Rb: Studievertraging voor VWO € 500 p.m.

Samenvatting:

De hogeschool stelde in een brochure ten onrechte dat een Master-of-Arts degree kon worden behaald, terwijl die mogelijkheid alleen aan universiteit bestaat. Collegeld en gederfde inkomsten wegens studievertraging zijn schadeposten die voor vergoeding in aanmerking komen. Voor de studievertraging wordt geen verband gelegd met de letselschaderichtlijn maar met een rits van niet altijd hooggekwalificeerde banen of baantjes die benadeelde vervulde. De rechter schat het verlies voor een jaar op 12 x € 500.

LJN: BX2219, Rechtbank Amsterdam , 1311355 HA EXPL 11-829      

Datum uitspraak:          30-05-2012
Datum publicatie:         20-07-2012
Rechtsgebied:  Civiel overig
Soort procedure:          Eerste aanleg – enkelvoudig
Inhoudsindicatie:          Schadevergoeding voor buitenlandse student aangezien Hogeschool in een brochure ten onrechte als informatie had verstrekt dat een Master-of-Arts degree kon worden behaald, terwijl die mogelijkheid alleen aan universiteit bestaat. Schadestaat. Collegeld en gederfde inkomsten wegens studievertraging zijn schadeposten die voor vergoeding in aanmerking komen.
Vindplaats(en): Rechtspraak.nl
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Sector kanton
locatie: Amsterdam
Zaaknummer en rolnummer: 1311355 HA EXPL 11-829
Uitspraak: 30 mei 2012
Vonnis van de kantonrechter
in de zaak van:
[eiseres],
wonende te [plaats],
eiseres,
nader te noemen [eiseres],
procederende in persoon, bijgestaan door [A]
t e g e n
Stichting Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten,
gevestigd te Amsterdam,
nader te noemen AHK,
gedaagde,
gemachtigde mr. L.M. Petersen te Amsterdam
VERLOOP VAN DE PROCEDURE
De volgende processtukken zijn ingediend:
– de dagvaarding van 9 december 2011 inhoudende de vordering van [eiseres], met producties;
– de conclusie van antwoord van AHK, met producties.
Ingevolge tussenvonnis van 29 februari 2012 heeft een bijeenkomst van partijen plaatsgevonden. Het proces-verbaal hiervan en de daarin genoemde andere stukken bevinden zich bij de stukken.
Daarna is vonnis bepaald.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
Feiten en omstandigheden
1. Als gesteld en niet (voldoende) weersproken staan de volgende feiten en omstandigheden vast:
1.1. AHK is een HBO-instelling, waarvan de faculteit museologie onder de naam de “Reinwardt Academie” deel uitmaakt.
1.2. [eiseres], komend vanuit Taiwan alwaar zij een Bachelor-of-Arts graad had behaald, heeft zich per 1 september 2003 ingeschreven voor de master-opleiding aan de Reinwardt Academie. De Engelstalige brochure voor die opleiding vermeldde dat de opleiding leidde tot een “Master – of – Arts”- graad (hierna: M.A.-graad), in de volgende bewoordingen:
“Master’s Degree Programme in museology.
In september 1994, the Reinwardt Academy started an international museology programme leading to a Master of Arts in museology degree (…)This programme, conducted in English, is in principle open to postgraduates of all recognised universities throughout the world (…)”.
1.3. Het verschuldigde collegegeld bedroeg € 3000,00 per semester. Het Master-programma besloeg drie semesters.
1.4. Het bachelor/masterstelsel is in Nederland ingevoerd op 1 september 2002. Daarbij is vastgesteld dat alleen universiteiten de M.A.-graad kunnen verlenen.
1.5. In april 2004 heeft AHK aan [eiseres] bericht dat het niet mogelijk was een M.A.-graad te verlenen, en dat enkel een Master’s in Museology-graad kon worden behaald.
1.6. [eiseres] heeft daarop besloten in het opvolgende collegejaar (het derde semester) niet langer aan de Reinwardt Academie te studeren, maar aan de Universiteit van Amsterdam. Aan de UVA heeft zij op 31 juli 2005 een M.A.-graad behaald in de studierichting “Media en Cultuur”.
1.7. [eiseres] heeft voor twee semesters aan de Reinwardt Academie in totaal € 6.000,00 collegegeld betaald. Aan de UVA heeft zij aan collegegeld € 1.476,00 betaald.
1.8. In een tussen [eiseres] en een aantal medestudenten ( hierna: [eiseres] c.s.) gevoerde procedure (bij de rechtbank en in hoger beroep bij het hof alhier) tegen AHK is voor recht verklaard dat AHK wanprestatie jegens [eiseres] c.s. heeft gepleegd en is AHK veroordeeld tot betaling van de door [eiseres] c.s. geleden en nog te lijden schade, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet. De uitspraak van het hof dateert van 22 juni 2010.
1.9. [eiseres] heeft bij brief van 24 januari 2011 aan haar advocaat, die is doorgeleid naar AHK, een specificatie gegeven van de schade die zij vordert van AHK tengevolge van de wanprestatie door AHK. Partijen hebben minnelijk overleg gevoerd, dat niet tot resultaat heeft geleid.
Vordering en verweer
2. [eiseres] vordert dat AHK, bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis, zal worden veroordeeld primair tot betaling van € 23.705,54 aan hoofdsom en wettelijke rente, dan wel (subsidiair) een door de rechtbank in goede justitie te bepalen bedrag, met veroordeling van AHK in de proceskosten.
3. AHK voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt, voor zover van belang, hieronder ingegaan.
Beoordeling
4. [eiseres] stelt, zakelijk weergegeven, dat zij door het tekortschieten van AHK schade heeft geleden, bestaande uit ten onrechte aan AHK betaald collegegeld ten bedrage van € 6.000,00 exclusief rente en een bedrag van € 15.812,13 (inclusief rente tot 1 januari 2012) aan gederfde inkomsten omdat zij met één jaar vertraging is toegetreden tot de arbeidsmarkt. [eiseres] betoogt dat het voor haar wezenlijk was om een M.A.-graad te behalen en dat zij direct aan de UVA zou zijn gaan studeren indien zij geweten had dat zij die M.A.-graad niet aan de AHK kon behalen. Het masterprogamma van de UVA duurt één jaar, zodat zij al in de zomer van 2004 had kunnen afstuderen in plaats van de zomer van 2005.
5. AHK voert primair als verweer aan dat [eiseres] niet heeft aangetoond dat zij schade heeft geleden en subsidiair dat eventuele schade uiterst beperkt is.
Collegegeld
6. Ten aanzien van het betaalde collegegeld voert AHK aan dat [eiseres] kwalitatief hoge scholing heeft ontvangen op het terrein waar haar uitgesproken belangstelling lag. De studieovereenkomst is ontbonden, en de door AHK en [eiseres] geleverde prestaties kunnen naar hun aard niet meer ongedaan worden gemaakt. Voor aanvullende schadevergoeding in de zin van artikel 6:277 BW is geen plaats, [eiseres] is gebaat bij het door haar gevolgde onderwijs en haar kennistoename is onomkeerbaar, aldus AHK.
7. Met [eiseres] is de rechtbank van oordeel dat het genoten onderwijs voor [eiseres] niet de waarde heeft gehad die zij er van mocht verwachten, omdat [eiseres] daarmee geen M.A.-graad kon behalen. Wat er ook zij van de overige studiemotieven van [eiseres], in elk geval wenste zij een M.A.-graad te behalen en stond in de Engelstalige brochure van AHK dat dit mogelijk was aan de AHK.
AHK was ermee bekend dat zij geen M.A.-graad kon verstrekken op het moment dat [eiseres] aan het master-programma begon in september 2003. Het master/bachelorstelsel was immers al ingevoerd in september 2002. Zij heeft echter [eiseres] daarover niet geïnformeerd.
8. Weliswaar kan AHK het door haar gegeven onderwijs niet meer ongedaan maken, maar dat geldt niet voor de door [eiseres] geleverde prestatie in de vorm van betaling van collegegeld. De ongedaanmaking daarvan, door terugbetaling van € 6.000,00, heeft niet plaatsgevonden, en is geen inzet geweest van de eerder gevoerde procedure tussen [eiseres] c.s. en AHK. [eiseres] heeft dan ook schade geleden in de vorm van het door haar betaalde collegegeld voor een opleiding die niet kon leiden tot het door haar gewenste resultaat, welke schade een gevolg is van de toerekenbare tekortkoming van AHK in de nakoming van de studieovereenkomst.
AHK zal dit deel van de door [eiseres] geleden schade moeten vergoeden. De wettelijke rente is verschuldigd vanaf de beëindiginging van de studieovereenkomst, die naar de rechtbank uit de stukken begrijpt, heeft plaatsgevonden aan het einde van het studiejaar 2003/2004 en wordt gedateerd op 1 juli 2004.
Vertraging toetreding arbeidsmarkt
9. [eiseres] stelt dat zij één jaar vertraging heeft opgelopen in de toetreding tot de arbeidsmarkt en begroot haar dientengevolge geleden schade op € 12.500,00 vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2005. Het gevorderde bedrag is de helft van een door econoom [B] berekend bedrag in een column in Vrij Nederland van 19 augustus 2006 met de titel “Een beetje doorstuderen graag”. Die column gaat over de omstandigheid dat veel universitaire studenten niet binnen de officiële studietijd afstuderen en wat de economische gevolgen daarvan zijn.
Een meer concrete berekening kan [eiseres] niet geven, omdat uitgegaan moet worden van de fictieve situatie dat zij één jaar eerder zou zijn gaan werken. Gelet op de destijds bestaande hoogconjunctuur en de door haar genoten universitaire opleiding, is aannemelijk dat zij in elk geval het door haar thans gevorderde bedrag zou hebben kunnen verdienen, aldus [eiseres].
10. Anders dan AHK betoogt heeft [eiseres] voldoende feiten gesteld die nodig zijn voor het door haar beoogde rechtsgevolg, en daarmee voldaan aan de op haar rustende stelplicht.
11. Het verweer van AHK dat er geen vertraging van een jaar is geweest omdat bij een onberispelijke nakoming van de studieovereenkomst haar studieprogramma drie semesters zou hebben geduurd, wordt niet gevolgd. Vast staat dat AHK geen M.A.-graad kon verlenen, zodat het door [eiseres] gewenste resultaat nimmer kon worden bereikt. Onweersproken is dat [eiseres], als zij op 1 september 2003 met haar studie aan de UVA zou zijn begonnen, in één jaar zou zijn afgestudeerd. Zij heeft dan ook één jaar vertraging opgelopen doordat zij pas in de zomer van 2005 kon afstuderen.
12. De omvang van de schade wordt bepaald door een vergelijking van de toestand zoals deze in werkelijkheid is met de toestand zoals die zou zijn geweest indien de schadeveroorzakende gebeurtenis niet zou hebben plaatsgevonden.
In het geval van [eiseres] betekent dat dat zij eerder (te weten medio 2004) tot de arbeidsmarkt zou zijn toegetreden.
13. Ingevolge artikel 6:97 BW moet de schade worden begroot op de wijze die het meest met de aard ervan in overeenstemming is. Kan de omvang van de schade niet nauwkeurig worden vastgesteld, dan wordt zij geschat.
Met AHK is de rechtbank van oordeel dat voornoemde berekening in de column van [B] niet tot uitgangspunt kan dienen, nu met de individuele omstandigheden van [eiseres] rekening moet worden gehouden. [eiseres] heeft een curriculum vitae (c.v.) overgelegd waaruit blijkt dat zij na haar studie aan de UVA verschillende functies heeft vervuld. In 2005 was zij ‘tentoonstellingontwerpster bij het project “Urban China”, in 2006-2007 productie-assistente voor radio 100% NL en administratiemedewerkster bij Boom Chicago Leidseplein Theater. Ook werkte zij in 2008-2009 bij een IT-bedrijf op de afdeling ‘web content operation”. Daarnaast werkt zij ook als vertaalster en lerares Chinese taal, aldus het c.v.
Enige informatie over de omvang van haar functies, de exacte duur daarvan en het door haar verdiende inkomen heeft [eiseres] niet verstrekt.
14. Bij gebreke van concrete aanknopingspunten zal de inkomensderving moeten worden geschat.
Het komt de rechtbank voor dat [eiseres] ook als zij één jaar eerder zou zijn afgestudeerd, eenzelfde carrièreverloop zou hebben gehad. Zij heeft een rits van niet altijd hooggekwalificeerde banen of baantjes vervuld. De rechtbank schat dat zij daarmee gemiddeld € 500,00 netto per maand verdiende, zodat haar totale schade wegens latere toetreding tot de arbeidsmarkt wordt geschat op 12 x € 500,00 =
€ 6.000,00, welk bedrag AHK aan [eiseres] dient te vergoeden. [eiseres] is bij haar oorspronkelijke schadeberekening ervan uitgegaan dat wettelijke rente verschuldigd is over het volledige door haar gevorderde bedrag aan gederfde inkomsten vanaf 1 januari 2005. Dit is door AHK niet betwist.
Echter nu het gaat om gederfde maandelijkse inkomsten, is niet over het hele jaarinkomen al op 1 januari 2005 wettelijke rente verschuldigd. Bij een afstuderen in de zomer zou [eiseres] per 1 september 2004 hebben kunnen toetreden tot de arbeidsmarkt. De wettelijke rente zal daarom worden toegewezen als volgt: per 28 september 2004 over € 500,00, per 28 oktober 2004 over € 1.000,00 enzovoorts, totdat de hoofdsom van € 6.000,00 zal zijn bereikt op 28 augustus 2005 en alsdan over het volledige bedrag tot aan de voldoening.
15. De overige stellingen van partijen behoeven geen bespreking.
AHK zal als grotendeels in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de proceskosten van [eiseres]. Aangezien zij, bijgestaan door haar echtgenoot, in persoon procedeert, worden haar kosten op grond van artikel 238 Rv begroot op € 50,00 aan verletkosten.
BESLISSING
De kantonrechter:
I. veroordeelt AHK tot betaling aan [eiseres] van:
€ 12.000,00 aan hoofdsom,
vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over het collegegeld van € 6.000,00 vanaf 1 juli 2004 tot aan de voldoening
EN
vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de gederfde inkomsten van € 6.000,00 steeds per maand over € 500,00 vanaf 28 september 2004, vanaf 28 oktober 2004 over € 1.000,00 enzovoorts, totdat de hoofdsom is bereikt en alsdan over het volledige bedrag tot aan de voldoening;
II. veroordeelt AHK in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op
griffierecht € 426,00
explootkosten € 97,90
verletkosten € 50,00
______
totaal € 573,90
inclusief eventueel verschuldigde btw;
III. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

IV. wijst het meer of anders gevorderde af.
Aldus gewezen door mr. C.M. Berkhout, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 mei 2012 in tegenwoordigheid van de griffier.

De griffier De kantonrechter

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey