Uitspraak van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake een geschil over de Regeling Buitengerechtelijke Kosten – Letsel

Samenvatting:

De rechtsbijstandverzekeraar schakelt een advocaat in, omdat partijen geen akkoord bereiken over de schadeafwikkeling. De zaak wordt door de advocaat in der minne geschikt met de WAM-verzekeraar. Over de vergoeding van de BGK bereiken partijen geen akkoord. De rechtsbijstandverzekeraar stelt dat CBK-L niet van toepassing is, omdat de behandeling van het dossier is overgedragen aan een externe advocaat om een gerechtelijke procedure te entameren, dan wel is overgedragen aan een andere belangenbehartiger. De commissie oordeelt dat voor de uitsluiting van art. 4.2. sub b (overgedragen aan / overgenomen door andere belangenbehartiger) niet van toepassing is. De rechtsbijstandsverzekeraar bleef verantwoordelijk voor de behandeling van het dossier en betaalde het honorarium van de advocaat. Ook is art. 4.2. sub c niet van toepassing, omdat er geen gerechtelijke procedure, bindend advies of arbitrage is gestart. De commissie geeft als bindend advies dat het CBK-L van toepassing is en dat de hoogte van de buitengerechtelijke kosten van de rechtsbijstandverzekeraar, waaronder begrepen de kosten van de ingeschakelde externe advocaat, vastgesteld dienen te worden met toepassing van de PIV-staffel.

14 GCS-RBK 001

Uitspraak no 7 van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars inzake een geschil over de Regeling Buitengerechtelijke Kosten – Letsel

Partijen

Partij X, verder te noemen X

en

Partij Y verder te noemen Y

X en Y zijn allebei deelnemer aan het Convenant inzake regeling buitengerechtelijke kosten letsel (CBK-L) en hebben ter verkrijging van een bindend advies over een geschil over deze regeling een beroep gedaan op de Geschillencommissie Schadeverzekeraars (GCS), overeenkomstig artikel 1 van haar reglement op grond waarvan de commissie dit geschil in behandeling neemt.

Feitelijke gegevens
X behartigt de belangen van haar verzekerde die op 8 oktober 2005 een aanrijding had waarbij hij letsel opliep. Y is de WAM-verzekeraar van de aansprakelijke bestuurder en heeft de aansprakelijkheid erkend. De schadeafwikkeling is in eerste instantie gedaan door een interne behandelaar bij X. Partijen konden geen overeenstemming bereiken over de uiteindelijke schadeafwikkeling. Dit was voor X aanleiding om een advocaat in te schakelen.

De door X ingeschakelde advocaat schikt de zaak medio 2013 alsnog in der minne. De schade van het slachtoffer is afgewikkeld voor een hoger bedrag dan Y voor de inschakeling van de advocaat bereid was te betalen, maar voor een lager bedrag dan door de advocaat gevorderd.

Het geschil
Over de vergoeding van de buitengerechtelijke kosten hebben partijen geen akkoord bereikt. X stelt zich op het standpunt dat het CBK-L in deze zaak niet van toepassing is, omdat de behandeling van het dossier door X is overgedragen aan een externe advocaat om een gerechtelijke procedure te entameren, dan wel is overgedragen aan een andere belangenbehartiger. In deze gevallen moet worden afgewikkeld op basis van artikel 6:96 BW op grond van artikel 4.2 sub b en c van het convenant. Y stelt zich op het standpunt dat het CBK-L en de PIV-staffel wel van toepassing zijn op deze zaak omdat een minnelijke regeling is bereikt. Zij verwijst hierbij naar de tekst van het CBK-L (artikel 4) en naar uitspraak 1 van 11 december 2002 van de Geschillencommissie.

Overwegingen van de commissie
De vraag die volgens de commissie beantwoord moet worden is of er sprake is van overdracht in de zin van het convenant.
Artikel 4.2 van het CBK-L 2013 bepaalt:
4.2 Uitzonderingen
Als de persoonlijke schade minder is dan € 250.000,- zullen partijen op de voet van 6:96 BW afwikkelen in de volgende situaties:
a. Indien het gaat om een medische aansprakelijkheidszaak, beroepsziektezaak of productaansprakelijkheid;
b. De zaak wordt overgedragen aan, of overgenomen door, een andere belangenbehartiger; 2014-00059530/IPOUW 2.
c. Ingeval een gerechtelijke procedure, bindend advies of arbitrage wordt gestart en/of bij eenzijdige afwikkeling van de zaak.

De Commissie gaat eerst in op de vraag of artikel 4.2 b van toepassing is. Daarbij neemt de Commissie de ontstaansgeschiedenis van de bepaling in overweging. De RBK-L 2001 bevatte een bepaling over het door de rechtsbijstandsverzekeraar overdragen van een zaak aan een advocaat waarna de zaak toch minnelijk wordt geregeld.

Omdat geen civiele procedure werd gestart, bleef de lumpsum bepalend voor de afwikkeling van de kosten van de rechtsbijstandverzekeraar. Nu de bewoordingen van het convenant en de toelichting daarop geen aanwijzing geven dat bedoeld is van deze oorspronkelijke regeling af te wijken, neemt de Commissie aan dat de bedoelingen van de oude regeling ook voor het huidige convenant relevant zijn. Daarbij maakt de commissie het onderscheid of het honorarium van de advocaat door de rechtsbijstandverzekeraar wordt betaald of dat het slachtoffer zelf de advocaatkosten betaalt omdat hij zich niet meer bij laat staan door de rechtsbijstandverzekeraar.

De vraag is of X verantwoordelijkheid bleef houden voor de behandeling van het dossier. Dat zou niet het geval zijn als het initiatief voor de overdracht van het dossier aan de advocaat zou zijn uitgegaan van het slachtoffer en het honorarium van de advocaat niet meer wordt betaald door X. Uit de door partijen overgelegde stukken blijkt hiervan niet. Daaruit volgt dat artikel 4.2 b niet van toepassing is. Een andere uitleg van artikel 4.2 b zou tot gevolg hebben dat rechtsbijstandverzekeraars op oneigenlijke gronden onder het CBK-L zouden kunnen uitkomen. De commissie is wel van oordeel dat de opstelling van Y door X als onredelijk kan zijn ervaren. Na de inschakeling van de advocaat bleek Y toch nog bereid de zaak voor een hoger bedrag te schikken. Uit de stukken volgt niet dat de advocaat andere gronden heeft aangevoerd dan de behandelaar van X.

Ten aanzien van de stelling van X dat de intentie om een gerechtelijk procedure te starten al voldoende zou zijn om artikel 4.2 sub c toe te passen, overweegt de Commissie dat de tekst van het artikel voor deze uitleg geen steun biedt. Nu er geen gerechtelijke procedure, bindend advies of arbitrage is gestart, is artikel 4.2 c niet van toepassing.
Conclusie

De commissie is van oordeel dat er in deze geen sprake is van overdracht in de zin van artikel 4.2 b of c van het convenant.

Bindend advies
De commissie geeft als bindend advies dat het CBK-L van toepassing is en dat de hoogte van de buitengerechtelijke kosten van X, waaronder begrepen de kosten van de door X ingeschakelde externe advocaat, vastgesteld dienen te worden met toepassing van de PIV-staffel.

Aldus is beslist op 1 september 2014 door mr. L.G. Stiekema (voorzitter), mr. F.J. Blees en mr. P.O.G. van den Berg, leden van de Geschillencommissie Schadeverzekeraars, in tegenwoordigheid van mr. M. Beugel, secretaris.

mr. L.G. Stiekem
voorzitter

mr. M. Beugel
secretaris

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots