Jurisprudentie

Hof: vrouw aansprakelijk voor letsel door negeren stoplicht op glijbaan in zwembad

  • Hof Den Haag
  • 5 juli 2016
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1844
  • ECLI:NL:GHDHA:2016:1844

Benadeelde loopt in 2008 letsel op in zwembad in bungalowpark als betrokkene (vrouw van 115 kg) van glijbaan boven op haar terecht komt. 1. Beroep AVP-op vervalbeding wegens late melding verworpen. 2. Naar het oordeel van het hof staat op basis van getuigenverklaringen vast dat betrokkene niet op groen licht heeft gewacht en benadeelde in het water heeft geraakt. Het hof oordeelt dat betrokkene onrechtmatig jegens benadeelde gehandeld, toen zij het rode licht bovenaan de glijbaan negeerde (althans niet wachtte tot het rode licht doofde, ging zitten en vervolgens uitgleed). Van een ongelukkige samenloop van omstandigheden kan in die situatie niet worden gesproken. Ook het sport- en spelargument gaat onder deze omstandigheden niet op, gezien het onmiskenbare belang van het opvolgen van de instructie omtrent het wachten op groen (althans oranje knipperend) licht en de aard en omvang van het gevaar bij schending daarvan. Betrokkene had zich – zeker gelet op haar gewicht – moeten realiseren, dat het negeren van een rood licht gevaarzettend was, welk gevaar zich heeft gerealiseerd.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: shaken baby syndroom: geen (voorwaardelijk) opzet, geen beroep op opzetclausule

  • Hof Den Haag
  • 17 november 2015
  • ECLI:NL:GHDHA:2015:3916
  • 200.142.796/01

Vader heeft zoontje van 5 maanden zodanig door elkaar geschud dat hij hersenletsel heeft opgelopen. De vader is door het hof (strafrechter) vrijgesproken, omdat geen sprake was van (voorwaardelijk) opzet. De moeder heeft (als wettelijk vertegenwoordiger van het kind) de vader en de AVP-verzekeraar van de vader (ex 7:954 BW) aansprakelijk gesteld. de AVP-verzekeraar heeft de schade afgewezen met beroep op de (nieuwe) opzetclausule. 1. Opzettelijk en wederrechtelijk handelen of nalaten, voorwaardelijk opzet daaronder begrepen, is van dekking uitgesloten. In de strafzaak heeft het hof de vader vrijgesproken van opzet en ook voorwaardelijk opzet niet aanwezig geacht en het handelen van de vader als aanmerkelijk onvoorzichtig is aangemerkt. Het hof oordeelt dat aanmerkelijk onvoorzichtig handelen geen opzet oplevert en niet van dekking is uitgesloten. Uit de verklaring van de vader kan niet worden afgeleid dat hij het opzet had zijn zoon te mishandelen. Integendeel, uit deze verklaring komt naar voren dat hij de intentie had het huilen van de baby te stoppen. Ook van voorwaardelijk opzet is geen sprake, nu niet vastgesteld kan worden dat hij de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zijn zoontje door zijn handelen zou komen te overlijden of ernstig letsel zou oplopen. 2. AVP-verzekeraar heeft in kader van directe actie belang om verzekerde ook in hoger beroep betrokken te houden. 3. Voorschot € 20.000,- toegewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: deelgeschil niet bedoeld over geschil over polisdekking SVI

  • Rechtbank Gelderland
  • 22 oktober 2015
  • ECLI:NL:RBGEL:2015:6872
  • 288515

Verzoeker verzoekt in deelgeschil –naast andere ingetrokken verzoeken- schadevergoeding uit hoofde van de door hem gesloten schadeverzekeringsovereenkomst voor inzittenden (SVI). De SVI-verzekeraar heeft zich op het standpunt gesteld dat er geen polisdekking is, omdat er onjuiste gegevens zijn verstrekt bij het aangaan van de verzekeringsovereenkomst.
De rechtbank verklaart verzoeker niet ontvankelijk. Uit de parlementaire geschiedenis van de Wet deelgeschilprocedure blijkt dat niet beoogd is een geschil over polisdekking onder de werking van die wet te brengen. De wetgever heeft gevallen van wettelijke aansprakelijkheid voor letsel- en overlijdensschade voor ogen gehad en niet de situatie dat de benadeelde uit hoofde van een verzekeringsovereenkomst (rechtstreeks) contractuele aanspraken jegens een verzekeraar pretendeert.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: SRK heeft bijstand aan beledigende klant terecht gestaakt

  • Hof Den Haag
  • 28 juli 2014
  • ECLI:NL:GHDHA:2014:2464
  • 200.130.416 - 01

SRK Rechtsbijstand heeft haar diensten voor een klant die SRK-medewerkers meerdere malen beledigde en schoffeerde terecht gestaakt. De klant noemde een medewerker onder meer een ‘vervelend kreng’. Het hof oordeelt dat de vrouw door haar handelwijze toerekenbaar tekortgeschoten is in de nakoming van de in artikel 19 lid 4 van de polisvoorwaarden neergelegde verplichtingen (verlenen van medewerking) jegens SRK en heeft zij de redelijke belangen van SRK geschaad. Onder het verlenen van medewerking is begrepen de verplichting de samenwerking met de rechtsbijstandsverzekeraar mogelijk te maken. Het hof oordeelt dat het besluit van SRK om de verdere rechtsbijstand aan de vrouw te staken in de gegeven omstandigheden en gelet op de herhaalde waarschuwingen niet disproportioneel.

Lees verder

Rb, deelgeschil: shaken-baby syndroom, geen beroep op opzetclausule ondanks strafrechtelijke veroordeling

  • Rechtbank Oost-Brabant
  • 13 juli 2015
  • ECLI:NL:RBOBR:2015:4480
  • C/01/286134 / EX RK 14-216

Vader is strafrechtelijk veroordeeld wegens opzettelijk toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan drie maanden oude baby (shaken-baby syndroom). Moeder verzoekt namens de zoon verklaring voor recht omtrent de aansprakelijkheid van de vader, alsmede verklaring voor recht dat de AVP-verzekeraar gehouden is de schade te vergoeden. Verzekeraar beroept zich op opzetclausule. De rechtbank verwijst naar de toelichting bij de (nieuwe) opzetclausule uit 2000 van het Verbond van Verzekeraars en concludeert dat met de (nieuwe) opzetclausule niet is bedoeld elk opzettelijk handelen van dekking uit te sluiten. Ook is niet bedoeld alle handelingen die onder een strafrechtelijke delictsomschrijving vallen van dekking uit te sluiten. De rechtbank stelt dat geconcludeerd zou kunnen worden dat handelen met voorwaardelijk opzet (bewust de mogelijkheid aanvaardend dat door zijn handelen schade kan ontstaan) niet van dekking is uitgesloten (zie r.o 3.14). De rechtbank overweegt dat de strafrechter heeft geoordeeld dat sprake was van voorwaardelijk opzet en dat de vader zich objectief gezien van zijn handelen bewust was. De civielrechtelijke beoordeling is een andere vanuit een meer subjectieve invalshoek. Naar het oordeel van de rechtbank is geen sprake van bewust handelen van de vader. De vader heeft in paniek, impulsief en chaotisch gehandeld. Dat is wederrechtelijk, maar geen opzettelijk handelen (zie r.o 3.17). De AVP-verzekeraar komt geen beroep op de opzetclausule toe. Voorschot toegekend. Kosten deelgeschil: € 6506,23.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: alcoholuitsluiting, WAM-verzekeraar geslaagd in bewijs invloed alcohol

  • Rechtbank Noord-Holland
  • 10 juni 2015
  • ECLI:NL:RBNHO:2015:4755
  • 3626604 CV EXPL 14-8561

Aanrijding auto en fietser. De aansprakelijke WAM-verzekeraar wil de aan de fietser uitgekeerde schadevergoeding verhalen op bestuurder auto (verzekerde) wegens rijden onder invloed van alcohol op grond van uitsluitingsclausule. De rechtbank acht de de verzekeraar door middel van getuigenverklaringen geslaagd in het bewijs dat de verzekerde onder zodanige invloed van alcohol verkeerde dat zij niet tot rijden in staat was. Gelet op betrouwbaar te achten en gedetailleerde verklaring van getuige X, is de motivering van het verweer van de verzekerde onvoldoende en had het op haar weg gelegen haar verweer nader te onderbouwen.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: regres WAM-verzekeraar op verzekerde na aanrijding onder invloed van alcohol, oordeel hof over opzetuitsluiting onbegrijpelijk

  • Hoge Raad
  • ECLI:NL:HR:2015:83
  • 13/06132

Regres WAM-verzekeraar op verzekerde na aanrijding onder invloed van alcohol. Verzekerde had gewoonte om met de auto naar de kroeg te gaan, daar 15-20 biertjes te drinken en met de auto naar huis te rijden. In de polisvoorwaarden is voorwaardelijk opzet uitgesloten van dekking; er is geen alcoholuitsluiting opgenomen. Het hof heeft verwezen naar Hoge Raad 13 januari 2006, ECLI:NL:HR:2006:AU3715, NJ 2006/282, waarin werd geoordeeld dat het algemene publiek dat een WAM-verzekering afsluit, niet geacht kan worden te weten, dat veelal in WAM-verzekeringen dekking is uitgesloten voor schade die is toegebracht onder invloed van alcohol. Het hof kwam tot het oordeel dat de verzekerde redelijkerwijs niet had hoeven te begrijpen dat de door hem veroorzaakte schade van dekking onder de WAM-verzekering was uitgesloten. Het hof oordeelde dat de WAM-verzekeraar derhalve geen beroep toekwam op de uitsluitingsclausule ter zake van voorwaardelijk opzet. De Hoge Raad vindt het oordeel van het hof onbegrijpelijk. De Hoge Raad oordeelt dat in deze zaak aan de orde is of verzekerde bij de totstandkoming van de verzekeringsovereenkomst heeft moeten begrijpen dat van dekking werd uitgesloten schade als gevolg van gedragingen zoals de onderhavige, te weten het besturen van de verzekerde auto na gebruik van een zeer aanzienlijke hoeveelheid alcohol, in samenhang met de gewoonte waarover verzekerde heeft verklaard. Het hof had moeten ingaan op de door de verzekeraar aangevoerde omstandigheden van het geval. Verwijzing naar een ander hof.

Lees verder

Jurisprudentie

Rb: letselschade pas na 15 maanden bij AVP-verzekeraar gemeld, recht op uitkering vervallen

  • Rechtbank Rotterdam
  • ongepubliceerd
  • C/l0/434725 / HA ZA 13-1031

Benadeelde loopt letsel op als vriendin van glijbaan in zwembad boven op haar terecht komt; de vriendin heeft niet gewacht tot het stoplicht bij de glijbaan op groen stond. Benadeelde stelt de vriendin en haar AVP-verzekeraar aansprakelijk. De rechtbank acht de vriendin aansprakelijk, maar wijst de vordering tegen de AVP-verzekeraar af. Vast staat dat de schade pas 15 maanden na het ongeval is gemeld. De rechter honoreert het beroep op art. 7:941 BW lid 2 en in combinatie met de polisvoorwaarden (verval van uitkering indien verzekeringnemer niet binnen redelijke termijn inlichtingen verschaft). De rechtbank oordeelt dat de verzekeraar in haar redelijke belang is geschaad. Door het tijdsverloop heeft zij een getuige niet meer kunnen horen en is de feitelijke situatie in het zwembad veranderd. Het beroep op rechtsverwerking verwerpt de rechtbank.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: tegenbewijs van te veel alcohol ten tijde van ongeval geleverd

  • ECLI:NL:GHARL:2014:9840
  • 200.124.049-01

Vordering verzekeraar na alcoholgebruik van appellante. Het hof heeft appellante toegelaten tot tegenbewijs van het voorshands vaststaande feit dat zij ten tijde van het ongeval te veel alcohol had gedronken om te mogen rijden. De verklaringen van de gehoorde getuigen komen het hof niet ongeloofwaardig voor, mede omdat ze niet onverenigbaar zijn met de uitkomst van de blaastest. Het is mogelijk dat appellante tijdens het bezoek aan een vriendin enkele glazen bier heeft gedronken. Zij verkeerde in een (labiele) geestelijke toestand die aan haar onzorgvuldige rijgedrag kan hebben bijgedragen. Het is onder die omstandigheden denkbaar dat zij direct na thuiskomst inderdaad in korte tijd een hoeveelheid bier met hoog alcoholgehalte heeft gedronken die de uitslag van de ademanalyse kan verklaren. Vordering afgewezen.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: rechtsbijstandverzekeraar mag behandeling zaak alleen staken wegens niet verlenen van medewerking, indien zijn belangen zijn geschaad

  • Hoge Raad
  • ECLI:NL:HR:2014:522
  • 13/01937

Verzekerde vordert dat zijn rechtsbijstandverzekeraar een externe advocaat inschakelt. Rechtsbijstandverzekeraar heeft de behandeling van de (niet letsel)zaak gestaakt, nadat de verzekerde niet reageerde op een verzoek om informatie. In cassatie voert de verzekerde aan dat de rechtsbijstandverzekeraar zich slechts op de betrokken polisbepaling kan beroepen, indien haar belangen door de handelwijze van de verzekerde geschonden zijn. De Hoge Raad oordeelt dat de rechtsbijstandverzekeraar, overeenkomstig HR 5 oktober 2007, ECLI:NL:HR:2007: BA9705, NJ 2008/57 (= beroep op vervalbeding na te late schademelding) in een geval als het onderhavige onder opgave van redenen dient te stellen dat hij door de niet-nakoming door de verzekerde van zijn verplichtingen uit de verzekeringsovereenkomst in zijn redelijke belangen is geschaad.

Lees verder

Jurisprudentie

HR: vrije advocatenkeuze bij rechtsbijstandverzekering, ook bij kantongerechtprocedure

  • Hoge Raad
  • ECLI:NL:HR:2014:396
  • 11/04252

Uitspraak na prejudiciële beslissing HvJEU 7 november 2013, C-442/12. Richtlijn 87/344/EEG. 1. De Hoge Raad oordeelt dat uit de beantwoording van de prejudiciële vragen door het HvJEU volgt dat in cassatie terecht is aangevoerd dat het recht op vrije keuze van een rechtshulpverlener niet afhankelijk is van een besluit van de rechtsbijstandverzekeraar dat de zaak door een externe rechtshulpverlener zal worden behandeld. 2. Door het HvJEU is geoordeeld dat het hierbij geen verschil maakt of rechtsbijstand voor de desbetreffende procedure naar nationaal recht verplicht is. De Hoge Raad oordeelt dat uit dit antwoord van het HvJEU volgt dat het hof de vordering van eiser, waarin het ging om een kantongerechtprocedure, waarbij procesvertegenwoordiging niet verplicht is, had moeten toewijzen.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: beraamde moord niet verijdeld, terecht beroep op opzetclausule door AVP-verzekeraar

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2014:938
  • 200.094.085

Het hof acht –evenals de rechtbank- het beroep op opzetclausule door AVP-verzekeraar terecht. Appellante was op de hoogte van voornemen van daders om het slachtoffer te vermoorden, maar had dit niet bij de politie gemeld; zij was veroordeeld wegens dit opzettelijk nalaten. Appellante was hoofdelijk aansprakelijk geacht voor de schade door het overlijden van slachtoffer. De AVP-verzekeraar beroept zich op de opzetclausule. 1. Het hof stelt voorop dat de uitleg van de opzetclausule dient te geschieden aan de hand van de Haviltex-maatstaf. Het hof oordeelt dat sprake is van “opzettelijk en tegen een persoon of zaak gericht wederrechtelijk handelen of nalaten”, zoals bedoeld in de opzetclausule. Aan beide vereisten (“opzettelijk” en “tegen een persoon of zaak gericht” dient cumulatief te worden voldaan. Begrip “opzettelijk” dient niet te worden beperkt tot opzet als oogmerk en opzet als zekerheidsbewustzijn; ook voorwaardelijk opzet wordt hieronder begrepen. 2. Redelijkheid en billijkheid staan aan een beroep op de opzetclausule niet in de weg.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: terecht beroep op opzetclausule ‘nieuwe stijl’ na brandstichting

  • Hof Arnhem-Leeuwarden
  • ECLI:NL:GHARL:2013:9641
  • 200.116.697-01

Appellant heeft brand gesticht op korenveld; hiervoor is hij strafrechtelijk veroordeeld. Kan AVP-verzekeraar een beroep op de opzetclausule ‘nieuwe stijl’ doen? Het hof oordeelt dat aan het in het strafvonnis bewezen verklaarde opzet niet de dwingende bewijskracht van artikel 161 Rv toekomt, nu de strafrechtelijke kwalificatie ‘opzet’ en het civielrechtelijk begrip ‘opzet’ een verschillende lading hebben. Het strafrechtelijk begrip ‘opzet’ neemt de gemiddeld normale mens tot uitgangspunt, terwijl het verzekeringsrecht een veel subjectievere invalshoek hanteert die noopt tot een grotere mate van terughoudendheid in het aanvaarden van opzet. Wel is het hof van oordeel dat uit de aard van de door appellant gepleegde handelingen, te weten het stichten van branden door met een aansteker koren respectievelijk een bank in een woning aan te steken, voorshands, behoudens tegenbewijs, het opzettelijk karakter van dit wederrechtelijk handelen volgt.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: opzetclausule: geen beperkende werking van redelijkheid en billijkheid

  • Hof Amsterdam
  • BZ9780
  • 200.097.141

17-jarig meisje gooit in café glas in oog van man die haar lastig valt, die daardoor oogletsel oploopt. Rechtbank oordeelde dat beroep op opzetclausule door de AVP-verzekeraar in strijd is met redelijkheid en billijkheid. Het hof oordeelt dat de onderhavige aansprakelijkheid van de verzekerde onder het bereik van de opzetclausule valt. Als, zoals hier, vaststaat dat een bepaalde aansprakelijkheid voor schade niet is gedekt door de primaire omschrijving van de dekking, dan kan een beroep op de redelijkheid en billijkheid daarin geen verandering brengen. Het hof acht het beroep op de opzetclausule terecht. Ook een 17-jarige moet beseffen dat het van dichtbij gooien van een glas ernstige gevolgen kan hebben.

Lees verder

Jurisprudentie

Hof: dekking op AVB-polis voor aansprakelijkheid ex 7:611 BW; verwachtingen van verzekerden in het algemeen bepalend

  • Hof Amsterdam
  • BZ8563
  • 200.109.797/01

Vervolg op HR 30 maart 2012, LJN BV1295 (aansprakelijkheid ex art 7:611 BW onder AVB-verzekeringt). Het hof oordeelt dat de AVB-verzekeraar dekking moet verlenen en verwerpt het verweer van de AVB-verzekeraar dat de werkgever, nu hij zelf ook schadeverzekeraar was, er niet op mocht vertrouwen dat de schade onder de dekking viel. De hoedanigheid van de werkgever als verzekeraar en haar wetenschap, kennis, deskundigheid en gedragingen op het gebied van aansprakelijkheidsverzekeringen leggen onvoldoende gewicht in de schaal om van de uitleg van de polisvoorwaarden af te wijken. De Hoge Raad heeft in zijn arrest niet verwezen naar de verwachtingen van de betrokken verzekerde, maar naar de verwachtingen van verzekerden in het algemeen, gebaseerd op de functie die een AVB-polis in het maatschappelijk verkeer vervult.

Lees verder