Rb: Tristan van der V. niet verzekerd op AVP-polis van ouders

Samenvatting:

De rechtbank overwoog eerder o.a. dat bewijs ontbrak dat verzekeraar het verzoek om de dekking van de AVP te wijzigen naar ‘gezin zonder te kinderen’ had geaccepteerd. De gegeven verklaring voor het ontbreken van een polisaanhangsel waaruit verzochte wijziging zou blijken, strookte niet met in het geding gebrachte stukken. Behoudens door verzekeraar te leveren tegenbewijs, moest ervan uit worden gegaan dat de AVP dekking bood. Verzekeraar legde verklaringen van de tussenpersoon en de ouders over die de rechter tot het oordeel leidden dat op de polis van de ouders de zoon niet verzekerd was.

Instantie Rechtbank Den Haag
Datum uitspraak 17-01-2018
Datum publicatie 17-01-2018
Zaaknummer C-09-515177-HA ZA 16-860
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken Bodemzaak
Eerste aanleg – meervoudig

Inhoudsindicatie Schietincident De Ridderhof Alphen aan den Rijn. Vervolg op ECLI:NL:RBDHA:2017:6371. De verzekeraar die was toegelaten tot tegenbewijs tegen het bewijsvermoeden dat de schutter, Tristan van der V., op 9 april 2011 meeverzekerd was onder de aansprakelijkheidsverzekering van de ouders, is erin geslaagd dit vermoeden te ontkrachten. De rechtbank concludeert dat Tristan niet meeverzekerd was en wijst de vordering tegen de verzekeraar af.
Vindplaatsen Rechtspraak.nl
Uitspraak

vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel

zaaknummer / rolnummer: C/09/515177 / HA ZA 16-860

Vonnis van 17 januari 2018

in de zaak van

1 [A1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
2. [A2] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
3. [A3] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
4. [A4] ,
wonende te [woonplaats 2] ,
5. [A5] , ouders van de minderjarige [de minderjarige] ,
wonende te [woonplaats 3] ,
6. [A6] ,
wonende te [woonplaats 4] , gemeente [gemeente] ,
7. [A7] ,
wonende te [woonplaats 5] ,
8. [A8] ,
wonende te [woonplaats 5] ,
9. [A9] ,
wonende te [woonplaats 5] ,
10. [A10] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
11. [A11] ,
wonende te [woonplaats 6] ,
12. [A12] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
13. [A13],
wonende te [woonplaats 1] ,
eisers,
advocaat mr. L.M. Lalji te Amsterdam ,

tegen

1 [ouder 1] ,
wonende te [woonplaats 1] ,
2. [ouder 2],
wonende te [woonplaats 1] ,

3. de naamloze vennootschap
VIVAT N.V.,
gevestigd te Utrecht,
4. de naamloze vennootschap
REAAL SCHADEVERZEKERINGEN N.V.,
gevestigd te Zoetermeer,
gedaagden,
procesadvocaat: mr. W.A.M. Rupert te Rotterdam
behandelend advocaat: mr. P.C. Knijp te Rotterdam.

Eisers zullen hierna gezamenlijk eisers genoemd worden.

Gedaagden sub 1 en 2 zullen gezamenlijk de ouders worden genoemd.
Gedaagden sub 3 en 4 zullen hierna afzonderlijk Vivat en Reaal worden genoemd en gezamenlijk met de ouders, gedaagden.

1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van de rechtbank van 14 juni 2017;
– de akte met de producties 1 tot en met 11 van de zijde van gedaagden; en
– de antwoordakte van de zijde van eisers.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De beoordeling
Inleiding
2.1. De rechtbank heeft Reaal bij tussenvonnis van 14 juni 2017 (hierna: het tussenvonnis) toegelaten tot tegenbewijs tegen het bewijsvermoeden dat Tristan van der Vlis (hierna: Tristan ) op 9 april 2011 meeverzekerd was onder de aansprakelijkheidsverzekering van de ouders (hierna: de AVP). De rechtbank heeft in het tussenvonnis overwogen dat het bestaan van een verzekering, wie verzekerd zijn en welke dekking een verzekering biedt, in beginsel volgen uit de polis en de toepasselijk voorwaarden. Uit de overgelegde polis uit 2004 volgt dat Tristan toen was meeverzekerd onder de AVP. De polis(aanhangels) over de periode 2005 tot eind 2011 zijn niet (meer) beschikbaar, althans deze zijn niet in het geding gebracht. De rechtbank heeft dan ook geconcludeerd dat er, behoudens door Reaal te leveren tegenbewijs, van uit moet worden gegaan dat de AVP dekking biedt voor de aansprakelijkheid van Tristan .

2.2. Reaal heeft eerder in deze procedure diverse omstandigheden aangevoerd ter onderbouwing van de stelling dat, ondanks het ontbreken van een polis waaruit dat blijkt, de AVP vanaf 2005 geen dekking meer biedt voor Tristan . De rechtbank heeft in het tussenvonnis geoordeeld dat die aangevoerde omstandigheden (zonder aanvullend bewijs) onvoldoende gewicht in de schaal leggen. In het bijzonder heeft de rechtbank overwogen dat: (i) bewijs ontbreekt dat AXA het verzoek om de dekking van de AVP te wijzigen naar ‘gezin zonder te kinderen’ heeft geaccepteerd; (ii) de gegeven verklaring voor het ontbreken van een polisaanhangsel waaruit verzochte wijziging zou moeten blijken, niet strookt met in het geding gebrachte stukken; (iii) onvoldoende onderbouwd is dat de premieverlaging samenhangt met een wijziging van de dekking van de AVP; (iv) niet gebleken is dat bij terugkeer van Tristan in de ouderlijke woning in 2006 de verzekering niet opnieuw is aangepast; en (v) het bestaan van de AVP met de modaliteit ‘gezin zonder kinderen’ niet blijkt uit de in het geding gebrachte voorwaarden.

2.3. Na het tussenvonnis heeft Reaal bij akte een tweetal schriftelijke verklaringen in het geding gebracht, zich uitgelaten over deze verklaringen en opgave gedaan van zo nodig te horen getuigen. Bij dezelfde gelegenheid heeft Reaal bezwaar gemaakt tegen de processuele gang van zaken. Eisers hebben bij antwoordakte gereageerd op de stellingen en producties van Reaal.

2.4. Allereerst zal de rechtbank de bezwaren tegen de processuele gang van zaken beoordelen en vervolgens het door Reaal geleverde tegenbewijs.

Bezwaar Reaal tegen procesverloop

2.5. Reaal heeft haar eerder in deze procedure ingenomen standpunt herhaald dat eisers niet hebben gevorderd dekking te verlenen voor de schade die rechtstreeks voortvloeit uit de aansprakelijkheid van Tristan . Waar er in de dagvaarding gesproken wordt over de dekking onder de AVP is dat volgens Reaal altijd in de context van de eigen aansprakelijkheid van de ouders geweest. De rechtbank heeft op eigen gezag, zonder dat daaraan een vermeerdering van eis ten grondslag ligt, de aansprakelijkheid van Tristan als nieuwe grondslag voor de vordering van de eisers geïntroduceerd, aldus Reaal. Voor zover Reaal met deze stellingen bedoelt dat de rechtbank in haar beoordeling buiten de grenzen van de rechtsstrijd getreden is en Reaal de rechtbank verzoekt terug te komen op de bindende eindbeslissing, overweegt de rechtbank het volgende.

2.6. De rechtbank heeft bij tussenvonnis geoordeeld dat de vordering van eisers jegens Reaal ook ziet op de eigen aansprakelijkheid van Tristan . In dat verband heeft de rechtbank in rov. 4.77 van het tussenvonnis de relevante passages uit de dagvaarding waaruit dit blijkt aangehaald. Deze beslissing van de rechtbank in het tussenvonnis dat de vordering jegens Reaal zich ook uitstrekt tot de eigen aansprakelijkheid van Tristan , is aan te merken als een bindende eindbeslissing. In beginsel is een rechter in de verdere loop van een instantie gebonden aan bindende eindbeslissingen (vgl. HR 4 mei 1984, NJ 1985/3). Van deze hoofdregel kan worden afgeweken indien gebleken is dat de beslissing berust op een onjuiste juridische of feitelijk grondslag (vgl. HR 25 april 2008, ECLI:NL:HR:2008:BC2800).

2.7. Reaal heeft in haar akte geen feiten en omstandigheden aangevoerd, en deze zijn ook niet anderszins gebleken, waaruit volgt dat de in het tussenvonnis verwoorde beslissing op een onjuiste juridische of feitelijke grondslag gebaseerd is. De bezwaren die Reaal in haar akte heeft opgenomen zijn enkel een herhaling van eerdere stellingen, welke stellingen de rechtbank heeft betrokken in de beoordeling die is weergegeven in het tussenvonnis. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om terug te komen op de door haar genomen bindende eindbeslissing.

Tegenbewijs

2.8. Reaal heeft in het kader van het door haar te leveren tegenbewijs onder meer een schriftelijke verklaring van [X] , de assurantietussenpersoon van de ouders (hierna: [X] ) in het geding gebracht. Samengevat staat in de verklaring van [X] het volgende vermeld.

2.8.1. [X] is vele tientallen jaren assurantietussenpersoon van (de familie van) de ouders en had indertijd voor de ouders bij AXA – de rechtsvoorganger van Reaal – de AVP afgesloten. In 2005 is Tristan op zichzelf gaan wonen. [X] heeft toen voor Tristan bij Nationale-Nederlanden een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Omdat Tristan zelfstandig in een huurflat woonde was het niet meer nodig om op de AVP een dekking voor Tristan te hebben. Omdat er geen andere inwonende kinderen waren heeft [X] , na overleg met de ouders, aan AXA verzocht de dekking van de AVP terug te brengen tot ‘gezinsdekking zonder kinderen’. Het was de bedoeling dat er alleen dekking zou bestaan voor de aansprakelijkheid voor de ouders. Dit leverde enig premievoordeel op.

2.8.2. [X] vermeldt tevens in zijn verklaring dat het hem verbaast dat er geen nieuw polisaanhangsel uit die tijd is, want dat had er wel moeten zijn. Maar geheel onverklaarbaar is dit ook weer niet, aldus [X] , nu hij als tussenpersoon gekozen had voor jaarlijks prolongeren zonder nieuwe polisdocumenten. De backoffice van AXA werd destijds verzorgd door […] en het is best mogelijk dat het aanhangsel destijds niet is uitgedraaid. [X] heeft het document niet kunnen terugvinden en hij gaat er vanuit dat het nooit is uitgedraaid omdat het ook niet aanwezig is in de administratie van de ouders. In verband met een digitalisering van zijn administratie heeft [X] op een bepaald moment de papieren administratie vernietigd.

2.8.3. [X] merkt voorts op dat hij heel zeker weet dat het de bedoeling was om de aansprakelijkheid van Tristan niet meer op de polis van de ouders te dekken omdat hij een eigen polis had. De verzekeringsdekking van de AVP is nadien niet meer gewijzigd, ook niet toen Tristan weer bij zijn ouders ging wonen. Zijn kantoor is destijds niet medegedeeld dat Tristan weer thuis ging wonen en de contacten met hem waren uiterst minimaal, aldus [X] .

2.9. Daarnaast heeft Reaal een schriftelijke verklaring van de ouders in het geding gebracht. Samengevat hebben de ouders het volgende verklaard. [X] is al jarenlang de assurantietussenpersoon van de ouders. Toen Tristan in 2005 op zichzelf ging wonen heeft [X] voor Tristan een eigen aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Omdat de ouders verder geen kinderen hebben, heeft [X] de verzekeraar verzocht de dekking terug te brengen naar ‘gezin zonder kinderen’. De ouders kunnen van deze wijziging geen polisaanhangsel terugvinden en zij herinneren zich ook niet ooit een dergelijk polisaanhangsel gehad te hebben. Wel is het premiebedrag teruggebracht nadat de dekking werd teruggebracht tot alleen henzelf. De verzekeringssituatie wijzigde niet toen Tristan weer thuis kwam wonen. De ouders wilden dat ook niet. Het was nadrukkelijk niet de bedoeling van de ouders om Tristan weer mee te verzekeren onder hun AVP.

Bewijswaarde tegenbewijs

2.10. De overgelegde schriftelijke verklaringen zijn schriftelijke bewijsstukken met vrije bewijskracht, waarvoor de hoofdregel geldt dat de waardering van dit bewijs aan het oordeel van de rechter is overgelaten. Van de zijde van eisers is aangevoerd dat aan de overgelegde verklaringen van [X] en de ouders een beperkte bewijswaarde moet worden toegekend. Hoewel juist is dat in de regel aan een schriftelijke getuigenverklaring minder bewijswaarde kan worden toegekend dan aan een getuigenverklaring die middels een getuigenverhoor tot stand gekomen is, acht de rechtbank de (bewijs)waarde van de verklaring van [X] en de ouders in onderhavig geval van voldoende gewicht om te kunnen gebruiken als tegenbewijs.

2.11. De rechtbank acht het voor de bewijswaarde van de verklaring van [X] relevant dat hij geen eigen belang heeft bij de uitkomst van deze procedure. Bovendien wordt zijn verklaring op cruciale onderdelen ondersteund door de verklaring van de ouders. De rechtbank acht in dat kader van belang dat [X] zonder voorbehoud verklaart dat hij in 2005 namens de ouders verzocht heeft de dekking terug te brengen tot ‘gezinsdekking zonder kinderen’, hetgeen strookt met de in de procedure overgelegde brief waarin een dergelijk verzoek aan de verzekeraar wordt gedaan. Voorts geeft hij aan dat de aanleiding voor dat verzoek was dat Tristan op zichzelf is gaan wonen en dat die aanpassing een premievoordeel heeft opgeleverd. Die laatste opmerking sluit weer aan bij het door Reaal eerder in het geding gebrachte overzicht van in rekening gebrachte premies waaruit deze verlaging ook blijkt. Ten slotte heeft [X] verklaard over de wijze waarop de polissen indertijd geadministreerd zijn en heeft hij een mogelijke verklaring gegeven voor het ontbreken van het in geschil zijnde polisaanhangsel, die de rechtbank niet onaannemelijk voorkomt.

2.12. Eisers hebben er nog op gewezen dat de verklaring van [X] dat hij niet wist dat Tristan in 2006 weer bij zijn ouders is gaan wonen haaks staat op zijn verklaring dat hij ook de verzekeringszaken van Tristan regelde, hetgeen volgens hen afbreuk doet aan de geloofwaardigheid van [X] . De rechtbank volgt eisers daarin niet. Daargelaten dat niet vast staat dat Tristan [X] direct in 2005 op de hoogte heeft gesteld van zijn terugverhuizen, doet latere kennis van dat feit uit anderen hoofde geen afbreuk aan de geloofwaardigheid van de verklaring van [X] . Integendeel, juist de vaststaande wetenschap van [X] dat Tristan een eigen aansprakelijkheidsverzekering had bij Nationale-Nederlanden is een omstandigheid die maakte dat voor [X] geen enkele noodzaak bestond om bij Tristans terugkeer naar de ouderlijke woning de dekking van de AVP weer te verruimen. Het sluiten van twee aansprakelijkheidsverzekeringen is immers zeer ongebruikelijk. Dit zal door een assurantietussenpersoon dan ook niet worden aangeraden.

2.13. Ten aanzien van de bewijswaarde van de verklaring van de ouders hebben eisers gewezen op de algemene verzekeringsvoorwaarden van AXA en Reaal die beide voorschrijven dat een verzekeringnemer gehouden is zijn volledige medewerking te verlenen en alles na te laten wat de belangen van de verzekeraar zou kunnen schaden. Op grond van de algemene verzekeringsvoorwaarden van AXA dient een verzekeringnemer zich bovendien te onthouden van iedere toezegging, verklaring of handeling waaruit erkenning van de verplichting tot schadevergoeding kan leiden . Hieruit zou volgen, zo stellen eisers, dat de ouders geen andere keuze hebben dan zich bij de stellingen van Reaal aan te sluiten omdat zij anders hun aanspraak onder de AVP zouden verliezen.

2.14. De rechtbank overweegt dat de voorwaarden waar eisers naar verwijzen enkel de medewerking van een verzekeringnemer voorschrijven; op grond van de voorwaarden wordt geenszins verlangd dat een verzekerde in een gerechtelijke procedure een valse verklaring dient af te leggen of anderszins bezijden de waarheid dient te verklaren. Bovendien hebben eisers geenszins aannemelijk gemaakt dat de ouders zich ook feitelijk op deze manier hebben laten beïnvloeden. De rechtbank ziet dan ook geen enkele aanleiding om aan de verklaring van de ouders om die reden een verminderde bewijswaarde toe te kennen.

Beoordeling tegenbewijs

2.1.5 De rechtbank overweegt dat de schriftelijke verklaring van [X] , in combinatie met die van de ouders, over de in rov. 2.2 onder (i) tot en met (v) genoemde omstandigheden in het voordeel van Reaal voldoende duidelijkheid verschaft. In de schriftelijke verklaringen van [X] en de ouders staat expliciet dat in 2005 op verzoek van de ouders naar aanleiding van de verhuizing van Tristan de dekking is teruggebracht naar ‘een gezin zonder kinderen’. Een dergelijke verklaring is niet eerder in het geding gebracht. De rechtbank acht deze schriftelijke verklaringen een voldoende onderbouwing van de stelling dat namens de ouders een dergelijk verzoek gedaan is en dat de wil van de ouders daarop gericht geweest is. Die verklaring wordt ondersteund door het overgelegde schriftelijke verzoek aan de verzekeraar van [X] terzake. Bij deze stand van zaken is het ontbreken van een verzend- en ontvangstbewijs van het schriftelijke verzoek tot een wijziging niet meer van belang, te meer nu Reaal in haar akte heeft gesteld dat AXA deze wijziging indertijd daadwerkelijk aanvaard heeft. Bovendien heeft [X] een verklaring gegeven waarom de poliswijziging niet geadministreerd is en waarom thans geen administratie meer beschikbaar is. De rechtbank acht deze verklaring afdoende, zodat zij voorbij gaat aan al hetgeen van de zijde van eisers is aangevoerd over de administratie- en betalings(verplichtingen) van [X] en de ouders. Bovendien heeft [X] tevens een voldoende verklaring gegeven voor het ontbreken van een reactie van AXA op het verzoek van [X] om de gewijzigde polis toe te sturen.

2.16. Voorts staat in de schriftelijke verklaringen van [X] en de ouders expliciet dat in 2006, toen Tristan weer bij zijn ouders is komen wonen, geen wijziging van de polis(voorwaarden) heeft plaatsgevonden. Het aansprakelijkheidsrisico van Tristan is toen niet weer onder de dekking van de AVP gebracht. De rechtbank verwerpt de stelling van eisers dat het, gegeven de psychische toestand van Tristan , onaannemelijk is dat de ouders toen geen dekking voor Tristan zouden willen hebben. Daarbij acht de rechtbank van belang dat vaststaat dat Tristan zijn eigen verzekering bij Nationale-Nederlanden na terugkeer bij zijn ouders heeft aangehouden en het aanhouden van een tweede aansprakelijkheidsverzekering zeer ongebruikelijk is. De suggesties van de eisers dat gezien de psychische toestand van Tristan de ouders juist behoefte hadden aan extra dekking zijn, wat hier verder ook van zij, in ieder geval onvoldoende om de expliciete verklaringen van [X] en de ouders op dit punt te kunnen weerleggen.

2.17. Verder vermeldt de schriftelijke verklaring van [X] dat de wijziging van de polisdekking naar gezin zonder kinderen een klein premievoordeel heeft opgeleverd. Overwogen wordt dat [X] een buiten Reaal gelegen bron is die verklaart dat dit het geval is geweest. De rechtbank acht deze verklaring voldoende bewijs voor de stelling dat de premieverlaging het directe gevolg is van een beperking van de dekking, ondanks dat Reaal geen premietabel die dat bevestigt in het geding gebracht heeft. De omstandigheid dat [X] heeft verzocht om een wijziging van de polisdekking naar ‘gezin zonder kinderen’, welke wijziging aanvaard is door AXA en geleid heeft tot een premievoordeel, is naar het oordeel van de rechtbank een voldoende onderbouwing dat AXA indertijd feitelijk ook de modaliteit ‘gezin zonder kinderen’ aanbood.

2.18. De rechtbank is dan ook van oordeel dat Reaal op basis van de door haar overgelegde schriftelijke verklaringen erin geslaagd is om het bewijsvermoeden dat Tristan in 2011 was meeverzekerd onder de AVP te ontzenuwen. Dit betekent dat in rechte is komen vast te staan dat de AVP geen dekking biedt voor schade die veroorzaakt is door het eigen onrechtmatig handelen van Tristan , zodat op Reaal geen verplichting rust de door de eisers geleden schade te vergoeden. Ook de vordering jegens Reaal wordt daarom afgewezen.

Slotsom

2.19. De rechtbank heeft reeds bij tussenvonnis geoordeeld dat de vorderingen jegens de ouders en Vivat afgewezen dienen te worden. De vordering jegens Reaal volgt hetzelfde lot.

2.20. Eisers worden als in het ongelijk gestelde partijen veroordeeld in de kosten aan de zijde van gedaagden. De proceskosten aan de zijde van gedaagden worden begroot op een bedrag van € 2.200, bestaande uit € 618 voor betaald griffierecht en een vergoeding salaris advocaat van € 1.582 (liquidatietarief berekend op basis 3 ½ punt x € 452 (tarief II)).

3 De beslissing

De rechtbank

3.1. wijst het gevorderde af,

3.2. veroordeelt eisers in de proceskosten, aan de zijde van gedaagden tot op heden begroot op € 2.200,

3.3. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. L. Alwin, mr. S.J. Hoekstra – van Vliet en mr. R.C. Hartendorp en in het openbaar uitgesproken op 17 januari 2018.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots