Vaknieuws

PIV-Bulletin 2016-4 Subrogatie en/of cessie; dat en waarom tijdig nadenken hierover kan lonen!

  • PIV-bulletin
  • 1 oktober 2016
  • mr. C. Banis en mr. L.K. de Haan van V&A Advocaten te Rotterdam

De aansprakelijkheidsverzekeraar komt nogal eens in beeld om te betalen wanneer zich een schadeveroorzakend evenement heeft voorgedaan. Denk bijvoorbeeld aan de AVB-verzekeraar die een bedrijf heeft verzekerd waar een arbeidsongeval plaatsvindt met letsel voor een werknemer tot gevolg. Als het betreffende bedrijf verzekeringsdekking heeft en de werknemer een claim indient bij zijn werkgever, zal de AVB-verzekeraar deze claim in behandeling nemen en, als aansprakelijkheid van het bedrijf gegeven is, de werknemer schadeloos stellen. Wat wij nu zien in de praktijk, is dat bij aansprakelijkheidsverzekeraars de focus pleegt te liggen op dit deel van het werk: de claimbehandeling en schadeafwikkeling. Wij begrijpen dat heel goed en willen aan deze praktijk ook zeker niet afdoen. Integendeel. Het kunnen compenseren van (letselschade)slachtoffers die aanspraak hebben op schadevergoeding, is juist een van de belangrijkste functies van de aansprakelijkheidsverzekering. Geld terughalen, waar mogelijk, is echter ook belangrijk. Soms is de daadwerkelijke boosdoener immers een andere partij of zijn er meerdere aansprakelijke partijen aan te wijzen, al dan niet naast de verzekerde. Over het terughalen van geld op deze andere partij(en), oftewel: het plegen van regres, gaat ons artikel. Meer specifiek, willen wij aandacht vragen voor de hierbij – tijdig! – te maken keuze tussen subrogatie en/of cessie. De ervaring leert ons namelijk dat de keuze voor het één en/of het ander het welslagen van regres kan maken of breken.

Lees verder

Vaknieuws

Hoge Raad schept duidelijkheid over ‘subrogatie in zieligheid’

  • PIV-bulletin
  • 1 november 2015
  • Mevrouw mr. M.A. Gregoor & mr. A.N.L. de Hoogh KBS Advocaten N.V.
  • ECLI:NL:HR:2015:1873

In deze bijdrage bespreken wij de uitspraak van de Hoge Raad van 10 juli 2015, waarin de vraag centraal stond of en in hoeverre de billijkheidscorrectie van art. 6:101 BW doorwerkt in de regresverhouding tussen verzekeraars. Dit naar aanleiding van de verhaalsactie van zorgverzekeraar Menzis op Achmea (als WAM-verzekeraar).

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: artikel 6:197 BW geldt niet alleen voor subrogatie naar Nederlands recht

  • Hof Amsterdam
  • 26 mei 2015
  • ECLI:NL:GHAMS:2015:2043
  • 200.156.221-01

Waterschade in Nederland. Ierse brandverzekeraar neemt regres op veroorzaker waterschade van Engelse verzekerde op grond van art. 6:173 (en 6:162) BW. Het hof oordeelt dat, ook wanneer de subrogatie wordt beheerst door Engels recht, op de vraag of de rechten van de verzekerde vatbaar zijn voor rechtsovergang Nederlands recht van toepassing is. Art. 6:197 BW staat aan verhaal door de verzekeraar op grond van art. 6:173 BW in de weg. De evidente strekking van artikel 6:197 BW is dat een recht uit artikel 6:173 BW niet vatbaar is voor subrogatie. Anders dan de brandverzekeraar stelt, is niet beoogd de bepaling te beperken tot de verzekeraars die krachtens Nederlands recht in de rechten van hun verzekerden worden gesubrogeerd.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: regresverbod art. 7:962 lid 3 geldt niet bij ingeleend personeel

  • Hoge Raad
  • 28 november 2014
  • ECLI:NL:HR:2014:3461
  • 14/00821

Werknemer is gewond geraakt bij ongeval. Zijn zorgverzekeraar neemt regres op de uitzendkracht die voor dezelfde werkgever werkte en die het ongeval veroorzaakte. In cassatie is de vraag aan de orde of de uitzendkracht voor de toepassing van het subrogatieverbod van art. 7:962 lid 3 BW dient te worden aangemerkt als een persoon die in dienst staat tot dezelfde werkgever als werknemer. Rechtbank en hof hadden de vraag bevestigend beantwoord. De Hoge Raad oordeelt echter dat uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever de voorkeur heeft gegeven aan een limitatieve opsomming van duidelijk afgebakende uitzonderings-categorieën boven een meer open geformuleerde maatstaf. Aangenomen moet worden aangenomen dat de wetgever een formeel-juridisch begrip ‘werkgever’ in art. 7:962 lid 3 BW voor ogen heeft gestaan, nu dit formele begrip scherp is omlijnd en ziet op relaties die in het algemeen duurzaam zijn. Daaraan staat niet in de weg dat de wetgever zich bij deze bepaling heeft laten leiden door de vrees dat arbeidsverhoudingen verstoord zouden raken als gevolg van verhaal van de verzekeraar. Deze beweegreden ziet immers op het scheppen van de uitzonderingspositie voor werknemers van dezelfde werkgever, en rechtvaardigt niet om de uitzondering ruim uit te leggen zodat die ook arbeidsverhoudingen omvat die naar hun aard minder duurzaam zijn.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: afgedragen premie en vakantiegeld zijn vorderbaar, voorschot verzekeraar leidt niet tot subrogatie

  • Rechtbank Noord-Nederland
  • 15 mei 2013
  • ECLI:NL:RBNNE:2013:4480
  • 1178911

De werkgever betaalt de premie voor de collectieve zorgverzekering en de bijdrage aan het tijdspaarfonds voor vakantiegeld voor de werknemer aan de zorgverzekeraar en het fonds. De loonbelasting daarover draagt de werkgever vooraf af. De werkgever heeft een vorderingsrecht voor de resterende netto bedragen die onderdeel van het loon uitmaken. De uitkeringen van de ziekteverzuimverzekeraar komen niet in mindering omdat het voorschotten betreffen die bij verhaal door de werkgever aan de ziekteverzuimverzekeraar terug moeten worden betaald.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: subrogatie-uitsluiting van art. 7:962 lid 3 BW (collega-verweer) geldt ook jegens ingeleend personeel

  • Rechtbank Amsterdam
  • 28 november 2012
  • BY7234
  • 514340/HA ZA 12-431

Zorgverzekeraar neemt regres op veroorzaker ongeval. Benadeelde en veroorzaker waren feitelijk bij hetzelfde bestratingsbedrijf; benadeelde was in dienst en veroorzaker was ingeleend door uitzendbureau. De rechtbank stelt voorop dat de tekst van art. 7:962 lid 3 BW geen onderscheid maakt tussen formele en materiële werkgevers en overweegt dat in algemene zin gesproken wordt van “degene die in dienst staat tot dezelfde werkgever”. Mede gelet op de toenemende flexibilisering van de arbeidsmarkt, bestaat naar het oordeel van de rechtbank geen aanleiding om de reikwijdte van de woorden “in dienst tot” zo beperkt uit te leggen, dat iemand die door tussenkomst van een uitzendbureau bij dezelfde werkgever werkzaam is als de verzekerde, daar niet onder zou vallen. De rechtbank komt tot het oordeel dat veroorzaker in dienst stond tot dezelfde werkgever als benadeelde, zodat de zorgverzekeraar niet in de rechten van benadeelde kan subrogeren.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: subrogatie: beperking verhaalsrecht art. 7:692 lid 3 BW geldt ook tegen medeschuldenaren

  • Hoge Raad
  • 23 november 2012
  • BX5880
  • 12/00396

Ongeval met twee auto’s; beide bestuurders hebben schuld aan het ontstaan van het ongeval. De inzittenden van auto 1 (echtgenote en zoon van bestuurder van auto 1) raken gewond; de zorgverzekeraar neemt regres op bestuurder auto 2. (O.g.v. art 7:692 lid 3 BW heeft de zorgverzekeraar geen vorderingsrecht op de echtgenoot/vader.) Kan de zorgverzekeraar de volledige schade op bestuurder 2 verhalen of slechts onder aftrek van het gedeelte dat bestuurder 1 in zijn onderlinge verhouding met bestuurder 2 aangaat. De Hoge Raad oordeelt dat de zorgverzekeraar slechts voor een deel regresrecht heeft. Indien zou worden geoordeeld dat de zorgverzekeraar de schade volledig op bestuurder 2 zou kunnen verhalen, zou dat immers meebrengen dat deze – o.g.v art. 6:102 lid 1 jo art. 6:101 lid 1 BW – langs indirecte weg alsnog regres zou kunnen nemen op de echtgenoot/vader.

Lees verder