Rb: voorschot afgewezen vanwege ontbreken medische gegevens, kosten deelgeschil afgewezen

Samenvatting:

Whiplash, ongeval 2015. Verzoek om voorschot € 28.000,- en medewerking aan medewerking traject bij Winnock. De rechtbank wijst het verzoek af. De rechtbank concludeert dat (nog steeds) onvoldoende medische gegevens voorhanden zijn waaruit blijkt dat nog altijd sprake is van ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen. Dit betekent ook dat de schade zich niet, ook niet bij benadering, laat begroten en kan dus evenmin worden vastgesteld of verzoeker als gevolg van het ongeval materiële en immateriële schade heeft geleden en lijdt, die het reeds betaalde voorschot van € 9.550,00 overschrijdt. 2. Medewerking aan Winnock-traject afgewezen vanwege ontbreken medische gegevens en daardoor onzeker causaal verband. 3. Dat verzekeraar toerekenbaar tekort zou zijn geschoten in haar verplichtingen door onvoldoende te bevoorschotten, waardoor verzoeker schulden heeft moeten maken, is niet gebleken. 4. Deelgeschil is onnodig ingesteld, kosten afgewezen.

 

ECLI:NL:RBGEL:2019:4489

 

Instantie

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak

23-07-2019

Datum publicatie

08-10-2019

Zaaknummer

C/05/340930 / HA RK 18-147

Rechtsgebieden

Verbintenissenrecht

Bijzondere kenmerken

Beschikking

Inhoudsindicatie

 

Letsel. Deelgeschil artikel 1019w. Verzoek tot onder meer betaling nader voorschot wordt afgewezen. Onvoldoende medische gegevens waaruit blijkt dat sprake is van meer dan tijdelijke ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen. Redelijkheid buitengerechtelijke kosten is niet vast te stellen. Geen begroting kosten deelgeschil.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

 

Uitspraak

 

beschikking

RECHTBANK GELDERLAND

 

Team kanton en handelsrecht

 

Zittingsplaats Arnhem

 

zaaknummer / rekestnummer: C/05/340930 / HA RK 18-147 / 167 / 876

 

Beschikking van 23 juli 2019

 

in de zaak van

 

[verzoeker]

 

wonende te [woonplaats] ,

 

verzoeker,

 

advocaat mr. S. Demirtas te Arnhem,

 

tegen

 

de naamloze vennootschap naar Belgisch recht

 

ALLIANZ BENELUX N.V., mede handelend onder de naam

 

ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING,

 

statutair gevestigd te Brussel, kantoorhoudende te Rotterdam,

 

verweerster,

 

advocaat mr. H.A. Kragt te Arnhem.

 

Partijen worden hierna [verzoeker] en Allianz genoemd.

1 De procedure

 

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 

 

het verzoekschrift

 

het verweerschrift

 

de mondelinge behandeling van 7 februari 2019. Verschenen zijn [verzoeker] , bijgestaan door mr. Demirtas voornoemd, en mevrouw [schadebehandelaar X] , schadebehandelaar bij Allianz, bijgestaan door mr. Kragt voornoemd.

 

2 De feiten

2.1.

 

Op 23 december 2015 is [verzoeker] een ongeval overkomen waarbij hij op de snelweg A325 in de richting Nijmegen als bestuurder van een auto van achteren is aangereden door een bestuurder van een auto, die ingevolge de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen (WAM) verzekerd is bij Allianz. Een ambulance is ter plaatse gekomen en heeft [verzoeker] meegenomen naar de Spoedeisende hulp (SEH) van het Rijnstate Ziekenhuis in Arnhem. Daar is [verzoeker] onderzocht vanwege duizeligheid, nekpijn en rugpijn. Er zijn geen aanwijzingen voor traumatisch letsel geconstateerd en [verzoeker] is met een pijnstillingsadvies naar huis gestuurd, met de mededeling dat hij bij aanhouding van de klachten contact op moest nemen met zijn huisarts.

2.2.

 

Op 28 december 2015 heeft [verzoeker] zijn huisarts geconsulteerd. In het huisartsenjournaal staat over dit bezoek het volgende:

 

“ S Auto met volle vaart achter op zijn auto gebotst afgelopen week woensdag. Kwam tegen de stuur met bovenlijf. Toenemende klachten van pijn in nek en in de rug. Heeft tintelingen in de vingers beide handen. Is ook misselijk. Hoofdpijn. Ook in de knieen pijn. Foto’s Rijnstate: nek en rug, geen fraktuur.

 

O stijfheid van de nekspieren, pijn in m sterno cleido mast. links en rechts. Geen kloppijn wervels.

 

E ongeval, nek- en rugklachten. Whiplash? A80

 

P fysiotherapie. Bij toename van de klachten verwijzen (voor MRI zo nodig)”

2.3.

 

[verzoeker] is van januari 2016 tot en met juni 2016 onder behandeling geweest bij fysiotherapeut [fysiotherapeut A] van [Fysiotherapiecentrum A] , die bij brief van 17 maart 2017 aan de advocaat van [verzoeker] , voor zover hier van belang, het volgende heeft bericht:

 

“(…)

 

[verzoeker] is via de spoedeisende hulp verwezen voor fysiotherapie, whiplash klachten zijn gesteld als diagnose.

 

(…)

 

De eerste behandeling vond plaats op 7 januari 2016. Er hebben op 43 behandelingen plaatsgevonden. Tijdens de eerste behandeling heb ik meneer uitvoerig onderzocht en ben ik tot de conclusie gekomen dat meneer verhoogde spierspanning heeft in nek en schouder musculatuur, een beperking bij het bewegen van het hoofd, veel pijnlijke verhardingen in nek en schouder musculatuur en uitstraling vanuit de nek naar schouders en armen. Meneer had ook aan regelmatig last te hebben van hoofdpijn en duizeligheid, hier ondervond meneer voor het ongeluk geen klachten van.

 

Op het moment van de laatste behandeling ervoer meneer nog steeds klachten, de klachten zijn wel verminderd ten opzichten van de maand na het ongeluk. Meneer had nog steeds last van hoofdpijn, van dagelijks klachten naar niet meer standaard dagelijks klachten. Daarnaast is de intensiteit van de duizeligheid afgenomen. Meneer had nog stekende pijnklachten bij het bewegen van de nek (VAS 5/6).

 

Meneer had twee afspraken per week. Ik heb meneer na 23 juni 2016 niet meer onder behandeling gehad. Ik kan daarom geen prognose geven over het verdere beloop en over de situatie op dit moment. Meneer is zonder overleg op eigen initiatief gestopt met de behandelingen.”

2.4.

 

Voor het ongeval was [verzoeker] werkzaam in de kapsalon van zijn vader als kappersassistent. In zijn arbeidsovereenkomst van 31 maart 2015 is een arbeidsduur van 3 tot 16 uur per week opgenomen.

2.5.

 

De toenmalige belangenbehartiger van [verzoeker] heeft Allianz bij e-mailbericht van 10 februari 2016 aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van het ongeval. Allianz heeft aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval erkend.

2.6.

 

Op 6 maart 2017 heeft mevrouw [personenschade expert Q] (hierna: [personenschade expert Q] ), personenschade expert van Allianz, een huisbezoek gebracht aan [verzoeker] , waarbij mr. Demirtas als advocaat van [verzoeker] aanwezig was. Uit het door [personenschade expert Q] op 8 maart 2017 opgemaakte rapport wordt het volgende geciteerd:

 

“(…)

 

Huidige klachten

 

Betrokkene ervaart de volgende klachten en/of beperkingen:

 

 Nekklachten: Betrokkene ervaart continu pijnklachten in zijn nek, die na belasting toenemen. Betrokkene ervaart dit in zijn gehele nek, van oor tot oor. Betrokkene probeert zijn nek zo min mogelijk te bewegen, om zo de klachten te kunnen beperken.

 

 Rugklachten. Betrokkene ervaart met name klachten in zijn bovenrug. Na belasting kunnen de klachten doortrekken naar zijn onderrug, met name bij lang staan.

 

 Hoofdpijnklachten. Bij hevige nek- en rugklachten, ervaart betrokkene eveneens hoofdpijnklachten en wordt hij misselijk. De eerste drie a vier maanden heeft betrokkene dit nagenoeg dagelijks ervaren, inmiddels heeft hij alleen nog hoofdpijn bij hevige nek- of rugklachten.

 

 Pijnklachten beide knieën. Betrokkene geeft mij aan zijn beide knieën te hebben gestoten aan het dashboard, waardoor deze twee tot drie weken blauw en beurs zijn geweest. Hierna zijn de knieklachten vanzelf volledig weer hersteld.

 

 Verslechterde nachtrust. Betrokkene heeft moeite met slapen, omdat hij geen goede houding kan vinden. Hij slaapt nu vaak ook ’s middags om de gemiste slaap in te kunnen halen.

 

Betrokkene geeft mij aan dat zijn klachten de eerste twee a drie weken na het ongeval het hevigst waren en hij in die weken amper iets heeft gekund. Inmiddels gaat het beter met betrokkene, al ervaart hij nog wel dagelijks nek- en rugklachten, die na belasting toenemen. Betrokkene gaf zijn klachten vlak na het ongeval het cijfer 10, op een schaal van 1 tot 10. Momenteel geeft hij zijn klachten in ruststand een 6, na belasting nemen zijn klachten wat toe en waardeert betrokkene deze op een 8.

 

(…)

 

Periode en AO-percentage

 

Betrokkene is sinds het ongeval arbeidsongeschikt. Betrokkene geeft mij aan dat hij geen twee klanten achter elkaar kan knippen, omdat zijn klachten dan toenemen van het lange staan en draaien met zijn hoofd. Betrokkene geeft mij aan dat het vak van kapper zijn überhaupt belastend is door de rug. Betrokkene heeft nog wel af en toe wat geknipt, maar moet halverwege stoppen of is na een knipbeurt klaar voor die dag. Momenteel gaat hij wel dagelijks 1 a 2 uur naar de salon, om te helpen bij de ontvangst van klanten en bijvoorbeeld koffie in te schenken.

 

Er is geen arbodienst ingeschakeld en betrokkene wordt derhalve niet begeleid in zijn re-integratie. Het loon van betrokkene wordt ook niet doorbetaald, ondanks dat dit wel in zijn contract staat. Betrokkene wil de relatie met zijn vader niet verstoren. Ik heb betrokkene gewezen op zijn rechten en plichten, maar ook op de moeilijkheden die zijn vader als werkgever kan krijgen, op het moment dat hij niet voldoende doet voor de re-integratie van betrokkene.

 

(…)

 

Voortgang

 

Gemaakte afspraken:

 

 (…)

 

 Belangenbehartiger draagt zorg voor het opvragen en aanleveren van alle beschikbare medische informatie, waaronder de informatie van de huisarts en de fysiotherapeut.

 

 Belangenbehartiger stuurt mij een kopie van alle salarisstroken, jaaropgaves en inkomensaangiftes bij de Belastingdienst van de jaren 2014, 2015 en 2016.

 

 Ik adviseer de inschakeling van een arbeidsdeskundige en verneem graag van u of u hiermee akkoord kunt gaan.

 

 (…).”

2.7.

 

In april 2017 hebben partijen in gezamenlijk overleg [arbeidsdeskundige Y] van Heling & Partners (hierna: [arbeidsdeskundige Y] ) ingeschakeld voor het verrichten van een arbeidsdeskundige intake om inzicht te verkrijgen in de mogelijkheden van [verzoeker] tot re-integratie.

2.8.

 

In een brief van 15 mei 2017 heeft [personenschade expert Q] namens Allianz aan (de advocaat van) [verzoeker] , voor zover hier van belang, het volgende bericht:

 

“(…)

 

Voor dit moment wacht ik de intakerapportage van de arbeidsdeskundige af. Daarnaast zal ik mijn opdrachtgever verzoeken om medisch advies in te winnen. Hierna volgt een nader beslismoment en treed ik graag met u in overleg over een mogelijk vervolg van het dossier.

 

(…)”

2.9.

 

De medisch adviseur van Allianz, mevrouw [medisch adviseur Z] , verzekeringsarts, rga, heeft op 3 juli 2017 aan Allianz een medisch advies uitgebracht. Daaruit wordt het volgende geciteerd:

 

“(…)

 

BESCHOUWING

 

Bij het ongeval in december 2015 heeft betrokkene aannemelijk een kneuzing of verrekking van de spieren in de nek en middenrug opgelopen.

 

Er zijn geen aanwijzingen voor het bestaan van onderliggend letsel zoals fracturen, ontwrichtingen, beschadigingen van zenuwbanen of inwendig bloedverlies.

 

Betrokkene kan van deze kneuzing of verrekking kortdurend (een aantal weken), in afnemende mate klachten van pijnlijke en stijve spieren hebben ondervonden.

 

Deze spierklachten zijn in principe onschuldig van aard en hebben een goede prognose.

 

Langdurige of blijvende beperkingen of een percentage blijvende invaliditeit passen daar niet bij.

 

Deze gunstige prognose wordt min of meer bevestigd door het feit dat betrokkene zijn huisarts niet of nauwelijks meer raadpleegde met klachten in relatie tot het ongeval, althans niet rechtstreeks en als hoofdklacht.

 

(…)

 

Samenvattend bestaan er geen aanwijzingen dat betrokkene bij het onderhavige ongeval ernstig of blijvend lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het gaat om onschuldige spierklachten met een goede herstelverwachting. Voor deze spierklachten is er al geruime tijd een eindtoestand.

 

Ik heb geen verklaring voor eventueel nog aanhoudende klachten en beperkingen, althans ik zie deze verklaring niet in het opgelopen letsel.

 

(…)”.

2.10.

 

Bij brief van 3 augustus 2017 heeft Allianz aan (de advocaat van) [verzoeker] een afschrift van dit medisch advies toegestuurd, waarbij Allianz de conclusie van haar medisch adviseur heeft overgenomen. Allianz schrijft in deze brief onder meer:

 

“(…)

 

Mijn medisch adviseur geeft mij aan dat er al geruime tijd sprake is van een eindtoestand. Op 23 juni 2016 (precies zes maanden na het onderhavige ongeval) zijn de fysiotherapeutische behandelingen op initiatief van uw cliënt ook al gestopt. Uit de medische informatie blijkt dus niet dat uw cliënt momenteel nog klachten en beperkingen ervaart, laat staan dat hij niet in staat is om zijn werkzaamheden als kapper weer op te pakken. (…)”

2.11.

 

Op 4 september 2017 heeft [arbeidsdeskundige Y] een voortgangsverslag opgemaakt, onder meer van een bezoek aan [verzoeker] en zijn werkgever (zijn vader) op 14 augustus 2017. In dit verslag staat, voor zover hier van belang:

 

“(…)

 

Betrokkene werkt nu 3-4 dagen per week, 4-5 uur per dag. (…)

 

Ik heb de werkgever gewezen op zijn re-integratieverplichtingen in het kader van de Wet verbetering poortwachter. Hij reageerde daarop als volgt. De werkgever betaalt het loon niet door aan betrokkene en doet geen re-integratieverplichtingen in het kader van de Wet op de verbetering poortwachter, omdat dat met betrokkene is afgesproken voordat hij in dienst is gekomen. Gelet op de familieband zal betrokkene hier geen verdere actie in ondernemen richting de werkgever.

 

(…) De werkgever geeft aan wel mee te willen werken aan een multidisciplinair belastbaarheidsverhogend trainingstraject, al dan niet via Winnock. (…)

 

Vervolg

 

(…) Ik verzoek partijen in overweging te nemen om betrokkene aan te melden bij Winnock om de belastbaarheid voor arbeid multidisciplinair te verhogen.”

2.12.

 

Allianz heeft aan [verzoeker] in totaal een bedrag van € 9.550,00 aan voorschotten betaald.

3 Het verzoek en het verweer

3.1.

 

[verzoeker] verzoekt de rechtbank, samengevat weergegeven, op de voet van 1019w Rv, bij beschikking, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

 

  1. te bepalen dat Allianz gehouden is om de door [verzoeker] geleden en te lijden schade als gevolg van het hem op 23 december 2015 overkomen ongeval periodiek middels adequate bevoorschotting te vergoeden,

 

  1. Allianz te veroordelen tot betaling aan [verzoeker] van een bedrag van € 28.000,00, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, ten titel van voorschot op de door [verzoeker] geleden en nog te lijden schade, zowel materiële als immateriële, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van indiening van het verzoekschrift tot aan de dag van algehele voldoening, binnen zeven dagen,

 

  1. te bepalen dat Allianz alsnog gehouden is mee te werken aan een traject bij Winnock of een andere medische instelling (mocht de behandeling bij Winnock onvoldoende effect sorteren of niet helpen), zoals partijen gezamenlijk zijn overeengekomen,

 

  1. te beslissen dat Allianz (ernstig) is tekort geschoten in de op haar rustende verplichting en daardoor ook schadeplichtig is geworden jegens [verzoeker] ,

 

  1. te beslissen dat Allianz gehouden is een voorschot van € 17.000,00 op de buitengerechtelijke kosten te voldoen, dan wel een door de rechtbank vast te stellen voorschotbedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf indiening van de buitengerechtelijke kosten met urenstaat bij Allianz,

 

  1. de kosten van behandeling van het deelgeschil op de voet van artikel 1019aa Rv te begroten en Allianz te veroordelen dit bedrag, inclusief griffierecht, aan [verzoeker] te voldoen.

3.2.

 

Aan zijn verzoeken legt [verzoeker] , samengevat, het volgende ten grondslag. Direct na het ongeval had [verzoeker] klachten aan nek, rug, knie en duizeligheid, waar later ook hoofdpijn, slapeloosheid, vermoeidheid, concentratieproblemen en psychische klachten bij zijn gekomen. Volgens [verzoeker] blijkt uit de overgelegde medische informatie dat deze klachten in causaal verband staan met het ongeval en dat het reële klachten zijn. Voor het ongeval had [verzoeker] geen klachten, de klachten zijn direct na het ongeval ontstaan en er is geen andere oorzaak aan te wijzen voor de klachten. Als gevolg van deze klachten is hij niet meer in staat om volledig te werken en/of actief verder te gaan met zijn plannen om een eigen kapsalon op te zetten. Nadat de arbeidsdeskundige heeft geadviseerd om [verzoeker] een multidisciplinair belastbaarheidsverhogend trainingstraject te laten volgen, werkt Allianz niet meer mee en trekt zij ineens – en ten onrechte – de door [verzoeker] gestelde klachten en beperkingen en het causaal verband met het ongeval in twijfel. Verder verstrekt Allianz geen voorschotten meer op de vergoeding van zijn schade, waardoor [verzoeker] schulden heeft moeten maken, weigert Allianz om zijn medische kosten te voldoen of hem medische hulp aan te bieden, waardoor [verzoeker] niet aan zijn herstel kan werken en weigert Allianz de buitengerechtelijke kosten te voldoen, waardoor hem rechtskundige bijstand wordt onthouden. [verzoeker] lijdt door het ongeval schade, bestaande uit onder meer verlies aan verdienvermogen en € 5.000,00 aan immateriële schade. Allianz moet een voorschot van € 28.000,00 op de door [verzoeker] geleden schade betalen. De buitengerechtelijke kosten bedragen voor de periode van 24 december 2015 tot en met 24 juli 2018 een bedrag van € 17.604,46 inclusief kantoorkosten en btw. De weigering van Allianz om over te gaan tot een redelijke bevoorschotting of het bieden van adequate ondersteuning aan [verzoeker] heeft een nadelige invloed op het herstel van [verzoeker] . De gevraagde beslissingen in dit deelgeschil kunnen bijdragen aan een goede schadeafwikkeling, aldus [verzoeker] .

3.3.

 

Allianz stelt zich op basis van de beschikbare medische informatie op het standpunt dat slechts sprake is geweest van tijdelijke (spier)klachten direct na het ongeval, waardoor [verzoeker] als gevolg van het ongeval hoogstens een half jaar arbeidsongeschikt kan zijn geweest. Er bestaan volgens Allianz geen voortdurende klachten en/of beperkingen die in (medisch) causaal verband staan met het ongeval. Uitgaande van een arbeidsongeschiktheid ten gevolge van het ongeval (verlies aan verdienvermogen), de kosten voor fysiotherapeutische behandelingen en een eigen risico, is [verzoeker] volgens Allianz met het reeds betaalde voorschot van € 9.550,00 al voldoende gecompenseerd. Allianz betwist dat [verzoeker] meer schade heeft geleden en voert aan dat een deugdelijke onderbouwing van het verzochte voorschot van € 28.000,00 ontbreekt, de beschikbare medische informatie slechts de aanwezigheid van kortdurende klachten als gevolg van het ongeval verklaart, de fysiotherapeutische behandelingen kennelijk niet meer nodig waren, nu [verzoeker] daar op eigen initiatief mee is gestopt, en onduidelijk is vanaf wanneer en voor hoeveel uur [verzoeker] zijn werkzaamheden heeft hervat na het ongeval. [verzoeker] heeft er zelf voor gekozen om geen aanspraak te maken op loondoorbetaling bij ziekte, omdat hij zijn vader als werkgever daarmee niet wil belasten. Die keuze moet voor rekening van [verzoeker] komen. Daarnaast is niet aangetoond dat [verzoeker] daadwerkelijk bezig was met het starten van zijn eigen kapsalon.

 

Ook ontbreekt voor de verzochte toekenning van een bedrag van € 5.000,00 aan smartengeld een deugdelijke onderbouwing. Allianz betwist verder dat zij gehouden is om mee te werken aan een traject bij Winnock of een andere medische instelling en verder dat zij tekort is geschoten in haar verplichtingen jegens [verzoeker] . De vertraging in de schadeafwikkeling komt doordat [verzoeker] de concrete medische informatie waar Allianz steeds naar vraagt niet of niet volledig aanlevert. Allianz betwist verder de redelijkheid van de gevorderde buitengerechtelijke kosten en voert ten slotte verweer tegen de begroting van de kosten van het deelgeschil.

4 De beoordeling

4.1.

 

De rechtbank stelt voorop dat het enkele feit dat de schaderegelaar van Allianz na het huisbezoek van 6 maart 2017 aan [verzoeker] heeft voorgesteld een arbeidsdeskundige in te schakelen, niet maakt dat Allianz in rechte niet meer het standpunt kan en mag innemen dat de door [verzoeker] gestelde klachten en beperkingen niet in causaal verband staan tot het ongeval. Allianz heeft ter zitting toegelicht dat het voor haar gebruikelijk is om eerst een schaderegelaar in te schakelen en daarna een arbeidsdeskundige om ervoor te zorgen dat op korte termijn hulp wordt geboden en te bewerkstellingen dat de benadeelde zo snel mogelijk weer aan het werk kan. Na dat traject verzamelt Allianz ter beoordeling van de verdere schadeafwikkeling meer informatie om de medische causaliteit te kunnen vaststellen. In dit geval heeft Allianz deze route ook gevolgd. Kort na het verstrekken van de opdracht aan de arbeidsdeskundige heeft Allianz aan [verzoeker] duidelijk gemaakt dat zij ook een medisch advies ging inwinnen, waarna een beslissing zou worden genomen over het vervolg van de schadeafwikkeling (zie 2.8). Na ontvangst van dit medisch advies heeft Allianz in haar brief van 3 augustus 2017 haar standpunt ten aanzien van het ontbreken van causaal verband tussen de door [verzoeker] gestelde klachten/beperkingen en het ongeval behoudens kortdurende spierklachten duidelijk weergegeven. Dat het (medisch) causaal verband door Allianz werd betwist was dus al voor het verschijnen van het voortgangsverslag van de arbeidsdeskundige (op 4 september 2017) bij [verzoeker] bekend.

4.2.

 

Allianz heeft als WAM-verzekeraar aansprakelijkheid voor het ontstaan van het ongeval van [verzoeker] erkend en is gehouden de door [verzoeker] geleden en te lijden schade als gevolg van dat ongeval te vergoeden. Het verzoek onder 1 mist dan ook zelfstandige betekenis, nog daargelaten dat de toevoeging “periodiek middels adequate bevoorschotting” te onbepaald is en niets zegt over de wederzijdse rechten en verplichtingen van partijen. Dit verzoek wordt daarom afgewezen.

 

Betaling (nader) voorschot op schadevergoeding

4.3.

 

Tussen partijen is in geschil of de klachten en beperkingen die [verzoeker] thans ervaart het gevolg zijn van het ongeval op 23 december 2015. Dat [verzoeker] ten gevolge van het ongeval een kneuzing of verrekking van de spieren in de nek en middenrug heeft opgelopen, wordt door Allianz niet betwist, maar die klachten zijn volgens Allianz kortdurend van aard geweest en kunnen niet hebben geleid tot beperkingen die langer hebben geduurd dan een periode van zes maanden. De medisch adviseur van Allianz heeft geconcludeerd dat er daarna geen ongevalsgerelateerde klachten meer zijn.

4.4.

 

Uit de overgelegde processen-verbaal volgt dat [verzoeker] en de automobilist die hem van achteren heeft aangereden ten tijde van het ongeval rond de 100 km per uur hebben gereden. Aannemelijk is dat een aanrijding bij een dergelijke snelheid tot letsel kan leiden. Er zijn in het onderhavige dossier echter onvoldoende medische gegevens voorhanden van behandelend specialisten die een medische oorzaak aanwijzen voor de klachten die [verzoeker] stelt na het ongeval en ook thans nog te ervaren. In het dossier bevindt zich alleen een deel van het huisartsenjournaal (over de periode van 18 juni 2014 tot en met 18 oktober 2017). De daarin opgenomen bezoekdata waarin klachten aan het ongeval worden gerelateerd zijn: 28 december 2015, 12 augustus 2016, 1 september 2017 en 13 september 2017. Hoewel in het huisartsenjournaal bij deze bezoeken wel enkele van de door [verzoeker] gestelde klachten worden genoemd, is daarmee niet vast komen te staan dat deze klachten het gevolg zijn van het ongeval. Bij het eerste bezoek na het ongeval van [verzoeker] aan zijn huisarts op 28 december 2015 heeft de huisarts genoteerd ‘Whiplash?’ als vraag, niet als constatering. Aanwijzingen dat de diagnose whiplash is onderzocht en vastgesteld zijn er niet. De overgelegde verklaring van de fysiotherapeut is daarvoor onvoldoende. Uit deze verklaring valt alleen af te leiden dat [verzoeker] in het eerste half jaar na het ongeval last had van spierklachten, wat door Allianz ook niet is betwist. Meer medische informatie is er niet. De medisch adviseur van Allianz concludeert op grond van deze medische informatie dat er slechts bepaalde klachten voor een korte periode zijn geweest die in causaal verband staan tot het ongeval. Stukken ter onderbouwing van voortdurende klachten en beperkingen zijn er niet.

4.5.

 

Verder is onduidelijk (gebleven) of, en zo ja in hoeverre, [verzoeker] zijn werkzaamheden, zoals hij deze voor het ongeluk verrichtte, weer heeft opgepakt. In maart 2017 schrijft [personenschade expert Q] dat [verzoeker] dagelijks 1 à 2 uur naar de kapsalon gaat (2.6.), [arbeidsdeskundige Y] schrijft in september 2017 dat [verzoeker] 3-4 dagen per week werkt, 4-5 uur per dag (2.11.), en bij de stukken zitten e-mail-berichten van [verzoeker] van 7 mei 2018 en 29 mei 2018 waarin hij aan zijn advocaat schrijft dat hij ‘iets meer dan voorheen’ kan werken. Ter zitting heeft hij desgevraagd verklaard dat hij bijna iedere dag naar de kapsalon van zijn vader gaat en dan af en toe een klant knipt en wat hand- en spandiensten verleent. Vanuit zijn werkgever (de kapsalon van zijn vader) is in ieder geval geen re-integratietraject opgestart of begeleiding van een arbodienst ingezet. Of de door partijen ingeschakelde arbeidsdeskundige [arbeidsdeskundige Y] een eindrapport heeft opgesteld en wat diens conclusies zijn ten aanzien van de mogelijkheden tot re-integratie van [verzoeker] is evenmin bekend, aangezien daarover geen stukken zijn overgelegd.

4.6.

 

Bij deze stand van zaken luidt de conclusie dat (nog steeds) onvoldoende medische gegevens voorhanden zijn waaruit blijkt dat nog altijd sprake is van ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen aan de zijde van [verzoeker] . Dit betekent ook dat op dit moment de schade zich niet, ook niet bij benadering, laat begroten en kan dus evenmin worden vastgesteld of [verzoeker] als gevolg van het ongeval (in de door hem gestelde omvang) materiële en immateriële schade heeft geleden en lijdt, die het reeds betaalde voorschot van € 9.550,00 overschrijdt, zodat ook geen grond bestaat om Allianz te veroordelen tot een nadere voorschotbetaling. Het verzoek daartoe onder 2 is daarom niet toewijsbaar.

 

Medewerking Allianz aan traject bij Winnock of een andere instelling

4.7.

 

Uit de stukken blijkt niet dat Allianz zich heeft vastgelegd om mee te werken aan een traject bij Winnock, zoals [arbeidsdeskundige Y] in zijn voortgangsverslag van 4 september 2017 in overweging geeft (zie 2.11.), wel dat zij zich heeft verplicht tot het inschakelen van een arbeidsdeskundige op haar kosten, hetgeen ook is gebeurd. Zoals hiervoor al is overwogen zijn er onvoldoende medische gegevens voorhanden, waaruit blijkt dat nog altijd sprake is van ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen aan de zijde van [verzoeker] . Allianz heeft ter zitting onweersproken aangevoerd dat zonder bewijs van voortdurende klachten en beperkingen ernstig valt te betwijfelen of deelname aan een traject bij Winnock of een andere instelling zinvol is. Vanwege de onzekerheid ter zake van het causaal verband valt de omvang van de verplichtingen van Allianz in dit verband dan ook niet concreet vast te stellen. Voor toewijzing van dit verzoek bestaat dan ook geen grond.

 

Tekortschieten Allianz in haar verplichtingen?

4.8.

 

Nog daargelaten dat [verzoeker] dit verzoek en de grondslag ervan niet nader heeft geconcretiseerd en de vraag is of een dergelijk verzoek binnen de reikwijdte van artikel 1019w Rv valt, blijkt uit de overgelegde stukken niet dat Allianz de schaderegeling heeft tegengehouden of heeft willen frustreren. Allianz heeft steeds gereageerd op de berichten van de advocaat van [verzoeker] , waarbij Allianz steeds opnieuw heeft verzocht om een medische onderbouwing van de klachten van [verzoeker] . Gelet op hetgeen hiervoor in 4.4. tot en met 4.6. is overwogen waren die verzoeken terecht. Dat Allianz toerekenbaar tekort zou zijn geschoten in haar verplichtingen door onvoldoende te bevoorschotten, waardoor [verzoeker] schulden heeft moeten maken, is niet gebleken. Bij gebreke van een medische onderbouwing van ongevalsgerelateerde klachten en beperkingen, en daarmee dus ook van een indicatie van de hoogte van de schade, kan aan Allianz niet worden tegengeworpen dat zij vooralsnog is blijven vasthouden aan haar standpunt dat de schade het bedrag van de door haar betaalde voorschotten niet overstijgt. Het had op de weg van [verzoeker] gelegen om in een eerder stadium bijvoorbeeld een verzoek tot een voorlopig deskundigenbericht in te dienen, teneinde het door hem gestelde causaal verband tussen zijn klachten en beperkingen en het ongeval te onderbouwen en, bij een voor hem positieve uitkomst van dat onderzoek, onderbouwd om een aanvullend voorschot op zijn schade te verzoeken. [verzoeker] heeft ervoor gekozen deze route niet te bewandelen. Dit leidt niet tot een tekortkoming van Allianz in de nakoming van een op haar rustende verplichting. Dit verzoek zal daarom ook worden afgewezen.

 

Betaling voorschot op buitengerechtelijke kosten

4.9.

 

Voor de beoordeling of de declaraties van mr. Demirtas zijn te beschouwen als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid c.q. redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte, is de aard en omvang van de schade en complexiteit van de zaak van belang. Daarnaast komt betekenis toe aan de verhouding tussen de schade en de kosten. Ook de opstelling van partijen in het schaderegelingsproces kan van invloed zijn op de redelijkheid van het maken van kosten en de omvang daarvan.

4.10.

 

Mr. Demirtas heeft als productie 18 bij verzoekschrift een urenstaat overgelegd over de periode 24 december 2015 tot en met 24 maart 2018 (totaal 44,08 uur) en een urenstaat over de periode 7 juni tot en met 24 juli 2018 (4,08 uur). Uitgaande van een uurtarief van € 285,00, plus 6% kantoorkosten en 21% BTW komt dat uit op een totaalbedrag van € 17.604,46.

 

Daarnaast heeft mr. Demirtas een urenstaat overgelegd die ziet op de kosten die verband houden met dit deelgeschil (productie 19) over de periode 1 april 2018 tot en met 8 juli 2018 van nog eens 24,50 uur. Onduidelijk is of, en zo ja in hoeverre, er sprake is van samenloop van deze urenstaat met de als productie 18 overgelegde urenstaat die betrekking heeft op de periode 7 juni 2018 tot en met 24 juli 2018. Uit de summiere beschrijving op deze laatste urenstaat valt verder op dat sprake is van correspondentie met het openbaar ministerie. Zonder nadere toelichting, die ontbreekt, valt niet in te zien wat het verband is met de onderhavige zaak.

4.11.

 

De rechtbank kan op grond van de thans voorliggende stukken niet vaststellen in hoeverre de door mr. Demirtas opgevoerde kosten zijn te beschouwen als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid c.q. redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte. Een nadere toelichting of onderbouwing ontbreekt, terwijl er onduidelijkheid bestaat over bepaalde posten, waaronder de correspondentie met het openbaar ministerie. Uit het dossier blijkt verder dat sprake is van een zeer omvangrijke correspondentie van mr. Demirtas met Allianz, waaronder veel brieven van mr. Demirtas aan Allianz vanaf augustus 2017 met nagenoeg dezelfde inhoud en aanhoudende verzoeken om nadere bevoorschotting, terwijl het definitieve standpunt van Allianz omtrent het ontbreken van causaliteit op dat moment al bekend was. Dat neemt niet weg dat wel aannemelijk is dat redelijke buitengerechtelijke kosten zijn gemaakt, zoals in de periode die heeft geleid tot de inzet van arbeidsdeskundige [arbeidsdeskundige Y] en de totstandkoming van het medisch advies. Allianz heeft onbetwist gesteld dat zij in totaal een bedrag van € 9.550,00 aan voorschotten aan [verzoeker] heeft betaald. Rekening houdend met de door Allianz berekende schade wegens verlies aan verdienvermogen en kosten wegens fysiotherapeutische behandelingen met een eigen risico (zie punt 44 van het verweerschrift), houdt de rechtbank het ervoor dat in het door Allianz betaalde bedrag ook reeds een bedrag aan buitengerechtelijke kosten is begrepen. Gelet op het voorgaande bestaat voor een veroordeling tot betaling van een aanvullend (voorschot)bedrag geen aanleiding.

 

Kosten deelgeschil

4.12.

 

[verzoeker] heeft verzocht op de voet van artikel 1019aa lid 1 Rv € 10.335,15 aan advocaatkosten te begroten (inclusief zitting in totaal 28,50 uur tegen een uurtarief van € 285,00 exclusief 6% kantoorkosten en 21% btw).

 

Allianz voert primair aan dat geen plaats is voor een begroting van de kosten van het deelgeschil, omdat het deelgeschil onnodig en onterecht is ingesteld, gelet op de bestaande onzekerheid ter zake van het causaal verband tussen de door [verzoeker] gestelde voortdurende klachten/beperkingen en het ongeval.

4.13.

 

De rechtbank overweegt dat begroting van de kosten aan de zijde van de gelaedeerde is voorgeschreven in artikel 1019aa lid 1 Rv, ook in het geval het verzochte wordt afgewezen. Dat is slechts anders indien het maken van proceskosten niet redelijk wordt geoordeeld in de zin van artikel 6:96 lid 2 BW, bijvoorbeeld omdat de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld.

4.14.

 

Ten tijde van de indiening van het verzoekschrift was (de advocaat van) [verzoeker] genoegzaam bekend met het standpunt van Allianz ten aanzien van het ontbreken van relevante medische informatie en het ontbreken van causaal verband tussen de door [verzoeker] gestelde klachten en beperkingen en het ongeval, zoals onder meer blijkt uit de brief van Allianz van 3 augustus 2017, waarin zij [verzoeker] het rapport van de medisch adviseur van Allianz van 3 juli 2017 toestuurt (zie onder 2.10.) en het e-mailbericht van 10 februari 2018 van mr. Demirtas aan Allianz (onderdeel van productie 14 bij het verzoekschrift). Bij die stand van zaken mag van een advocaat, zeker een advocaat die een specialistentarief hanteert, worden verwacht dat hij op voorhand inziet dat een verzoek in deelgeschil om vaststelling van schadeplichtigheid met daarbij een aanvullend voorschot bovenop een reeds betaald voorschot niet, althans hoogstwaarschijnlijk niet toewijsbaar zal worden geoordeeld zonder (nadere) medische onderbouwing van dan wel nader deskundigenonderzoek naar het daarvoor benodigde causale verband tussen de door [verzoeker] gestelde klachten en het ongeval en dat een voorlopig deskundigenbericht meer in de rede zou hebben gelegen. Dat meer (medische) informatie nodig is, heeft (de advocaat van) [verzoeker] ter zitting ook bevestigd.

 

Gelet op het voorgaande is de rechtbank daarom van oordeel dat de verzoeken onder 1 tot en met 4 onnodig zijn ingesteld. Dat geldt ook voor het verzoek onder 5 tot betaling van een voorschot op buitengerechtelijke kosten, nu [verzoeker] geen inzicht heeft gegeven in de reeds aan hem betaalde voorschotten, waardoor het ervoor moet worden gehouden dat met het door Allianz betaalde bedrag van € 9.550,00 al een voorschot op de buitengerechtelijke kosten is betaald. De slotsom is dat begroting van de kosten van het deelgeschil achterwege zal worden gelaten.

5 De beslissing

 

De rechtbank

5.1.

 

wijst de verzoeken af.

 

Deze beschikking is gegeven door mr. K. van Vlimmeren-van Ommen en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2019.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey