Jurisprudentie

Rb: waterschap aansprakelijk voor door brug zakken paard, 70% eigen schuld

  • Rechtbank Limburg
  • 1 maart 2017
  • ECLI:NL:RBLIM:2017:1874
  • 04 5359801 CV16-8810

Eiser loopt met paard over voetgangersbruggetje. Het paard zakt met been door het bruggetje en loopt letsel op. De kantontrechter toets aan de criteria van het Kelderluikarrest en acht het waterschap aansprakelijk ex art 6:174 BW. Het waterschap heeft een gevaarlijke situatie in het leven geroepen. De kantonrechter concludeert dat het waterschap verzuimd heeft veiligheidsmaatregelen te treffen bij de brug waardoor de kans op het ongeval verkleind zou zijn. Dat valt het waterschap te verwijten en daarmee is het waterschap in beginsel aansprakelijk. 2. Eigen schuld ruiter 70% omdat hij ter plaatse niet mocht rijden.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: hoger beroep deelgeschil mogelijk, bewijs van gebrekkige gladde vloer voorshands geleverd

  • Hof Amsterdam
  • 7 februari 2017
  • ECLI:NL:GHAMS:2017:368
  • 200.180.061/01

Hoger beroep deelgeschil. Appellanten hebben beheerder winkelcentrum aansprakelijk gesteld voor val op gladde houten vloer. 1. In de bestreden deelgeschilbeschikking is het deelgeschil niet beslecht, omdat de zaak zich niet leende voor behandeling in deelgeschil. Dit is geen situatie waarvoor art. 1019cc Rv (rechter gebonden aan oordeel deelgeschillenrechter als bij eindbeslissing) is geschreven. Echter, nu de bodemrechter – die tevens de rechter was in het deelgeschil – zelf heeft overwogen dat bepaalde rechtsoverwegingen beschouwd moeten worden als beslissingen als bedoeld in art. 1019cc Rv, moet worden geconcludeerd dat zij zich kennelijk in de bodemprocedure aan deze overwegingen gebonden acht. Om die reden zijn appellaten dan ook ontvankelijk in het hoger beroep. 2. Het hof stelt voorop dat voor het antwoord op de vraag of de beheerder aansprakelijk is voor de gevolgen van de valpartijen niet van doorslaggevende betekenis is of deze aansprakelijkheid gebaseerd is op art. 6:174 BW of art. 6:162 BW. Deze maatstaven komen overeen met de Kelderluikcriteria. Het hof oordeelt dat appellanten o.g.v. de overgelegde rapportage, verklaringen en foto’s voorshands bewezen hebben dat de vloer ten tijde van de valpartijen niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden gesteld mochten worden. Tegenbewijs is mogelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: gemeente niet aansprakelijk voor val door hoogteverschil van 24 cm bij eigen voordeur

  • Rechtbank Gelderland
  • 9 november 2017
  • ECLI:NL:RBGEL:2016:6689
  • 299872

Eiseres komt bij het verlaten van haar woning ten val als zij vanuit haar voordeur op de 24 cm lager gelegen stoep stapt. Zij stelt de gemeente aansprakelijk ex art 6:174 BW en stelt daarbij dat een afstap met het hoogteverschil in strijd is met de veiligheidsnormen. 1. De rechtbankbank overweegt dat de aansprakelijkheid beoordeeld dient te worden aan de hand van de maatstaven van het Wilnisarrest. Deze maatstaven komen overeen met de ‘kelderluikcriteria’. De rechtbank van oordeel dat, de afstap, waarvan de hoogte bij eiseres als dagelijks gebruiker bekend was en voor andere gebruikers kenbaar was, niet zo groot was dat dit, er van uitgaande dat de bij een dergelijke afstap passende voorzichtigheid betracht werd, een wezenlijk gevaar opleverde dat uit het oogpunt van veiligheid voorkomen had moeten worden. De rechtbank concludeert dat geen sprake is van dat de stoep niet voldeed aan de eisen die daaraan in de gegeven omstandigheden mogen worden gesteld. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: onderwijsinstelling niet aansprakelijk voor val meisje van ‘stepping stones’ tijdens naschoolse opvang

  • 8 december 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:15167
  • C/09/512450 / HA RK 16-292

Zevenjarig meisje valt tijdens naschoolse opvang op schoolplein van ‘stepping stones’ en loopt letsel op. 1. De rechtbank overweegt dat de vraag of de stepping stones een gebrek hebben waarvoor de onderwijsinstelling als bezitter ex art. 6:174 BW aansprakelijk is, beoordeeld dient te worden aan de hand van de criteria van het Wilnisarrest uit 2012. Deze maatstaven komen overeen met de ‘kelderluikcriteria’. Blijkens de toepasselijke NEN-normen is bij dergelijke speeltoestellen geen valdempende ondergrond vereist. De rechtbank oordeelt dat de onderwijsinstelling noch op grond van de toepasselijke NEN-normen, noch ter voorkoming van gevaarzetting op grond van artikel 6:174 BW verplicht was tot het plaatsen van rubberen matten onder, althans rondom de steppingstones. Verklaring voor recht dat onderwijsinstelling aansprakelijk is afgewezen. 2. Geen aansprakelijkheid ex art 6:162 BW wegens tekortschietend toezicht. 3. Kosten deelgeschil: € 4.150,30.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: ambtenaar niet ontvankelijk in verzoek op basis van art 7:658 BW, geen gebrekkig opstal

  • Rechtbank Den Haag
  • 14 juli 2016
  • ECLI:NL:RBDHA:2016:7954
  • C/09/499332 / HA RK 15-503

Verzoeker, ambtenaar in dienst van gemeente, valt tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden in oliehok. Hij stelt dat hij is uitgegleden op de vloer van het oliehok, die glad was als gevolg van zeep- en waterresten. Hij acht de gemeente aansprakelijk ex art 7:658 BW en artt. 6:174 BW, 6:181 BW, 6:170 BW. 1. De rechtbank verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in zijn verzoek m.b.t. de grondslag van art.7:658 BW (ook niet op basis van analoge toepassing), nu verzoeker ambtenaar is. 2. De verzoeken gegrond op aansprakelijkheid van de Gemeente voor een gebrekkige opstal dan wel voor haar werknemers, worden eveneens afgewezen. De verklaringen van de diverse getuigen bieden onvoldoende steun om de juistheid te aanvaarden van de stelling van verzoeker dat de vloer glad is geweest als gevolg van zeep- en waterresten, zodanig dat er – ook met het gebruik van veiligheidsschoenen – een gevaar voor uitglijden bestond. 3. Kosten deelgeschil: deelgeschil niet volstrekt onnodig; kosten vastgesteld op € 5.725,46 (maar afgewezen).

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: art 7:658 BW niet val toepassing op overheidspersoneel, Universiteit niet aansprakelijk voor val werknemer over losse kabel

  • Rechtbank Rotterdam
  • 13 juli 2016
  • ECLI:NL:RBROT:2016:5297
  • C/10/485817 / HA ZA 15-1011

Werknemer van Universiteit komt op weg naar parkeergarage ten val over losliggende kabel van een kabelhaspel, waarbij hij rug-, pols- en psychische klachten oploopt. Hij stelt de Universiteit aansprakelijk ex art 7:658 BW, art 6:174 BW, art. 6:173 en art. 6:162 BW. 1. De rechtbank oordeelt werknemer geen beroep kan doen op art 7:658 BW, aangezien in art. 7:615 BW is bepaald dat titel 10 van boek 7 van het BW (waar art. 7:658 BW onderdeel van uitmaakt) niet van toepassing is op personen in overheidsdienst. 2. Aansprakelijkheid ex art 6:174 BW, art. 6:173 en art. 6:162 BW wordt eveneens afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: letsel bij zaalvoetbal in sporthal, deskundigenbericht gelast

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • 26 april 2016
  • ECLI:NL:GHARL:2016:3429
  • 200.153.590

Benadeelde loopt tijdens vriendschappelijke zaalvoetbalwedstrijd tegen muur van sporthal en loopt letsel op. Hij stelt de sporthalexploitant en de gemeente aansprakelijk; hij stelt hierbij dat de uitloopruimte rondom het speelveld van één meter gevaarlijk klein en in strijd met KNVB-voorschriften was. Het hof zal toetsen aan de hand van de Kelderluikcriteria of de exploitant en/of de gemeente door de aanleg in de sporthal van een zaalvoetbalveld van 40 x 20 meter en de instandhouding daarvan, een situatie in het leven hebben geroepen of hebben laten voortbestaan die voor anderen, en met name voor deelnemers aan een zaalvoetbalwedstrijd, bij niet-inachtneming van de vereiste oplettendheid en voorzichtigheid gevaarlijk was. Het hof heeft behoefte aan deskundige voorlichting en gelast een deskundigenbericht.

Lees verder

Vaknieuws

PIV-Bulletin 2016, 2: (onder meer) over de PIV Jaarconferentie en het hangmatarrest

  • PIV-bulletin
  • 28 april 2016

In het PIV-Bulletin 2016-2 zijn de volgende artikelen opgenomen: 1. Een vliegende start naar een vernieuwde schadebehandeling; een verslag van de PIV-jaarconferentie 2016 ‘Onderweg naar overmorgen’. 2. Het hangmatarrest vervolgd; niet iedere medebezitter hangt, door mw mr. L.K. de Haan en mr. C. Banis; 3. De (on)redelijkheid van toerekening van een gebrekkige medische hulpzaak aan de arts of het ziekenhuis, door mw mr. M.S.E van Beurden en mw mr. L. Homan.

Lees verder

Vaknieuws

Het Hangmatarrest vervolgd; niet iedere ‘medebezitter’ hangt

  • PIV-bulletin
  • 1 april 2016
  • Mevrouw mr. L.K. de Haan en mr. C. Banis – V&A Advocaten

– De gebeten hond en het paard Imagine
Na het Hangmatarrest van de Hoge Raad uit 2010 was het natuurlijk wachten op de volgende zaken over de aansprakelijkheid tussen medebezitters onderling. Die zaken zijn er dus ook gekomen. Logisch, want als het één kan, is wellicht ook het ander mogelijk. Ongelukken zitten bovendien in een klein hoekje en pech past steeds minder in onze vocabulaire. Tel daarbij op dat er (gelukkig!) verzekeraars zijn en dat een claim snel is ingediend. Dat resulteert in buitengewoon boeiende juridische vraagstukken. Deze bijdrage gaat eerst en vooral over het vraagstuk rondom de onderlinge aansprakelijkheid van medebezitters van (huis)dieren, maar we maken ook een paar uitstapjes.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: arbeidsongeval zzp’er niet geschikt voor deelgeschil vanwege noodzaak nadere bewijslevering

  • Rechtbank Gelderland
  • 9 december 2015
  • 288516
  • ECLI:NL:RBGEL:2015:8249

Verzoeker, exploitant van eenmanszaak (zzp-er), is ingeschakeld door snoepfabriek om ruiten te beplakken. Hij is hierbij van een hoogwerker op een stelling gestapt en naar beneden gevallen. Hij stelt de snoepfabriek aansprakelijk ex 6:174 BW (gebrekkige opstal), 6:162 BW (onrechtmatige daad), dan wel 7:658 (lid 4) BW (aansprakelijkheid ‘werkgever’). 1. De rechtbank overweegt dat de overgelegde bewijsstukken onvoldoende duidelijkheid geven over het vooroverleg over het betreden van de stelling en of benadeelde hem bekende veiligheidsregels heeft overtreden. Bij deze stand van zaken kan niet tot een beslissing worden gekomen zonder bewijsopdracht en het horen van getuigen. De met een dergelijke instructie gepaard gaande tijd en moeite staan naar het oordeel van de rechtbank niet in verhouding tot de kans dat een vaststellingsovereenkomst tot stand zal komen. Het verzoek sub 1 stuit daarom af op artikel 1019z Rv. 2. Voorschot afgewezen. 3. Kosten deelgeschil begroot op € 5.518,01, maar afgewezen; uurtarief € 255- redelijk.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: attractiepark niet aansprakelijk voor letsel van moeder op springkussen

  • Rechtbank Rotterdam
  • 16 december 2015
  • ECLI:NL:RBROT:2015:9298
  • C/10/475327 / HA ZA 15-425

Benadeelde breek haar enkel, als zij met haar 2-jarige zoontje van een springkussen glijdt. De rechtbank oordeelt dat een springkussen een opstal is in de zin van art 6:174 BW, maar acht het attractiepark niet aansprakelijk. De rechtbank concludeert dat er geen sprake was van een gebrek aan de opstal in die zin dat er een onzichtbare geul rondom het springkussen was aangebracht die voor een gevaarlijke situatie zorgde. Niet geconcludeerd kan worden dat het springkussen niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. De rechtbank acht attractiepark Plaswijckpark is niet aansprakelijk ex art 6:174 BW, noch ex art 162 BW.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: woningstichting niet aansprakelijk voor val in liftschacht van man die hondje wilde redden

  • Hof Den Bosch
  • 3 november 2015
  • ECLI:NL:GHSHE:2015:4434
  • HD 200.155.417_01

Man probeert hondje te redden dat met zijn rolriem bekneld is geraakt tussen liftdeur en naar boven wordt getrokken. Het hof acht de woningstichting niet aansprakelijk ex art 6:171 BW (gebrekkig opstal). Naar het oordeel van het hof blijkt uit het onderzoek van het Liftinstituut dat de lift voldeed aan de veiligheidseisen die daaraan op dat moment gesteld werden. Van de Stichting mochten niet minder, maar ook niet meer voorzorgsmaatregelen worden verlangd om een gevaarlijke situatie als de onderhavige te voorkomen. De omstandigheid dat de lift is gelegen een appartementencomplex voor senioren maakt dit niet anders. Voor de gebruikers van de lift leverde deze geen gevaar op, terwijl het risico voor weglopende hondjes niet voortkomt uit technische onvolkomenheden van de lift maar uit een gebrek aan oplettendheid van de hondenbezitter. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: gehoorbeschadiging door besmet water zwembad? Geen beroep op omkeringsregel

  • 31 maart 2015
  • ECLI:NL:GHARL:2015:2353
  • 200.137.691-01

Ouders stellen eigenaar van binnenzwembad op camping aansprakelijk voor gehoorbeschadiging van zoon door besmetting met de PA-bacterie in zwemwater in 2003. De rechtbank had ouders toegelaten tot bewijslevering door middel van een deskundigenbericht; hiertegen hebben de ouders hoger beroep ingesteld. 1. Het hof oordeelt dat art. 6:175 BW (risicoaansprakelijkheid voor gevaarlijke stof) niet van toepassing is. 2. Voor aansprakelijkheid ex art. 6:173/6:174 BW is vereist: a. dat doofheid zoon het gevolg van een besmetting met de PA-bacterie; b. dat zoon besmetting heeft opgelopen in het binnenzwembad; c. dat de PA-bacterie in zwembad aanwezig was en d. dat eigenaar is tekortgeschoten in op haar rustende zorgplicht, en/of is risicoaansprakelijk vanwege een gebrek in het filter aanwezig is; e. de aanwezigheid van de PA-bacterie is het gevolg van de schending van de zorgplicht en/of het gebrek in het filter. Het hof overweegt dat het feit dat de normhoeveelheid bacteriën werd overschreden, nog niet betekent dat de PA-bacterie aanwezig was.
Het hof komt tot de slotsom dat er op basis van de beschikbare gegevens niet van kan worden uitgegaan dat op 12 juni 2003 de PA-bacterie aanwezig was. Het beroep van appellanten op toepassing van de omkeringsregel faalt dan ook. Dat betekent dat het door de rechtbank bevolen deskundigenonderzoek noodzakelijk is.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb, deelgeschil: sporthal niet aansprakelijk voor val van trap met ongelijke treden

  • Rechtbank Den Haag
  • 10 maart 2015
  • ECLI:NL:RBDHA:2015:2432
  • C-09-472751 - HA RK 14-466

Benadeelde valt van tribunetrap met ongelijke treden en loopt letsel op. De rechtbank acht de gemeente als bezitter van de sporthal niet aansprakelijke ex art. 6:174 BW/art. 6:162 BW. Niet kan met succes worden gesteld dat de trap door de afwijkende maten vanaf trede 7 en lager ten opzichte van de hoger gelegen treden tot en met tribune 13 niet voldeed aan de eisen die men daaraan in de gegeven omstandigheden mocht stellen. Het had benadeelde bij voldoende oplettendheid moeten opvallen dat de diepte van de treden vanaf trede 7 wijzigde. Uit de omstandigheid, dat de gemeente de tribune enkele maanden na het ongeval heeft aangepast, kan niet de conclusie worden getrokken dat de tribune voorheen gebrekkig was. 2. Kosten deelgeschil vastgesteld op € 4528,54; gevorderd € 8055,75, maar aantal uren teruggebracht van 26,1 naar 14; uurtarief € 240.

Lees verder

Jurisprudentie

Hoogheemraadschap niet aansprakelijk voor dijkdoorbraak Wilnis

  • Hof Den Haag
  • 6 mei 2014
  • ECLI:NL:GHDHA:2014:1539
  • 200.086.133/01

De gemeente heeft het Hoogheemraadschap ex art. 6:174 en art. 6:162 BW en aansprakelijk gesteld voor de dijkdoorbraak bij Wilnis in 2003. Aan de hand van een deskundigenrapport stelt het hof vast dat de zwakte van de kade onder (zeer) droge omstandigheden – destijds een nog niet onderkend risico – hoogstwaarschijnlijk tot de verschuiving heeft geleid. Daarmee is het hoogheemraadschap geslaagd in tegenbewijs tegen het (op de feitelijke verschuiving gebaseerde) vermoeden dat de kade niet voldeed aan de daaraan te stellen eisen. Van het hoogheemraadschap mag niet worden verlangd alle mogelijke wetenschappelijke inzichten te bezitten en in te zetten om elk risico te voorkomen. Daarbij speelt ook een rol dat de financiële middelen van het hoogheemraadschap beperkt zijn. Om die redenen heeft het hoogheemraadschap een zekere beleidsvrijheid bij het maken van keuzes en het stellen van prioriteiten.

Lees verder