Rb: niet aangetoond dat sprake is van authentieke aanrijding, vordering afgewezen

Samenvatting:

Benadeelde vordert schade aan auto. De WAM-verzekeraar betwist op basis van onderzoeksrapporten dat sprake is van een authentieke aanrijding. 1. De kantonrechter ziet ook geen aanleiding om de juistheid van de rapporten in twijfel te trekken, nu eiser daartoe niets concreets heeft aangevoerd. De omstandigheid dat beide auto’s ten tijde van de onderzoeken niet meer beschikbaar waren, ligt niet in de risicosfeer van de verzekeraar en kan haar niet worden tegengeworpen. 2. Reconventionele vordering tot betaling van onderzoekskosten verzekeraar wordt toegewezen.

 

 

ECLI:NL:RBGEL:2018:940

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 28-02-2018
Datum publicatie 19-03-2018
Zaaknummer 5849805 \ CV EXPL 17-5401 \ 406 \ 576

Rechtsgebieden Civiel recht

Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie

 

Verzekeringsrecht. Schadeclaim autoverzekering. Niet is komen vast te staan dat er een authentieke aanrijding heeft plaatsgevonden. Afwijzing vordering tot vergoeding schade. Afwijzing vordering tot verwijdering registratie eiser in de incidentenregisters. Toewijzing reconventionele vordering tot betaling van onderzoekskosten verzekeringsmaatschappij.

VindplaatsenRechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Uitspraak

 

 

 

 

vonnis

 

 

 

RECHTBANK GELDERLAND

 

 

 

 

Team kanton en handelsrecht

 

 

 

 

Zittingsplaats Arnhem

 

 

 

 

zaakgegevens 5849805 \ CV EXPL 17-5401 \ 406 \ 576

 

uitspraak van 28 februari 2018

 

 

 

 

vonnis

 

 

 

 

in de zaak van

 

 

 

 

[eiser]

 

[woonplaats]

 

eisende partij in conventie

 

verwerende partij in reconventie

 

gemachtigde mr. J.W. Weehuizen

 

procederende krachtens toevoegingsnummer 1HR2025

 

 

 

 

tegen

 

 

 

 

de naamloze vennootschap

 

Delta Lloyd Schadeverzekering N.V.

 

gevestigd te Amsterdam en kantoorhoudende te Arnhem

 

gedaagde partij in conventie

 

eisende partij in reconventie

 

gemachtigde mr. W.C.T. Weterings

 

 

 

 

Partijen worden hierna [eiser] en Delta Lloyd genoemd.

 

 

 

 

1 De procedure

 

 

 

 

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 

– het tussenvonnis van 31 mei 2017 en de daarin genoemde processtukken

 

– de conclusie van antwoord in reconventie

 

– de comparitie van partijen van 31 augustus 2017.

 

 

2 De feiten

 

 

 

2.1.

[eiser] heeft zijn Seat Leon (hierna: de Seat) met [kenteken] verzekerd bij Delta Lloyd. Op deze verzekering zijn de OHRA polisvoorwaarden Model AUTAP1503 van toepassing.

 

 

2.2.

Delta Lloyd heeft een schadeformulier ontvangen dat is ingevuld door de heer [naam zoon eiser] (hierna: [zoon eiser] ), de zoon van [eiser] , en de heer [naam bestuurder Mitsubishi] (hierna: [bestuurder Mitsubishi] ). Op het formulier staat dat op 28 april 2016 rond 22:00 uur de Seat, bestuurd door [zoon eiser] , op de Hambakenweg te ’s-Hertogenbosch in aanraking is gekomen met de door [bestuurder Mitsubishi] bestuurde Mitsubishi Spacestar (hierna: de Mitsubishi) met [kenteken] . Op het formulier is aangegeven dat [bestuurder Mitsubishi] met de rechtervoorkant van de Mitsubishi tegen de linkervoorkant van de Seat van [eiser] is gereden toen [bestuurder Mitsubishi] van rijstrook wisselde (van de linker naar de rechter rijbaan). Op het formulier is met betrekking tot de Seat onder het kopje “Zichtbare schade aan voertuig B” vermeld: “2 gehele zijden kapot”. Door de aanrijding is de Seat volgens [zoon eiser] met de rechterzijde tegen de vangrail aan de rechterkant van de weg gedrukt. Het schadeformulier is ondertekend door [bestuurder Mitsubishi] en [zoon eiser] .

 

 

2.3.

Blijkens de schade-calculatie van 10 mei 2016 heeft [naam bedrijf A] de schade aan de Seat bepaald op € 12.287,21 inclusief btw.

 

 

2.4.

Delta Lloyd heeft de heer [Schadebehandelaar] van expertisebureau [naam B.V.] ingeschakeld om de schade aan de auto vast te stellen. [Schadebehandelaar] heeft de Seat bij [naam bedrijf A] onderzocht en foto’s van de auto en de schade daaraan gemaakt. Uit het expertiserapport van 20 mei 2016 is te lezen dat [Schadebehandelaar] zich kan vinden in de door [naam bedrijf A] opgegeven herstelkosten en dat hij gezien het schadebeeld en de omschrijving op het schadeformulier een melding heeft gemaakt aan het meldpunt bijzondere zaken.

 

 

2.5.

Een medewerker van Delta Lloyd Integriteitszaken, de heer [medewerker Delta Lloyd] , is op 8 juni 2016 een tactisch en technisch onderzoek gestart naar de aanrijding en de schadeclaim. Voorts heeft [medewerker Delta Lloyd] de heer ing. [verkeersongevallendeskundige] van onderzoeksbureau Ongevallen Analyse Nederland (hierna: OAN), ingeschakeld met de vraag te onderzoeken of de door betrokkenen opgegeven aanrijding wel of niet heeft of kan hebben plaatsgevonden en zo ja, in hoeverre de schade beelden passen bij de daarbij opgegeven toedracht.

 

 

2.6.

 

Op 17 en 22 juni 2016 heeft [medewerker Delta Lloyd] een gesprek gevoerd over de aanrijding met [bestuurder Mitsubishi] . In het hiervan door [medewerker Delta Lloyd] opgestelde en door [bestuurder Mitsubishi] ondertekende gespreksverslag wordt, voor zover hier van belang, het volgende vermeld.

 

“(…)

 

V = Vraag A = Antwoord

 

(…)

 

V: Op het schadeformulier geeft u aan dat u als chauffeur van die Mitsubishi deze aanrijding heeft veroorzaakt op de Hambakenweg in Den Bosch, klopt dat en waar is het precies gebeurd?

 

A: Ja dat klopt, ik kwam vanaf Eindhoven en reed over de A59 richting Waalwijk. Ik nam de afslag Maaspoort/Hambakenweg en sloeg boven linksaf richting Hambakenweg. Toen ik met ongeveer 50 km per uur over de linker rijstrook van de Hambakenweg reed wilde ik op het viaduct vóór de stoplichten naar de rechter rijstrook, maar op het moment dat ik dat deed voelde ik dat de rechter voorhoek van de Mitsubishi een witte Seat op de linker voorpunt raakte. Ik had die Seat niet gezien, hij was er opeens.

 

V: Hoe hard reed die Seat volgens u?

 

A: Ik reed met ongeveer 50 km per uur en volgens mij reed die Seat net even hard als ik, want ik zag dat hij gelijk met mij bleef.

 

(…)

 

V: Waar heeft uw Mitsubishi schade opgelopen ten gevolge van deze aanrijding?

 

A: Ik raakte die Seat met de rechter voorhoek, dus mijn rechter koplamp was kapot. Verder het rechter portier ging niet meer dicht dat vermoedelijk door het rechter voorscherm kwam want dat was verbogen. Verder rook ik meteen een rubberlucht en dat kwam van de banden aan de rechterzijde, dus de spatschermen kwamen tegen de banden. Ik kon er nog wel mee rijden.

 

V: Heeft u de politie of een takel gebeld? A: Nee, geen politie gebeld. Ik ben zelf verder gereden.

 

V: Kent u [naam zoon eiser] , de chauffeur van de Seat? A: Nee.

 

V: Op het schadeformulier staan geen getuigen vermeld?

 

A: Dat klopt er waren geen getuigen. Het was donker en laat dus er was geen ander verkeer.

 

V: Is alle schade aan uw Mitsubishi van deze aanrijding?

 

A: Ja alle schade is van deze aanrijding. Links en rechts zat er wel wat gebruikerschade.

 

V: Hoe was de verlichting en de weersgesteldheid op de Hambakenweg?

 

A: De straatverlichting was aan en op het schadeformulier heb ik aangegeven dat het droog was dus mijn antwoord is dan ook dat het droog was ten tijde van de aanrijding.

 

V: Toen u met uw Mitsubishi de Seat raakte wat gebeurde er toen en waar kwam u tot stilstand?

 

A: Ik raakte met de rechter voorhoek van de Mitsubishi de linker voorhoek van de Seat en we reden even hard dus we raakte elkaar over de gehele lengte van beide auto’s. Ik remde pas laat door de schrik. Ik heb niet uitgeweken want ik was geschrokken dat die Seat er opeens reed en ik tegen hem aanbotste en reageerde daardoor niet goed. We kwamen ongeveer 20 meter verderop, net vóór de stoplichten tot stilstand. De Seat was door de botsing naar rechts tegen de vangrail gedrukt en had dus ook aan de rechterzijde schade door die vangrail, terwijl de gehele linkerzijde van de Seat door mijn auto was gedeukt en bekrast.

 

(…)

 

V: U geeft aan dat u foto’s van de aanrijding en de schade aan uw auto heeft gemaakt, wilt u die aan mij doormailen? A: Ja ik heb foto’s gemaakt, maar die heb ik helaas niet meer.

 

(…)”

 

 

 

2.7.

 

Op 22 en 24 juni 2016 heeft [medewerker Delta Lloyd] een gesprek gevoerd over de aanrijding met [zoon eiser] . In het hiervan door [medewerker Delta Lloyd] opgestelde en door [zoon eiser] ondertekende gespreksverslag is, voor zover hier van belang, het volgende vastgelegd.

 

“(…)

 

V = Vraag

 

A = Antwoord

 

 

 

 

V: Van wie is de Seat met het kenteken [kenteken] ?

 

A: Deze witte Seat Leon met het kenteken [kenteken] , was ten tijde van de aanrijding en nu ook nog van mijn vader [eiser] , wonende [straatnaam] in [woonplaats] . Ik rijd ongeveer net zo veel in deze Seat als mijn vader, maar de Seat staat op naam [naam zoon eiser] en is door [eiser] verzekerd.

 

V: Op het schadeformulier geeft u aan dat u als chauffeur van die Seat een aanrijding heeft gehad op de Hambakenweg in Den Bosch, klopt dat en waar is het precies gebeurd?

 

A: Ja dat klopt, ik kwam vanaf de A2 en reed richting A59 en bij de afslag Maaspoort ging ik eraf en boven op het viaduct sloeg ik linksaf de Hambakenweg op. Ik reed over de rechter rijstrook met een snelheid van plus minus 50 km per uur, toen ik opeens van links werd aangereden door een naast mij rijdende Mitsubishi die van de linker naar de rechterrijstrook wilde veranderen denk ik. Ik heb die Mitsubishi niet eerder gezien en weet niet waar hij vandaan kwam. De Mitsubishi reed iets harder dan ik met de Seat en hij reed mij dus een beetje voorbij. Door de aanrijding werd mijn Seat naar rechts tegen de vangrail gedrukt. Als er geen vangrail was geweest was ik met de Seat naar beneden op de A59 gevallen.

 

Ik weet niet of ik heb geremd, gas bijgegeven of uit heb geweken, want ik zag die Mitsubishi niet aankomen en het ging allemaal zo snel.

 

V: Hoe hard reed die Mitsubishi volgens u?

 

A: Ik reed ongeveer 50 km per uur en volgens mij reed die Mitsubishi iets harder want hij was er opeens, terwijl hij er daarvoor niet was. Ik weet niet waarom hij naar de rechter rijstrook wilde, maar hij zei later tegen mij dat hij mij en de Seat helemaal niet gezien had. De Mitsubishi reed net even iets harder dan ik.

 

V: Had uw Seat al aanrijdingschade vóór deze aanrijding?

 

A: Nee..

 

V: Waar heeft uw Seat schade opgelopen ten gevolge van deze aanrijding?

 

A: Die Mitsubishi raakte met de rechter voorhoek, ik denk met name de koplamp, de gehele linker flank van mijn Seat. Doordat mijn Seat tegen de vangrail werd gedrukt is aan de rechterzijde grote schade aan de rechterflank ontstaan.

 

V: Heeft u de politie of een takel gebeld?

 

A: Nee, ik heb geen politie gebeld. Ik ben zelf verder gereden. Ook die Mitsubishi is samen met mij naar het industrieterrein iets verderop gereden en daar hebben we een schadeformulier opgemaakt en ondertekend.

 

V: Kent u [bestuurder Mitsubishi] , de chauffeur van de Mitsubishi?

 

A: Nee en ik vond het maar een zenuwachtig en vreemd mannetje.

 

V: Op het schadeformulier staan geen getuigen vermeld?

 

A: Dat klopt er waren geen getuigen. Het was donker en laat dus er was geen ander verkeer.

 

V: Is alle schade aan uw Seat van deze aanrijding?

 

A: Ja alle schade is van deze aanrijding. Links van de botsing met die Mitsubishi en rechts van de vangrail.

 

V: Hoe was de verlichting en de weersgesteldheid op de Hambakenweg?

 

A: De straatverlichting was aan en het was droog ten tijde van de aanrijding.

 

V: Toen u door de Mitsubishi werd geraakt, wat gebeurde er toen en waar kwam u tot stilstand?

 

A: Mijn Seat werd eerst links voor geraakt en vervolgens werd ik naar rechts gedrukt en schaafde de vangrail. De rechter zijkant van die Mitsubishi is langs de linker zijkant van mijn Seat geschaafd. Geen van beide auto heeft nog iets anders geraakt. Alle schade is van deze aanrijding.

 

V: De Seat is al gerepareerd?

 

A: Ja maar door de nieuwe eigenaar [naam eigenaar] . Het is al ruim een maand geleden. Die verkoop is door de expert geregeld.

 

(…)”

 

 

 

2.8.

 

In het door [verkeersongevallendeskundige] van OAN aan Delta Lloyd uitgebrachte rapport van 19 juli 2016 is, voor zover hier van belang, het volgende te lezen.

 

“(…)

 

3 TER INZAGE VERSTREKTE STUKKEN

 

De volgende stukken zijn mij ter inzage aangeboden:

 

 Aanrijdingsformulier d.d. 28 april 2016, ingevuld door/namens [eiser] .

 

 Expertiserapport van onderhavige Seat, inclusief 19 foto’s.

 

 Gespreksverslag d.d. 17 juni 2016 en 22 juni 2016 (samengevat) van [bestuurder Mitsubishi] .

 

 Gespreksverslag d.d. 22 juni 2016 en 14 juni 2016 (samengevat) van [naam zoon eiser] .

 

 18 foto’s van de opgegeven ongevallocatie.

 

 

 

 

4 BEOORDELING/ANALYSE

 

4.1

 

Linker zijschade aan de Seat

 

(…) De gehele linkerzijde is van voor tot achter bekrast en met name de wielkuipranden vertonen ook lichte deukschade.

 

 

 

 

Wat opvat is dat dit schadebeeld rechtlijnig is, waarmee wordt bedoeld dat de kraslijnen strak horizontaal lijken te zijn gesitueerd. Dynamische beweging, die zou kunnen duiden op een botscontact tussen twee rijdende voertuigen, lijkt niet aanwezig.

 

 

 

 

De schade aan de linkerzijde van de Mitsubishi zal van voren naar achteren zijn ontstaan. Bepaalde schadebeeldkenmerken, waaronder de plaatsing (‘om de hoek’) van de schade aan de linker voorzijde en zogenoemde kantaanslagen ter hoogte van de A-, B- en C-stijl, duiden op een stootrichting van ongeveer 1 uur. Dit betekent dat de Mitsubishi langzamer moet hebben gereden dan de Seat. Uit de gespreksverslagen blijkt echter dat de Seat en de Mitsubishi ongeveer even hard reden of dat de Seat langzamer was dan de Mitsubishi. (…)

 

 

 

 

De Mitsubishi zou twee dagen na de opgegeven ongevalsdatum zijn geëxporteerd. Er blijken, mede na het gesprek met [bestuurder Mitsubishi] , geen foto’s van het eventuele schadebeeld aan deze Mitsubishi ter beschikking te staan. Volgens de RDW zou de Mitsubishi blauw van kleur moeten zijn. In het schadebeeld aan de linkerzijde van de Seat lijkt echter geen blauwe vreemde lak aanwezig.

 

 

 

 

Wat wel opgemaakt kan worden uit de gespreksverslagen is dat de Mitsubishi beschadigd zou moeten zijn geraakt aan de rechter koplamp. Het rechter portier zou niet meer gesloten kunnen worden, doordat het rechter voorscherm verbogen was. De gehele rechterzijde van de Mitsubishi zou beschadigd zijn geraakt (…).

 

 

 

 

Als de Mitsubishi met rechts voor de Seat linksvoor heeft geraakt en de Mitsubishi de Seat voorbij reed, dan is niet te verwachten dat beide voertuigen over de gehele zijde beschadigingen vertonen.

 

 

 

 

(…)

 

 

 

 

Opmerkelijk is eveneens dat [bestuurder Mitsubishi] stelt dat hij een rubberlucht (verbrandingslucht) heeft geroken, afkomstig van de banden. De spatschermen zouden tegen de banden zijn gedrukt. Als de Mitsubishi tegen de Seat reed, dan kunnen de banden in het gedrang zijn gekomen. Van rubberafzetting of wielcontactsporen is in het schadebeeld van de Seat echter geen sprake.

 

 

 

 

De omschreven schade aan de Mitsubishi doet vermoeden dat de rechter voorzijde van de Mitsubishi naar achteren is gedrukt, waarbij de koplamp beschadigd is geraakt en het voorscherm tegen het voorportier is gekomen. Het voorportier kon aldus [bestuurder Mitsubishi] niet meer worden gesloten. Bij een dergelijke schade kan het rechter voorwiel in het gedrang zijn gekomen en is het mogelijk dat men een rubberlucht heeft geroken. Een dergelijk omschreven schade duidt op een van voren naar achteren gerichte stootrichting, dit terwijl de Mitsubishi een van achteren naar voren gerichte stootrichting zou moeten hebben ten einde passend te zijn bij de schade van de Seat.

 

 

 

 

Er zijn diverse discrepanties in de beide toedrachtomschrijvingen van deze aanrijding. Deze discrepanties doen vermoeden dat de Mitsubishi aan de rechterzijde beschadigd is geraakt door een aanrijding met een botspartner, waartegen de Mitsubishi voorwaarts is gereden. Dit terwijl de Seat juist met hogere snelheid tegen de Mitsubishi zou moeten zijn gereden met een van achteren naar voren gerichte schade aan de Mitsubishi tot gevolg.

 

 

 

 

De heren [bestuurder Mitsubishi] en [naam zoon eiser] blijken niet eenzelfde aanrijding te omschrijven. Op basis van de linker zijschade aan de Seat, de omschrijving van de rechter zijschade aan de Mitsubishi en de beide toedrachtomschrijvingen bestaat de indruk dat er geen (fysieke) aanrijding tussen de Mitsubishi en Seat heeft plaatsgevonden. Mogelijk is hier sprake van een ‘papieren aanrijding’.

 

 

 

4.2

 

Rechter zijschade aan de Seat

 

(…)

 

De rechterzijde van de Seat vertoont ogenschijnlijke vangrailschade. Er zijn twee horizontale krasdeuken zichtbaar, die parallel aan elkaar en van voren naar achteren over de gehele rechterzijde verlopen. Met name de bovenste krasdeuk is duidelijk zichtbaar. De onderste krasdeuk is minder intensief, maar vertoont duidelijke contouren.

 

 

 

 

(…) De maatvoering van standaard in Nederland toegepaste vangrails lijkt niet in dit schadebeeld aanwezig. Naast het ontbreken van de doorgaans duidelijke aftekening van een scherpe kraslijn door één of beide ribben van de vangrails, ontbreekt het ook aan de doorgaans aanwezige 19 á 20 centimeter tussenmaat tussen beide ribaftekeningen.

 

 

 

 

(…)

 

 

 

 

De rechter zijschade aan de Seat lijkt wel te passen bij een botscontact met bijvoorbeeld vangrails die veelvuldig in Duitsland wordt toegepast. (…)

 

 

 

 

Ook de rechter zijschade aan de Seat lijkt niet passend bij de opgegeven toedracht. Het vermoeden bestaat dat de rechter zijschade op een geheel andere locatie is ontstaan dan is opgegeven.

 

 

 

 

(…)

 

 

 

 

5 CONCLUSIE

 

Op grond van hetgeen hiervoor genoemd is, kan worden geconcludeerd dat:

 

– zowel de linker- als rechter zijschade aan de Seat niet passend lijkt bij de opgegeven toedracht;

 

– er redenen zijn te vermoeden dat de Seat aan de rechterzijde voorbeschadigd was door een vangrailcontact dat plaatsvond elders dan in de opgegeven ongevallocatie;

 

– er reden is te vermoeden dat de linker zijschade aan de Seat niet is ontstaan door een botscontact met de Mitsubishi;

 

– hier sprake kan zijn van een zogenoemde ‘papieren aanrijding’.

 

 

 

(…)”

 

 

 

2.9.

 

In het rapport van onderzoeksresultaat van 19 juli 2016 heeft [medewerker Delta Lloyd] , voor zover hier van belang, het volgende aangegeven.

 

“(…)

 

3.1.

 

ONDERZOEK SEAT VAN VERZEKERDE

 

Omdat de auto van verzekerde [eiser] bij mijn opdracht niet meer beschikbaar was, moest ik volstaan met de foto’s verkregen van expert [Schadebehandelaar] .

 

(…)

 

De schade aan de linkerzijde van de Seat was overduidelijk een langsglijdende schade met relatief lichte impact. In het schadebeeld komen geen schadebeelden voor met een krachtige impact waardoor deze Seat van richting zou veranderen en zeker niet tegen de vangrail gedrukt zou worden.

 

 

 

 

De schade aan de Seat lijkt van voren naar achteren te zijn aangebracht, wat in zou houden dat deze Seat harder gereden moet hebben dan de Mitsubishi. Het lijkt er dan op dat de Mitsubishi rechts werd ingehaald door deze Seat.

 

 

 

 

De schade aan de rechterzijde van de Seat vertoonde 2 parallel boven elkaar lopende brede kraslijnen beelden. Deze kraslijnen beelden zijn veel te breed in verhouding met de vorm van de Nederlandse vangrails. (…)

 

 

 

 

Na onderzoek bleek dat op de opgegeven plaats van ongeval de Hambakenweg zich de standaard in Nederland aanwezige vangrails bevinden. De schade aan de rechterflank toont geen kenmerkende smalle krasbanen die bij een botscontact met deze standaard vangrail zichtbaar wordt.

 

 

 

 

De schade aan de rechterzijde van de Seat lijkt aan de rechterzijde wel een soort van vangrailschade te vertonen, al herken ik in dit schadebeeld niet de vangrail op de door betrokken partijen opgegeven aanrijdinglocatie.

 

 

 

 

De beide horizontale en parallel aan elkaar verlopende krasdeuken/kraslijnen beelden zijn betrekkelijk breed en vertonen geen duidelijke inkepingen van de smalle rib van Nederlandse vangrails. Dit doet vermoeden dat de vangrailschade aan de rechterzijde van de Seat niet op de opgegeven ongevallenlocatie ontstond. Wij denken aan een botscontact met bijvoorbeeld Duitse vangrails (met platte brede ribben).

 

 

 

 

(…)

 

 

 

3.2.

 

ONDERZOEK MITSUBISHI VAN TEGENPARTIJ

 

Omdat de auto van tegenpartij [bestuurder Mitsubishi] bij mijn opdracht niet meer beschikbaar was, kan daaraan geen onderzoek plaatsvinden.

 

 

 

3.3.

 

ONDERZOEK OPGEGEVEN AANRIJDINGLOCATIE

 

Op 16 juni 2016, heb ik de door betrokken partijen opgegeven aanrijdinglocatie onderzocht. De opgegeven locatie betreft een rijbaan met twee rijstroken op een viaduct over de A59. Aan beide zijden van deze weg zijn de in Nederland standaard vangrails aanwezig (…). Ik heb de gehele vangrail aan de rechterzijde tot aan het einde van de vangrail onderzocht op sporen van een aanrijding. De aanwezige vangrail was oud en roestig (…). Er waren op deze vangrail geen sporen aanwezig van een botsing met een motorvoertuig. De roest was op geen enkele plaats verwijderd, wat minstens verwacht mag worden bij een dergelijke aanrijding. Gesteld mag worden dat er op de door partijen aangegeven aanrijdinglocatie geen aanrijding had plaatsgevonden zoals door hen wordt gesteld en geclaimd.

 

Dus buiten het feit dat de vorm van de aanwezige vangrail niet overeenkomt met het schadebeeld op de rechterflank van de Seat, zijn er geen beschadigingen aan de aanwezige vangrail die zouden kunnen duiden op een aanrijding met deze Seat.

 

 

 

 

4 TACTISCH ONDERZOEK

 

 

(…)

 

[zoon eiser] geeft net als [bestuurder Mitsubishi] aan dat hij rijdende over de A59 de afslag Maaspoort nam en boven op het viaduct linksaf de Hambakenweg nam. Rijdende over de rechter rijstrook van deze Hambakenweg, met een snelheid van ongeveer 50 km per uur, werd hij plots van links aangereden door een over de links van hem, over de linker rijstrook rijdende, Mitsubishi van de tegenpartij. [zoon eiser] verklaart ook dat hij de Mitsubishi niet eerder gezien had, terwijl ze zowat gelijktijdig vanaf de A59 de afslag hebben genomen, linksaf de Hambakenweg zijn afgedraaid en naast elkaar met gelijke snelheid over deze Hambakenweg reden. [zoon eiser] geeft verder aan dat volgens hem de Mitsubishi iets harder reed dan hij en daardoor zijn Seat inhaalde. Volgens [zoon eiser] werd zijn Seat door de Mitsubishi naar rechts gedrukt, waardoor hij tegen de vangrail botste. Het schadebeeld aan de Seat vertoont geen beeld dat zou kunnen wijzen op een dusdanige impact waardoor de Seat naar rechts zou worden gedrukt en de vorm van de vangrailsporen op de rechterflank van de Seat komen niet overeen met de ter plaatse aanwezige vangrail. Tevens is bij onderzoek gebleken dat de vangrail ter plaatse geen beschadigingen vertoonde. (…)

 

 

 

 

5 ONDERZOEK DOOR OAN

 

 

Op 8 juni 2016 heb ik Ongevallen Analyse Nederland (OAN) gevraagd met de beschikbare gegevens van de expert, foto’s van de plaats ongeval een onderzoek in te stellen. Op 19 juli 2016 ontving ik een rapport van OAN met daarin de volgende conclusie:

 

Op grond van hetgeen hiervoor genoemd is, kan worden geconcludeerd dat:

 

– zowel de linker- als rechter zijschade aan de Seat niet passend lijkt bij de opgegeven toedracht;

 

– er redenen zijn te vermoeden dat de Seat aan de rechterzijde voorbeschadigd was door een vangrailcontact dat plaatsvond elders dan in de opgegeven ongevallocatie;

 

– er reden is te vermoeden dat de linker zijschade aan de Seat niet is ontstaan door een botscontact met de Mitsubishi;

 

– hier sprake kan zijn van een zogenoemde ‘papieren aanrijding’.

 

 

 

(…)

 

 

 

 

8 CONCLUSIE

 

 

Uit het door mij, [medewerker Delta Lloyd] , en OAN ingestelde onderzoek is gebleken dat:

 

 de door beide betrokken bestuurders opgegeven lezing van de aanrijding, gelet op de schadebeelden, niet (op die aanrijdinglocatie) heeft plaatsgevonden.

 

 de sporen op beide voertuigen niet overeenkomen met elkaar en met de opgegeven aanrijdinglocatie door partijen;

 

 tegenpartij en verzekerde na confrontatie met de onderzoeksresultaten persisteren bij hun gedane claim;

 

 betrokken partijen een onjuiste toedracht op het schadeformulier en tegenover de expert mij, [medewerker Delta Lloyd] , hebben opgegeven van de aanrijding;

 

 er kennelijk sprake is van verzekeringsfraude/opzetaanrijding waar beide partijen bij betrokken zijn;

 

 verzekerde en tegenpartij, kennelijk bewust onjuiste informatie hebben vermeld op het aanrijdingsformulier (valsheid in geschrifte) en bewust onjuist verklaard heeft tegenover een vertegenwoordiger van de verzekeringsmaatschappij met het kennelijke doel een schade-uitkering te ontvangen waarop geen recht bestaat.

 

 

 

 

(…)”

 

 

 

2.10.

Bij brief van 2 augustus 2016 heeft Delta Lloyd [eiser] medegedeeld dat de schade niet wordt vergoed. Voorts heeft Delta Lloyd laten weten dat zij de gegevens van [eiser] heeft opgenomen in het Extern Verwijzingsregister (hierna: EVR) en dat melding is gemaakt bij het Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude (hierna: CBV).

 

 

3 De vordering en het verweer in conventie

 

 

 

3.1.

[eiser] vordert de veroordeling van Delta Lloyd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

 

– tot betaling aan hem van een bedrag van € 12.287,21, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 28 september 2016 tot de dag van de volledige betaling;

 

– tot ongedaanmaking van de registraties van [eiser] in het Extern Verwijzingsregister en bij het Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude binnen één maand na dit vonnis, op straffe van een dwangsom van € 250,00 per dag voor elke dag dat Delta Lloyd daarmee in gebreke blijft;

 

– in de proceskosten.

 

 

3.2.

[eiser] baseert zijn vordering op nakoming van de verzekeringsovereenkomst door Delta Lloyd door de schade aan zijn auto onder dekking van de polis te vergoeden. Hij stelt daartoe dat de auto op 28 april 2016 is beschadigd door een onzeker voorval, te weten een authentieke aanrijding, als bedoeld in de polisvoorwaarden. [eiser] betwist dat hij verzekeringsfraude heeft gepleegd. Delta Lloyd heeft hem ten onrechte geregistreerd in het Extern Verwijzingsregister en bij het Centrum Bestrijding Verzekeringsfraude, zodat deze registraties ongedaan gemaakt moeten worden.

 

 

3.3.

Delta Lloyd voert verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

 

 

4 De vordering en het verweer in reconventie

 

 

 

4.1.

Delta Lloyd vordert de veroordeling van [eiser] bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, tot betaling aan haar van een bedrag van € 2.962,13, te vermeerderen met de wettelijke rente en de proceskosten, te voldoen binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis en – voor het geval voldoening niet binnen veertien dagen na dagtekening van het vonnis plaatsvindt – te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf veertien dagen na dagtekening van het vonnis tot aan de dag van de algehele voldoening.

 

 

4.2.

Delta Lloyd legt aan haar vordering het bepaalde in artikel 25 sub 6 van de polisvoorwaarden ten grondslag. Volgens deze bepaling is Delta Lloyd bevoegd om onderzoekskosten, of de kosten die daarmee samenhangen, bij de verzekeringnemer in rekening te brengen.

 

 

4.3.

[eiser] voert verweer waarop hierna, waar nodig, wordt ingegaan.

 

 

 

5 De beoordeling van het geschil in conventie en in reconventie

 

 

 

5.1.

Omdat de vorderingen in conventie en in reconventie nauw met elkaar samenhangen, bespreekt de kantonrechter deze gezamenlijk.

 

 

5.2.

[eiser] vordert in conventie in de eerste plaats de vergoeding van de schade die volgens hem het gevolg is van de gestelde aanrijding op 28 april 2016. Volgens Delta Lloyd kan zij niet tot schadevergoeding worden gehouden. Delta Lloyd betwist dat sprake is van een authentiek ongeval.

 

 

5.3.

Slechts indien sprake is van een authentieke aanrijding bestaat er grond voor betaling aan [eiser] door Delta Lloyd. Nu [eiser] zich beroept op het rechtsgevolg daarvan, zal hij moeten stellen en, zo nodig, onderbouwen en bewijzen dat er sprake was van een authentiek ongeval tussen [zoon eiser] en [bestuurder Mitsubishi] en dat de schade aan de Seat daardoor is veroorzaakt.

 

 

5.4.

[eiser] heeft zijn stelling dat het een authentieke aanrijding betreft slechts onderbouwd met de toelichting zoals weergegeven op het schadeformulier (zie onder 2.2 van dit vonnis). Delta Lloyd heeft twee gedetailleerde rapporten overgelegd ter onderbouwing van haar betwisting. Uit de rapporten van [medewerker Delta Lloyd] van Delta Lloyd en [verkeersongevallendeskundige] van OAN, zoals hiervoor weergegeven onder 2.8 en 2.9, blijkt dat de geclaimde schade door [eiser] niet het gevolg kan zijn van de gestelde aanrijding. De sporen op beide voertuigen komen volgens de rapporten en de daarin opgenomen foto’s niet met elkaar en met de opgegeven aanrijdingslocatie overeen.

 

 

5.5.

[eiser] heeft de juistheid van de rapporten in twijfel getrokken. De onderzoeken zijn volgens [eiser] niet deugdelijk. [medewerker Delta Lloyd] en [verkeersongevallendeskundige] hebben de Seat en de Mitsubishi niet fysiek beoordeeld. Van de Mitsubishi waren geen foto’s aanwezig en de foto’s van de Seat waren van slechte kwaliteit. De aanrijdingslocatie is eerst bijna twee maanden na de aanrijding onderzocht. De rapporten staan bol van aannames en vermoedens en [medewerker Delta Lloyd] en [verkeersongevallendeskundige] hebben in opdracht van Delta Lloyd gewerkt, aldus telkens [eiser] .

 

 

5.6.

De kantonrechter ziet geen aanleiding om de bevindingen van de onderzoekers ter zijde te schuiven vanwege de enkele omstandigheid dat de onderzoekers in opdracht van Delta Lloyd hebben gewerkt. De kantonrechter ziet ook geen aanleiding om de juistheid van de rapporten in twijfel te trekken, nu [eiser] daartoe niets concreets heeft aangevoerd. De omstandigheid dat beide auto’s ten tijde van de onderzoeken van [medewerker Delta Lloyd] en [verkeersongevallendeskundige] niet meer beschikbaar waren, ligt niet in de risicosfeer van Delta Lloyd en kan haar niet worden tegengeworpen. Hetzelfde geldt voor het feit dat geen foto’s beschikbaar zijn van de aanrijding en de – door Delta Lloyd wat betreft de Seat betwiste – stelling dat geschikte foto’s van de schade aan de auto’s ontbreken. Dat in deze procedure geen foto’s van de aanrijding voorhanden zijn klemt temeer, nu uit het door [bestuurder Mitsubishi] getekende gespreksverslag is af te leiden dat daarvan wel foto’s zijn gemaakt en dat [bestuurder Mitsubishi] heeft verklaard dat hij daarover niet meer beschikt. Voorts heeft [eiser] geen feiten of omstandigheden gesteld waaruit volgt dat het doen van deugdelijk onderzoek op de aanrijdingslocatie niet meer mogelijk was toen deze door [medewerker Delta Lloyd] werd onderzocht. [eiser] heeft ook geen, althans geen overtuigende, toelichting gegeven op zijn stelling dat geen sprake is van incompatibele schadebeelden van de volgens hem bij de aanrijding op 28 april 2016 betrokken auto’s. Dit betekent dat [eiser] de bevindingen van [medewerker Delta Lloyd] en [verkeersongevallendeskundige] onvoldoende inhoudelijk heeft weersproken, zodat daarvan kan worden uitgegaan.

 

 

5.7.

Het voorgaande brengt mee dat [eiser] onvoldoende feiten en omstandigheden heeft gesteld waaruit blijkt dat een authentiek ongeval heeft plaatsgevonden. Voor het opdragen van bewijs van zijn stelling is daarom geen plaats. Nu niet is komen vast te staan dat sprake is van een authentiek ongeval, zal de vordering van [eiser] tot vergoeding van schade worden afgewezen.

 

 

5.8.

In verband met de resultaten van de onderzoeken van [medewerker Delta Lloyd] en [verkeersongevallendeskundige] en het daaruit voortvloeiende vermoeden van fraude door [eiser] , heeft Delta Lloyd hem laten registeren in het EVR en bij het CBV. [eiser] vordert in conventie dat deze registraties ongedaan worden gemaakt.

 

 

5.9.

De aanmelding van [eiser] in het EVR en bij het CBV betreffen externe registraties waarop het Protocol Incidentenwaarschuwingssysteem Financiële Instellingen van toepassing is. Opname is – gelet op de vergaande gevolgen voor de op te nemen persoon – slechts aangewezen onder strikte voorwaarden, onder meer wanneer sprake is van opzettelijke misleiding (fraude). Delta Lloyd stelt dat sprake was van opzet tot misleiding door [eiser] . Dit wordt, naar zij aanvoert, onderbouwd door de conclusies van de rapporten van [medewerker Delta Lloyd] en [verkeersongevallendeskundige] . [eiser] heeft de inhoud en conclusies van deze rapporten onvoldoende betwist. [eiser] heeft geen geloofwaardige verklaring kunnen geven voor de incompatibele schadebeelden van de volgens hem bij de aanrijding betrokken auto’s, terwijl hij – voor de toewijzing van de vordering zijn naam uit de registers EVR en CBV te verwijderen – bijvoorbeeld had kunnen volstaan met een rapport waaruit blijkt dat in ieder geval enigszins aannemelijk is dat het schadebeeld van de Seat mogelijk het gevolg van de gestelde aanrijding was. Al met al duiden de door Delta Lloyd aangevoerde feiten en omstandigheden erop dat [eiser] heeft gepoogd om een uitkering van de verzekering te krijgen, terwijl hij daarop geen recht had. Daarmee is de conclusie gerechtvaardigd dat sprake was van opzet tot misleiding van de verzekering. De vordering van [eiser] de registraties ongedaan te maken zal dan ook worden afgewezen.

 

 

5.10.

Delta Lloyd vordert in reconventie vergoeding van de door haar gemaakte onderzoekskosten. Gelet op de gerechtvaardigde twijfel over de toedracht van de schade die bij Delta Lloyd ontstond na de inschakeling van [Schadebehandelaar] , heeft Delta Lloyd in redelijkheid kunnen besluiten nader onderzoek te (laten) uitvoeren. Uit deze onderzoeken volgt dat de door [eiser] gestelde toedracht van het ongeval niet overeenkomt met het schadebeeld. Het in de vorige overweging gegeven oordeel dat sprake was van opzet tot misleiding brengt mee dat [eiser] onzorgvuldig en daarmee onrechtmatig tegenover Delta Lloyd heeft gehandeld door aanspraak te maken op een uitkering onder de verzekering bij Delta Lloyd. [eiser] wist of behoorde te weten dat hij daarop geen recht had. Op grond van artikel 25 sub 6 van de polisvoorwaarden is Delta Lloyd dan ook gerechtigd de kosten van deze onderzoeken, ook de interne onderzoekskosten, aan [eiser] in rekening te brengen. Dat [zoon eiser] de onjuiste mededelingen heeft gedaan en niet [eiser] doet hieraan niet af. [zoon eiser] is als medeverzekerde aan te merken gelet op het bepaalde in artikel 2 van de polisvoorwaarden.

 

 

5.11.

Delta Lloyd heeft de door haar gemaakte onderzoekskosten onderbouwd door de facturen van OAN van in totaal € 862,13 in het geding te brengen en door de urenregistratie van [medewerker Delta Lloyd] over te leggen. De facturen van OAN zijn niet door [eiser] betwist. De tijd die [medewerker Delta Lloyd] volgens Delta Lloyd aan zijn onderzoek heeft besteed (21 uur) komt de kantonrechter aannemelijk voor, terwijl [eiser] niets heeft ingebracht tegen de hoogte van het uurtarief van € 100,00 van [medewerker Delta Lloyd] . De kantonrechter acht dit uurtarief ook redelijk. De kantonrechter zal het door Delta Lloyd gevorderde bedrag van € 2.962,13 aan onderzoekskosten toewijzen. De wettelijke rente over de onderzoekskosten zal ook overeenkomstig de vordering worden toegewezen.

 

5.12.

[eiser] wordt in conventie en in reconventie in het ongelijk gesteld en hij moet daarom de proceskosten in conventie en in reconventie dragen. De rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf veertien dagen na de datum van het vonnis.

 

 

6 De beslissing

 

 

 

 

De kantonrechter

 

 

 

 

in conventie

 

 

 

6.1.

wijst de vordering af;

 

 

6.2.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Delta Lloyd begroot op € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling;

 

 

6.3.

verklaart deze veroordeling uitvoerbaar bij voorraad;

 

 

 

in reconventie

 

 

 

6.4.

veroordeelt [eiser] om aan Delta Lloyd te betalen een bedrag van € 2.962,13, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling;

 

 

6.5.

veroordeelt [eiser] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van Delta Lloyd begroot op € 175,00 aan salaris voor de gemachtigde, te vermeerderen met de wettelijke rente over de proceskosten vanaf veertien dagen na de datum van dit vonnis tot aan de dag van volledige betaling;

 

 

6.6.

verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad.

 

 

 

 

 

 

 

Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. M.P.C.J. van Bavel en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2018

 

 

 

 

 

 

 

 

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots