Jurisprudentie

Hof: geen bindende eindbeslissing in deelgeschil over materiële rechtsverhouding; hoger beroep niet ontvankelijk

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 27 juni 2017
  • ECLI:NL:GHARL:2017:5372
  • 200.163.655

Benadeelde, werkzaam als ZZP-er, loopt in 2009 bij eenzijdig verkeersongeval in auto van het bedrijf van zijn ouders ernstig letsel op. Hij heeft het bedrijf aansprakelijk gesteld op grond van het feit dat geen behoorlijke verzekering was afgesloten voor deelname aan het verkeer (art 7:611 BW). De rechtbank heeft het verzoek afgewezen, omdat nader onderzoek en bewijslevering was, waarvoor de deelgeschilprocedure niet geschikt is en heeft het verzoek afgewezen. Het hof verklaart benadeelde niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen in hoger beroep. Nu de grieven in wezen aanvoeren dat de deelgeschilrechter ten onrechte géén bindende eindbeslissingen heeft genomen, maar zich overigens niet richten tegen in de beschikking als zodanig aan te wijzen bindende eindbeslissingen omtrent de materiële rechtsverhouding, concludeert de rechtbank dat benadeelde niet-ontvankelijk is in zijn vorderingen in hoger beroep.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet aansprakelijk voor ongeval tijdens woon-werkverkeer

  • Hof Den Bosch
  • 20 juni 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:2802
  • 200.137.578_01

Werknemer in dienst van tankstation is onderweg van zijn werk naar huis op de fiets is aangereden en heeft letsel opgelopen. 1. Het hof oordeelt dat er geen causaal verband is tussen het verstrekken van onjuiste informatie door de werkgever en de weigering van de uitkering door de ongevallenverzekeraar. 2. Het hof acht de werkgever niet aansprakelijk ex art. 7:658 BW en art. 7:611 BW. Werknemer heeft geen bijzondere feiten of omstandigheden aangevoerd op grond waarvan kan worden geoordeeld dat een dermate nauw verband bestaat tussen het ongeval en de uit te voeren werkzaamheden dat de werkgever aansprakelijk kan worden gehouden voor de gevolgen. De omstandigheden dat de werkzaamheden op onregelmatige tijden verricht moesten worden en dat de arbeidsplaats niet met het openbaar vervoer of te voet bereikbaar was zijn daartoe niet voldoende.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: deskundige op gebied van verzekeringen in 1998 moeilijk te vinden, comparitie gelast

  • Hof Den Bosch
  • 1 september 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:3435
  • HD 200.108.360_01 en HD 200.123.595_01

Arrest na diverse tussenarresten. Ongeval met auto-ambulance in 1998. heeft werkgever een behoorlijke verzekering ex art. 7:611 BW kunnen afsluiten? Het hof heeft ter beantwoording van een aantal vragen een deskundigenbericht gelast. De voorgestelde deskundigen zijn echter niet beschikbaar en/of hun benoeming stuit op bezwaren bij partijen, terwijl ook partijen zelf constateren dat het bijzonder moeilijk, zo niet onmogelijk is om een persoon te vinden die in staat en beschikbaar is om het onderzoek uit te voeren. Daarbij ziet het hof zich voor het probleem gesteld dat het in de kern gaat om een historisch onderzoek, waarvoor inzicht in de verzekeringsbranche nodig is, maar het, om de benodigde inlichtingen te verkrijgen ook noodzakelijk is om voldoende contacten te hebben met de verzekeringsbranche teneinde toegang te hebben tot de benodigde informatie. Het hof zal een comparitie van partijen bepalen teneinde de (on)mogelijkheden met partijen te bespreken en nader overleg te voeren over de vraag hoe zij verder wensen te procederen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: benoemt deskundige voor dekking pakketverzekering voor garage, 7:611 BW.

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:428
  • HD 200.108.360_01 en HD 200.123.595_01

Een werknemer van een garage liep als bestuurder van een autoambulance letsel op. De garage had een pakket autobedrijvenverzekering met o.a. de modules ‘Schade Inzittenden/Opzittenden’, verzekerd bedrag € 2.269,– per persoon, ‘Ongevallenverzekering inzittenden Collectief’ verzekerde som € 27.227,-, die volledig tot uitkering kwam. Het hof kan uit de stukken niet afleiden dat geen variatie mogelijk zou zijn binnen het pakket. De Hoge Raad heeft bij herhaling geoordeeld dat de omvang van de hier aan de orde zijnde verzekeringsverplichting van geval tot geval nader vastgesteld moet worden met inachtneming van alle omstandigheden, waarbij in het bijzonder betekenis toekomt aan de in de betrokken tijd bestaande verzekeringsmogelijkheden. Uit een rapport van het PIV van 28 april 2009 volgt niet dat het mogelijk was voor een garage een SVI met een dekking variërend van fl.100.000,- tot fl.2.000.000,- af te sluiten. Uit onderzoek van prof. J.G.C. Kamphuisen blijkt dat voor taxichauffeurs het risico niet verzekerbaar was (Hof Den Bosch 20 september 2011 BT2751), maar dat heeft geen betrekking op garages. Of de garage de AVB-verzekering had moeten aanspreken die volgens de HR dekking biedt voor nalatigheid een behoorlijke verzekering af te sluiten staat buiten de vraag of de garage haar verplichting daartoe heeft geschonden, waarvoor onderzoek nodig is.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet aansprakelijk voor letsel werknemer door neerkomende garagedeur, woon- werkverkeer

  • Hof Amsterdam
  • ECLI:NL:GHAMS:2014:3540
  • 200.133.661-01

Werknemer rijdt met motor de bedrijfsparkeergarage in, waarbij onverwachts de garagedeur omlaag komt. Hij loopt hierbij letsel op en raakt volledig arbeidsongeschikt. Het hof acht de werkgever niet aansprakelijk ex art. 7:658 BW. Het inrijden in de parkeergarage geschiedde nog niet in de uitoefening van de werkzaamheden van werknemer en geldt als woon- werkverkeer. Werkgever is evenmin aansprakelijk ex art. 7:611 BW. Werknemer heeft onvoldoende gemotiveerd dat werkgever als huurder van het pand bekend was met storingen aan de roldeur. Het hof komt tot het oordeel dat niet kan worden gezegd dat op werkgever uit hoofde van art. 7:611 BW een waarschuwingsplicht tegenover haar werknemers rustte ten aanzien van de roldeur, waarin zij is tekortgeschoten, dan wel een plicht de veiligheid van de roldeur te onderzoeken of over te gaan tot het treffen van aanvullende veiligheidsvoorzieningen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet aansprakelijk voor val over konijn; behoorlijke verzekering

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSHE:2014:2768
  • HD 200.133.392_01

Werkneemster (schoonmaakster) is met dienstfiets op het terrein van de inlenende werkgever tegen een konijn aangereden, waardoor zij gevallen is en letsel heeft opgelopen. 1. Het hof acht de werkgever als inlener en het schoonmaakbedrijf als werkgever niet aansprakelijk ex art. 7:658 BW. De enkele kans dat een loslopend konijn of haas betrokken raakt bij (en de oorzaak is van) een ongeval acht het hof zodanig gering, dat in redelijkheid niet van de werkgever behoefde te worden verlangd voorzorgsmaatregelen te nemen om dit geringe gevaar en risico te beperken. 2. Art. 7:611 BW. Het hof overweegt dat de plicht van de werkgever om een behoorlijke verzekering te sluiten ook geldt ten aanzien van ongevallen op het eigen terrein. Werknemer heeft onvoldoende onderbouwd waarom de door de werkgever afgesloten ongevallenverzekering geen adequate verzekering was.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: ongevallenverzekering, die alleen uitkeert bij b.i. of overlijden, is geen behoorlijke verzekering

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSHE:2014:2215
  • HD 200.113.545_01

Werknemer – taxichauffeu r- loopt letsel op bij verkeersongeval. Werkgever heeft voor haar werknemers twee ongevallenverzekeringen (sommenverzekeringen) afgesloten. Het hof oordeelt dat de werkgever niet aan haar verplichting heeft voldaan om zorg te dragen voor een behoorlijke verzekering. De twee afgesloten ongevallenverzekeringen, die alleen uitkeren in geval van blijvende invaliditeit of overlijden, acht het hof te beperkt. Gelet op de jurisprudentie over dit onderwerp mag aangenomen worden dat de – ook in 2008 – heersende maatschappelijke opvatting is dat door werkgever voor werkneemster als taxichauffeur een verzekering afgesloten had behoren te worden die de door haar ten gevolge van het ongeval geleden schade dekt. Het feit dat in de CAO Taxivervoer is bepaald dat de werkgever verplicht is om een collectieve ongevallenverzekering af te sluiten, brengt naar het oordeel van het hof niet mee dat de zorgplicht van de werkgever daartoe beperkt is. Diverse schadeposten komen aan de orde.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet aansprakelijk voor val van trap over gemorste koffie; ongelukkige samenloop

  • Hof Den Haag, Ongepubl. jurisprudentie
  • 200.097.473/01

Werkneemster in verpleeghuis stelt dat zij tijdens haar werk is uitgegleden over een plas gemorste koffie, waarbij zij letsel heeft opgelopen. Het hof oordeelt de werkzaamheden van werkneemster niet bijzonder risicovol zijn, dat niet gebleken is dat de trap zelf niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen en dat er geen eerdere soortgelijke gevallen bekend waren. Aan de werknemers waren speciale werkschoenen ter beschikking gesteld. Het hof oordeelt vervolgens dat ook als er van uit moet worden gegaan dat er regelmatig koffie of thee op de trap werd gemorst er geen sprake is van een schending van de zorgplicht, nu het schoonmaakbedrijf regelmatig een melding kreeg dat er iets was gemorst en dit onmiddellijk werd verwijderd. Het feit dat werkneemster de trap opging met in beide handen een naaldcontainer niet aan de werkgever kan worden verweten. Dat verzuimd is direct een onderzoek in te stellen leidt niet tot aansprakelijkheid ex art. 7:658 BW. Het ongeval wordt bezien als een ongelukkige samenloop van omstandigheden en van onvoldoende oplettendheid van werkneemster.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: werkgever niet aansprakelijk voor val over konijn; ongelukkige samenloop

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • ECLI:NL:RBZWB:2013:166
  • KAN_234372

Werkneemster (schoonmaakster) stelt dat zij met dienstfiets op het terrein van de werkgever tegen een konijn is aangereden, waardoor zij gevallen is en letsel heeft opgelopen. De kantonrechter oordeelt dat uit de overgelegde medische verklaringen niet blijkt dat de klachten het gevolg zijn van een val met de fiets tijdens werktijd. Zelfs indien werkneemster door een val van haar fiets tijdens werktijd letsel zou hebben opgelopen is de werkgever niet aansprakelijk. Het geheel konijnvrij maken van een bedrijventerrein in een natuurgebied is vrijwel onmogelijk. De kantonrechter is van oordeel dat geen redelijkerwijs te treffen maatregel het ongeval had kunnen voorkomen. De werkgever behoefde niet specifiek waarschuwen voor de kans op een aanrijding met een konijn. Er is sprake van een ongelukkige samenloop van omstandigheden, waarvoor de werkgever niet aansprakelijk is.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever niet aansprakelijk voor letsel na schouderklop door collega

  • ECLI:NL:GHAMS:2014:1589
  • 200.128.849/01

Hoger beroep na deelgeschil. Werknemer valt tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden, nadat een collega hem een vriendschappelijke schouderklop gaf. Hij loopt een rugwervelfractuur op. Het hof wijst de vorderingen ex art. 7:658, 7:611, 6:170 BW af. Evenals de kantonrechter is het hof van oordeel dat de in art. 7:658 BW neergelegde zorgplicht redelijkerwijs niet zo strekt dat werkgever instructies had moeten geven die lichamelijk contact zoals een schouderklop als de onderhavige verbieden.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: werkgever aansprakelijk ex art 7:611 BW voor niet afsluiten behoorlijke verzekering thuiszorgmedewerkster

  • Hof Amsterdam
  • ECLI:NL:GHAMS:2014:302
  • 200.144.069

Hoger beroep van deelgeschil (art 1019cc lid 3 RV). Werkneemster thuiszorg loopt ernstig letsel op bij ongeval onderweg van cliënt thuiszorg naar huis. Het hof overweegt dat aan werknemers geen dwingende instructie gegeven met het openbaar vervoer te gaan; werkgever had er rekening mee moeten houden dat werknemers met de auto gaan. Dat werkgever geen onkostenvergoeding voor de auto betaalde, doet aan dit oordeel niet af. Het hof oordeelt –anders dan de rechtbank- dat de werkgever als goed werkgeefster gehouden was een behoorlijke verzekering voor ongevallen af te sluiten en dat zij op grond van art. 7:611 BW aansprakelijk is nu zij dat niet heeft gedaan.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: werkgeversaansprakelijkheid auto-ongeval in USA niet geschikt voor deelgeschil; klachtplicht geschonden

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • ongepubliceerd
  • 2176266 ME VERZ 13-245

Deelgeschil waarin de aansprakelijkheid van een werkgever ex artikel 7:658 en 7:611 BW voor een verkeersongeval van een werknemer in het buitenland centraal staat. De Kantonrechter is van oordeel dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor een deelgeschil. Hij acht zich namelijk onvoldoende voorgelicht over de feiten en omstandigheden, waardoor hij geen oordeel kan geven over de vraag of de werkgever aansprakelijk is. Er zal nader bewijs dienen te worden geleverd door bijvoorbeeld het horen van getuigen of het gelasten van een deskundigenbericht. Naar het oordeel van de Kantonrechter wegen de tijd, kosten en moeite die hiermee gepaard gaan niet op tegen de bijdrage die hiermee geleverd kan worden aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst tussen partijen. Ook resteren er nog veel meer geschilpunten tussen partijen. De kantonrechter oordeelt ook nog dat de werknemer niet heeft voldaan aan de klachtplicht ex artikel 6:89 BW, waardoor de werkgever ernstig in zijn belangen is geschaad. (r.o. 4.7 t/m 4.11). De kantonrechter ziet geen reden om de kosten aan de zijde van de werknemer te begroten: ‘de consequentie van het oordeel dat de werknemer zijn klachtplicht heeft geschonden is immers het verlies van al zijn rechten’.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: geen aansprakelijkheid voor letsel uitzendkracht door vallende plafondplaat; BGK

  • Rechtbank Den Haag
  • ECLI:NL:RBDHA:2013:15015
  • C-09-435587 - HA RK 13-24

Uitzendkracht loopt letsel op als tijdens het aanleggen van glasvezelkabels in een verpleeghuis een plafondplaat naar beneden valt. 1. Geen aansprakelijkheid eigenaar pand ex art 6:174 BW; niet aangetoond dat plaat is gevallen als gevolg van gebrek. 2. Geen aansprakelijkheid materiële werkgever art. 7:658 BW; werkgever heeft voldoende invulling gegeven aan de op haar rustende zorgplicht (VCA-gecertificeerd, voor werknemers Basis Veiligheid VCA-diploma vereist; veiligheidsrisico’s zijn benadeelde besproken). 3. Geen aansprakelijkheid ex art 6:170 BW; stelling dat plafondplaat door collega verkeerd was teruggelegd niet onderbouwd. 4. Geen aansprakelijkheid ex art 7:611 BW. 5. Kosten deelgeschil begroot op € 4.072,80 (uurtarief: € 230,-; gevorderd: € 6.613,85 9aantal uren en uurtarief € 260,- bovenmatig).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: verkeersongeval taxichauffeur onderweg naar huis op één lijn met vervoer uit arbeidsovereenkomst (art 7:611 BW)

  • Hof Den Bosch
  • ECLI:NL:GHSHE:2013:5200
  • HD 200.113.545-01

Werkneemster, chauffeur van taxibusje, loopt letsel op bij eenzijdig verkeersongeval. Zij stelt werkgever aansprakelijk wegens het niet afsluiten van een behoorlijke verzekering (art. 7:611 BW). Werknemer mocht taxi tussen twee ritten mee naar huis nemen, waarbij reistijd als diensttijd gold. Werkgever stelt dat ongeval gebeurde in privétijd, waarvoor geen verzekeringsplicht gold. Het hof oordeelt op basis van getuigenverklaringen dat werkneemster onderweg was naar haar feitelijke woonadres, wat bepalend is (en niet het adres waar zij ingeschreven stond). Het hof oordeelt dat sprake was van vervoer dat op één lijn is te stellen is met vervoer dat plaatsvindt krachtens de verplichtingen uit de arbeidsovereenkomst. Het hof vraagt de werkgever nadere inlichtingen omtrent de behoorlijke verzekering.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: dekking op AVB-polis voor aansprakelijkheid ex 7:611 BW; verwachtingen van verzekerden in het algemeen bepalend

  • Hof Amsterdam
  • BZ8563
  • 200.109.797/01

Vervolg op HR 30 maart 2012, LJN BV1295 (aansprakelijkheid ex art 7:611 BW onder AVB-verzekeringt). Het hof oordeelt dat de AVB-verzekeraar dekking moet verlenen en verwerpt het verweer van de AVB-verzekeraar dat de werkgever, nu hij zelf ook schadeverzekeraar was, er niet op mocht vertrouwen dat de schade onder de dekking viel. De hoedanigheid van de werkgever als verzekeraar en haar wetenschap, kennis, deskundigheid en gedragingen op het gebied van aansprakelijkheidsverzekeringen leggen onvoldoende gewicht in de schaal om van de uitleg van de polisvoorwaarden af te wijken. De Hoge Raad heeft in zijn arrest niet verwezen naar de verwachtingen van de betrokken verzekerde, maar naar de verwachtingen van verzekerden in het algemeen, gebaseerd op de functie die een AVB-polis in het maatschappelijk verkeer vervult.

Lees verder