Wie gelooft in privacy, gelooft in sprookjes!

Samenvatting:

14e PIV Jaarconferentie over privacy en de bescherming daarvan
Is het recht op privacy een grondrecht waarop geen inbreuk mag worden gemaakt? Of zijn gegevens op internet openbaar en mogen ze door iedereen worden ingezien? Deze en tal van andere vragen waren aan de orde tijdens de 14e PIV Jaarconferentie, vrijdag 28 maart 2014 in Congrescentrum Orpheus in Apeldoorn. Een recordaantal deelnemers had zich ervoor aangemeld, maar om te lange wachtrijen in de pauzes en voor de lunch te voorkomen, was de inschrijving op 550 deelnemers gemaximeerd. Zij kregen in Apeldoorn een gevarieerd programma gepresenteerd, van vier inleidingen, een debat en een keuze van twee uit zeven parallelsessies. Net als in voorgaande jaren luisterde de PIV Blues Band het geheel op en werd aan het einde van de dag de inmiddels felbegeerde PIV Giraffe uitgereikt.

Wie in privacy gelooft, gelooft in sprookjes. Aldus luidde de prikkelende hoofdstelling van de PIV Jaarconferentie over googelende verzekeraars en twitterende slachtoffers. In zijn welkomstwoord benadrukte PIV-directeur Theo Kremer dat  privacy geen absoluut recht is. “Privacy moet in  verhouding tot een ander recht worden gezien”,  aldus Kremer. “Het recht van de een eindigt waar het recht of het belang van de ander begint!”

Privacybescherming
De eerste presentatie werd verzorgd door mr. Hester de Vries – advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan/Amsterdam. Zij deed uit de doeken in hoeverre verzekeraars naar persoonsgegevens mogen googelen en via sociale media als Facebook en LinkedIn informatie mogen verzamelen. “Ik geloof niet in sprookjes, maar wel in  privacy en vooral ook in het belang van privacybescherming”, aldus De Vries. Om te beginnen  illustreerde zij overtuigend dat mensen ongebreideld persoonsgegevens via websites en sociale media naar buiten brengen en wierp aansluitend de vraag op of deze gegevens, doordat ze op internet openbaar zijn gemaakt, vrij mogen worden verzameld en verwerkt. Het antwoord is on dubbelzinnig: nee. De bescherming van persoonsgegevens is gebaseerd op de Grondwet, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens, het Handvest Grondrechten van de EU en de Europese Richtlijn bescherming persoonsgegevens. De voorschriften hierin zijn in Nederland in de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) verankerd en daaruit zijn een Gedragscode verwerking persoons gegevens  financiële instellingen en een Gedragscode persoonlijk  onderzoek afgeleid. De wet en deze gedragscodes zijn niet van toepassing op de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens voor persoonlijk en huishoudelijk gebruik, maar wel als die verwerking professioneel gebeurt. En alleen al het intypen van een persoonsnaam in een zoekmachine op internet valt onder zo’n geautomatiseerde verwerking.

Forse boetes
Aan welke voorwaarden moet dan zo’n geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens voldoen? Volgens Hester de Vries is een van de basisuitgangspunten dat er altijd een vooraf bepaald, nadrukkelijk omschreven en  gerechtvaardigd doel moet zijn. Mogelijke doelen zijn  customer due diligence (dat wil zeggen het accepteren, identificeren, verifiëren en monitoren van cliënten en overeenkomsten), direct marketing en fraudebestrijding. Noodzakelijk is dat aan criteria wordt voldaan van proportionaliteit (de inbreuk in privacy moet in verhouding staan tot het belang van degene die de inbreuk pleegt) en subsidiariteit (hetzelfde doel moet niet op een manier kunnen worden bereikt waarbij geen of minder inbreuk op privacy wordt gepleegd). Verder moeten betrokkenen worden geinformeerd (tenzij een uitzondering gerechtvaardigd is) en de betrokkenen hebben een aantal rechten op grond van de wet. De Vries besprak in haar presentatie het praktijkvoorbeeld van een stratenmaker die zich na een bedrijfsongeval als een kasplantje voordeed, maar ondertussen wel, zo bleek uit onderzoek op internet, aan lange wandeltochten en wielerwedstrijden meedeed. De rechtbank in Almelo oordeelde dat de betaling door de verzekeraar onverschuldigd was1. Ook besprak De Vries de risico’s en de sancties in het geval de geautomatiseerde verwerking van persoonsgegevens niet volgens de regels plaatsvindt. De rechter kan dan tot het oordeel komen dat het bewijs  onrechtmatig is verkregen en het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) kan bestuursdwang uitoefenen, bijvoorbeeld een last onder dwangsom opleggen. De boete bevoegdheid van het CBP is nu nog miniem, maar  in een voorstel tot wijziging van de Wbp is de boete verhoogd tot 740.000 euro per overtreding. “En in de Europese Algemene Verordening Gegevensbescherming”, aldus Hester de Vries tot slot, “komt als het aan het Europees Parlement ligt, een boetebevoegdheid van maar liefst vijf procent van de wereldwijde omzet van een bedrijf voor elke incidentele overtreding van de Wbp, dus dat is heel fors.”

Gevolgen van fraude
Prof. mr. Mop van Tiggele-van der Velde – hoogleraar Verzekeringsrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en aan de Radboud Universiteit Nijmegen – besprak het kwetsbare evenwicht tussen fraudeonderzoek aan de ene kant en privacybescherming aan de andere kant. Zij gaf aan dat jaarlijks voor bijna 1 miljard euro wordt gefraudeerd, waarvan slechts zo’n 30 à 35 miljoen euro wordt  gedetecteerd. Wordt echter eenmaal fraude vastgesteld, dan zijn de gevolgen niet gering. De wet zegt immers dat het recht op schade-uitkering in zijn geheel kan vervallen, ook als slechts partieel bedrog is gepleegd, dus op een  enkel onderdeel van de schade. Hieraan is toegevoegd  ‘behoudens voor zover de misleiding het verval van het recht op uitkering niet rechtvaardigt’, om de rechter de mogelijkheid te geven rekening te houden met de bijzonderheden van elk geval. Van Tiggele besprak vervolgens, en sloot daarmee bij Hester de Vries aan, hoe ver een verzekeraar bij een vermoeden van fraude in een onderzoek mag gaan. Ook zij benadrukte dat de aanspraak op bescherming van de persoonlijke levenssfeer niet absoluut is, maar steeds zal moeten worden afgewogen tegen het belang dat anderen kunnen hebben bij kennis van gegevens die tot de persoonlijke levenssfeer behoren.

Onrechtmatig verkregen
In het tweede deel van haar presentatie besprak Mop  van Tiggele het onrechtmatig verkregen bewijs. Dit is een  begrip uit het strafrecht, dat in het civiel recht nog maar  weinig is ontwikkeld en dus van geval tot geval moet worden beoordeeld. Zij wees erop dat de inhoud van onrechtmatig verkregen bewijs in sommige gevallen wel degelijk als bewijs mag worden gebruikt, waarbij ook weer de afweging moet plaatsvinden tussen een bescherming van belangen enerzijds en waarheidsvinding anderzijds. Wel zal zulk bewijs in ieder geval buiten beschouwing worden gelaten bij een flagrante en disproportionele schending van privacy2. In het verlengde hiervan gaf Van Tiggele haar toehoorders de stelling in overweging dat een benadeelde die een duur fraudeonderzoek ‘uitlokt’ door onjuiste of onvolledige verklaringen af te leggen, aansprakelijk is voor de schade die de verzekeraar daardoor lijdt (de kosten van het onderzoek). Dat deze stelling in de praktijk wel degelijk standhoudt, blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank Assen. Hierin werd geoordeeld dat een gedaagde onrechtmatig had gehandeld door de verzekeraar onjuist te informeren en dat hij uit dien hoofde aansprakelijk was voor de geleden schade3. Volgens Van Tiggele is de casuïstiek van fraude in drie situaties te vangen: de verzekerde doet alsof een verzekerd voorval heeft plaatsgevonden, de verzekerde veroorzaakt zelf een voorval en de verzekerde levert onjuiste of onvolledige informatie aan nadat een verzekerd voorval zich heeft voorgedaan. Zij stelde dat in de eerste twee situaties over de opzet tot misleiding niet lang hoeft te worden nagedacht, terwijl in de derde situatie het ver zekerde voorval zich wel degelijk heeft voorgedaan en er daarom een hoge drempel is voor het bewijs van 
opzet tot misleiding.

Cultuurverschillen
Hans Kaldenbach – directeur van ACTA Kaldenbach te Zeist – geeft trainingen en lezingen over straatcultuur en cultuurverschillen. De deelnemers aan de PIV Jaarconferentie wees hij om te beginnen op het belang van scherp waarnemen en onbevooroordeeld oordelen. Dat het eerste al moeilijk is, toonde hij aan door ‘Pas op voor de de hond’ op het scherm te projecteren, hetgeen door een groot aantal aanwezigen niet meteen correct werd waargenomen. Dat een juist begrip en correcte waarneming van cultuuraspecten en -verschillen van groot belang is, toonde Kaldenbach aan met de precieze weergave van een Nederlandse handdruk. Deze moet aan tien voorwaarden voldoen. Wordt er één gemist, dan wordt de handdruk als niet geslaagd beschouwd. In de Nederlandse cultuur rust zelfs een taboe op het geven van een verkeerde handdruk, hetgeen evenzo geldt voor het informeren naar geldbedragen (bijvoorbeeld van een gekocht huis of van een schade-uitkering vanwege een letsel), het gebruik van het woord ‘moeten’ (terwijl een zin als ‘moet u koffie?’ in het noorden van Nederland volstrekt niet onvriendelijk is bedoeld) en het accentueren van een ziekte. Wie zich ziek meldt, doet er goed aan te laten merken dat hij zijn best doet om beter te worden. Andere taboes, met name in ‘harde’ samenlevingen, rusten op het gebruik van verontschuldigende uitdrukkingen, woorden van lichaamsdelen, begrippen uit de wereld van de geesten, uitingen die de mannelijkheid ondergraven en het benoemen van psychische problemen. “Mijn doel is”, aldus Hans Kaldenbach, “jullie het gedrag van anderen te laten begrijpen – en dan bedoel ik niet om er begrip voor te krijgen. Begrijpen is iets heel anders dan begrip hebben. Evenzo is verschijnselen verklaren en uitleggen iets heel anders dan die verschijnselen verdedigen.” In zijn afsluiting gaf Kaldenbach nog een  welgemeend advies. “Het allerbelangrijkste is dat mensen willen dat ze serieus worden genomen. Mensen willen als individu worden gerespecteerd en willen niet in een hokje worden gestopt. Ze willen gewoon waardig worden behandeld. Dat geldt voor jullie, dat geldt voor mij en voor iedereen. En juist in deze tijd brengt dat soms spanningen met zich mee.”

Privacy en het medisch dossier
Het ochtendprogramma van de Jaarconferentie werd met een debat over privacy en het medisch dossier afgesloten, onder leiding van de dagvoorzitter, radio- en televisiepresentator Tom van ’t Hek. In totaal drie stellingen werden besproken door drs. Angelique Reitsma, mr. ir. Jørgen Simons, mr. Annelies Wilken en mr. Astrid van der Wal – respectievelijk medisch adviseur bij a.s.r. Nederland, advocaat bij Leijnse Artz advocaten/Rotterdam, docent-onderzoeker aan de Vrije Universiteit Amsterdam en advocaat personenschade bij SRK Rechtsbijstand. De eerste stelling luidde dat medisch adviseurs bij  verzekeraars klachtwaardig handelen als zij medische  gegevens aan de schadebehandelaar verstrekken. Reitsma antwoord de met een tegenstelling, namelijk dat de inbreuk op de privacy van slachtoffers veelal niet wezenlijk groter is als de medische broninformatie integraal in het medisch advies wordt overgenomen. Van der Wal was het daarmee eens, maar maakte wel de kanttekening dat het van belang is welke informatie het betreft en welke schadebehandelaar daar inzage in krijgt. Simons stelde dat de aansprakelijkheidsvraag soms verweven is met medische vraagstukken, bijvoorbeeld als het om beroepsziekten gaat of over productaansprakelijkheid inzake medische hulpmiddelen, en dat hij dan graag inzage in de medische stukken wil hebben. Hij voegde eraan toe dat de Medische Paragraaf bij de Gedragscode Behan de ling Letselschade daar ruimte voor geeft. Wilken, auteur van de Medische Paragraaf, gaf aan dat hierbij niet alleen het privacybelang van het slachtoffer speelt, maar ook de angst dat de schadebehandelaar met de medische informatie aan de haal gaat en daar zijn eigen juridische interpretatie aan geeft, zonder daar met een arts over te overleggen. Vanuit de zaal werd gereageerd dat het Medisch Tuchtcollege zich weinig aantrekt van de Medische Paragraaf en uitsluitend afgaat op het feit dat  er al of niet medisch beroepsgeheim wordt geschonden. Geconcludeerd werd dat de branche zich daarom moet  inzetten voor normontwikkeling waar het de professionele standaard betreft.

Altijd en onbeperkt?
De tweede stelling in het debat luidde dat een schadebehandelaar bij een verzekeraar ervan uit mag gaan dat medische stukken met toestemming van de benadeelde zijn verstrekt als hij deze van de belangenbehartiger ontvangt. De deelnemers aan het debat waren het erover eens dat dit niet het geval is. De schadebehandelaar mag de stukken pas inzien als die toestemming expliciet is gegeven. Wel werd vanuit de zaal nog opgemerkt dat het in  wezen niet van belang is wie de medische stukken inziet, maar wel wat met de zo verkregen informatie wordt gedaan en welke conclusies daaruit worden getrokken.  De deelnemers aan het debat waren het ook eens over de derde stelling, namelijk dat bij medisch niet-objectiveerbaar letsel altijd onbeperkt inzage in de medische voorgeschiedenis moet kunnen worden verkregen. De termen ‘altijd’ en ‘onbeperkt’ gingen voor allen te ver. Astrid van der Wal benadrukte dat er gerichte vragen moeten worden gesteld en dat de Medische Paragraaf daar gelegenheid voor biedt. Angelique Reitsma bracht in dat de termijn van twee jaar voor het ongeval die in de Medische Paragraaf wordt genoemd, soms te krap is, bijvoorbeeld bij ouderen. Annelies Wilken benadrukte dat beide partijen, maar in eerste instantie de verzekeraar, moeten motiveren welke concrete omstandigheden van de specifieke zaak aanleiding geven om in iemands medische voorgeschiedenis  te kijken.

PIV Blues Band
Aan het einde van het ochtendprogramma liet de  PIV Blues Band weer van zich horen, in de vertrouwde  bezetting:
Edward Blom – registerexpert personenschade bij Korevaar Van Dijk Letselschade, gitaar; Guido Denters – manager claims bij Amlin Corporate Insurance, gitaar; Henk van Katwijk – advocaat bij Assuraad Advocaten, zang; Gert-Jan van Meenen – personenschade-expert en jurist bij Groeneveld en Partners, basgitaar; Erik Reinders – register geneeskundig adviseur bij Reinders Medisch Adviseurs, keyboard; Annet Schotborgh – letselschaderegelaar bij EMN Mens, saxofoon; Freek Schultz – CEO  bij Pals Groep, drums; Ton van Summeren – directeur en  registerarbeidsdeskundige bij Van Brunschot Van Summeren Hagoort Arbeidsdeskundige adviezen,  trompet; en Hans van den Waardenburg – letselschadespecialist bij Pals Groep, saxofoon. Deze bezetting werd dit jaar uitgebreid met zangeres Geertruid van Wassenaer – partner van Van Wassenaer Wytema Letselschadeadvocaten & Mediators.

Na de lunchpauze vonden gelijktijdig zeven parallelsessies plaats, waarvan de deelnemers er twee konden bijwonen.

1 Zoeken naar integriteit

Zoeken naar integriteit was het centrale thema in de  parallelsessie van drs. George Smits – psycholoog, senior coach, mediator en trainer bij Reset Partner. Hij besprak de voor- en nadelen van privacy, hoe niet eerlijk zijn kan ontstaan en (de effecten van) denkfouten die mensen  maken. Na een enthousiasmerende presentatie over  persoonlijke vrijheden, de herkomst van de emotie angst, de werking van limbisch gedrag en cortexgedrag en een verhandeling over het fenomeen liegen, gaf hij zijn toehoorders vijf ‘best practice’-tips: stel de mens centraal, handel authentiek, werk met bezieling, vergroot veerkracht en communiceer zonder oordeel.

2 Medisch beroepsgeheim

Mr. dr. Rolinka Wijne – universitair docent Gezondheidsrecht aan de Universiteit van Amsterdam – besprak de privacy in de relatie tussen een arts en diens patiënt.  De behandelend arts is verplicht het beroepsgeheim in acht te nemen, evenals de privacy van de patiënt. De vraag is of artsen altijd aan deze plichten voldoen. Schending  ervan betekent dat zij tekortschieten en de daardoor ontstane schade dienen te vergoeden. Bij de afwikkeling van zo’n schadetraject speelt de privacy van de patiënt eveneens een rol, ook al is medische informatie nodig om de vordering te beoordelen. Wijne pleitte voor een deel C van de Gedragscode Openheid medische in cidenten; betere  afwikkeling Medische Aansprakelijkheid (GOMA), nu  het medisch beroepsgeheim weer ter discussie staat en  de omgang met medische informatie meer en meer  wordt bemoeilijkt.

3 GBL Challenge

De GBL Challenge is een game, bestaande uit acht realistische cases waarin de speler in korte tijd dilemma’s krijgt voorgelegd. Het is door Mindgame ontwikkeld op initiatief van Q-Consult Bedrijfskundig Adviseurs. In de parallelsessie over de GBL Challenge presenteerden mr. Maruja Duêrmeijer en drs. Arjan Loonstra samen met drs. Gerard Mulder – respectievelijk consultant en managing partner van Q-Consult en  game designer bij Mindgame –de ‘ins and outs’ van het spel. Aspecten als het waarom, hoe en voor wie de game is ontwikkeld kwamen aan bod, evenals de cases die op reële dossiers uit de letselschadepraktijk zijn gebaseerd. Bij het spelen ervan wordt de speler beoordeeld op basis van klanttevredenheid, doorlooptijden en kosten.

4 Freelancers in de letselschaderegeling

Mr. Laurien Dufour – advocaat bij WIJ advocaten in Amsterdam – en drs. Nikolai Pott – bedrijfseconomisch analist en registerexpert personenschade bij Pott Expertise te Velp – bespraken de positie van zelfstandigen zonder personeel in letselschadetrajecten, belicht vanuit sociaal, juridisch, financieel en schadetechnisch perspectief. Aan de orde kwamen onder meer, aan de hand van casussen uit de praktijk, de grondslagen voor de vergoeding van schade geleden tijdens het werk van zzp’ers en het verlies van arbeidsvermogen en arbeidsongeschiktheidsverzekeringen van zzp’ers. Tot slot behandelden zij een aantal toekomstige ontwikkelingen. Volgens Dufour en Pott zal het aantal zzp’ers blijven stijgen, tenzij de belastingdruk hoger wordt. Vragen zijn of de AOV-dichtheid onder zzp’ers zal toenemen en hoe de dekking van schade van zzp’ers onder de AVB zich zal ontwikkelen.

5 Sport, spel en bedrijfsuitjes

Mr. Margot van Beurden – advocaat bij Van Benthem & Keulen in Utrecht – besprak wanneer een werkgever aansprakelijk is voor de schade die een werknemer lijdt vanwege letsel opgelopen bij een bedrijfsuitje. Zij behandelde de grondslagen voor aansprakelijkheid (de zorgplicht van de werkgever en goed werkgeversschap), onder meer aan de hand van de casus Groot Kievitsdal. Een werknemer gooide tijdens een bedrijfsuitje olie uit een tafellampje in een barbecue, als gevolg waarvan het kapitale rietgedekte restaurant Groot Kievitsdal in Baarn tot de grond toe afbrandde. De Hoge Raad vond dat er sprake was van een door het werk geschapen gelegenheid en dat de bevoegde leidinggevende zeggenschap had over het gedrag van zijn ondergeschikten. De werkgever werd daarom aansprakelijk gehouden4. Ook de zaken met de rit met een Landrover, het uitstapje naar het strand in Ivoorkust, de zeephellingbaan, de Adventure Games, de ballonvaart, de rollerskates en de speedboot passeerden de revue.  Tot slot liet Van Beurden haar toehoorders zich over twee casussen uitspreken.

6 Deelgeschillen

Mr. Esther Pans – advocaat bij Kennedy Van der Laan in Amsterdam – besprak de deelgeschilprocedure: de doelen ervan, welke zaken wel en niet geschikt zijn en een aantal knelpunten. Sinds de invoering ervan per 1 juli 2010 zijn bijna 400 deelgeschillen behandeld, hetgeen een gestage toename na een aarzelend begin betekent. Een evaluatie van de Wet Deelgeschillen zal in juli 2014 plaatsvinden. De belangrijkste onderwerpen die in deelgeschilprocedures werden behandeld, waren aansprakelijkheid, eigen schuld, causaal verband, verjaring, deskundigen (de benoeming ervan, de waardering van rapporten en de medewerking van deskundigen), de begroting van smartengeld, het vaststellen van de restverdiencapaciteit en de omvang van buitengerechtelijke kosten. Een belangrijk knelpunt is dat er grote verschillen zijn in benaderingen van opgevoerde kosten door deelgeschilrechters. Ook het feit dat er maar een beperkte mogelijkheid is om het oordeel van  de deelgeschilrechter te toetsen, wordt als een knelpunt  ervaren. Een van de conclusies van Esther Pans was, dat ook complexe onderwerpen in een deelgeschil kunnen worden voorgelegd, mits deze voldoende onderbouwd of uitgewerkt zijn.
7 Non-verbale signalen

Inspelen op non-verbaal gedrag was het onderwerp van Herman Ilgen – managing partner bij het Instituut voor Non-verbale Strategie Analyse (INSA). Hij legde uit dat het analyseren van non-verbale signalen snel een goed  inzicht geeft in de kwaliteiten, valkuilen en psychologische behoeften van individuen. Onbewuste microbewegingen in een gezicht laten zien hoe contact met een individu kan worden gemaakt om een probleem op te lossen en geven inzicht in het gedrag dat onder spanning kan worden  verwacht. Herman Ilgen illustreerde een en ander aan de hand van drie basistypen: de ingehouden mens (freeze),  de responsieve mens (fight) en de reactieve mens (flight). Ook behandelde hij de dynamiek tussen deze typen.
De toekomst van privacy Na een korte pauze werd het middagprogramma voortgezet met een presentatie door trendwatcher Adjiedj Bakas. Hij behandelde, veelal aan de hand van filmpjes  en filmfragmenten, de invloed van digitalisering en  sociale media op ons leven in het algemeen en de letselschadebranche in het bijzonder. Het gebruik van big data zal in de komende decennia alleen nog maar toenemen, met alle gevolgen van dien. Per minuut worden momenteel 204 miljoen e-mails en 100.000 tweets verstuurd en komen er 571 nieuwe websites bij. De iPhones die dit faciliteren, laten een digitaal spoor van de gebruiker na. Met daarbij de beelden van camera’s die overal hangen en de gegevens die mensen zelf op internet zetten, komt de privacy van mensen zeer onder druk te staan. Tegelijkertijd geven al die data ongekende mogelijkheden om het ontstaan van ziekten en letsels te analyseren en om preventie en herstel te ondersteunen. De fabricage van zelfsturende auto’s, van een schedel met behulp van een 3D-printer en van kunstbenen en -armen die op zenuwprikkels reageren, zijn daar sprekende voorbeelden van. Toch kent digitalise
ring ook zijn grenzen. “Een computer heeft nog nooit een mop bedacht”, aldus Bakas. “We blijven daarom behoefte hebben aan menselijke creativiteit en menselijke interpretatiekracht. Daarom ook blijft de mens  persoonlijk onderzoek doen, met menselijk vernuft zaken  beoordelen en met menselijke warmte ingaan op wat er  aan de hand is.”

PIV Giraffe 2014

Tot besluit van de PIV Jaarconferentie werd traditiegetrouw de PIV Giraffe uitgereikt, de jaarlijkse blijk van waardering voor de persoon of instelling die ‘zijn nek heeft uitgestoken’ en aldus een waardevolle ontwikkeling in de letselschadebranche in gang heeft gezet. Het was de zesde keer dat de PIV Giraffe werd uitgereikt. In voorgaande  jaren ging hij naar Henk den Hollander, Arno Akkermans, Mark van Dijk, de Rechtbank Den Haag en Josée van de Laar. Volgens Theo Kremer waren dit jaar maar liefst zo’n 25 mensen voor de prijs genomineerd, door medewerkers van verzekeraars, advocatenkantoren en letselschadebureaus. Uiteindelijk werd de prijs toegekend aan drs. Vanessa van der Does-Goedkoop – tot voor kort manager van het Letselschade Service Centrum van Delta Lloyd. Zij kreeg de prijs omdat zij in de afgelopen jaren actief heeft bijgedragen aan diverse innovaties en ontwikkelingen in de letselschadebranche, waaronder schrijftrainingen (met het oog op de-escalatie in letselschadezaken), het project Columbus (gericht op ontdubbeling van activiteiten in de letselschaderegeling), het digitaal behandelplan en de introductie van slachtofferhulp in natura. Van der Does was bovendien voorzitter van de Raad van Advies van het PIV. Sinds februari 2014 is Van der Does manager van de Groep Integriteit bij Delta Lloyd.
In haar dankwoord benadrukte zij dat ze gedurende zes jaar met veel plezier in de letselschadebranche heeft gewerkt. “Het is een branche waarin je echt iets voor slachtoffers kunt doen en het bijzondere is, dat je dat altijd samen met anderen doet, met schadebehandelaren bij verzekeraars en met belangenbehartigers van slachtoffers. Het is een branche die zo in beweging is, met zoveel ideeën, kracht en innovaties, dat ik dat alles zeker zal gaan missen. Ik ben blij dat ik ervoor heb mogen werken.”
Voor wie er nog in geloofde, blies de PIV Blues Band het sprookje van de privacy uit, waarbij echter de waarheid van de privacybescherming onverlet bleef. Tijdens de drukbezochte borrel kon erover worden nagepraat.  Daar zal mogelijk hier en daar nog een digitaal spoor van achtergebleven zijn.
 
1  Rb. Almelo 21 december 2011, LJN: BV0428.
2  W.D.H. Asser, Verkeersrecht 1999, p. 1-4.
3  Rb. Assen 25 juli 2007, LJN: BH6215.
4  HR Groot Kievitsdal 9 november 2007, JA 2008, 25.

 

 

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey