klachten reëel, niet ingebeeld, niet voorgewend en niet overdreven zijn; causaal verband aangenomen. Rapport arbeidsdeskundige onvoldoende gemotiveerd. De rechtbank acht bedrijfseconomische deskundigenbericht om de winstmogelijkheden van de onderneming van benadeelde dient te onderzoeken noodzakelijk, om vervolgens, zo nodig met behulp van een register arbeidsdeskundige, het verlies van verdienvermogen te berekenen. De rechtbank oordeelt voorts dat het belastbaarheidsprofiel na 1999 alsnog dient te worden opgesteld zodat beoordeeld kan worden of sprake was en is van resterende verdiencapaciteit.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: whiplash, geen verlies van arbeidsvermogen, wel huishoudelijke hulp

  • Rechtbank Den Haag
  • ECLI:NL:RBDHA:2014:4378
  • C-09-453691 - HA RK 13-559

Whiplash, accountmanager, ongeval 2005. Tussen partijen is in geschil welke conclusies er kunnen worden getrokken uit de expertiserapporten van de neuroloog, verzekeringsarts en arbeidsdeskundige. 1. De rechtbank overweegt dat geen hoge eisen mogen worden gesteld aan het bewijs. De rechtbank acht de gestelde concentratieklachten aannemelijk, nu deze reëel, niet ingebeeld, gesimuleerd of overdreven zijn. Van pre-existentie is onvoldoende gebleken. De rechtbank oordeelt dat niet is gebleken dat de klachten benadeelde hinderen bij zijn werkzaamheden waardoor hij niet fulltime zou kunnen werken; de rechtbank acht het verlies aan arbeidsvermogen onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank verklaart voorts voor recht dat de combinatie werken en huishoudelijke taken te belastend is voor benadeelde en dat hij drie uur huishoudelijke hulp in de week nodig heeft. 2. Kosten deelgeschil: € 4180,79 (gevorderd: € 7084,31; 27,2 uren bovenmatig).

Lees verder