Rb: exploitant escape-room niet aansprakelijk voor hoofdletsel deelnemer, ongelukkige samenloop

Samenvatting:

Tijdens kantooruitje stoot benadeelde bij spel in donkere ‘Escape-tunnel’ hard zijn hoofd tegen laaghangende balk en loopt letsel op. Hij en zijn werkgever stellen de exploitant aansprakelijk. De rechtbank is van oordeel dat eisers niet hebben aangetoond dat de spelers bij het spel in situaties konden komen die zo gevaarlijk waren dat de exploitant daarvoor expliciet had moeten waarschuwen. Er is sprake van een ongelukkige samenloop.

ECLI:NL:RBMNE:2019:2914

 

Instantie

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak

20-06-2019

Datum publicatie

21-08-2019

Zaaknummer

NL 18.4696

Rechtsgebieden

Verbintenissenrecht

Bijzondere kenmerken

Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie

 

Letselschade. Exploitant is niet aansprakelijk voor hoofdlettsel dat een deelnemer aan het spel ‘escape room’ heeft opgelopen. Er is sprake van een ongelukkige samenloop.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

 

Uitspraak

 

VONNIS

 

_________________________________________________________________ _

 

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

 

Civiel recht

 

Zittingsplaats Utrecht

 

zaaknummer: NL18.4696

 

Vonnis van 20 juni 2019

 

in de zaak van

1 [eiser sub 1] ,

 

wonende te [woonplaats] ,

 

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

 

[eiser sub 2] B.V. H.O.D.N. [naam] B.V.,

 

gevestigd te [vestigingsplaats]

 

eisers, hierna samen te noemen: [eisers c.s.] , advocaat M. Nieuwstraten,

 

tegen

 

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid SNAVELENBURG BEHEER B.V.,

 

gevestigd te Utrecht,

 

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DEFABRIQUE EVENEMENTEN B.V.,

 

gevestigd te Utrecht,

 

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid DEFABRIQUE ACTIVITEITEN B.V.,

 

gevestigd te Utrecht, verweersters, hierna samen te noemen: De Kartfabrique c.s.

 

advocaat P. Oskam te Amsterdam.

1 De procedure

1.1.

 

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 

 

de procesinleiding,

 

het verweerschrift,

 

de conclusie van repliek,

 

de conclusie van dupliek,

 

de spreekaantekeningen van De Kartfabrique c.s.

 

het proces-verbaal van mondelinge behandeling op 18 april 2019.

 

1.2.

 

Ten slotte is vonnis bepaald.

 

  1. Het geschil

2.1.

 

De Kartfabrique organiseert activiteiten: karten, lasergame en het spel ‘Prison Island’. [eiser sub 2] is een accountantskantoor. [eiser sub 1] was werkzaam bij [eiser sub 2] . Op 3 september 2016 nam [eiser sub 1] bij De Kartfabrique deel aan het spel Prison Island, in het kader van een kantooruitje dat was georganiseerd door [eiser sub 2] . Het spel Prison Island bestaat uit 24 cellen. In elk van deze cellen moeten de spelers opdrachten/puzzels uitvoeren. De spellen zijn fysiek, technisch en/of tactisch van aard. [eiser sub 1] heeft bij het uitvoeren van de opdracht in een van de cellen hard zijn hoofd gestoten. Als gevolg daarvan had hij letsel aan zijn hoofd. Delta Lloyd, de aansprakelijkheidsverzekeraar van De Kartfabrique heeft een expertisebureau Cunningham Lindsey (hierna: Cunningham) een rapport laten opstellen.

2.2.

 

[eisers c.s.] stelt dat De Kartfabrique niet de noodzakelijke veiligheidsmaatregelen heeft getroffen om het letsel aan zijn hoofd te voorkomen. Hij maakt De Kartfabrique de volgende verwijten:

 

 

de spelers worden vooraf niet gewezen op mogelijke gevaren en/of veiligheidsrisico’s; niet in het voorafgaande filmpje en ook niet door de begeleidende instructeurs,

 

bij de start van het spel was het niet geheel duidelijk wat er van de deelnemers wordt verwacht en de uitleg bij de afzonderlijke ruimtes was summier; ook daar werd niet gewaarschuwd voor mogelijke risico’s of gevaren,

 

de situatie in de betreffende cel was gevaarlijk, doordat er een laaghangende balk/of laaghangende constructie was, die niet goed zichtbaar was, de verlichting werd plotseling uitgeschakeld.

 

Om ongevallen te voorkomen had De Kartfabrique volgens [eisers c.s.] de volgende maatregelen moeten treffen:

 

 

de laaghangende balk had beter zichtbaar gemaakt moeten worden door middel van een reflecterende strip of witte verf,

 

er hadden stootkussen aangebracht kunnen worden,

 

de spelers hadden verplicht moeten worden een helm te dragen, – er hadden duidelijker instructies gegeven moeten worden.

 

Door deze veiligheidsmaatregelen niet te nemen heeft De Kartfabrique onrechtmatig gehandeld tegenover [eiser sub 1] . Tegenover [eiser sub 2] heeft zij wanprestatie en/of een onrechtmatige daad gepleegd. Daarom vordert hij – na wijziging van eis – een verklaring voor recht dat De Kartfabrique e.a. aansprakelijk is voor de schade die [eisers c.s.] als gevolg van het ongeval heeft geleden en dat De Kartfabrique e.a. hoofdelijk wordt veroordeeld tot vergoeding van deze schade, nader op te maken bij staat. De schade van [eiser sub 1] bestaat volgens [eisers c.s.] uit extra ziektekosten die niet door zijn verzekering worden vergoed en immateriële schade. De schade [eiser sub 2] zijn de loonkosten vanwege loondoorbetaling bij ziekte, kosten vanwege re-integratie van [eiser sub 1] en geleden verlies en gederfde winst doordat [eiser sub 1] een periode niet of minder heeft kunnen werken.

2.3.

 

De Kartfabrique e.a. spreekt niet tegen dat [eiser sub 1] bij één van de activiteiten bij het spel Prison Island zijn hoofd heeft gestoten, maar volgens haar is zij daarvoor niet aansprakelijk. De Kartfabrique e.a. heeft naar voren gebracht dat het algemeen bekend is dat het spel Prison Island een spannend spel is waar fysieke inspanning voor nodig is en het is algemeen bekend dat de cellen vaak gematigd verlicht zijn om het spannende escape element te benadrukken. Het spannende en fysieke wordt volgens De Kartfabrique e.a. ook benadrukt in de instructiefilm die aan de spelers wordt getoond. Zij heeft een usb-stick overgelegd waarop deze instructiefilm is te zien. In de gegeven omstandigheden kan van de spelers de nodige oplettendheid en zorgvuldigheid worden verwacht.

 

Ten opzichte [eiser sub 2] beroept De Kartfabrique e.a. zich op de algemene voorwaarden van De Kartfabrique waarin zij haar aansprakelijkheid heeft beperkt. Verder heeft De Kartfabrique e.a. de hoogte van de gestelde schade betwist.

3 De beoordeling

3.1.

 

Omdat uit de beschrijving van de situatie door [eiser sub 1] niet duidelijk was in welke cel het voorval had plaatsgevonden, is ter zitting aan de hand van foto’s uit het rapport van Cunningham met partijen besproken hoe de cel er uit zag en wat er is gebeurd. De rechtbank heeft op grond van deze informatie een voldoende duidelijk beeld gekregen. Nader onderzoek door middel van een descente naar De Kartfabrique is niet nodig.

3.2.

 

Uit hetgeen besproken is ter zitting is het volgende gebleken.

3.3.

 

De deelnemers krijgen voor zij deelnemen aan het spel Prison Island in een ruimte een filmpje te zien waarin de werking van het spel globaal wordt uitgelegd.

3.4.

 

Het voorval is gebeurd in de cel “Escape tunnel”. Dit blijkt uit de beschrijving van [eiser sub 1] dat er in deze tunnel lichtknopjes waren die moesten worden ingedrukt. Het bordje dat buiten deze cel is geplaatst geeft als uitleg “7 lichtjes in de duisternis”. De

 

Kartfabrique e.a. heeft toegelicht dat zich in deze tunnel zeven knopjes bevinden ter grootte van een dubbeltje, die de spelers moeten zoeken en indrukken. Deze knopjes zijn gemaakt van zacht materiaal en geven een heel zwak licht af. Drukt men een knopje in, dan gaat het lichtje uit. De Kartfabrique e.a. heeft beschreven dat er tunnels zijn die met elkaar een “loop” maken: op de heenweg moet de deelnemer door de onderste tunnel kruipen; in dat gedeelte kan je niet staan. Dan kom de tunnel uit in een gedeelte waar even kan worden gestaan, om dan dezelfde weg terug te nemen, maar dan door de tunnel die bovenop de eerste tunnel is gelegen. Op de foto’s is te zien dat de randen van de tunnel zijn gemarkeerd met afwisselende blokken gele en zwarte verf. Tijdens de zitting hebben partijen het volgende kunnen reconstrueren: [eiser sub 1] bevond zich aan het eind van de eerste tunnel (die onderlangs liep), aan het eind kon hij even staan. Hij heeft zijn hoofd gestoten toen hij de tunnel terug wilde ingaan (die bovenlangs liep). Dit moet dus tegen de bovenkant van de tunnel zijn geweest. Dat [eiser sub 1] dit eerder als een laaghangende balk/of constructie heeft aangeduid is niet van belang.

3.5.

 

Partijen verschillen van mening over de verlichting op dat moment. Volgens

 

[eiser sub 1] viel plotseling het licht uit, juist toen hij zich bukte om de tunnel binnen te gaan. De Kartfabrique e.a. heeft dit tegengesproken en heeft als volgt uitgelegd waarom dat volgens haar niet zo heeft kunnen gebeuren. Zij heeft benadrukt dat de zwakke lichtjes wel uitgaan als er op wordt gedrukt, maar dat het tijdens het spel nooit helemaal donker wordt in deze cel, omdat er door de hele tunnel een strip ledverlichting is aangebracht. Deze ledverlichting blijft branden gedurende het spel. Verder heeft De Kartfabrique e.a. uitgelegd dat er een bepaalde tijd is waarin de opdracht moet worden uitgevoerd. Als de tijd van het spel bijna om is, wordt de tijd afgeteld en dan komt er een waarschuwingssignaal. Het spel is dan afgelopen. De ledverlichting wordt dan gedurende 30 seconden rood. Daarna begint de afterlight-zone waarin gedurende drie minuten een witte verlichting brandt. In die drie minuten moeten de spelers de cel verlaten. Na die drie minuten gaat alle verlichting uit.

 

Alleen het licht van het scherm in het halletje blijft dan aan. Het lichtje buiten de deur wordt weer groen en een nieuw spel kan beginnen.

3.6.

 

De rechtbank ziet geen reden er aan te twijfelen dat dit de gebruikelijke gang van zaken is, zodat als uitgangspunt bij de beoordeling geldt dat in de escape-tunnel aan het eind van het spel de verlichting de door De Kartfabrique c.s. genoemde fasen worden doorlopen. Door het inbouwen van deze fasen wordt er rekening mee gehouden dat de spelers enige tijd nodig hebben om het spel te verlaten voordat het donker wordt in de cel, zodat zij niet plotseling in een donkere ruimte zitten. De rechtbank is van oordeel dat daarmee de veiligheid van de deelnemers op dit punt voldoende is gewaarborgd. Het is [eisers c.s.] die moet bewijzen dat het in dit geval anders is gegaan dan gebruikelijk. De verklaringen van spelers [A] , [B] en [C] dat de verlichting zonder enige waarschuwing uitviel is onvoldoende concreet. Daarbij neemt de rechtbank ook in aanmerking dat de verklaringen van [B] en de [C] lijken te gaan over de verlichting nadat het spel was afgelopen: [B] zegt daarover:

 

“Daarna hebben wij meegemaakt dat direct nadat een spel niet succesvol was voltooid het licht uitging.”

 

En de heer [C] :

 

“De tijd was te kort en als de oefening niet volbracht was ging het licht uit.”

 

Deze verklaringen duiden er op dat het licht uitging toen de tijd voor het spel verlopen was. Verder is van belang dat gefaseerde verlichting tijdens van de mondelinge behandeling meerdere keren aan de orde is geweest. Het had voor de hand gelegen dat [eiser sub 1] , maar vooral ook de heer [C] , die bij de zitting aanwezig was een nadere toelichting zou hebben gegeven op zijn verklaring. [eiser sub 1] heeft daarop alleen naar voren gebracht dat hij zich niet kan herinneren dat hij een signaal heeft gehoord en [C] is in het geheel niet ingegaan op de uiteenzetting van De Kartfabrique e.a. De rechtbank is er dan ook niet van overtuigd geraakt dat het licht plotseling zonder enige waarschuwing vooraf uitging; het lijkt er eerder op dat deze spelers na afloop van het spel nog in de tunnel waren.

3.7.

 

Ook het feit dat de tunnel tijdens het spel maar schaars was verlicht, betekent niet dat de situatie gevaarlijk was. De Kartfabrique e.a. heeft daarover uitgelegd dat dit juist een onderdeel was van het spel. Het moest een beetje donker zijn om het extra spannend te maken. Daar komt bij dat de randen van de tunnel zichtbaar zijn door de zwart/gele verf. Ook dit punt heeft [eisers c.s.] onvoldoende tegengesproken door alleen in de conclusie van repliek op te merken dat deze verf naderhand zou zijn aangebracht.

3.8.

 

[eisers c.s.] heeft gelijk dat de uitleg op het instructiefilmpje summier is (de rechtbank heeft dit ook kunnen zien op de usb-stick), maar dat is op zich zelf geen reden om te oordelen dat er onvoldoende zorg is geweest voor de veiligheid van de spelers. De Kartfabrique c.s. heeft toegelicht dat het er juist om gaat dat de spelers moeten uitvinden wat de opdracht is in de verschillende cellen. Het is juist de bedoeling dat niet alles wordt uitgelegd. In het filmpje wordt wel gezegd dat het spel uit is, als de rode lamp brandt.

3.9.

 

Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat [eisers c.s.] niet heeft aangetoond dat de spelers bij het spel in situaties konden komen die zo gevaarlijk waren dat De Kartfabrique daarvoor expliciet had moeten waarschuwen. Daar komt nog bij [eiser sub 1] ter zitting heeft verteld hoe het is gegaan toen hij zijn hoofd stootte. Daaruit blijkt dat hij toen hij rechtop was gaan staan de ingang van de tunnel vóór zich zag en dat juist toen hij daar in wilde gaan het licht uitviel. [eiser sub 1] had de tunnel dus gezien. Als het zo is dat het op dat moment donker werd, had hij dus juist heel voorzichtig moeten zijn en bijvoorbeeld eerst met zijn handen moeten aftasten waar de randen van de tunnel waren. Een uitgebreidere uiteenzetting over het spel en de situaties waarin de spelers terecht zouden komen had het ongeval niet voorkomen.

3.10.

 

Het is inderdaad zo dat [eiser sub 1] geen letsel zou hebben gekregen als hij een helm op had gehad zoals hij stelt. De rechtbank is het eens met De Kartfabrique e.a. dat het voorschrijven van deze voorzorgsmaatregel echt te ver zou gaan. Door de verf die is aangebracht lijkt het alsof de tunnels zijn gemaakt van beton, maar in werkelijkheid is alles gebouwd van hout. Stoten tegen hout heeft in deze setting over het algemeen niet zulke ernstige gevolgen dat speciale veiligheidsmaatregelen moeten worden genomen. Dit geldt ook voor het andere voorstel van [eisers c.s.] dat er stootkussen aangebracht hadden moeten worden.

3.11.

 

Alles bij elkaar genomen moet worden geconcludeerd dat [eiser sub 1] zijn hoofd heeft gestoten door een ongelukkige samenloop. Dit heeft heel nare gevolgen voor hem gehad. Voor de vraag of de schade die hij en zijn werkgever door dit ongelukkige incident hebben geleden verhaald kan worden op De Kartfabrique e.a., is echter een juridische beoordeling nodig van de aansprakelijkheid. Zoals hiervoor is geconcludeerd is aan de vereisten voor deze aansprakelijkheid niet voldaan.

3.12.

 

De vordering tot verklaring voor recht dat De Kartfabrique e.a. aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval moet worden afgewezen. De rechtbank komt daarom niet toe aan een beoordeling van de door [eisers c.s.] geleden schade.

3.13.

 

[eisers c.s.] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van De Kartfabrique e.a. worden begroot op:

 

 

griffierecht € 3.946,00

 

salaris advocaat 5.121,00 (3 punten × tarief € 1.707,00)

 

Totaal € 9.067,00

4 De beslissing

 

De rechtbank

4.1.

 

wijst de vorderingen af,

4.2.

 

veroordeelt [eisers c.s.] in de proceskosten, aan de zijde van De Kartfabrique e.a. tot op heden begroot op € 9.067,00, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over dit bedrag met ingang van veertien dagen na dit vonnis tot de dag van volledige betaling,

4.3.

 

veroordeelt [eisers c.s.] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 157,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat hij niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW over de nakosten met ingang van veertien dagen na de betekening van dit vonnis tot aan de voldoening,

4.4.

 

verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

 

Dit vonnis is gewezen door mr. M.E. Heinemann en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2019.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey