Rb: mishandeling van de één impliceert nog geen groepsaansprakelijkheid voor mishandeling van de ander

Samenvatting:

De politierechter veroordeelde gedaagde 2 wegens twee pogingen tot zware mishandeling. Hij is in beginsel aansprakelijk voor de schade van eiseres. Dat zij de discussie heeft opgezocht over problemen die samenhingen met drugsgebruik van bewoners betekent niet dat zij daarmee, afgezet tegen de mogelijkheid dat zij daardoor schade zou oplopen, onvoorzichtig, onzorgvuldig of verkeerd heeft gehandeld, temeer niet nu het ging om een gesprek met familieleden. Dat zij er voor heeft gezorgd dat de gemoederen hoog opliepen is niet onderbouwd, zodat deze stelling wordt gepasseerd. Dat gedaagde 1 veroordeeld is voor mishandeling van haar vriend maakt niet dat deze aansprakelijk is uit art, 6:166 BW, groepsaansprakelijkheid.

Instantie Rechtbank Gelderland
Datum uitspraak 11-10-2017
Datum publicatie 22-12-2017
Zaaknummer C/05/314286/ HA ZA 17-20
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Letselschade; Mishandeling; Bewijskracht strafvonnis; Geen groepsaansprakelijkheid. Gedaagde 1: Afwijzen beroep eigen schuld; verklaring voor recht aansprakelijkheid. Gedaagde 2: ontbreken bewijs, afwijzen vordering.
Vindplaatsen Rechtspraak.nl
Uitspraak vonnis
RECHTBANK GELDERLAND
Team kanton en handelsrecht

Zittingsplaats Arnhem

zaaknummer / rolnummer: C/05/314286 / HA ZA 17-20

Vonnis van 11 oktober 2017

in de zaak van

[eiseres]
wonende te [woonplaats] ,
eiseres,
advocaat mr. C. van Scherpenzeel te Utrecht,

tegen

1 [gedaagde 1]
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. J.B.M. Nijhuis te Enspijk,
2. [gedaagde 2]
wonende te [woonplaats] ,
gedaagde,
advocaat mr. J. Velthoven te Tiel.

Partijen zullen hierna [eiseres] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] genoemd worden.

1 De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 29 maart 2017
– het proces-verbaal van comparitie van 6 september 2017. 1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten
2.1. Op 16 juli 2007 om 20:30 uur is [eiseres] , samen met haar toenmalige partner [toemalige partner] [verder: [toemalige partner] ] en haar moeder, op eigen initiatief naar de woning van [gedaagde 1] [door partijen ook ‘ [gedaagde 1] ’ genoemd] gegaan om problemen te bespreken. Daarbij was onder andere ook [gedaagde 2] aanwezig. Op enig moment is het gesprek uit de hand gelopen, waarop [eiseres] , [toemalige partner] en de moeder van [eiseres] aanstalten maakten de woning van [gedaagde 1] te verlaten. Er is toen een schermutseling ontstaan waarbij [eiseres] is mishandeld.

2.2. Diezelfde avond is [eiseres] naar de huisarts gegaan. In het huisartsenrapport staat over dat bezoek opgetekend:

“Klacht/hulpvraag:
Klachten: is flink in elkaar geslagen. is bij bewustzijn. tanden staan los in de mond. gezicht is gekneusd. kaak erg zeer. is erg duizelig. heeft een

Subjectief:
is flink in elkaar geslagen. is bij bewustzijn. tanden staan los in de mond. gezicht is gekneusd. kaak erg zeer. is erg duizelig. heeft een grote bult op het hoofd. armen en benen ook geraakt en pijnlijk. wordt ijs op gehouden. mishandeling, familieruzie, oplag op grond en opgeschopt, geslagen, bult frontaal op hoofd, paar cm bloed uitstorting, niet dubbelzien, overal blauwe plekken.

Objectief:
forse buil hoofd, hematoom, tv gda, li achteroor en oorschelp buil, hematoom, gehoorgang gb, neus gb, loszittende tanden, jukbenederen gb, li ka[…] gewr gevoelig, intraoraal gda, wel loszittende tanden, gebit past wel, clav gb, re schouder gevoelig, meerdere ribben gevoelig, drukpijnl, wel

Evaluatie:
blauwe plekken, weke delen contusies, loszittende tanden, gekneusde ribben, commotio cerebri […]”

2.3. [eiseres] heeft op 17 juli 2007 aangifte gedaan bij de politie. In het op die dag opgemaakte proces-verbaal van aangifte staat als haar verklaring opgetekend:

“Ik doe aangifte van mishandeling. […] Gisteren, maandag 16 juli 2007, omstreeks 20.30 uur gingen ik en mijn vriend [toemalige partner] , en mijn moeder, naar het [adres] . Wij gingen er heen omdat er al geruime tijd problemen zijn tussen [gedaagde 1] , [Persoon A] en nog een neef. Die neef heet [neef B] en die verkoopt in de woning van [gedaagde 1] drugs. Dat zal wel om coke gaan. omdat [gedaagde 1] een jongen is met een beperking wilden we dit bespreekbaar maken. […] Toen wij daar kwamen waren daar [Persoon A] , [neef B] (de moeder van [Persoon A] ) [gedaagde 1] , [gedaagde 1] (zij is een nichtje van [Persoon A] ) [vrouw C] (zij is de vrouw van [Persoon A] ) en er was nog een meisje, zij heet [meisje A] . […] Het gesprek ging niet zo goed. [Persoon A] ontkende alles wat wij vertelden. […] Zoals gezegd ging het gesprek niet goed. [neef B] [gedaagde 2] werd erg fel toen wij dit vertelden. [neef B] ging op een gegeven moment naar boven voor de kinderen. [gedaagde 1] en [vrouw C] zeiden toen dat wij moesten maken dat we wegkwamen. Wij hebben dat ook gedaan en wij zijn naar de deur gelopen. Toen we in de gang stonden zag ik dat [Persoon A] [toemalige partner] in elkaar schopte. Hij sloeg en schopte en ik zag dat [toemalige partner] op de grond terecht kwam. [toemalige partner] is net twee dagen thuis uit het ziekenhuis en is nog zwak. […] [toemalige partner] kwam dus op de grond terecht en ik zag en hoorde dat hij erge pijn had. [Persoon A] schopte erg hard en ook [gedaagde 1] schopte naar [toemalige partner] toen hij op de grond lag. Met z’n tweeën pakten ze [toemalige partner] . Ik ging er naar toe om ervoor te zorgen dat ze zouden stoppen. [toemalige partner] was namelijk weerloos toen hij daar lag. Toen ik er tussen ging staan toen kwam [Persoon A] op mij af. [Persoon A] duwde mij op de grond en ik toen ik daar begin hij mij vol in het gezicht te schoppen en te slaan. Hij was door dolle heen en ik probeerde weg te komen maar dat lukte niet. De klappen die ik kreeg deden zo’n pijn dat ik dacht dat [Persoon A] mij dood zou schoppen. Hij raakte mij voornamelijk aan mijn hoofd, maar ook mijn ribben en benen. Ik voelde me duizelig worden en dacht dat ik flauw zou gaan vallen van de pijn. [gedaagde 1] was nog steeds bezig om [toemalige partner] te schoppen. [neef B] stond op de trap en zij bemoeide zich er later ook mee. Ze probeerde om [gedaagde 1] tegen te houden maar verder heeft ze niets gedaan. Ik lag toen in de keuken en [toemalige partner] lag ik de gang Toen ik daar lag en [Persoon A] mij zo ernstig mishandelde heeft mijn moeder geprobeerd om [Persoon A] ta laten stoppen. Dat kon niet door hem aan te spreken. […] Mijn moeder schijnt toen een waaier gepakt te hebben en daarmee heeft ze [Persoon A] geslagen. Dat moest echt want anders had [Persoon A] mij doodgeschopt. [Persoon A] stopte toen hij een klap met de waaier kreeg en toen kon ik overeind komen. Ik dacht maar aan een ding: wegkomen. Ik vluchtte naar de achterkant bij de keuken. Daar zit een schuifdeur maar dit zat op slot. Ik raakte nog meer in paniek omdat ik daar niet verder kwam. Ik ben daarvandaan weggeduwd door [gedaagde 1] en [meisje A] . Onderweg kwam ik ten val en toen kreeg ik weer klappen en schoppen van [Persoon A] . Ik wist hij de voordeur terecht te komen en toen heb ik [toemalige partner] omhoog getrokken en zijn we via de voordeur weggevlucht. […] Bij mijn vlucht ben ik mijn schoen verloren. […] Mijn andere schoen is afgescheurd door alle geweld.[…] Mijn ondergebit is geraakt en de tanden staan los. Ik moet vloeibaar eten. Mijn hoofd en lichaam doen erg pijn. De schoppen en klappen die [Persoon A] mij gaf, gaf hij opzettelijk en met kracht. Ik heb mij wel onder doktersbehandeling gesteld. […]”

2.4. Bij onherroepelijk vonnis van 1 april 2008 heeft de politierechter van de rechtbank Arnhem (thans rechtbank Gelderland) [gedaagde 2] veroordeeld wegens twee pogingen tot zware mishandeling, gepleegd op 16 juli 2007, waarvan een gepleegd jegens [eiseres] , tot een deels voorwaardelijke werkstraf. Daarnaast heeft de politierechter in voormeld vonnis de vordering van [eiseres] als benadeelde partij ten dele toegewezen en [gedaagde 2] veroordeeld tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 500,00. Voor het overige heeft de politierechter de vordering van [eiseres] niet-ontvankelijk verklaard, nu deze voor dat gedeelte niet van zo eenvoudige aard is dat deze zich leent voor behandeling in het strafgeding. De politierechter heeft ook een vordering van [toemalige partner] als benadeelde partij tot een bedrag van € 500,00 toegewezen.

2.5. Bij onherroepelijk vonnis van 1 april 2008 heeft de politierechter van de rechtbank Arnhem (thans rechtbank Gelderland) [gedaagde 1] veroordeeld tot een werkstraf, wegens één poging tot zware mishandeling, gepleegd op 16 juli 2007. De politierechter heeft in dat vonnis ook een vordering van [toemalige partner] als benadeelde partij toegewezen, tot een bedrag van € 500,00.

2.6. [eiseres] heeft zich onder medische, psychologische en tandheelkundige behandeling gesteld en heeft fysio- en ergotherapie ontvangen vanwege rug- en nekklachten. Bij haar is de diagnose dysthyme stoornis en acute posttraumatische stress-stoornis ten gevolge van mishandeling gesteld.

3 Het geschil
3.1. [eiseres] vordert samengevat – dat de rechtbank, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
– voor recht verklaart dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade zijdens [eiseres] als gevolg van mishandeling op 16 juli 2007,
– betaling van de kosten, waaronder de nakosten.

3.2. [eiseres] voert aan dat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] door haar te mishandelen een ernstige inbreuk op haar lichamelijke integriteit hebben gepleegd en daarmee onrechtmatig hebben gehandeld. Dit kan hen, aldus [eiseres] , worden toegerekend, omdat het om een opzetdelict gaat waarvoor beiden zijn veroordeeld. Zij zijn tevens aansprakelijk op grond van artikel 6:166 BW nu, aldus [eiseres] , [gedaagde 1] en [gedaagde 2] een groep vormden, zij beiden betrokken waren bij de mishandeling, mishandeling een grote kans op letsel en schade oplevert en dit [gedaagde 1] en [gedaagde 2] er van had moeten weerhouden om te mishandelen. Door de onrechtmatige daad heeft [eiseres] , zo stelt zij, materiële en immateriële schade opgelopen waarvoor [gedaagde 1] en [gedaagde 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn. Zij ondervindt nog dagelijks klachten en beperkingen en kan nog steeds niet volledig werken. De door de politierechter toegewezen schadevergoeding omvat slechts een fractie van de totale schade. De medische situatie en de daaruit voortvoeiende schade zijn nog niet geheel in kaart gebracht. Daarvoor is nader (deskundigen)onderzoek noodzakeljk.

3.3. [gedaagde 1] en [gedaagde 2] voeren verweer.

3.4. [gedaagde 2] betwist niet dat hij [eiseres] heeft mishandeld en daarmee onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Hij beroept zich echter op eigen schuld aan de zijde van [eiseres] , nu zij, zo stelt hij, door haar eigen gedrag toerekenbaar en in belangrijke mate heeft bijgedragen aan het ontstane conflict en de escalatie daarvan, leidend tot de mishandeling. Zij is, zo voert [gedaagde 2] aan, immers uit eigen beweging met haar moeder en vriend naar de woning van [gedaagde 1] gegaan, omdat er al problemen zouden zijn, waarbij sprake was van drugsproblemen. Zij is het geweest, aldus [gedaagde 2] , die de discussie heeft opgezocht en ervoor heeft gezorgd dat de gemoederen hoog opliepen. [gedaagde 2] betwist voorts ten aanzien van een deel van de schadeposten de causaliteit en de hoogte van de gestelde schade.

3.5. [gedaagde 1] betwist dat hij [eiseres] heeft mishandeld. Hij is enkel veroordeeld voor poging zware mishandeling van [toemalige partner] en niet voor mishandeling van [eiseres] . Er is, aldus [gedaagde 1] , evenmin sprake van groepsaansprakelijkheid.

3.6. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling
Ten aanzien van de vordering op [gedaagde 2]
4.1. heeft niet betwist dat hij [eiseres] heeft mishandeld en daarmee onrechtmatig jegens haar heeft gehandeld. Dit brengt met zich dat hij in beginsel aansprakelijk is voor de schade die als gevolg van deze mishandeling kan worden toegerekend.

4.2. [gedaagde 2] heeft zich beroepen op eigen schuld aan de zijde van [eiseres] . De rechtbank is echter van oordeel dat de daarvoor door hem aangevoerde omstandigheid, dat [eiseres] uit eigen beweging, met haar partner en moeder, naar de woning van [gedaagde 1] is gegaan om over problemen te praten, niet betekent dat het voor haar redelijkerwijs voorzienbaar moet zijn geweest dat zij mishandeld zou kunnen worden. Ook indien daarbij wordt meegenomen dat zij daarbij ‘de discussie heeft opgezocht’ en dat de problemen samenhingen met drugsgebruik van (een of meer van) de bewoners van dat pand, kan zonder nadere omstandigheden, die niet zijn aangevoerd, niet worden aangenomen dat zij daarmee, afgezet tegen de mogelijkheid dat zij daardoor schade zou oplopen, onvoorzichtig, onzorgvuldig of verkeerd heeft gehandeld, temeer niet nu, zoals niet is betwist, het ging om een gesprek met familieleden. Zij is voorts kennelijk zonder problemen tot de woning van [gedaagde 1] toegelaten. De stelling van [gedaagde 2] dat [eiseres] “er voor heeft gezorgd dat de gemoederen hoog opliepen” is niet geconcretiseerd en niet onderbouwd, zodat deze stelling wordt gepasseerd. Nu verder geen feiten of omstandigheden zijn aangevoerd waaruit volgt dat de mishandeling en de daaruit voortvloeiende schade mede een gevolg zijn van aan [eiseres] toe te rekenen omstandigheden, wordt het eigen schuld-verweer verworpen.

4.3. [gedaagde 2] heeft niet betwist dat [eiseres] door het onrechtmatig handelen van [gedaagde 2] materiële en immateriële schade heeft opgelopen. Wel heeft hij de causaliteit tussen de mishandeling en een deel van de door [eiseres] opgevoerde klachten en schadeposten betwist en voorts de hoogte van de gestelde schade. Nu thans echter geen schadevergoeding wordt gevorderd, maar slechts een verklaring voor recht ten aanzien van de aansprakelijkheid, en nu de causaliteit en omvang van de schade per gevorderde post daarbij geen beslispunten zijn, kan dit geschilpunt verder onbesproken blijven.

Ten aanzien van [gedaagde 1]

4.4. [gedaagde 1] heeft betwist [eiseres] te hebben mishandeld. Dit volgt, anders dan [eiseres] stelt, ook niet uit de veroordeling van [gedaagde 1] door de politierechter. Dat deze enkel zag op mishandeling door [gedaagde 1] van [toemalige partner] , zoals [gedaagde 1] aanvoert, is door [eiseres] immers niet gemotiveerd betwist. Ook overigens heeft [eiseres] de stelling dat [gedaagde 1] haar, al dan niet in samenwerking met een ander, heeft mishandeld niet onderbouwd. Dat daarvan sprake zou zijn blijkt ook niet uit de aangifte van [eiseres] . Ter comparitie heeft zij voorts aangegeven dit niet nader te kunnen onderbouwen. Zij heeft de grondslag van haar vordering ten aanzien van [gedaagde 1] daarbij in die zin beperkt dat zij het standpunt heeft ingenomen dat de gestelde aansprakelijkheid van [gedaagde 1] nog enkel gebaseerd is op artikel 6:166 BW, groepsaansprakelijkheid. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat [gedaagde 1] zelf geen geweld heeft gebruikt jegens [eiseres] .

4.5. Naar het oordeel van de rechtbank is echter ook de stelling dat sprake is van aansprakelijkheid van [gedaagde 1] op grond van artikel 6:166 BW onvoldoende met feiten en omstandigheden onderbouwd. De enkele omstandigheid dat beiden ten tijde van de mishandeling van [eiseres] in het huis aanwezig waren brengt nog niet mee dat zij als groep in de zin van dat artikel kunnen worden aangemerkt. Zoals overwogen in r.ov. 4.4. is niet gebleken dat [gedaagde 1] [eiseres] al dan niet samen met [gedaagde 2] heeft mishandeld. Voor zover [eiseres] stelt dat sprake is van groepsaansprakelijkheid, omdat [gedaagde 1] en [gedaagde 2] beiden [toemalige partner] hebben mishandeld, overweegt de rechtbank dat [eiseres] niet heeft onderbouwd in hoeverre er tussen deze mishandelingen van [toemalige partner] door [gedaagde 1] en [gedaagde 2] sprake was van bewuste samenhang. Evenmin is onderbouwd of en in hoeverre die mishandeling van [toemalige partner] de voorzienbare kans met zich bracht van letsel (of andere schade) bij [eiseres] en dat ook die kans – afgezien van de onrechtmatigheid daarvan jegens [toemalige partner] zelf – [gedaagde 1] van die mishandeling van [toemalige partner] had moeten weerhouden. Nu (ook) overigens in het geheel niet is onderbouwd welke gedragingen in groepsverband [gedaagde 1] had moeten nalaten teneinde letsel bij [eiseres] te voorkomen, wordt de stelling dat [gedaagde 1] op grond van artikel 6:166 BW aansprakelijk gehouden kan worden voor de schade van [eiseres] , als onvoldoende onderbouwd verworpen.

4.6. Het vorenstaande brengt met zich dat de vordering jegens [gedaagde 1] , nu die verder niet is onderbouwd, wordt afgewezen.

4.7. Dit brengt tevens met zich dat de vordering tot hoofdelijke aansprakelijkstelling van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] niet kan worden toegewezen.

4.8. [gedaagde 2] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [eiseres] worden begroot op:
– dagvaarding € 96,57
– griffierecht 78,00
– salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)
Totaal € 1.078,57

4.9. [eiseres] zal ten aanzien van [gedaagde 1] als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van [gedaagde 1] worden begroot op:
– griffierecht 78,00
– salaris advocaat 904,00 (2,0 punten × tarief € 452,00)
Totaal € 982,00

5 De beslissing
De rechtbank

t.a.v. de vorderingen gericht tegen [gedaagde 2]

5.1. verklaart voor recht dat [gedaagde 2] aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden materiële en immateriële schade zijdens [eiseres] als gevolg van de mishandeling op 16 juli 2007,

5.2. veroordeelt [gedaagde 2] in de proceskosten, aan de zijde van [eiseres] tot op heden begroot op € 1.078,57,

5.3. veroordeelt [gedaagde 2] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat [gedaagde 2] niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,

5.4. verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

5.5. wijst het meer of anders gevorderde af,

t.a.v. de vorderingen gericht tegen [gedaagde 1]

5.6. wijst de vorderingen af,

5.7. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagde 1] tot op heden begroot op € 982,00

Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen en in het openbaar uitgesproken op 11 oktober 2017.

 

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots