Rb: gestelde beperkingen door whiplash en arbeidsongeschikt niet vastgesteld

Samenvatting:

Whiplash. Benadeelde legt aan haar vordering ten grondslag dat zij aan het ongeval blijvend letsel heeft overgehouden, waardoor zij blijvend volledig arbeidsongeschikt is en niet in staat is zelf alle huishoudelijke werkzaamheden te verrichten. 1. De rechtbank neemt de conclusie van de expertiserend arts over en stelt vast dat benadeelde niet zodanig beperkt is dat zij volledig arbeidsongeschikt is als gevolg van het ongeval. 2. Smartengeld: € 5.000,- (gevorderd € 40.000,- ). 3. Smartengeld wegens secundaire victimisatie vanwege negatieve opstelling verzekeraar bij schadebehandeling afgewezen. Standpunt dat er geen sprake was van beperkingen was niet ten onrechte heeft ingenomen.

Vonnis

 

RECHTBANK OOST-BRABANT

Civiel Recht

Zittingsplaats ‘s-Hertogenbosch

zaaknummer / rolnummer: C/O 1/295449 / HA ZA 15-464

 

Vonnis van 20 december 2017 in de zaak van

[EISERES],

wonende te Oss, eiseres,

advocaat mr. L.M.M. Rohof te Nijmegen, tegen

 

de naamloze vennootschap naar Belgisch recht ALLIANZ BENELUX N.V.,

mede handelend onder de naam ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING,

gevestigd te Brussel, België, en kantoorhoudend te Rotterdam, gedaagde,

advocaat mr. H.A. Kragt te Arnhem.

 

Partijen zullen hierna [EISERES] en Allianz genoemd worden.

  1. De procedure

1.1.        Het verloop van de procedure blijkt uit:

–             het tussenvonnis van 19 oktober 2016, met de daarin genoemde stukken,

–             het deskundigenbericht dat op 20 april 2017 is gedeponeerd bij akte van depot 26/2017,

–             de conclusie na deskundigenbericht van [EISERES],

–             de antwoordconclusie na deskundigenbericht van Allianz.

1.2.        Ten slotte is vonnis bepaald.

 

  1. De verdere beoordeling

2.1.        [EISERES] legt aan het gevorderde ten grondslag dat zij aan het ongeval blijvend letsel heeft overgehouden, waardoor zij blijvend volledig arbeidsongeschikt is en niet in staat is zelf alle huishoudelijke werkzaamheden te verrichten. In het tussenvonnis van 24 augustus 2016 heeft de rechtbank naar aanleiding van onder andere de rapporten van neuroloog [ARTS1] en neuropsycholoog [ARTS2] geoordeeld dat [EISERES] de door haar gestelde klachten heeft en dat die in causaal verband staan met het ongeval. De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 19 oktober 2016 verzekeringsarts [ARTS3] (hierna: [ARTS3]) tot deskundige benoemd en aan hem de vragen voorgelegd zoals opgenomen in het tussenvonnis van 24 augustus 2016. [ARTS3] heeft op 19 april 2017 gerapporteerd. Voor de letterlijke weergave van de antwoorden van [ARTS3] verwijst de rechtbank naar zijn rapport en de daarbij gevoegde functionele mogelijkhedenlijst. Daar waar nodig zal de rechtbank in het hierna volgende uit het rapport citeren.

2.2.        De conclusie van [ARTS3] over de belastbaarheid van [EISERES] luidt als volgt:

–             Voor wat betreft de cognitieve belastbaarheid dient rekening te worden gehouden met de noodzaak van vaste, bekende werkwijzen, vermijding van afleiding door activiteiten van anderen, onvermogen om flexibel in te spelen op sterk wisselende uitvoeringsomstandigheden of taakinhoud, vermijding van veelvuldige storingen/onderbrekingen, vermijding van veelvuldige deadlines/productiepieken en vermijding van hoog handelingstempo.

–             Voor wat betreft de belastbaarheid van het bewegingsstelsel dient rekening te worden gehouden met beperkingen van activiteiten die de nek/schoudergordel zwaar belasten.

–             Tegen de achtergrond van de verzekeringsgeneeskundige richtlijn Duurbelastbaarheid in Arbeid zie ik geen aanleiding om beperkingen te stellen t.a.v. de werkduur per dag of per week. Wel dient het verrichten van werkzaamheden tijdens nachtelijke uren vermeden te worden en er dient geen sprake te zijn van sterk wisselende werktijden.

2.3.        [EISERES] en Allianz zijn door [ARTS3] in de gelegenheid gesteld om op zijn concept-rapportage te reageren. [EISERES] heeft van die gelegenheid geen gebruik gemaakt, Allianz wel. [ARTS3] is in zijn definitieve rapport ingegaan op de vragen en opmerkingen van Allianz. Die hebben niet tot aanpassing van zijn conclusie geleid. Uit de conclusie na deskundigenbericht van [EISERES] blijkt niet dat zij zich niet kan verenigen met de conclusies van [ARTS3]. Zij ziet daarin juist een bevestiging van haar standpunt dat zij beperkt is in haar mogelijkheden om arbeid te verrichten. Allianz heeft in haar conclusie na deskundigenbericht wel bezwaren aangevoerd tegen onderdelen van het rapport van [ARTS3], maar is het wel eens met de eindconclusie van [ARTS3] dat [EISERES] normaal en gemiddeld 40 uur per week moet kunnen werken.

2.4.        De rechtbank constateert dat de deskundigheid van [ARTS3] niet is betwist door partijen. [ARTS3] heeft nauwgezet verslag gedaan van zijn bevindingen en waarop die zijn gebaseerd (anamnese, informatie (medisch) behandelaars, rapportages [ARTS1] en [ARTS2], eigen onderzoek). Aldus heeft [ARTS3] naar het oordeel van de rechtbank inzichtelijk gemaakt op welke wijze hij tot zijn conclusies (neergelegd in het antwoord op de vragen en de functionele mogelijkhedenlijst) is gekomen. De rechtbank ziet in de reacties van partijen op het rapport van [ARTS3] geen grond om van zijn conclusies af te wijken. De rechtbank neemt daarom de conclusies van [ARTS3] over en maakt die tot de hare. De rechtbank stelt vast dat [EISERES], met inachtneming van de door [ARTS3] genoemde voorwaarden, niet zodanig beperkt is dat zij volledig arbeidsongeschikt is als gevolg van het ongeval.

2.5.        [EISERES] handhaaft ook na het rapport van [ARTS3] haar stelling dat zij volledig arbeidsongeschikt is en geen verdienvermogen meer heeft. Uit het vorenstaande blijkt dat het rapport van [ARTS3] die stelling niet ondersteunt. Haar vordering, die is gebaseerd op volledige arbeidsongeschiktheid, kan daarom niet slagen. Bovendien blijkt uit het rapport niet dat er zodanige beperkingen zijn bij [EISERES] dat zij beperkt is in haar verdiencapaciteit. De rechtbank ziet daarom geen aanleiding om een arbeidsdeskundige te benoemen voor het bepalen van de verdiencapaciteit. Het vorenstaande geldt ook voor de gevorderde schade voor verlies aan zelfredzaamheid. Het rapport van [ARTS3] biedt geen aanknopingspunten voor het oordeel dat [EISERES] niet in staat is de gebruikelijke huishoudelijke taken te verrichten. De conclusie is dat er geen sprake is van schade die voor vergoeding door Allianz in aanmerking zou moeten komen, bovenop wat [EISERES] al van Allianz als voorschot onder algemene titel – € 1.000,00 – heeft ontvangen.

2.6.        [EISERES] vordert als onderdeel van de totale schade vergoeding van de kosten gemoeid met de onderzoeken door Laumen Expertise en Synapsis. Die kosten zijn in totaal € 4.063,49. Allianz heeft een voorschot op deze kosten betaald van € 1.500,00, zodat nog € 2.563,49 resteert. Allianz betwist de inhoud van de rapporten en ook dat zij die kosten moet vergoeden. De rechtbank zal deze kosten toewijzen als redelijke kosten ter vaststelling van schade en aansprakelijkheid (artikel 6:96 lid 2 sub b BW). [EISERES] heeft de kosten gemaakt ter onderbouwing van haar vordering. Dat haar vordering uiteindelijk wordt afgewezen betekent, gegeven ook dat de aansprakelijkheid van Allianz vast staat, niet dat het niet redelijk was om de kosten te maken. Ook wat betreft de hoogte zijn de gemaakte kosten redelijk. Het resterende bedrag van € 2.563,49 zal worden toegewezen, vermeerderd met de wettelijke rente daarover vanaf 10 juni 2015.

2.7.        [EISERES] vordert als onderdeel van haar totale schade ook een bedrag van € 40.000,00 voor vergoeding van immateriële schade. [EISERES] stelt dat haar kwaliteit van leven ernstig is aangetast door altijd aanwezige zeurende pijn, moeheid en cognitieve klachten. Voor het ongeval was zij energiek en beoefende zij taekwondo op hoog niveau, wat zij na het ongeval niet meer kon. Ook haar studie heeft zij niet af kunnen maken. Voor haar privéleven heeft zij nog maar weinig energie over, waardoor ze een aanzienlijk deel van haar sociale netwerk is kwijtgeraakt. Haar fysieke en psychische toestand maakt haar uiterst onzeker over haar toekomt en bijvoorbeeld het kunnen opvoeden van kinderen. Een relatie met een man uit Kosovo had geen toekomst in Nederland omdat zij niet voldoende financiële middelen had of kon vergaren, waardoor die relatie door haar is beëindigd, aldus [EISERES]. Verder is volgens [EISERES] sprake van secundaire victimisatie vanwege de negatieve opstelling van Allianz in de schadeafwikkeling. Als onderdeel van de totale immateriële schadevergoeding vordert [EISERES] daarvoor een bedrag van € 10.000,00.

2.8.        De rechtbank heeft in het tussenvonnis van 24 augustus 2016 vastgesteld dat [EISERES] de door haar gestelde klachten heeft. Ook staat vast dat [EISERES] lijdt aan een postwhiplashsyndroom (WAD I-II). Inmiddels is door het rapport van [ARTS3] echter ook komen vast te staan dat de beperkingen die [EISERES] als gevolg daarvan ondervindt geringer zijn dan zij stelt. Er zijn volgens [ARTS3] wel lichte beperkingen, maar van (volledige) arbeidsongeschiktheid is geen sprake. Er zijn geen belemmeringen voor wat betreft de zelfredzaamheid. [EISERES] heeft wel nog steeds pijnklachten. Gelet op alle omstandigheden van het geval begroot de rechtbank de door [EISERES] geleden immateriële schade als direct gevolg van het ongeval in redelijkheid op een bedrag van € 5.000,00.

2.9.        Voor wat betreft de secundaire victimisatie bestaat er onvoldoende grond voor toekenning van een schadevergoeding. Allianz heeft zich steeds op het standpunt gesteld dat er geen sprake is van de door [EISERES] genoemde beperkingen. Uit het voorgaande volgt dat zij dat standpunt niet ten onrechte heeft ingenomen.

2.10.      Rekening houdend met de al door Allianz uitgekeerde voorschotten op de immateriële schadevergoeding, in totaal € 4.000,00, zal nog een bedrag van € 1.000,00 worden toegewezen, te vermeerderen met de gevorderde wettelijke rente vanaf 10 juni 2015. 

2.11.      Nu de vordering wordt afgewezen waar het betreft het verlies aan verdienvermogen is er, zoals Allianz terecht aanvoert, geen grond voor het verstrekken van een belastinggarantie. Die vordering wordt afgewezen.

2.12.      Allianz heeft aansprakelijkheid voor de gevolgen van het ongeval erkend. De benoeming van [ARTS3] heeft plaatsgevonden om de gevolgen van het ongeval vast te stellen. Op grond van onder meer de rapportages van [ARTS1] en [ARTS2] waren er voldoende gronden om [ARTS3] als deskundige te benoemen. Hoewel het rapport van [ARTS3] de stelling van [EISERES] niet ondersteunt, acht de rechtbank het gerechtvaardigd dat Allianz de al door haar voorgeschoten kosten van [ARTS3] dient te dragen.

2.13.      [EISERES] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Allianz worden begroot op:

– griffierecht                      3.864,00

– salaris advocaat            8.027,50 (2,5 punten x tarief € 3.211,00)

Totaal                                 € 11.891,50

2.14.      De rechtbank ziet geen aanleiding om het vonnis niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren, zoals Allianz heeft gevraagd. Evenmin is er grond om aan uitvoerbaar bij voorraadverklaring de voorwaarde van zekerheidstelling door [EISERES] te verbinden.

 

  1. De beslissing

De rechtbank

3.1.        veroordeelt Allianz om aan [EISERES] te betalen een bedrag van € 3.563,49 (drieduizend vijfhonderddrieënzestig euro en negenenveertig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over het toegewezen bedrag met ingang van 10 juni 2015 tot de dag van volledige betaling,

3.2.        veroordeelt [EISERES] in de proceskosten, aan de zijde van Allianz tot op heden begroot op € 11.891,50, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

3.3.        verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,

3.4.        wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. E.J.C. Adang en in het openbaar uitgesproken op 20 december 2017.

 

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots