Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: aansprakelijkheidsvraag gemeente voor val fietser niet geschikt voor deelgeschil vanwege bewijslevering

  • Rechtbank Gelderland
  • 16 januari 2017

Ter hoogte van varkensruggen (betonnen stootranden) komt fietser ten val. Zij stelt de gemeente ex art. 6:174 BW aansprakelijk. De rechtbank oordeelt dat de aanwezigheid van varkensruggen op het wegdek nog niet betekent dat de weg niet voldoet aan de eisen die men aan de weg mag stellen in de zin van art. 6:174 BW. Voor aansprakelijkheid is vereist dat vastgesteld kan worden dat het ongeval het gevolg is van de slechte zichtbaarheid van de varkensruggen en het onvoldoende waarschuwen voor het gevaar van de varkensruggen voor fietsers. De rechtbank kan niet tot een beslissing komen zonder bewijsopdracht en het horen van getuigen. De met dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen. Ook als de omkeringsregel van toepassing zou zijn, zou dit de noodzaak van bewijslevering niet wegnemen, maar slechts verleggen naar de gemeente. Verzoek afgewezen. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op: € 2.103,00 (uurtarief € 150,-).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: fietser valt over betonnen randje, zaak vanwege bewijslevering niet geschikt voor deelgeschil

  • Rechtbank Gelderland
  • 18 januari 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4129
  • c/05/290791 / HA RK 15-156

Benadeelde stapt bij wegafzetting van fiets, komt ten val over een betonnen randje en breekt haar bekken. Zij stelt de gemeente aansprakelijk ex art 6:174 BW. 1. De rechtbank overweegt dat doorslaggevend bewijs omtrent de situatie niet voorhanden is. Beide partijen hebben hun standpunt met foto’s toegelicht, die niet eenzelfde beeld van de situatie ter plaatste. Zonder nadere instructie, waarschijnlijk in de vorm getuigenverhoren, kunnen daarom de door benadeelde gestelde omstandigheden waaronder zij is gevallen niet worden vastgesteld. De met dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen. Het verzoek stuit daarom af op artikel 1019z Rv. 2. Kosten deelgeschil begroot op € 4.677,23 (gevorderd: € 8.455,97).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemeente niet aansprakelijk voor botsing bromfietser tegen door derden verplaatst dranghek

  • Rechtbank Gelderland
  • 2 maart 2016
  • ECLI:NL:RBGEL:2017:4128
  • c/05/294296 HA KR 15-190

Verzoekster wordt omver gelopen door de hond van gedaagde, die met zijn aan het spelen was en loopt letsel op. 1. De rechtbank acht verweer aansprakelijk ex art 6:179 BW. De rechtbank verwerpt het beroep op risicoaanvaarding. 2. De rechtbank oordeelt dat evenmin sprake is van eigen schuld. Gesteld noch gebleken is dat eiseres bekend was met het wilde gedrag van de hond. Gesteld is slechts dat gedaagde in algemene zin aan eiseres heeft aangegeven dat hond druk was, niet dat hij, eenmaal losgelaten, in volle vaart tegen personen kon aanrennen. Het loslaten van de hond en het niet uitwijken levert geen eigen schuld op. 3. Kosten deelgeschil afgewezen. Vast staat dat verzoekster is verzekerd tegen de kosten van rechtsbijstand en dat deze kosten ook daadwerkelijk worden gedragen door haar rechtsbijstandsverzekeraar. Niet valt dan in te zien waarom deze kosten voor verzoekster een schadepost vormen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: bromfietser botst tegen boom, deskundigenbericht gelast ter vaststelling aansprakelijkheid wegbeheerder

  • Hof Den Bosch
  • 18 juli 2017
  • ECLI:NL:GHSHE:2017:3308
  • 200 191 699_01

Bromfietser botst in het donker na flauwe bocht op in de berm geplante boom en loopt letsel op. Hij stelt de provincie als wegbeheerder aansprakelijk. Het hof oordeelt dat noodzakelijk is dat duidelijk is wat voor de weggebruiker op het fietspad ter plaatse van het ongeval onder vergelijkbare (weers)omstandigheden waarneembaar is. Die duidelijkheid is er thans nog niet. Om te kunnen beoordelen of in het onderhavige geval sprake is van een gebrekkige opstal (artikel 6:174 BW) dan wel een onrechtmatige gevaarzetting (artikel 6:162 BW) acht het hof van belang op welke afstand, op zijn vroegst zichtbaar was dat het fietspad een bocht naar rechts maakt. Het hof acht in dit stadium, voordat verdere beslissingen worden genomen, op dit punt een deskundigenbericht noodzakelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: gemeente niet aansprakelijk voor val voetganger over hekje

  • Rechtbank Den Haag
  • 5 april 2017
  • ECLI:NL:RBDHA:2017:5213
  • C/09/521080

Voetganger valt over dwars op de looprichting geplaatst hekje in de binnenstad. 1. De rechtbank oordeelt dat de gemeente niet aansprakelijk is ex art 6:174 BW. De rechtbank acht de situatie ter plaatse niet zodanig gevaarzettend dat sprake is van een onrechtmatige situatie, althans een gebrekkige opstal. Daartoe is van belang dat het hekje door de gemeente in het kader van haar beleidstaken als wegbeheerder juist is geplaatst in verband met het verhogen van de veiligheid van de voetgangers. Voorts is onbetwist gebleven dat het hekje er al jaren staat en dat dichtbij het hekje een lantaarnpaal staat die ook daadwerkelijk brandde op het moment van het voorval. 2. Kosten deelgeschil: € 3.931.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gemeente niet aansprakelijk voor letsel racefietser door botsing met paaltje

  • Rechtbank Zeeland-West-Brabant
  • 7 december 2016
  • ECLI:NL:RBZWB:2016:8497
  • C/02/311465 / HA ZA 16-102

Racefietser botst tegen stalen, rood-wit gekleurd paaltje midden op fietspad en stelt de gemeente aansprakelijk ex art 6:174 BW. De rechtbank oordeelt dat het fietspad met het paaltje in dit geval voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen en derhalve niet gebrekkig was als bedoeld in artikel 6:174 BW, terwijl de gemeente ook niet onrechtmatig heeft gehandeld. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat de kans op ongevallen in de gegeven situatie zo groot was dat de gemeente het paaltje ter plekke niet had mogen neerzetten of de fietsers anders dan zij heeft gedaan had moeten waarschuwen voor de aanwezigheid daarvan. Dat de gemeente het paaltje na het ongeval iets verder naar achteren heeft verplaatst maakt dit niet anders.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: gemeente niet aansprakelijk voor val motorrijder op opgebroken wegdek

  • Hof Amsterdam
  • 11 oktober 2016
  • ECLI:NL:GHAMS:2016:4095
  • 200.133.681/01

Motorrijder is ter hoogte van een trens (opbreking in wegdek t.b.v. de aanleg van nutsvoorzieningen) ten val gekomen en heeft daarbij ernstig letsel opgelopen. UWV stelt gemeente aansprakelijk o.g.v. art 6:162 BW. Uit getuigenverklaringen is gebleken dat de gemeente een wegbeheerder heeft aangesteld die inspecties ter plaatse heeft verricht. Het hof oordeelt dat UWV onvoldoende concrete feiten of omstandigheden gesteld op grond waarvan als vaststaand kan worden aangenomen dat de Gemeente, in weerwil van de bevindingen van de wegbeheerder voorafgaand aan het ongeval wist of had behoren te weten dat de trens op de Heining een gevaar voor motorrijders opleverde. De gemeente heeft met het aanstellen van een wegbeheerder voldoende invulling gegeven aan de op haar als wegbeheerder rustende verplichting om zoveel mogelijk te voorkomen dat op de openbare weg een voor weggebruikers gevaarlijke situatie ontstaat.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gemeente niet aansprakelijk voor val door hoogteverschil van 24 cm bij eigen voordeur

  • Rechtbank Gelderland
  • 9 november 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:6689
  • 299872

Eiseres komt bij het verlaten van haar woning ten val als zij vanuit haar voordeur op de 24 cm lager gelegen stoep stapt. Zij stelt de gemeente aansprakelijk ex art 6:174 BW en stelt daarbij dat een afstap met het hoogteverschil in strijd is met de veiligheidsnormen. 1. De rechtbankbank overweegt dat de aansprakelijkheid beoordeeld dient te worden aan de hand van de maatstaven van het Wilnisarrest. Deze maatstaven komen overeen met de ‘kelderluikcriteria’. De rechtbank van oordeel dat, de afstap, waarvan de hoogte bij eiseres als dagelijks gebruiker bekend was en voor andere gebruikers kenbaar was, niet zo groot was dat dit, er van uitgaande dat de bij een dergelijke afstap passende voorzichtigheid betracht werd, een wezenlijk gevaar opleverde dat uit het oogpunt van veiligheid voorkomen had moeten worden. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van dat de stoep niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Vordering afgewezen.

Lees verder

Vaknieuws

PIV-Bulletin 2016-5 Een voorwerp op de weg: is de wegbeheerder aansprakelijk?

  • PIV-bulletin
  • 1 december 2016
  • Lianne van den Ham – Leerkes, advocaat bij Nysingh advocaten-notarissen

In de wet is bepaald dat de wegbeheerder (het verantwoordelijke overheidslichaam) moet zorgen dat de openbare weg in goede staat verkeert. Verkeert de openbare weg in een gebrekkige toestand[1] en ontstaat daardoor schade, dan is de wegbeheerder daarvoor aansprakelijk. Maar wat wordt verstaan onder de openbare weg en hoever strekt dat begrip?

Lees verder

HR: wegbeheerder niet aansprakelijk voor val over kabels, toetsing aan ‘kelderluikcriteria’ binnen art. 6:174 BW en art. 6:162 BW

  • Hoge Raad
  • 7 oktober 2016
  • ECLI:NL:HR:2016:2283
  • 15/02599

Benadeelde struikelt over elektriciteitskabels naar marktkramen en stelt de gemeente aansprakelijk ex art. 6:174 en 6:162 BW. 1. Aansprakelijkheid wegbeheerder ex art. 6:174 BW. Vooropgesteld wordt dat bij het antwoord op de vraag of de weg voldoet aan de eisen die daaraan mogen worden gesteld en dus niet gebrekkig is, moet worden getoetst aan de ‘Kelderluikcriteria’. De Hoge Raad oordeelt dat de aansprakelijkheid van de wegbeheerder ex art. 6:174 BW beperkt is tot gebreken die samenhangen met de verkeersfunctie van de openbare weg. De aanwezigheid op een openbare weg van een voorwerp dat niet behoort tot de weg valt in de zin van art. 6:174 BW valt derhalve niet onder art. 6:174 lid 1 BW. 2. 1. Aansprakelijkheid ex art. 6:162 BW. De Hoge Raad overweegt vervolgens dat de wegbeheerder echter ook, mede uit hoofde van zijn algemene zorgplicht ten aanzien van de veiligheid van weggebruikers, wel aansprakelijk kan zijn voor de aanwezigheid van voorwerpen op de weg o.g.v. art. 6:162 BW. Indien de wegbeheerder bekend is met de aanwezigheid van het voorwerp op de weg, zoals in deze zaak de Gemeente met de aanwezigheid van de elektriciteitskabels, zijn voor de beoordeling van zijn aansprakelijkheid voor schade die ontstaat door verwezenlijking van het gevaar dat van die aanwezigheid uitging, van belang in hoeverre niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid waarschijnlijk is, hoe groot de kans is dat daaruit ongevallen ontstaan, hoe ernstig de gevolgen kunnen zijn, en in hoeverre het nemen van veiligheidsmaatregelen bezwaarlijk is (de ‘kelderluikcriteria’). 3. De Hoge Raad verwerpt de cassatiemiddelen tegen het oordeel van het hof dat de gemeente niet aansprakelijk is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: wegbeheerder niet aansprakelijk voor letsel fietser door botsing met middengeleider

  • Rechtbank Midden-Nederland
  • 20 juli 2016
  • ECLI:NL:RBMNE:2016:4184
  • C/16/404383 / HA ZA 15-929

Benadeelde fietst tegen middengeleider op fietspad, waarop een gele verkeerszuil was geplaatst met een rond blauw verkeersbord met een witte pijl; zij loopt daarbij (blijvend) letsel op. Zij stelt de gemeente als wegbeheerder aansprakelijk ex art 6:174 BW. De rechtbank overweegt dat van een gebrek sprake is indien de weguitrusting naar objectieve maatstaven gemeten niet voldoet aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mag stellen, en daardoor een gevaar oplevert voor personen of zaken. Naar het oordeel van de rechtbank was het gerechtvaardigd om ter plaatse een obstakel te plaatsen. De gemeente heeft destijds gekozen voor een obstakel in de vorm van een paaltje op een middengeleider. Dat was toen, ondanks het ontbreken van de thans bepleite ribbelmarkering, niet in strijd met de aanbevelingen van CROW en niet onrechtmatig. De omstandigheid dat de middengeleider ná het ongeval is verwijderd, doet aan het voorgaande niet af, aangezien de gemeente destijds gerechtvaardigd voor de middengeleider heeft mogen kiezen. De rechtbank overweegt voorts dat een obstakel in het verkeer niet ongewoon is. In het algemeen moet door verkeersdeelnemers steeds rekening worden gehouden met obstakels, ook door fietsers op een fietspad.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: gemeente als wegbeheerder aansprakelijk voor val fietser door 5 meter lange scheur in wegdek

  • Hof Den Haag
  • 17 mei 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1350
  • 200.155.018/01

Tienjarig meisje komt met fiets ten val door scheur in het wegdek van het fietspad. 1. Het hof acht de gemeente als wegbeheerder ex art 6:174 BW aansprakelijk. Het hof is van oordeel dat de duidelijke en goed onderbouwde conclusies van de ongevallenanalist t.a.v.de gebrekkige staat van het wegdek en het daardoor geschapen (grote) gevaar voor fietsers, door de gemeente onvoldoende gemotiveerd zijn weersproken. 2. Geen eigen schuld.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ongeval racefietser/auto, beroep op overmacht art. 185 WVW gehonoreerd, gemeente aansprakelijk voor hoog gras, 65% eigen schuld

  • Ongepubl. jurisprudentie, Rechtbank Overijssel
  • 18 april 2016
  • 181481 HARK 16-12

Racefietser steekt na passeren van chicane de weg over en wordt aangereden door van rechts komende auto. Het zicht werd ter plaatse werd belemmerd door hoogstaand gras en onkruid. Hij stelt de automobilist en de gemeente aansprakelijk. 1. Automobilist (art 185 WVW). Uitverklaringen volgt dat de automobilist door de hoge begroeiing de racefietser niet heeft kunnen zien naderen en dat hij ongeveer 30 km per uur reed, terwijl de maximaal toegestane snelheid 50 km per uur bedraagt. Van automobilist kan niet verwacht worden dat hij zijn auto tot stilstand brengt om zich ervan te vergewissen dat er geen racefietsers naderen die door de hoge begroeiing geen zicht hebben op verkeer van rechts waaraan zij voorrang dienen te verlenen. Beroep op overmacht gehonoreerd. 2 Gemeente (art 6:174 BW). 3. Gemeente (art 6:162 BW). De rechtbank acht de gemeente aansprakelijk ex art 6:162 BW. De gemeente is verplicht is tot het onderhouden van de berm en daarmee de begroeiing van de strook grond tussen de twee rijbanen. De gemeente heeft een gevaarlijke situatie gecreëerd die door haar met geringe financiële middelen voorkomen had kunnen worden door vaker te maaien. 4. Eigen schuld racefietser 65%. 5. Kosten deelgeschil: € 4.184,20 (gevorderd: € 9.434,80); aantal uren bovenmatig. Gelet op de factoren ervaring en expertise die in het uurtarief zijn verdisconteerd, matigt de rechtbank het aantal uren.

Lees verder

deelgeschil: paaltje langs stoep geen gebrek van de weg

  • Rechtbank Rotterdam
  • 16 februari 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:1219
  • 4703715 VZ VERZ 15-23405

Een voetganger valt over een paatje langs de stoep dat dient om auto’s van de stoep te weren. Vaststaat dat dit type paaltjes door heel de stad wordt geplaatst en dat gemeenten door heel het land gebruik maken van dit type paaltjes. Uit de foto’s blijkt dat sprake is van een overzichtelijke straatsituatie, het paaltje deel uitmaakte van een reeks paaltjes die op gezette afstand over de lengte van de stoep waren geplaatst, het paaltje c. q. de paaltjes een donkerder kleur hadden ten opzichte van de tegels van de stoep en voorts dat het paaltje en ook de overige paaltjes, mede gelet op de hoogte ervan, voor zowel voetgangers op de stoep als voor personen die de stoep willen opstappen goed zichtbaar zijn. Van een gebrek aan de weg is daarom geen sprake. Omdat aansprakelijkheid niet is komen vast te staan worden de kosten niet toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: stoep niet gebrekkig door verhoging

  • Hof Den Bosch
  • 23 februari 2016
  • ECLI:NL:GHSHE:2016:667
  • 200. 159. 597_01

Een voetganger loopt achteruit van de straat de stoep op en valt daar over een betonnen verhoging, geplaatst door de gemeente om auto’s van de stoep te weren. Het hof oordeelt dat de weg niet gebrekkig was en dat de gemeente in redelijkheid had kunnen besluiten de verhoging te plaatsen. De kans dat het winkelend publiek over de verhoging zou vallen was betrekkelijk klein.

Lees verder