Rb: verzoek om getuigen onder ede te horen op wiens schriftelijke verklaring bewijs in deelgeschilgeschilprocedure is gebaseerd

Samenvatting:

De rechtbank wijst het verzoek van het Waarborgfonds tot het houden van een voorlopig getuigenverhoor toe. In een deelgeschil achtte de rechtbank het Waarborgfonds aansprakelijk. Het Waarborgfonds wenst met het voorlopig getuigenverhoor te bewijzen dat de toedracht zoals door verweerder is gesteld niet vaststaat. Nu in het deelgeschil de beslissing over het bewijs van de toedracht is gebaseerd op schriftelijke verklaringen, waarbij de getuigen niet onder ede zijn gehoord, heeft het Waarborgfonds er belang bij om de getuigen thans onder ede te horen, om onduidelijkheden en discrepanties in de verklaringen opgehelderd te krijgen. De bodemrechter die weliswaar in beginsel gebonden is aan het oordeel van de deelgeschillenrechter kan daarop niettemin terugkomen, wanneer blijkt dat van onjuiste feiten is uitgegaan.

Beschikking

RECHTBANK ROTTERDAM
Team handel
zaaknummer / rekestnummer: C/l 0/461843 / HA RK 14-870
Beschikking van 24 december 2014

in de zaak van

de stichting STICHTING WAARBORGFONDS MOTORVERKEER,
gevestigd te Rijswijk,
verzoekster,
advocaat mr. R. Gruben,

tegen
[VERWEERDER],
Wonende [Woonplaats],
verweerder,
advocaat mr. F.A. Bosma.

Partijen worden hierna Stichting Waarborgfonds en [Verweerder] genoemd.

1. De procedure
Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het verzoekschrift, met producties
– het verweerschrift
– de mondelinge behandeling en de door mr. Gruben overgelegde pleitaantekeningen.

2. De standpunten van partijen

2.1. Het verzoekschrift strekt ertoe dat een voorlopig getuigenverhoor zal worden bevolen. Stichting Waarborgfonds heeft belang bij haar verzoek om opheldering te verkrijgen over bepaalde onduidelijkheden en discrepanties in de verklaringen van betrokkenen / getuigen, die ten grondslag hebben gelegen aan het bewijs van de door [Verweerder] gestelde toedracht van het ongeval in de deelgeschillenprocedure. Stichting Waarborgfonds wenst in een nog in te stellen bodemprocedure haar standpunt te handhaven dat zij niet aansprakelijk is voor het ongeval.

2.2. [Verweerder] concludeert tot afwijzing van het verzoek.

3. De beoordeling

3.1. Bij de beoordeling van dit verzoek geldt het volgende toetsingskader.
De rechter komt ter zake van een verzoek tot voorlopig getuigenverhoor geen discretionaire bevoegdheid toe. Een verzoek kan, als het overigens aan de eisen van toewijzing daarvan voldoet, evenwel worden afgewezen als de rechter van oordeel is dat verzoeker daarbij geen belang heeft als bedoeld in artikel 3:303 Burgerlijk Wetboek, dat het verzoek in strijd is met de goede procesorde, dat misbruik wordt gemaakt van de bevoegdheid een voorlopig getuigenverhoor te verlangen, waarvan onder meer sprake kan zijn wanneer de verzoeker wegens de onevenredigheid van de over en weer betrokken belangen in redelijkheid niet tot toepassing van die bevoegdheid kan worden toegelaten of als het verzoek afstuit op een ander door de rechter zwaarwichtig geoordeeld bezwaar.

3.2. Bij de beoordeling van dit verzoek wordt van de volgende feiten en omstandigheden uitgegaan.
Bij het verzoekschrift in het kader van de Wet Deelgeschillen zijn, naast het aanrijdingsformulier, verklaringen van getuigen [Getuige 1] en [Getuige 2] – per getuige twee verklaringen – overgelegd. Ook [Bestuurder], die het (onverzekerde) motorrijtuig bestuurde dat tegen de achterzijde van het door [Verweerder] bestuurde motorrijtuig is gebotst, en [Verweerder] hebben verklaringen afgegeven. Alle betrokkenen en getuigen zijn ondervraagd door het onderzoeksbureau Hoofddorp dat is ingeschakeld door Stichting Waarborgfonds.
Op 18 juni 2014 heeft deze rechtbank bij beschikking op het deelgeschil voor recht verklaard dat Stichting Waarborgfonds aansprakelijk is te houden voor de aanrijding van 29 januari 2010 en de door [Verweerder] daaruit voorvloeiende gevolgen en deswege de daaruit door [Verweerder] voortvloeiende schade volledig dient te vergoeden.

3.3. Het verzoek zal worden toegewezen. Het voorlopig getuigenverhoor kan dienen ter verkrijging van bewijs ter voorbereiding van een bodemprocedure. Stichting Waarborgfonds wenst met het voorlopig getuigenverhoor te bewijzen dat de feitelijke toedracht zoals door [Verweerder] is gesteld niet vaststaat. Nu in het deelgeschil de beslissing over het bewijs van de toedracht is gebaseerd op schriftelijke verklaringen, waarbij de getuigen niet onder ede zijn gehoord, heeft Stichting Waarborgfonds zoals zij stelt er belang bij om de getuigen thans onder ede te horen, om onduidelijkheden en discrepanties in de verklaringen die in deze procedure zijn gesteld, opgehelderd te krijgen. De bodemrechter die weliswaar in beginsel gebonden is aan het oordeel van de deelgeschillenrechter kan daarop niettemin terugkomen, wanneer blijkt dat van onjuiste feiten is uitgegaan.

3.4. Van een afwijzingsgrond is niet gebleken.

4. De beslissing

De rechtbank

bepaalt dat de in het verzoekschrift genoemde getuigen zullen worden gehoord in het gebouw van deze rechtbank voor een nader te noemen rechter, op een nader in overleg met partijen – vast te stellen datum en tijdstip.

Deze beschikking is gegeven door mr. A.F.L. Geerdes en in het openbaar uitgesproken op 24 december 2014.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey