Rb: school aansprakelijk wegens schending zorgplicht t.a.v. leerling met dyslexie

Samenvatting:

Het geschil draait om de vraag of de leerling op de middelbare school adequaat onderwijs heeft gehad, rekening houdend met de bij hem al op de basisschool vastgestelde dyslexie. 1. De rechtbank verwijst ten aanzien van de zorgplicht naar het arrest van Hof Arnhem-Leeuwarden van 21 november 2017; naar het oordeel van de rechtbank is sprake van een redelijk handelende school als deze school zodanige aanpassingen aanbiedt en toepast die de leerling in staat stellen om de belemmering die de dyslexie met zich brengt, zoveel als mogelijk op te heffen. De rechtbank is van oordeel dat de school door niet actief begeleiding aan te bieden, haar zorgplicht heeft geschonden. De meerkosten van particulier onderwijs worden gedeeltelijk toegewezen. 2. Geen toepassing van de Richtlijn Studievertraging van De Letselschade Raad, omdat geen sprake is van studievertraging.

ECLI:NL:RBOBR:2018:592

Instantie Rechtbank Oost-Brabant
Datum uitspraak 14-02-2018
Datum publicatie 20-02-2018
Zaaknummer C/01/314895 / HA ZA 16-738

Rechtsgebieden Civiel recht

Bijzondere kenmerken Op tegenspraak

Inhoudsindicatie

 

Contradictoir. Zorgplicht school jegens leerling met dyslexie. Er is sprake van een redelijk handelende school als deze school zodanige aanpassingen aanbiedt en toepast die de leerling in staat stellen om de belemmering die de dyslexie met zich brengt, zoveel als mogelijk op te heffen. Daar is in dit geval niet aan voldaan.

VindplaatsenRechtspraak.nl

 

 

Uitspraak

 

 

 

 

.   .vonnis

 

RECHTBANK OOST-BRABANT

 

 

Civiel Recht

 

Zittingsplaats Eindhoven

 

 

 

 

zaaknummer / rolnummer: C/01/314895 / HA ZA 16-738

 

 

 

 

Vonnis van 14 februari 2018

 

 

 

 

in de zaak van

 

 

 

 

1 [eiser sub 1] ,

 

wonende te [woonplaats] ,

 

  1. [eiseres sub 2]

 

 

wonende te [woonplaats] ,

 

beiden in hun hoedanigheid van wettelijk vertegenwoordiger van hun minderjarige zoon

 

  1. [eiser sub 3],

 

 

wonende te [woonplaats] ,

 

eisers,

 

advocaat mr. W.D. Berkhout te Utrecht,

 

 

 

 

tegen

 

 

 

 

de stichting ONDERWIJSSTICHTING DE KEMPEN,

 

gevestigd te Bladel,

 

gedaagde,

 

advocaat mr. G.J. Heussen te Baarn.

 

 

 

 

Eisers zullen hierna gezamenlijk [eisers] worden genoemd. Eiser sub 3 zal hierna [eiser sub 3] worden genoemd. Gedaagde zal hierna Onderwijsstichting De Kempen genoemd worden.

 

 

 

 

1 De procedure

 

1.1.

Het verloop van de procedure blijkt uit:

het tussenvonnis van 1 maart 2017, met de daarin genoemde stukken,

 

de akte indienen nadere producties van [eisers] , met producties 41-44,

 

de akte aanvullend verweer van Onderwijsstichting De Kempen, met producties 3-5,

 

de akte indienen nadere producties van [eisers] , met producties 45-46,

 

het proces-verbaal van comparitie van 5 juli 2017, met de daarin genoemde stukken,

 

de akte uitlating proces-verbaal van [eisers] ,

 

de akte uitlating van Onderwijsstichting De Kempen.

 

 

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

 

 

 

2 De feiten

 

2.1.

Onderwijsstichting De Kempen is bestuurder van het Pius X-College (hierna ook: de school). Het Pius X-College is een school voor voortgezet onderwijs in Bladel voor onder meer VWO, HAVO en VMBO.

 

 

2.2.

[eiser sub 3] heeft het basisonderwijs zonder doublure doorlopen. Zijn CITO-advies is VWO. [eiser sub 3] is in schooljaar 2011/2012 gestart als leerling op het Pius X-College, in de HAVO-VWO klas.

 

 

2.3.

Op het formulier ‘gesprek basisonderwijs aanmelding 2011-2012’ (prod. 5 dagv.) is onder meer ingevuld dat [eiser sub 3] in ernstige mate dyslectisch is en veel begeleiding nodig heeft.

 

 

2.4.

In het eerste jaar kreeg [eiser sub 3] van het Pius X-College begeleiding aangeboden in de vorm van Remedial Teaching Dyslexiebegeleiding door [naam Remedial Teacher 1] (van september tot en met december 2011), werd aan het vak Frans een andere invulling gegeven (Frankrijkkunde) en werd er enigszins coulant omgegaan met spellingsfouten bij het vak Engels.

 

 

2.5.

In mei 2012 hebben [eisers] een gesprek gehad met mevrouw [naam teamleider] , teamleider 1 HAVO-VWO, waarbij zij aankaartten dat ze verwachten dat [eiser sub 3] problemen gaat krijgen met de talen. [naam teamleider] heeft geen concrete oplossingen aangeboden. [eisers] hebben toen zelf een remedial teacher ingeschakeld, [naam Remedial Teacher 2] .

 

 

2.6.

[eiser sub 3] is na het eerste jaar bevorderd naar 2 HAVO-VWO. Op 19 augustus 2012 sturen [eisers] een vragenformulier terug naar school met daarop de vermelding dat aan [eiser sub 3] geen extra begeleiding wordt geboden voor de talen en dat hij die begeleiding wel nodig heeft vanwege zijn dyslexie.

 

 

2.7.

 

In het tweede schooljaar is de coulance bij spellingsfouten voor Engels stopgezet.

 

In plaats daarvan mag [eiser sub 3] een laptop gebruiken die spellingscontrole heeft. Voor Duits faciliteert school het programma Kurzweil.

 

 

 

2.8.

 

Op 5 september 2012 krijgt [eiser sub 3] een SO Engels en haalt een 4,5.

 

Diezelfde dag uiten ouders hun zorg per mail aan de mentor (de heer [naam mentor] ) omdat [eiser sub 3] grote inspanningen had gestoken in de voorbereiding. Er volgt een telefonisch gesprek met de heer [naam mentor] .

 

 

 

2.9.

[eisers] hebben [naam Remedial Teacher 2] om advies gevraagd. Zij geeft in haar email van 21 september 2012 aan dat [eiser sub 3] veel fouten heeft gemaakt in het SO Engels, mede omdat hij de opdracht niet goed begrepen heeft. Verder adviseert zij om de school te vragen of [eiser sub 3] het SO Engels mag overdoen en om te vragen of de woordjestoetsen mondeling kunnen, omdat het gaat om de betekenis van woorden, niet de juiste schrijfwijze. [naam Remedial Teacher 2] schrijft ook dat leerlingen met dyslexie bij het eindexamen recht hebben op een gesproken examen, volgens haar is het logisch om in de gang naar dat examen de leerling hetzelfde te bieden. Door het voorlezen van toetsen zal [eiser sub 3] de opdracht beter begrijpen.

 

 

2.10.

[eisers] vragen de school in september 2012 om aanpassingen voor [eiser sub 3] , met name de talen. Ook vragen zij om een afspraak om een en ander te bespreken. De bespreking vindt plaats op 3 oktober 2012.

 

 

2.11.

Bij de bespreking zijn aanwezig [eisers] , de heer [naam mentor] , de heer [naam teamleider 2] (teamleider) en mevrouw [naam psycholoog] (psycholoog). De school biedt de volgende maatregelen aan:

het gebruik van Kurzweil;

 

ingesproken studieboeken voor een vak naar keuze;

 

gebruik van een studieschrift voor de talen;

 

tips voor extra oefenmateriaal voor de talen;

 

onderzoeken van de mogelijkheid dat [eiser sub 3] de docent om hulp vraagt wanner hij de vraag niet correct leest/snapt;

 

onderzoeken of bijles door een bovenbouw leerling mogelijk is voor Nederlands en Engels;

 

onderzoeken van de mogelijkheden voor aangepaste normering/aangeboden stof (Duitslandkunde);

 

onderzoeken mogelijkheden voor extra Nederlands/Engels tijdens de lessen Frans/Duits.

 

 

2.12.

[eisers] hebben per mail van 12 oktober 2012 gereageerd op de door de school voorgestelde maatregelen. [eisers] zijn van mening dat de school meer maatregelen moet treffen dan zijn aangeboden.

 

 

2.13.

In een interne mail van 23 oktober 2012 aan onder meer de heer [naam teamleider 2] en mevrouw [naam psycholoog] , reageert de heer [naam mentor] op de hiervoor genoemde mail van [eisers] De tekst luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

 

 

 

“(…)

 

Regelgeving volgens de wet

 

HAVO/VWO

 

Voor leerlingen op de havo en het vwo is er in de onderbouw (eerste drie jaar) geen mogelijkheid om onder het verplichte Frans en Duits uit te komen. Wel kan er door de docent gekeken worden hoe er voor dyslectische leerlingen invulling gegeven kan worden aan deze vakken, omdat enkel voor Nederlands en Engels kerndoelen zijn vastgelegd, en niet voor de andere vreemde talen. Hierbij moeten de doorstroommogelijkheden van de dyslectische leerling wel in het oog gehouden worden.

 

De makkelijkste manier om in de onderbouw een ontheffing te krijgen voor Frans óf Duits (niet allebei) is als de leerling een andere tweede vreemde taal kiest (als de school deze aanbiedt), zoals Turks, Arabisch of Spaans.

 

Bron: dyslexieweb; ministerie van OC&W.

 

 

 

 

Dyslexieprotocol Pius X-College:

 

 

 

 

De leerlingen ontvangen een dyslexiepas, met daarop de volgende faciliteiten:

het gebruik van een laptop met spellingcontrole (Havo/Vwo);

 

aangepaste beoordeling van spelling (VMBO);

 

indien gewenst: vergroot afgedrukte toetsen;

 

 

Dit zijn afspraken die voor alle leerlingen met dyslexie gelden en iedere docent dient zich hieraan te houden.

 

 

 

Let op:

 

– géén aangepaste beoordeling van spelling op Havo/Vwo: de leerling kan bij toetsen een laptop met spellingcontrole ophalen in de mediatheek Denk aan goede afspraken over opslaan en printen;

 

– géén extra tijd. Toetsen dienen zo te zijn samengesteld, dat 80% van de leerlingen de toets in 80% van de tijd kan maken. Bij toetsen binnen het normale lesrooster is extra tijd buiten het lesuur niet mogelijk. Bij centraal georganiseerde toetsen (proefwerkweek, schoolexamens, centraal schriftelijke examens) is deze mogelijkheid er wel.

 

 

 

Eventueel kunnen er aanvullende afspraken worden gemaakt:

 

– extra tijd bij centraal georganiseerde toetsen;

 

– voorlezen van toetsen door docent of Kurzweil;

 

– gebruik van ingesproken studieboeken;

 

– geen onvoorbereide leesbeurten.

 

 

 

Het lijkt me verstandig om ouders op de hoogte te brengen van bovenstaande regelgeving en

 

daarnaast aan te geven welke hulp wij als school bovenop de standaard voorzieningen voor [eiser sub 3] nog meer kunnen bieden. Ouders kunnen dan aangeven van welke voorzieningen [eiser sub 3] gebruik wil maken:

 

  1. Frankrijkkunde bij Frans (studielastverlichting van 440 uur).

 

  1. Duitslandkunde bij Duits (studielastverlichting van 440 uur; indien directie akkoord gaat).

 

  1. Gebruik van Kurzweil.

 

  1. Gebruik ingesproken studieboeken (om te beginnen bij één vak).

 

  1. Studieschrift bij alle talen en extra begeleiding vakdocent (niet als controlemiddel, maar om hem te kunnen helpen en begeleiden met zijn studiemethode).

 

  1. Extra oefenmateriaal talen.

 

  1. Hulpvraag bij toetsen wanneer [eiser sub 3] vastloopt.

 

  1. Remedial Teaching door een bovenbouwleerling.

 

 

 

Ik denk dat wij als school genoeg te bieden hebben w.b. de ondersteuning van [eiser sub 3] . Binnen de mogelijkheden die er zijn heeft [eiser sub 3] al gigantische voordelen in vergelijking met andere leerlingen. De school is niet verplicht alle bovenstaande faciliteiten te bieden, maar doet dit wel waardoor in zeer ruime mate invulling wordt gegeven aan de begeleiding van [eiser sub 3] . Het is bij wet geregeld dat op havo-vwo geen ontheffing mogelijk is voor Fa/Du en het is dan ook niet toegestaan om binnen deze lessen andere vakken te doen dan welke direct verband hebben met Fa/Du (dit zou nl. alsnog ontheffing zijn). Ik vind het eigenlijk al te ver gaan om ook Duits in te vullen met Duitslandkunde omdat Frans en Duits een belangrijk deel uitmaken van het havo-vwo curriculum en door alle andere leerlingen (ook met

 

dyslexie) wel gevolgd worden (zelfs vmbo-tg leerlingen met dispensatie voor Frans moeten gewoon Duits volgen). [eiser sub 3] heeft reeds ontzettend veel voordeel in vergelijking tot andere leerlingen.

 

 

 

 

Het mogen herkansen van toetsen, aangepaste spellingsnormering, gebruiken van aantekeningen bij toetsen en niet hoeven schrijven zoals ouders wensen is voor geen enkele havo-vwo leerling toegestaan. Op havo-vwo mogen dyslectische leerlingen bij alle vakken een laptop gebruiken wat overeenkomt met de exameneisen en -regelgeving.

 

(…)”

 

 

 

2.14.

Op 5 november 2012 ontvangen [eisers] een brief van de school met de faciliteiten die men wil bieden. Deze komen overeen met de punten 1-8 genoemd in de interne mail die hiervoor onder 2.13. is weergegeven.

 

 

2.15.

Op 6 november 2012 vindt een gesprek plaats tussen [eisers] , hun advocaat, de heer [naam mentor] en de heer [naam teamleider 2] . [eisers] geven daarin aan dat en waarom de door de school voorgestelde faciliteiten onvoldoende zijn. De school verzoekt [eisers] om samen met [naam Remedial Teacher 2] een plan van aanpak op te stellen voor doeltreffende aanpassingen voor het onderwijs aan [eiser sub 3] .

 

 

2.16.

Bij mail van 14 november 2012 kaarten [eisers] de problemen opnieuw aan vanwege een mislukt SO Engels. Zij stellen voor met de vakdocent te spreken.

 

 

2.17.

Bij mailbericht van 19 november 2012 sturen [eisers] het plan van aanpak van remedial teacher [naam Remedial Teacher 2] aan de school. Tijdens een 10-minutengesprek op 4 december 2012 geeft de school een reactie. Het plan van aanpak, met daarin onderstreept de reactie van de school, luidt – voor zover hier van belang – als volgt:

 

 

 

“(…)

 

Plan van aanpak voor [eiser sub 3]

 

 

 

 

is een intelligente hardwerkende jongen met een ernstige vorm van dyslexie.

 

Hij moet waar mogelijk hulp krijgen zodat het voor hem mogelijk is een schoolloopbaan te volgen die bij zijn niveau past.

 

 

 

 

Alle faciliteiten, compensaties en dispensaties, die ik hieronder noem passen binnen de wettelijke richtlijnen richting eindexamen. Het zijn ook aanpassingen die op andere scholen voor voortgezet onderwijs doorgevoerd worden.

 

Het is niet zo dat alle onderstaande faciliteiten, compensaties en dispensaties toegestaan zijn op het eindexamen. Onze school volgt de richtlijnen die voor het eindexamen van toepassing zijn.

 

 

 

 

Alle vakken

 

 

 

 

Extra tijd/minder opgaven

 

[eiser sub 3] krijgt net als bij het eindexamen 20 % meer tijd voor de toets. Dit kan gerealiseerd worden in daadwerkelijk meer tijd of het laten maken van minder opgaven, waarbij de toets natuurlijk wel representatief moet blijven.

 

Toetsen zijn op onze school verplicht zo samengesteld dat 80% van de leerlingen de toets in 80% van de tijd kan maken, de overige 20% is voor leerlingen als [eiser sub 3] en reeds ingecalculeerd.

 

 

 

 

Auditieve ondersteuning bij toetsen

 

Een geschreven toets kost [eiser sub 3] meer moeite om te begrijpen. Hij moet de toets eerst decoderen en daarna nog eens lezen om te begrijpen wat er staat. Wanneer de toets voorgelezen wordt is dat makkelijker voor [eiser sub 3] .

 

[eiser sub 3] kan gebruik maken van Kurzweill.

 

 

 

 

Regelkaarten/steunkaarten voor alle vakken

 

[eiser sub 3] is goed in staat een regel te leren, maar met het toepassen van meerdere regels tegelijk gaat het in een proefwerksituatie fout. Dit heeft te maken met het automatiseringsprobleem van een dyslectische leerling. Het mogen gebruiken van een steunkaart kan [eiser sub 3] bij dit probleem helpen.

 

De docent zou [eiser sub 3] het gebruik van een steunkaart kunnen laten “verdienen” door eerst met hem de nieuwe regel te bespreken/overhoren. De docent hoeft dan niet bang te zijn dat [eiser sub 3] lui wordt. De nieuwe regel zou dan na overhoring toegevoegd kunnen worden aan de steunkaart.

 

Van alle (en dyslectische) havo-vwo leerlingen wordt verwacht dat zij bepaalde regels uit het hoofd kunnen leren. Regelkaarten zijn voor havo-vwo leerlingen dan ook niet toegestaan, mede omdat dit in de bovenbouw en op het eindexamen ook niet het geval is.

 

 

 

 

i.p.v. Frans/Duits extra lesuren Engels

 

Indien mogelijk [eiser sub 3] zoveel mogelijk lessen Engels en ook Nederlands laten volgen.

 

Maximaal één uur Frans en Duits per week kan ingevuld worden met ondersteuning Nederlands of Engels indien deze vanuit ouders/een RT’er gerealiseerd kan worden.

 

 

 

 

Extra tussentijdse toetsing over kleinere gedeeltes van de stof

 

Bied [eiser sub 3] de mogelijkheid om een grotere toets in twee of drie gedeeltes te doen. Dit is vooral belangrijk bij toetsen met leerstof waarbij veel geautomatiseerd moet worden.

 

Alle leerlingen in een klas dienen dezelfde toetsen te maken volgens de jaarplanning. Tussentijdse toetsing is voor geen van onze leerlingen toegestaan, van dyslectische havo-vwo leerlingen wordt verwacht dat zij bepaalde toets hoeveelheden aankunnen. Ook in de bovenbouw en tijdens het examen krijgen leerlingen te maken met grotere toets hoeveelheden en zij dienen hier in de onderbouw al op voorbereid te worden.

 

 

 

 

Vergrote toetsen

 

Het aanbieden van toetsen met een groter lettertype kan helpen bij het focussen en decoderen.

 

[eiser sub 3] kan aangeven bij welke vakken hij hier gebruik van wil maken, dit kan gerealiseerd worden.

 

 

 

 

Engels/Nederlands

 

 

 

 

Een overhoring van woordjes mondeling in plaats van schriftelijk afnemen

 

Het gaat bij een taal ook om het opbouwen van een woordenschat. Bij woordjes toetsen gaat het om de betekenis en niet zo zeer of het woord goed geschreven is. Het gebruik van een spellingcontrole biedt niet voldoende ondersteuning omdat deze soms met maar een letter verkeerd suggesties doet voor woorden met een hele andere en dus verkeerde betekenis.

 

(ook het mondeling dicteren van woordjes en zinnen die dan ter plekke vertaald moeten worden is voor een dyslectische leerling heel moeilijk en levert tijdsdruk op)

 

Bepaalde woorden moeten door leerlingen receptief beheerst worden, maar andere woorden ook productief. Van de woorden die productief beheerst dienen te worden moet een deel ook geschreven worden. Een taal bestaat uit vier vaardigheden (lees-, spreek-, luister- en schrijfvaardigheid). Bij schrijfvaardigheid moet een leerling de woorden ook kunnen schrijven. Daarnaast dienen leerlingen in het examenjaar ook een schrijfopdracht uit te voeren, bepaalde woorden moeten zij dus ook kunnen schrijven. Wanneer dit niet het geval is kan een docente Engels indien gewenst besluiten een toets mondeling af te nemen.

 

 

 

 

Aangepaste beoordeling spelling

 

De docent zou een maximum aantal punten aftrek voor spellingfouten kunnen hanteren.

 

Op onze school krijgen vmbo leerlingen een aangepaste beoordeling van de spelling, havo-vwo leerlingen beschikken over een laptop met spellingscontrole.

 

 

 

 

Luistertoetsen zelf met band in apart lokaal

 

Zodat er tijd genomen kan worden om de opgave te lezen. Men zou ook alle dyslectische leerlingen van een leerjaar tegelijkertijd deze toets kunnen laten maken onder begeleiding van een docent. Er zijn aangepaste luistertoetsen te bestellen bij het Cito. De docent kan ook hand matig de leespauze verlengen.

 

Indien van toepassing kan een docente Engels hier een beroep op doen.

 

 

 

 

Woordenboek bij teksten Nederlands en Engels

 

In de geest van het eindexamen, waarbij alle leerlingen bij alle vakken een woordenboek mogen gebruiken.

 

Indien bij teksten een woordenboek gebruikt mag worden, krijgen de leerlingen dit van hun docent van tevoren te horen.

 

 

 

 

Minder boeken lezen voor de lijst en eventueel luisterboeken toestaan

 

Lezen kost een dyslectische leerling heel veel tijd. Daarin kun je dispenseren.

 

Van onze leerlingen wordt in de onderbouw niet verwacht dat zij zeer veel boeken lezen.

 

(…)

 

 

 

 

Extra faciliteiten die de school [eiser sub 3] kan bieden:

andere invulling (Frankrijkkunde, Duitslandkunde) bij de vakken Frans en Duits zodat een ontzettend grote studielast ontnomen wordt. Wel kan de leerling in dit geval niet meer op vwo terecht komen. Ook kan in de bovenbouw van de havo geen Duits en Frans meer gekozen worden.

 

extra oefenmateriaal voor de talen.

 

ondersteuning bij de talen door docent d.m.v. studieschrift.

 

ondersteuning door leerling bovenbouw havo-vwo.

 

ingesproken studieboeken bij bepaalde vakken.

 

 

(…)”

 

 

2.18.

In een mail van 5 december 2012 van de heer [naam mentor] aan [eisers] naar aanleiding van de bespreking op 4 december 2012 staat het volgende:

 

 

 

“(…)

 

Ik wil jullie toch graag nog even mailen na aanleiding van ons gesprek gisteravond. Door jullie werd heel nadrukkelijk de vraag gesteld of wij denken dat er perspectief is voor [eiser sub 3] op havo. Ik heb toen laten weten dat docenten Nederlands en Engels ondanks alle hulpmiddelen denken dat [eiser sub 3] dit jaar en op het eindexamen waarschijnlijk geen 5 voor Nederlands en Engels zal halen.

 

 

 

 

Ondanks jullie directe vraag begrijp ik dat iedereen liever iets anders had gehoord, maar zeker in het belang van [eiser sub 3] denk ik dat we toch vooruit moeten kijken. Jullie zullen thuis een keuze maken m.b.t. de voortzetting van de studie van [eiser sub 3] . Met goedkeuring van de directie is het document met faciliteiten die wij als school bieden overhandigd. Daarnaast is een toelichting gegeven op de mail van [naam Remedial Teacher 2] . Mocht het zo zijn dat jullie wensen dat [eiser sub 3] zijn studie op het Plus X-College voortzet, dan lijkt het me dat we samen vooruit kijken. In dat geval stel ik voor dat we de aangeboden faciliteiten zo snel mogelijk in werking zetten. Hiervoor wil ik jullie vragen het formulier ‘Afspraken [eiser sub 3] ’ zo snel mogelijk te retourneren zodat we de hulp in werking kunnen stellen.

 

 

 

 

Als mentor lijkt het mij het verstandigst als we met deze hulp aan de slag gaan en proberen 2HV zo goed mogelijk af te sluiten. Mocht richting het eind van het jaar blijken dat het niet blijkt te lukken, dan wil ik -hoewel ik weet dat jullie in eerste instantie hebben aangegeven vmbo-T niet als optie te wensen- voorstellen om een eventuele overstap naar 3 vmbo-T toch te overwegen. Ik wil het belang van [eiser sub 3] hierbij voorop stellen. Ik denk ook dat hij ongelukkig wordt als hij jaar na jaar op zijn tenen loopt en ik vind het belangrijk dat hij toch succeservaringen en plezier op school blijft ervaren. Het doel is in ieder gevel een diploma, wat via een omweg diploma 4TG > 4H > 5H ook gerealiseerd kan worden. Op die manier heeft hij in ieder geval een diploma op zak en kan altijd nog bekeken of 5H alsnog gaat lukken. Daarnaast zitten we tegen die tijd ook in 2014 en zijn mogelijk bepaalde exameneisen in het voordeel van [eiser sub 3] gewijzigd. Wat mij betreft gaan we met een goede inzet van [eiser sub 3] en de faciliteiten die wij als school bieden aan de slag en proberen we 2HV zo goed mogelijk af te sluiten.

 

 

 

 

Ik hoop dat jullie begrip hebben voor mijn bericht en inzien dat wij van goede wil zijn en [eiser sub 3] met de beschikbare middelen zo goed mogelijk vooruit willen helpen. Ik neem aan dat wij snel een reactie van jullie vernemen en e.e.a. qua hulp in werking kunnen stellen.

 

(…)”

 

 

 

2.19.

De school heeft aan [eisers] het hierna opgenomen formulier ‘Afspraken dyslexie’ toegestuurd met daarop de faciliteiten die aan [eiser sub 3] worden aangeboden. [eisers] zijn verzocht het formulier te ondertekenen en te retourneren. Dat hebben zij niet gedaan.

 

2.20.

Medio december 2012 blijkt dat resultaten van [eiser sub 3] zeer slecht zijn. Vooral voor de talen, maar ook voor andere vakken. [eisers] besluiten een andere school te gaan zoeken voor [eiser sub 3] . Per januari 2013 start [eiser sub 3] op het Erasmus Lyceum in Eindhoven, op HAVO-niveau. In schooljaar 2015-2016 heeft [eiser sub 3] zijn HAVO-diploma behaald. In het schooljaar 2016-2017 is [eiser sub 3] doorgestroomd naar 5 VWO, waarbij hij twee extra vakken krijgt.

 

 

2.21.

De school beschikte in de tijd dat [eiser sub 3] daar onderwijs kreeg over een (beperkt) dyslexieprotocol (prod. 42 [eisers] ). Daarin was opgenomen dat op HAVO/VWO-niveau een laptop met spellingscontrole is toegestaan. Daarnaast zijn aanvullende afspraken mogelijk over extra tijd bij centraal georganiseerde toetsen, het voorlezen van toetsen door Kurzweil, het gebruik van ingesproken studieboeken, geen onvoorbereide leesbeurten. Vijstelling van een tweede moderne vreemde taal is alleen mogelijk op VMBO-niveau. Aanvullende afspraken zijn mogelijk op basis van een gesprek tussen leerling en mentor, informatie van de basisschool/voorgaande jaren, ervaringen tijdens de dyslexiebegeleiding en op advies van vakdocenten. Alle leerlingen met een dyslexieverklaring krijgen in de brugklas een periode dyslexiebegeleiding aangeboden. Daarin wordt onder andere aandacht besteed aan het omgaan met dyslexie, een goede studie-aanpak, het gebruik van hulpmiddelen. Ouders krijgen jaarlijks een vragenlijst toegestuurd om de begeleiding te evalueren.

 

2.22.

[eisers] zijn een procedure gestart bij het College voor de Rechten van de Mens (CRM). Het CRM heeft bij uitspraak van 8 juli 2013 geoordeeld dat de school verboden onderscheid heeft gemaakt op grond van handicap of chronische ziekte door onvoldoende voortvarend onderzoek te doen naar doeltreffende aanpassingen en onvoldoende doeltreffende aanpassingen te verrichten. Samengevat oordeelde het CRM het volgende.

 

“Het College heeft vastgesteld dat de zoon geen extra tijd heeft gekregen voor het maken van toetsen. De school heeft niet betwist dat het bieden van extra tijd voor toetsen een doeltreffende aanpassing is. Ook heeft de school niet onderbouwd dat het bieden van extra tijd een onevenredige belasting vormt. Ook heeft het College vastgesteld dat de school de leerling heeft geweigerd om gebruik te maken van steun- en regelkaarten bij het afleggen van toetsen. De school heeft niet betwist dat het gebruik van steun- en regelkaarten een doeltreffende aanpassing is. Verder heeft de school niet aangevoerd dat deze doeltreffende aanpassing een onevenredige belasting voor hem vormt. Verder heeft het College vastgesteld dat de school niet heeft betwist dat de overige gevraagde aanpassingen, zoals tussentijdse toetsen over kleinere gedeelten van de stof en het gebruik van luisterboeken, doeltreffende aanpassingen zijn. Ook heeft de school niet aangevoerd dat deze aanpassingen voor hem onevenredig belastend zijn. Het College oordeelt dan ook dat de school door het afwijzen van deze aanpassingen niet heeft voldaan aan de verplichting doeltreffende aanpassingen te verrichten. Ook heeft het College geoordeeld dat de school niet snel genoeg heeft gereageerd op het verzoek van de ouders bij de aanvang van het schooljaar 2012-2013 om doeltreffende aanpassingen te verrichten voor hun zoon.”

 

 

 

2.23.

Op 16 oktober 2014 is een nieuw (uitgewerkt) dyslexieprotocol vastgesteld door de school.

 

 

 

3 Het geschil

 

3.1.

Het geschil draait om de vraag of [eiser sub 3] in zijn tijd op het Pius X-College adequaat onderwijs heeft gehad, rekening houdend met de bij hem al op de basisschool vastgestelde dyslexie.

 

 

3.2.

[eisers] stellen dat dit niet het geval is en dat het Pius X-College heeft gehandeld in strijd met de zorgvuldigheid die een redelijk bekwaam en redelijk handelend middelbare school onder gelijke omstandigheden in acht zou hebben genomen. Volgens [eisers] heeft het Pius X-College daarmee de op haar rustende zorgplicht jegens [eiser sub 3] geschonden. [eiser sub 3] heeft daarom het Pius X-College halverwege het tweede jaar verlaten en is verder onderwijs gaan volgen bij een particuliere instelling, waarvoor [eisers] kosten hebben moeten maken.

 

 

3.3.

[eisers] vorderen daarom – samengevat – dat de rechtbank bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad:

 

a.voor recht verklaart dat Onderwijsstichting De Kempen aansprakelijk is voor de door [eisers] geleden schade;

 

 

b.Onderwijsstichting De Kempen veroordeelt tot betaling van een schadevergoeding van primair € 24.387,50 en subsidiair € 16.572,50, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag, vermeerderd met de wettelijke rente;

 

 

c.Onderwijsstichting De Kempen veroordeelt tot betaling van een bedrag van € 6.630,85 voor buitengerechtelijke kosten;

 

 

d.Onderwijsstichting De Kempen veroordeelt in de kosten van het geding, vermeerderd met wettelijke rente en nakosten.

 

3.4.

Het verweer van Onderwijsstichting De Kempen komt er in de kern op neer dat zij stelt niet onzorgvuldig te hebben gehandeld, noch een op haar als onderwijsinstelling rustende zorgplicht te hebben geschonden of een rechtsplicht te hebben verzuimd. Van een onrechtmatige daad is dus geen sprake. Ook het causaal verband tussen de opgevoerde schade en het gestelde (niet-)handelen van Onderwijsstichting De Kempen wordt betwist. Verder stelt Onderwijsstichting De Kempen dat [eisers] niet aan de schadebeperkingsplicht hebben voldaan en betwist zij de (omvang van de) geleden schade.

 

3.5.

Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

 

 

4 De beoordeling

 

4.1.

[eisers] verwijten Onderwijsstichting De Kempen dat de school de op haar rustende zorgplicht jegens [eiser sub 3] heeft geschonden. Volgens [eisers] kwalificeert dit primair als onrechtmatig handelen en subsidiair als een toerekenbare tekortkoming in de met de school gesloten onderwijsovereenkomst.

 

 

4.2.

Het is een vaste lijn in de jurisprudentie dat het handelen van de school moet worden beoordeeld naar de norm van hetgeen van een redelijk handelend en redelijk bekwaam onderwijsinstituut mag worden verwacht. Omdat die norm voor beide aangevoerde grondslagen hetzelfde is, kan de precieze kwalificatie van de rechtsverhouding tussen partijen in het midden blijven.

 

 

4.3.

Bij de beoordeling van de gestelde aansprakelijkheid van Onderwijsstichting De Kempen dient de vraag beantwoord te worden of zij tekort is geschoten in het nemen van maatregelen die, gelet op de omstandigheden van dit geval, redelijkerwijs van haar verwacht hadden mogen worden. Daarbij geldt dat het bevoegd gezag van een school in beginsel de vrijheid heeft om het onderwijs naar eigen bevinden in te richten.

 

 

4.4.

Tijdens de mondelinge behandeling is van de zijde van Onderwijsstichting De Kempen bevestigd dat in tegenstelling tot wat de conclusie van antwoord lijkt te suggereren, niet wordt betwist dat [eiser sub 3] dyslectisch is. Er is alleen bedoeld te zeggen dat niet vast staat dat er sprake is van enkelvoudige dyslexie. Wat daar ook van zij, Onderwijsstichting De Kempen heeft verder niet toegelicht waarom dit relevant is voor de beoordeling van het geschil. Dat [eiser sub 3] dyslexie heeft staat tussen partijen dus vast.

 

 

4.5.

 

De zorgplicht die hier aan de orde is, is door het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft in haar arrest van 21 november 2017 (ECLI:NL:GHARL:2017:10195) als volgt geformuleerd:

 

“Het gaat hier niet om een zorgplicht voor de gezondheid en veiligheid van de leerlingen, waaraan civiele feitenrechters wel een bijzonder karakter toekennen, maar om een, ook (ortho)pedagogische en (ortho)didactische, zorgplicht voor de kwaliteit van het onderwijs en de bijbehorende leerlingenbegeleiding en hun ondersteuning. Dit moet onder de inspanning van een redelijk bekwame en redelijk handelende onderwijsinstelling gericht zijn op een zodanige ontwikkeling van de leerling dat deze, met zijn ontwikkelingsmogelijkheden en met de redelijkerwijs van hem te vergen inzet, in staat wordt gesteld te voldoen aan de voortgangsnormen en, uiteindelijk, met een redelijke kans van slagen op te gaan voor een bij zijn kwaliteiten en mogelijkheden passend eindexamen. (…) Wanneer een leerling echter achterblijft en niet presteert zoals deze redelijkerwijs zou (moeten) kunnen, dan zal de onderwijsinstelling dit tijdig moeten onderkennen en in het kader van hetgeen in redelijkheid van haar mag worden verwacht, passende en concrete maatregelen dienen voor te stellen en/of te nemen, toegespitst op de specifieke situatie van de individuele leerling.”

 

 

 

4.6.

Vertaald naar het geval van [eiser sub 3] , is naar het oordeel van de rechtbank sprake van een redelijk handelende school als deze school zodanige aanpassingen aanbiedt en toepast die de leerling in staat stellen om de belemmering die de dyslexie met zich brengt, zoveel als mogelijk op te heffen. In die norm zit de restrictie vervat dat het naar maatstaven van redelijkheid mogelijk moet zijn voor een school om die belemmeringen weg te nemen.

 

 

4.7.

 

[eisers] hebben overgelegd het Protocol Dyslexie voor het voortgezet onderwijs 2004 (prod. 32) en het Protocol Dyslexie voor het voortgezet onderwijs 2013 (prod. 33). Mede aan de hand van die protocollen stellen zij dat Onderwijsstichting De Kempen niet aan de op haar rustende zorgplicht heeft voldaan door niet (voldoende) in te gaan op en uitvoering te geven aan de verzoeken van [eisers] , zoals onder meer opgenomen het plan van aanpak van [naam Remedial Teacher 2] . Verder stellen zij dat de school onvoldoende ondersteuning heeft geboden aan [eiser sub 3] . Gelet op de door [eisers] overgelegde stukken stelt de rechtbank vast dat er al sinds ten minste 2004 een landelijk protocol voor dyslexie is. Vast staat dat de protocollen zijn opgesteld door de organisatie ‘Masterplan Dyslexie’. Masterplan Dyslexie is volgens [eisers] – en volgens de eigen website – een project dat in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur werkt aan de invoering van protocollen dyslexie in het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs.

 

Gelet op de ontwikkelingen op dit vlak acht de rechtbank het niet aannemelijk dat de in de protocollen neergelegde uitgangspunten – die de basis zijn voor de hiervoor nader ingekaderde zorgvuldigheidsnorm – uit het niets zijn ontstaan en daarvoor slechts in de hoofden van beleidsmakers en belangenorganisaties aanwezig waren, of dat het protocol uit 2004 slechts een praatstuk was, zoals Onderwijsstichting De Kempen heeft gesteld. Het feit dat in het eigen dyslexieprotocol van de school (zie hiervoor onder 2.21.) elementen terugkomen die ook al in het landelijk protocol uit 2004 staan, illustreert dat het om gangbare algemene inzichten gaat. Dit wordt nog eens onderstreept door het feit dat bij het dyslexieprotocol van de school van 16 oktober 2014 een deel van het Protocol Dyslexie Voortgezet Onderwijs 2013 als bijlage is bijgevoegd.

 

4.8.

In het kader van de zorgplicht die hier aan de orde is, mag worden verwacht dat een school ingaat op voorstellen die door of namens een leerling worden voorgesteld of verzocht, tenzij de school gemotiveerd kan aangeven waarom daar in redelijk niet aan kan worden voldaan. Zeker als die voorstellen afkomstig zijn van een remedial teacher die de persoon van de leerling goed kent en die bekwaam is op het vlak van hulpmiddelen en leermethoden die bij het leren behulpzaam kunnen zijn. Dat dit niet zou passen in het regulier onderwijs, verwerpt de rechtbank. Deze norm is zeker ook van toepassing op het regulier onderwijs. Bovendien wordt de norm niet ontleend aan hetgeen in het bijzonder onderwijs de norm zou zijn. [eisers] hebben dit ook niet gesteld. De rechtbank ziet ook geen reden om aan te nemen dat de norm niet zou gelden als de school vooraf heeft kenbaar gemaakt wat zij wel zou doen en zich daar vervolgens aan houdt. Wie een zorgvuldigheidsnorm schendt, kan zich niet disculperen door vooraf te laten zien wat ze wel doet, maar niet voldoet aan de (minimum)eis van hetgeen de zorgvuldigheidsnorm vereist.

 

 

4.9.

De rechtbank zal nu ingaan op een aantal concrete verwijten van [eisers] en de reactie van de school daarop.

 

 

 

onvoldoende ondersteuning

 

 

 

4.10.

[eisers] stellen dat de school uitsluitend ondersteuning aan dyslectische leerlingen aanbiedt in klas 1, niet meer daarna. Ter onderbouwing verwijzen zij naar het dyslectieprotocol (zie hiervoor 2.21.) en de brief van de school aan [eisers] van 17 september 2013 (onderdeel van prod. 27 [eisers] ). Onder verwijzing naar de Protocollen Dyslexie Voortgezet Onderwijs 2004 en 2013 stellen [eisers] dat het bieden van ondersteuning aan dyslectische leerlingen een geëigende en noodzakelijke maatregel is, ook na klas 1. Onderwijsstichting De Kempen stelt dat de actieve begeleiding weliswaar alleen in klas 1 wordt aangeboden, maar dat dyslectische leerlingen ook daarna nog begeleiding kunnen krijgen wanneer zij daar zelf om vragen.

 

 

4.11.

 

De zorgplicht van de school omvat naar het oordeel van de rechtbank ook dat zij voorziet in de begeleiding van leerlingen met dyslexie. De rechtbank ziet geen enkel valide argument om dat te beperken tot leerlingen van klas 1. Begeleiding is – in het kader van de zorgvuldigheidsnorm als hiervoor beschreven – iets wat door een school actief moet worden aangeboden en gefaciliteerd. En niet, zoals de school deed, iets wat overgelaten moet worden aan het initiatief van of namens de leerling. Dyslexie eindigt niet na klas 1, niet valt in te zien om het actief aanbieden van begeleiding dan wel kan stoppen. De rechtbank betrekt daarbij bovendien dat Onderwijsstichting De Kempen ook in haar uitingen duidelijk maakte dat er alleen voor klas 1 begeleiding was, getuige het hiervoor aangehaalde dyslexieprotocol van de school en de brief van 17 september 2013. In die brief staat – voor zover hier van belang – het volgende:

 

“(…)

 

Leerlingen met de diagnose dyslexie krijgen in leerjaar 1 een programma aangeboden. We constateren dat er soms dyslectische leerlingen kunnen zijn bij wie de handicap zo hardnekkig is dat meer begeleiding nodig is na leerjaar 1. Wij kennen geen vorm van één op één begeleiding, of oefenen op leestempo; of inslijten van regels.

 

 

 

 

Ons standpunt is: deze leerlingen hebben op de basisschool vaak langdurig geoefend met deze programma’s. Op het VO breekt een andere (leeftijds-)fase aan. Bovendien is met de diagnose aangetoond dat de problematiek hardnekkig is. Daardoor is er weinig rendement op dat gebied te verwachten en achten wij het meer zinvol om te compenseren.

 

 

 

 

Wat we wél doen na leerjaar 1 is het organiseren van terugkomsessies in leerjaar 2. Ook daarna blijft de dyslexiebegeleider het aanspreekpunt. Dus: op onze school signaleren we en begeleiden we, met name en vooral in leerjaar 1, maar we behandelen niet. hiervoor zijn ouders aangewezen op een externe instantie.

 

(…)”

 

 

 

 

De rechtbank is van oordeel dat Onderwijsstichting De Kempen, door niet actief begeleiding aan te bieden, haar zorgplicht jegens [eiser sub 3] heeft geschonden. Onderwijsstichting De Kempen heeft niet gemotiveerd gesteld dat in het geval van [eiser sub 3] kon worden volstaan met het door de school op dit punt gevoerde beleid. De rechtbank wijst er nog wel op dat zij van oordeel is dat, anders dan [eisers] lijken te stellen, het niet zo is dat begeleiding zou moeten bestaan uit 1-op-1 begeleiding van een remedial teacher. De school heeft een zekere mate van keuzevrijheid om te bepalen hoe dergelijke begeleiding kan worden ingericht. Daarbij kan groepsgewijze begeleiding volstaan, mits met voldoende aandacht voor de individuele behoeften van de dyslectische leerlingen.

 

 

 

 

extra tijd voor toetsen

 

 

 

4.12.

In het plan van aanpak van [naam Remedial Teacher 2] was gevraagd om 20% extra tijd voor een toets, net als bij het eindexamen. [eisers] stellen dat de school weigerde [eiser sub 3] extra tijd te geven. In de conclusie van antwoord voert Onderwijsstichting De Kempen aan dat extra tijd voor toetsen was geregeld via de 80% regel. Het protocol dyslexie adviseert 20% extra tijd voor toetsen voor dyslectische leerlingen. Die tijd krijgen ze ook: 80% van de leerlingen moet de toets in 80% van de tijd kunnen maken. [eiser sub 3] kreeg dus 10 minuten extra om een toets van 40 minuten te maken.

 

 

4.13.

 

Tussen partijen is niet in geschil dat het geven van 20% extra tijd voor toetsen een passende maatregel is voor dyslectische leerlingen. Met [eisers] – en het CRM – stelt de rechtbank vast dat de school daar niet aan heeft voldaan. Weliswaar is het uitgangspunt dat 80% van de leerlingen een toets in 80% van de tijd moet kunnen maken, zodat er 20% extra tijd over blijft, maar het punt is dat alle leerlingen deze extra tijd kregen. Dus ook de leerlingen zonder beperking. Onderwijsstichting De Kempen erkent dit ook in de conclusie van antwoord waar zij onder 3.9. [naam mentor] citeert:

 

“(…)

 

Het begrip ‘extra tijd’ wordt trouwens nergens verklaard, ook niet door het College voor de Rechten van de Mens. Je kunt dit wat mij betreft op twee manieren interpreteren: extra tijd om de toets te maken (die kreeg [eiser sub 3] ), of extra tijd ten opzichte van niet-dyslectische leerlingen (die kreeg [eiser sub 3] niet). In principe kreeg [eiser sub 3] 10 minuten extra tijd om een toets van 40 minuten te maken, in dat opzicht is het wel degelijk extra tijd (voor toetsen, zoals ook het College en het protocol het noemen).

 

(…)”

 

 

 

 

En in de interne mail van [naam mentor] van 23 oktober 2012 staat het volgende:

 

“(…)

 

– géén extra tijd. Toetsen dienen zo te zijn samengesteld, dat 80% van de leerlingen de toets in 80% van de tijd kan maken. Bij toetsen binnen het normale lesrooster is extra tijd buiten het lesuur niet mogelijk. Bij centraal georganiseerde toetsen (proefwerkweek, schoolexamens, centraal schriftelijke examens) is deze mogelijkheid er wel.

 

(…)”

 

 

 

 

Het is dus niet zo dat dyslectische leerlingen extra tijd krijgen ten opzichte van leerlingen zonder beperkingen, terwijl dat wel het uitgangspunt moet zijn.

 

 

 

 

Toetsen in vergroot lettertype

 

 

 

4.14.

[eisers] stellen dat de school heeft geweigerd toetsen aan te bieden in een vergroot lettertype. De school heeft in de reactie op het plan van aanpak van [naam Remedial Teacher 2] gezegd dat [eiser sub 3] kan aangeven bij welke vakken hij daar gebruik van wil maken en dat dit gerealiseerd kan worden. Bij antwoord is er op gewezen dat vergrote toetsen mogelijk zijn, indien gewenst. Er zou door [eiser sub 3] nooit om gevraagd zijn. De rechtbank constateert dat de mogelijkheid van een vergroot lettertype niet is opgenomen op het hiervoor onder 2.19. opgenomen formulier ‘afspraken dyslexie’. Anders dan in de conclusie van antwoord staat, heeft de school het dus niet aangeboden aan [eiser sub 3] , terwijl niet is weersproken dat een vergroot lettertype niet doeltreffend zou kunnen zijn en evenmin is aangegeven waarom een dergelijke aanpassing in redelijkheid niet van de school gevergd kan worden. Integendeel, uit de reactie op het plan van aanpak volgt dat de school deze aanpassing wel kan realiseren. De wens voor vergrote toetsen was, in ieder geval met het plan van aanpak van [naam Remedial Teacher 2] , neergelegd bij de school. De school kan zich dus niet verschuilen achter het feit dat [eiser sub 3] zelf niet om vergrote toetsen heeft gevraagd.

 

 

 

Regel- of steunkaarten

 

 

 

4.15.

In het plan van aanpak van [naam Remedial Teacher 2] is aangegeven dat het gebruik van regelkaarten/steunkaarten voor alle vakken [eiser sub 3] zou kunnen helpen met het zogenoemde automatiseringsprobleem (van grammaticaregels) van een dyslectische leerling. De school heeft daarop gereageerd dat van alle HAVO-VWO leerlingen wordt verwacht dat zij bepaalde regels uit het hoofd leren en dat daarom het gebruik van regelkaarten niet is toegestaan, mede omdat dit in de bovenbouw en op het eindexamen ook niet het geval is. Volgens [eisers] is het gebruik van regel- of steunkaarten voor grammaticaregels een geëigende en noodzakelijke maatregel voor dyslectische leerlingen, zo stellen zij onder verwijzing naar de Protocollen Dyslexie uit 2004 en 2013. Dit is door Onderwijsstichting De Kempen niet betwist. De weigering om het gebruik van regelkaarten toe te staan kan de rechtbank dan ook niet plaatsen. Gesteld noch gebleken is dat het voor de school bezwaarlijk was om dit toe te staan of dat [eiser sub 3] geen baat bij het gebruik van regelkaarten zou kunnen hebben. Voorts wijst de school het verzoek af, mede gelet op het beleid voor de bovenbouw. [eiser sub 3] zat echter nog steeds in de onderbouw, een feit waar ook het CRM in haar uitspraak op heeft gewezen.

 

 

4.16.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat, anders dan Onderwijsstichting De Kempen heeft betoogd, geen sprake is van een redelijk handelende school als – zoals Onderwijsstichting De Kempen heeft gedaan – vast wordt gehouden aan de maatregelen die ze aanbood en onder meer de hiervoor genoemde maatregelen worden afgewezen.

 

 

4.17.

Zowel bij de procedure bij het CRM als in deze procedure heeft Onderwijsstichting De Kempen niet, althans onvoldoende gemotiveerd kenbaar gemaakt waarom de hiervoor aan de orde gestelde namens [eisers] voorgestelde aanpassingen niet toegepast of op zijn minst onderzocht, in de zin van uitgeprobeerd, zouden kunnen worden. Daar komt bij dat Onderwijsstichting De Kempen evenmin een begin heeft gemaakt om aan te tonen dat de wel aangeboden aanpassingen voldoen om de beperkingen van dyslexie zoveel mogelijk weg te nemen. De enkele stelling dat deze maatregelen volstaan omdat ze voor andere leerlingen met dyslexie ook volstaan, is daartoe onvoldoende. Bovendien is niet gebleken dat aangeboden aanpassingen ook feitelijk zijn toegepast, zoals ook het CRM heeft geoordeeld. Dat de wel aangeboden aanpassingen zouden volstaan voor [eiser sub 3] , kan de school dus niet eens weten.

Dat de school te weinig tijd heeft gekregen om haar zorgplicht waar te maken volgt de rechtbank niet. Gelet op wat hiervoor reeds is overwogen deelt de rechtbank het oordeel van het CRM dat de school zeker niet voldoende voortvarend en slagvaardig te werk is gegaan. Ook de wijze waarop er regelmatig (veel) tijd verstreken is voordat de school met antwoorden op verzoeken kwamen, dragen niet bij aan de overtuiging van het tegendeel.

 

 

4.18.

Dat de school een grote school is met ruim 2000 leerlingen doet aan dit alles evenmin af. Nog daargelaten dat niet gesteld noch gebleken is hoe groot de groep van dyslectische kinderen is en hoe groot de impact van meer op die leerlingen gerichte aanpassingen zou zijn, zit naar het oordeel van de rechtbank in de norm vervat dat enige mate van maatwerk vereist is. Partijen zijn het er over eens dat dyslexie in meerdere vormen voorkomt en niet bij alle dyslectici in even ernstige vorm. De aan te bieden aanpassingen zullen daar dus op afgestemd moeten zijn. Voor de ene dyslectische leerling zal wat meer moeten worden gedaan dan voor de andere.

 

 

4.19.

Dat dergelijke aanpassingen onmogelijk zouden zijn (geweest) is bovendien niet te rijmen met de maatregelen die de school uiteindelijk wel heeft genomen en die zijn opgenomen in het dyslexieprotocol van 16 oktober 2014. Dat de verzochte aanpassingen onmogelijk zouden zijn omdat zij strijdig zouden zijn met (onderwijs)wetten en regelgeving is evenmin gebleken. Zeker niet voor de onderbouw, waar [eiser sub 3] ten tijde van het ontstaan van het geschil in zat.

 

 

4.20.

Concluderend is de rechtbank op grond van het vorenstaande dan ook van oordeel dat Onderwijsstichting De Kempen heeft verzuimd te voldoen aan de op haar rustende zorgvuldigheidsnorm. De overige door [eisers] aangevoerde omstandigheden ter onderbouwing van de schending van de zorgplicht behoeven daarom verder geen bespreking meer.

 

 

4.21.

De rechtbank komt daarmee toe aan de vraag of de gestelde schade voor vergoeding in aanmerking komt. Om voor vergoeding in aanmerking te komen, moet er een voldoende oorzakelijk verband bestaan tussen het onrechtmatig handelen en de schade. De schade moet het gevolg zijn van het onrechtmatig handelen.

 

 

4.22.

De rechtbank stelt vast dat [eisers] een noodzaak zagen om in december 2012 [eiser sub 3] niet langer onderwijs te laten volgen op het Pius X-College. [eisers] hadden de behoefte om [eiser sub 3] na de kerstvakantie in te laten stromen op een nieuwe school. De periode om keuzes te maken was dus kort. Daar staat tegenover dat de korte periode het gevolg was van de eigen keuze van [eisers] om na 5 december 2012 te besluiten dat [eiser sub 3] na de kerstvakantie zou instromen op een andere school. Bovendien, zo is ter zitting ook bevestigd, hebben [eisers] niet of nauwelijks verkend wat de alternatieven waren binnen het regulier onderwijs. Ook niet voor de periode vanaf januari 2013 tot september 2013. In die veel langere periode hadden [eisers] – naast de contacten met het Pius X-College – voldoende tijd om de alternatieven binnen het regulier onderwijs te verkennen.

 

 

4.23.

Niet gesteld, noch gebleken is dat andere middelbare scholen op een vergelijkbare afstand als het Erasmus Lyceum, weigerden om [eiser sub 3] aan te nemen of niet de aanpassingen konden bieden die voor [eiser sub 3] nodig waren. Dat [eisers] een derde wijziging van school niet als ideaal zagen en daarom [eiser sub 3] onderwijs lieten vervolgen op het Erasmus Lyceum, is wellicht een begrijpelijke keuze, maar in het kader van de schadebeperkingsplicht geen keuze die er toe kan leiden dat de meerkosten van dit particulier onderwijs voor rekening van Onderwijsstichting De Kempen moeten komen.

 

 

4.24.

Dit laatste betekent dat de kosten voor het particulier onderwijs, voor zover gerelateerd aan het schooljaar 2013-2014 in ieder geval niet voor vergoeding in aanmerking komen op grond van de schadebeperkingsplicht. De schade van [eisers] is naar het oordeel van de rechtbank niet het rechtstreekse gevolg van het handelen van Onderwijsstichting De Kempen, maar vooral van de eigen keuze(s) van [eisers] .

 

 

4.25.

Ten aanzien van de schade die gerelateerd is aan het leerjaar 2012-2013, dus van januari 2013 tot en met juli 2013 ligt dat anders. Tot 4 december 2012 heeft de school op geen enkele manier de indruk gegeven haar ingenomen standpunten te willen herzien en aan te passen. Door daarbij in het gesprek van 4 december 2012 de conclusie te trekken dat afstroming het enige alternatief zou zijn op Pius X, zoals aangegeven in het mailbericht van [naam mentor] aan [eisers] van 5 december 2012 (zie hiervoor onder 2.18.), heeft Onderwijsstichting De Kempen elk vertrouwen bij [eisers] ontnomen in een gezamenlijke toekomst voor [eisers] en Onderwijsstichting De Kempen. Wat de school daarbij heeft nagelaten en wat de rechtbank de school ernstig aanrekent, is dat die mededeling bovendien geheel niet onderbouwd is, maar enkel gebaseerd op de ervaringen van enkele leraren – niet uitgesloten is dat dit met name de leraren betroffen van de talen waar [eiser sub 3] juist vanwege zijn dyslexie nou zo’n moeite mee had – met het gedrag van [eiser sub 3] in de klas. Ondanks de opmerkingen van de ouders van [eiser sub 3] over het verschil tussen gedrag thuis en in de klas, heeft school nagelaten om haar mening te funderen aan de hand van bijvoorbeeld een nieuw onderzoek naar de capaciteiten en het IQ van [eiser sub 3] . Weliswaar heeft de heer [naam mentor] ter zitting gerefereerd aan de CITO-0 toets die is afgenomen. Maar of die – voor dyslectici – op de juiste wijze is afgenomen, wat de uitslag daarvan was en hoe die zich verhield tot de CITO-score van de basisschool (548) is niet gesteld, noch gebleken.

De rechtbank kan ook de keuze van eisers volgen om – bij een dergelijk ervaren gebrek aan vertrouwen – snel te handelen in het belang van [eiser sub 3] . En om daarbij te kiezen voor een school waar de inmiddels in het eerste deel van het schooljaar opgelopen achterstand – blijkend uit de cijfers die [eiser sub 3] haalde – in de resterende periode van het jaar in zou kunnen worden gehaald.

 

 

4.26.

In dat licht acht de rechtbank wel degelijk enig oorzakelijk verband aanwezig tussen het handelen van de school en de schade van [eisers] , bestaande uit de kosten van het volgen van onderwijs op het Erasmus Lyceum in de periode januari 2013 tot en met juli 2013. [eisers] stellen dat die kosten € 9.215,00 bedragen. De rechtbank acht het tegelijk niet redelijk om de kosten van die periode in zijn geheel aan te merken als gevolg van het onrechtmatig handelen van de school. Het niet verkennen van alternatieven binnen het regulier onderwijs rekent de rechtbank [eisers] aan. Die toerekening leidt ertoe dat de rechtbank de helft van de kosten van het volgen van onderwijs op het Erasmus Lyceum in de periode januari 2013 tot en met juli 2013 voor rekening van [eisers] laat komen. De andere helft, een bedrag van € 4.607,50, zal als schadevergoeding worden toegewezen.

 

 

4.27.

Dat de overige gestelde schade zou kunnen worden toegewezen op grond van de toepasselijkheid van de Letselschade richtlijn Studievertraging volgt de rechtbank niet. Weliswaar wordt deze richtlijn in de jurisprudentie zoals aangehaald door [eisers] ook buiten letselschade gevallen toegepast, maar niet zonder dat een feitelijke opgetreden vertraging is vastgesteld. Ter zitting is door [eisers] erkend dat er geen studievertraging is opgelopen. [eiser sub 3] heeft binnen 5 jaar zijn havo diploma behaald. De afwezigheid van opgetreden vertraging staat naar het oordeel van de rechtbank aan de toepassing van de genoemde richtlijn in de weg.

Voor zover de rechtbank uit de stelling van [eisers] moet begrijpen dat analoge toepassing aan de orde is omdat door de keuze van [eisers] is voorkomen dat [eiser sub 3] studievertraging heeft opgelopen, stelt de rechtbank vast dat de grondslag daarvoor te vinden is in de schadebeperkingsplicht. Op die schadebeperkingsplicht hebben [eisers] hun primaire vordering gegrond en daarover is hiervoor reeds geoordeeld.

 

 

4.28.

De gevorderde kosten voor de inschakeling van remedial teacher [naam Remedial Teacher 2] komen niet voor vergoeding in aanmerking omdat zoals hiervoor overwogen het niet als een onderdeel van de zorgplicht kan worden aangemerkt om 1-op-1 begeleiding van een remedial teacher te bieden. Dat de kosten voor de remedial teacher beduidend lager zouden zijn geweest wanneer de school adequate maatregelen zou hebben genomen berust op een niet nader onderbouwde veronderstelling. De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van de kosten voor de remedial teacher geen sprake is van een (oorzakelijk) verband tussen de schending van de zorgplicht door Onderwijsstichting De Kempen en de schade. Daarom komen deze kosten niet voor vergoeding in aanmerking.

 

 

4.29.

[eisers] vorderen vergoeding van de kosten voor buitengerechtelijke rechtsbijstand. Dit betreft op de eerste plaats de kosten gemoeid met de inschakeling van een advocaat in de contacten met de school. [eisers] stellen deze kosten te hebben moeten maken met het oog op een oplossing van het geschil buiten rechte. Voor de gevorderde buitengerechtelijke kosten geldt de dubbele redelijkheidtoets van artikel 6:96 lid 2 sub c BW, hetgeen betekent dat het redelijkerwijs verantwoord moet zijn om de betreffende kosten te maken, die daarnaast binnen een redelijke omvang dienen te blijven. De rechtbank is van oordeel dat de kosten voor rechtsbijstand in de contacten met de school niet aan deze toets voldoen. Het is de vrijwillige keuze van [eisers] geweest om zich in de contacten met de school te laten bijstaan door een advocaat. Ook zonder inschakeling van een advocaat zou er echter geen belemmering zijn geweest tot het voeren van onderhandelingen. De rechtbank is van oordeel dat het niet redelijk is geweest om een advocaat in te schakelen. Het voert te ver om de daarmee gemoeide kosten voor rekening van Onderwijsstichting De Kempen te laten komen.

 

 

4.30.

Met betrekking tot de kosten voor rechtsbijstand in de procedure voor het CRM geldt eveneens de dubbele redelijkheidstoets van artikel 6:96 lid 2 sub c BW. Het doel van die procedure was volgens [eisers] te bereiken dat [eiser sub 3] weer onderwijs zou kunnen gaan volgen op het Pius X-College. Ook in dit geval geldt dat het de vrijwillige keuze van [eisers] is geweest om zich te laten bijstaan door een advocaat. De inhoud van het verzoekschrift, overgelegd door [eisers] als productie 26A, rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank niet dat daarvoor inschakeling van een advocaat noodzakelijk was.

 

 

4.31.

Onderwijsstichting De Kempen zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eisers] worden begroot op:

 

– dagvaarding € 96,57

 

– griffierecht 885,00

 

– salaris advocaat         1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)

 

Totaal € 2.139,57

 

 

 

5 De beslissing

 

De rechtbank

 

 

5.1.

veroordeelt Onderwijsstichting De Kempen om aan [eisers] te betalen een bedrag van € 4.607,50 (vierduizendzeshonderdzeven euro en vijftig cent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 9 november 2016 tot de dag van volledige betaling,

 

 

5.2.

veroordeelt Onderwijsstichting De Kempen in de proceskosten, aan de zijde van [eisers] tot op heden begroot op € 2.139,57, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van 9 november 2016 tot de dag van volledige betaling,

 

 

5.3.

veroordeelt Onderwijsstichting De Kempen in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Onderwijsstichting De Kempen niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente bals bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

 

 

5.4.

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

 

 

5.5.

wijst het meer of anders gevorderde af.

 

 

 

Dit vonnis is gewezen door mr. A.G.M.H. Bennenbroek en in het openbaar uitgesproken op 14 februari 2018.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots