Rb: ouders aansprakelijk voor schade veroorzaakt door kind van 3 jaar, 100% eigen schuld benadeelde

Samenvatting:

Risicoaansprakelijkheid ouder voor schade aan auto van een ander, veroorzaakt door haar kind van 3 jaar. De eigenaar van de auto heeft het kind tijdens het tanken alleen in de auto achtergelaten met de sleutel in het contactslot en het contact aan, waardoor het kind in de gelegenheid zou zijn geweest het panoramadak te openen en te beschadigen en een blikje door het geopende panoramadak op de motorkap te gooien waardoor een deuk zou zijn ontstaan. 1. De kantonrechter acht de ouders risicoaansprakelijk ex art. 6:169 BW. 2. Eigen schuld aan de zijde van de eigenaar van de auto in die zin, dat de schade geheel voor zijn rekening moet blijven (art 6:101 BW).

 

 

ECLI:NL:RBMNE:2020:3130

 

Instantie

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak

29-07-2020

Datum publicatie

21-08-2020

Zaaknummer

7834600

Rechtsgebieden

Verbintenissenrecht

Bijzondere kenmerken

Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie

 

Risicoaansprakelijkheid ouder voor schade aan auto van een ander, veroorzaakt door haar kind van jonger dan 14 jaar (in dit geval: 3 jaar). De eigenaar van de auto heeft het kind tijdens het tanken alleen in de auto achtergelaten met de sleutel in het contactslot en het contact aan, waardoor het kind in de gelegenheid zou zijn geweest het panoramadak te openen en te beschadigen en een blikje door het geopende panoramadak op de motorkap te gooien waardoor een deuk zou zijn ontstaan. Eigen schuld aan de zijde van de eigenaar van de auto in die zin, dat de schade geheel voor zijn rekening moet blijven.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

 

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

 

Civiel recht

 

kantonrechter

 

locatie Utrecht

 

zaaknummer: 7834600 UC EXPL 19-6231 SW/1581

 

Vonnis van 29 juli 2020

 

inzake

 

[eiser] ,

 

wonende te [woonplaats] ,

 

verder ook te noemen [eiser] ,

 

eisende partij,

 

gemachtigde: mr. I.J. Penning,

 

tegen:

 

de naamloze vennootschap

 

Vivat Schadeverzekeringen N.V.,

 

gevestigd te Amstelveen ,

 

verder ook te noemen Vivat ,

 

gedaagde partij,

 

gemachtigde: mr. M.J. van Hilten.

1 De procedure

1.1.

 

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 

– de dagvaarding van 7 juni 2019;

 

– de conclusie van antwoord;

 

– de conclusie van repliek;

 

– de conclusie van dupliek;

 

– de akte uitlating producties van [eiser] .

1.2.

 

Ten slotte is vonnis bepaald.

2 Waar gaat de zaak over?

2.1.

 

Mevrouw [A] is een kennis van [eiser] . Zij heeft een aansprakelijkheidsverzekering bij Vivat (voorheen Reaal Schadeverzekeringen N.V.). Op 16 februari 2018 heeft [A] schade aan de auto (een Volkswagen Passat) van [eiser] gemeld bij Vivat . Daarin heeft zij de oorzaak van de schade als volgt toegelicht:

 

‘mijn kleinste zoon [B (voornaam)] van 3 jaar heeft de panoramadak en de motorkap van een volkswagen passat vernield de voertuig is van een vriend/kennis

 

De vernieling is gedaan door het bevroren dak te openen en weer dicht te maken en eraan te hangen waarna hij uit de open dak een blikje frisdrank heeft uitgegooid waardoor de motorkap schade heeft opgelopen’.

2.2.

 

Kort na deze melding heeft Vivat opdracht gegeven aan [bedrijfsnaam] B.V. om een expertise uit te voeren. Die heeft een expertise verricht op 22 februari 2018 en heeft op 25 april 2018 een expertiserapport opgesteld. Daarin staat onder meer het volgende:

 

‘(…)

 

Omtrent de toedracht verklaren verzekerde en tegenpartij het navolgende; Het zoontje van verzekerde (3 jaar) was met een vriend/ kennis (tegenpartij) mee in de auto. De tegenpartij was gaan tanken en afrekenen. In die tussentijd zou het zoontje van verzekerde de schade veroorzaakt hebben. Hij zou zelf de veiligheidsgordel los gemaakt hebben en het dak met de elektrische bediening hebben geopend. Tevens zou hij aan het panoramadak hebben gehangen waardoor het daarna niet meer gesloten of geopend kon worden. In die tussentijd had hij ook nog een blikje frisdrank uit het geopende dak op de motorkap gegooid, waardoor er een deuk in de motorkap is gekomen.

 

(…)

 

Volgens de dealer is het vrijwel onmogelijk dat het niet functioneren van het elektrisch panoramadak is veroorzaakt zoals door verzekerde en tegenpartij als bovenstaand wordt omschreven,

 

Aan het dak kun je niet hangen, omdat daar geen houvast voor is. Tevens is het niet aannemelijk dat een kind van 3 jaar de juiste knop voor de bediening van het dak weet te vinden. (…)

 

Ook de deuk in de motorkap kan ons inziens niet zijn ontstaan door een blikje wat uit het panoramadak is gegooid. De afstand van het dak naar de plaats waar de deuk in de motorkap zit kan ons inziens niet door een kind van 3 jaar overbrugt worden.

 

(…)

 

De vermoedelijke oorzaak van het niet functioneren van het panoramadak is zeer waarschijnlijk een mechanisch eigen gebrek in de bediening.

 

(…)

 

De schade is na demontage van het panoramadak pas goed vast te stellen. (…)’.

 

Het schadebedrag is door [bedrijfsnaam] begroot op € 2.002,55.

2.3.

 

Op 1 juni 2018 heeft de heer [C] , Senior expert Voertuigen bij [bedrijfsnaam] aan [eiser] gemaild dat hij de opdracht heeft gekregen om te oorzaak van het defecte schuifdak te onderzoeken en dat hij graag een afspraak wil maken voor deze inspectie.

2.4.

 

Op 8 juni 2018 heeft [bedrijfsnaam] een ‘toedracht rapportage’ uitgebracht, waarin zij heeft geschreven dat [eiser] , ondanks het meermaals inspreken van zijn voicemail, niets van zich liet horen. Na de e-mail van 1 juni 2018 deelde hij evenwel direct telefonisch mede dat hij de schade al had laten herstellen.

2.5.

 

[eiser] heeft zich op het standpunt gesteld dat hij er geen rekening mee had hoeven houden dat nader onderzoek nodig was. Ondanks zijn verzoek hiertoe, heeft Vivat geweigerd om de schade te vergoeden. Volgens haar kan de schade niet zijn ontstaan op de wijze zoals door [eiser] gesteld.

2.6.

 

[A] heeft haar vordering op Vivat overgedragen aan [eiser] .

2.7.

 

[eiser] wil dat Vivat – als verzekeraar van [A] – de schade aan zijn auto vergoedt. Vivat is het daar niet mee eens. Volgens haar kan de schade niet zijn ontstaan op de wijze zoals door [eiser] is gesteld.

3 Wat vindt de kantonrechter ervan?

3.1.

 

De kantonrechter stelt voorop dat Vivat slechts tot betaling is gehouden indien [A] tegenover [eiser] schadeplichtig is. Het gaat hier om dekking van risicoaansprakelijkheid van een ouder voor gedragingen van kinderen die jonger zijn dan 14 jaar (zie artikel 6:169 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek (BW)). [eiser] moet dus stellen en zo nodig bewijzen dat zijn schade is ontstaan als gevolg van handelingen van [B (voornaam)] die – was hij ouder geweest – als onrechtmatige daad jegens hem zou kunnen worden toegerekend.

3.2.

 

Vivat heeft – voor het geval de kantonrechter zou aannemen dat [B (voornaam)] het panoramadak en de motorkap van de Passat heeft stukgemaakt – zich beroepen op eigen schuld aan de zijde van [eiser] , in die zin dat de schade volledig (althans overwegend) voor zijn rekening moet blijven. De kantonrechter ziet aanleiding dit verweer het eerst te behandelen, en wel omdat het slaagt. De kantonrechter zal hieronder aangeven hoe hij tot dit oordeel is gekomen. De kantonrechter gaat er daarbij dus van uit dat de gang van zaken is geweest zoals [eiser] heeft gesteld:

 

 

[B (voornaam)] zat in een autostoeltje achter in de auto;

 

alleen zijn tienjarige broertje [D (voornaam)] bevond zich ook in de auto;

 

[B (voornaam)] heeft de gordel(s) van het autostoeltje weten los te maken en is naar voren gekropen;

 

hij heeft het panoramadak geopend met de schakelaar die zich in de dakbekleding (boven de achteruitkijkspiegel) van de Passat bevindt;

 

hij is – via de armsteun – aan het geopende panoramadak gaan hangen;

 

vervolgens heeft hij een blikje door het geopende panoramadak op de motorkap gegooid;

 

hierna wilde het panoramadak niet meer (geheel) sluiten en het blikje heeft een deuk in de motorkap veroorzaakt;

 

nadat de motor van een Passat is uitgezet kan het panoramadak nog korte tijd – zolang geen portieren worden geopend – worden bediend;

 

omdat het winter was had [eiser] het contact “aangelaten” (conclusie van repliek punt 10), waardoor het panoramadak ondanks het feit dat hij de motor had uitgezet en was uitgestapt toch kon worden bediend.

 

3.3.

 

Met partijen gaat de kantonrechter er verder van uit dat de schade niet zou zijn ontstaan als [eiser] de autosleutels bij het uitstappen had meegenomen (waardoor het contact dus niet aan zou hebben gestaan) en als [B (voornaam)] de gordels van het kinderstoeltje niet had weten los te maken.

3.4.

 

Artikel 6:101 BW bepaalt het volgende. Wanneer de schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan de benadeelde (in dit geval dus [eiser] ) kan worden toegerekend, wordt de vergoedingsplicht verminderd door de schade over de benadeelde en de vergoedingsplichtige (in dit geval dus [A] ) te verdelen in evenredigheid met de mate waarin de aan ieder toe te rekenen omstandigheden tot de schade hebben bijgedragen. Een andere verdeling kan plaatsvinden of de vergoedingsplicht kan geheel vervallen als de billijkheid dit eist wegens de uiteenlopende ernst van de gemaakte fouten of andere omstandigheden van het geval.

 

In beginsel moet de rechter dus eerst een causaliteitsafweging maken, en daarna onderzoeken of een billijkheidscorrectie moet plaatsvinden.

3.5.

 

In beginsel moet [A] de schade van [eiser] vergoeden omdat op haar als ouder van de driejarige [B (voornaam)] een risicoaansprakelijkheid rust voor het handelen van [B (voornaam)] . Gelet echter op de ernst van de aan [eiser] toe te rekenen omstandigheid dat hij de sleutel in het contact heeft laten zitten (het contact heeft “aangelaten”) brengt de billijkheid echter mee dat deze schadevergoedingsverplichting van [A] hoe dan ook geheel komt te vervallen. Een precieze causaliteitsafweging kan dus achterwege blijven. [eiser] heeft immers de contactsleutel in het contactslot laten zitten en het contact daarbij “aangelaten”. Dit, terwijl het instructieboekje duidelijk bepaalt (productie 7 bij de conclusie van antwoord) (in de niet door [eiser] betwiste vertaling van Vivat ):

 

“Neem altijd alle voertuigsleutels mee wanneer u het voertuig verlaat. Kinderen of onbevoegden kunnen het voertuig vergrendelen, de motor starten of het contact inschakelen en zo elektrische apparatuur bedienen, zoals bijvoorbeeld de ramen”.

 

Dit laatste is echter precies wat er nu gebeurd is. Als reden voor het aan laten staan van het contact heeft [eiser] gegeven dat hij dit gedaan heeft omdat het winter was en daarmee, naar de kantonrechter begrijpt (een nadere toelichting heeft [eiser] niet gegeven), de verwarming van de auto aan kon blijven. Dit weegt echter op geen enkele wijze op tegen de gevaarzetting die het aan laten staan van het contact met zich brengt in de situatie dat kleine kinderen zich zonder verder toezicht in de auto bevinden.

3.6.

 

[eiser] heeft nog aangevoerd dat hij er niet op bedacht had hoeven zijn dat [B (voornaam)] de gordels van het kinderzitje heeft weten open te maken. Dit maakt echter de voorgaande conclusie niet anders. Met het meenemen van de autosleutels bij het verlaten van een auto met daarin achterblijvende kinderen is immers ieder risico dat zij elektronica van de auto bedienen uitgesloten, terwijl het bedienen door kleine kinderen van deze elektronica tot (zeer) grote schade kan leiden. Uit de geciteerde passage uit het instructieboekje blijkt ook dat de installatie van de auto hierop ontworpen is: zodra het contact is uitgezet en een deur is geopend is het panoramadak niet meer te openen of te sluiten.

 

De gevolgen van het aan laten staan van het contact en het feit dat [B (voornaam)] de gordels heeft weten los te maken dienen daarom geheel voor rekening van [eiser] te blijven.

3.7.

 

Dit betekent dat de vordering van [eiser] wordt afgewezen. [eiser] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten. Die kosten worden aan de zijde van Vivat begroot op € 600,- (2 punten x tarief € 300,-) aan salaris gemachtigde.

3.8.

 

De gevorderde nakosten worden toegewezen op de wijze als in de beslissing is vermeld.

4 De beslissing

 

De kantonrechter:

4.1.

 

wijst de vordering af;

4.2.

 

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de zijde van Vivat , tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 600,- aan salaris gemachtigde, te voldoen binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis, bij gebreke waarvan voormeld bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag van volledige betaling;

4.3.

 

veroordeelt [eiser] , onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door Vivat volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op:

 

– € 120,- aan salaris gemachtigde, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na aanschrijving tot de voldoening,

 

– te vermeerderen, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, met de explootkosten van betekening van het vonnis, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW met ingang van de vijftiende dag na betekening tot de voldoening;

4.4.

 

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

 

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 29 juli 2020 door mr. P. Dondorp.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey