Rb, deelgeschil: werkgeversaansprakelijkheid auto-ongeval in USA niet geschikt voor deelgeschil; klachtplicht geschonden

Samenvatting:

Deelgeschil waarin de aansprakelijkheid van een werkgever ex artikel 7:658 en 7:611 BW voor een verkeersongeval van een werknemer in het buitenland centraal staat. De Kantonrechter is van oordeel dat de onderhavige kwestie zich niet leent voor een deelgeschil. Hij acht zich namelijk onvoldoende voorgelicht over de feiten en omstandigheden, waardoor hij geen oordeel kan geven over de vraag of de werkgever aansprakelijk is. Er zal nader bewijs dienen te worden geleverd door bijvoorbeeld het horen van getuigen of het gelasten van een deskundigenbericht. Naar het oordeel van de Kantonrechter wegen de tijd, kosten en moeite die hiermee gepaard gaan niet op tegen de bijdrage die hiermee geleverd kan worden aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst tussen partijen. Ook resteren er nog veel meer geschilpunten tussen partijen. De kantonrechter oordeelt ook nog dat de werknemer niet heeft voldaan aan de klachtplicht ex artikel 6:89 BW, waardoor de werkgever ernstig in zijn belangen is geschaad. (r.o. 4.7 t/m 4.11). De kantonrechter ziet geen reden om de kosten aan de zijde van de werknemer te begroten: ‘de consequentie van het oordeel dat de werknemer zijn klachtplicht heeft geschonden is immers het verlies van al zijn rechten’.


 
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Afdeling civiel recht kantonrechter
zitting houdend te Almere
Zaak- en rekestnummer: 2176266 ME VERZ 13-245
Datum beslissing: 28 november 2013
Beschikking in de zaak van
[WERKNEMER],
wonende te [woonplaats],
verzoeker,
gemachtigde mr. H. van Ommen,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ASM EUROPE B.V.,
gevestigd te Almere,
belanghebbende,
gemachtigden mr. H.M. Kruitwagen en mr. D.K. Baas.
Partijen zullen hierna [werknemer] en ASM genoemd worden.
1. De procedure
1.1.        Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het verzoekschrift met daarbij acht producties
– het verweerschrift met daarbij tien producties
– de mondelinge behandeling op 3 oktober 2013
– de pleitnota van de zijde van [werknemer]
– de pleitnota van de zijde van ASM.
2. De feiten
2.1. Op 1 maart 2007 is [werknemer] betrokken geweest bij een verkeersongeval in Arizona (VS), hierna het ongeval.
2.2. Ten tijde van het ongeval was [werknemer] werkzaam voor ASM. [werknemer] is op 14 augustus 2006 bij ASM in dienst getreden op basis van een contract voor 40 uur per week voor bepaalde tijd (één jaar) in de functie van Field Service Engineer.
2.3. ASM is wereldwijd gevestigd in dertien landen en is gespecialiseerd in de ontwikkeling en levering van micro-elektronische producten.
 
 
2.4. In de periode waarin het ongeval plaatsvond, was [werknemer] door ASM uitgezonden naar de VS waar hij werkzaamheden zou verrichten bij een klant van ASM te Phoenix . (Arizona).
2.5. Op 1 maart 2007 was [werknemer] samen met een collega (Damian [bestuurder], hierna [bestuurder]) met de auto onderweg in verband met een lunch. [werknemer] zat als bijrijder voorin de auto die werd bestuurd door [bestuurder]. [bestuurder] had de auto gereserveerd bij ASM om naar de lunchlocatie te kunnen rijden.
2.6. [bestuurder] en [werknemer] reden op de middelste baan van een driebaansweg met een snelheid van ongeveer 45 mph (72 km/u), een toegestane snelheid. Van achter een aan de rechterkant van de weg geparkeerde vrachtwagen stak een auto de driebaansweg over. Het zicht vanuit deze overstekende auto over de driebaansweg was zeer beperkt. De overstekende auto is vervolgens in botsing gekomen met de auto van [bestuurder] en [werknemer], die met de voorkant inreed op de zijkant van de overstekende auto. Door de botsing kwam de overstekende auto in omgekeerde richting op de weg te staan, waarbij deze de achterkant van de auto van [bestuurder] en [werknemer] raakte.
2.7. [bestuurder] droeg op het moment van de botsing zijn autogordel, [werknemer] niet.
2.8. Na het ongeval is de politie ter plaatse gekomen en is een ‘Arizona Traffic Incident Report’ opgemaakt, waarin de gegevens van de betrokkenen en hun verzekeraars zijn genoteerd.
2.9. [werknemer] is kort na het ongeval medisch onderzocht in het Chandler Regional Hospital. Hij had verwondingen aan zijn gezicht, onder andere een gescheurd ooglid. In verband met hoofd- en nekpijnklachten is in het ziekenhuis een CT-scan gemaakt van de hersenen en een röntgenonderzoek van de halswervelkolom uitgevoerd. Hierbij zijn geen afwijkingen geconstateerd.
2.10. De andere twee betrokkenen bij het ongeval, [bestuurder] en de bestuurder van de overstekende auto, hebben geen letsel opgelopen als gevolg van het ongeval.
2.11. Op 5 maart 2007 heeft [werknemer] zijn werkzaamheden voor ASM hervat.
2.12. Op 12 maart 2007 heeft [werknemer] in verband met klachten zijn werkzaamheden gedeeltelijk gestaakt. Hij is vervolgens teruggekeerd naar Nederland.
2.13. Op 14 maart 2007 heeft [werknemer] zijn huisarts bezocht in verband met hoofd- en nekpijnklachten. Daarnaast ondervond [werknemer] last van misselijkheid, sterren voor de ogen, trillende handen, droge mond, tintelende vingers, overmatig transpireren, concentratieproblemen en een zweverig gevoel. De huisarts heeft [werknemer] doorverwezen naar een oefentherapeut Cesar en een fysiotherapeut.
2.14. In Nederland is [werknemer] uiteindelijk in een passende functie volledig gere-integreerd bij ASM: vanaf 19 april 2007 was [werknemer] voor 50% werkzaam, vanaf 19 juli 2007 70% en vanaf 12 november 2007 100%.
 
 
2.15. Na afloop van het jaarcontract van [werknemer] bij ASM (6 augustus 2007) is het contract eenmalig met vier maanden verlengd. Na afloop van deze termijn op 6 december 2007 is het contract van rechtswege geëindigd.
2.16. Na de beëindiging van het dienstverband bij ASM heeft [werknemer] gepoogd zijn -gestelde — schade ten gevolge van het ongeval te verhalen op de (verzekeraar van de) Amerikaans automobilist die het ongeval heeft veroorzaakt. In dat kader heeft ASM, op verzoek van Amerikaanse advocaat van [werknemer], op 18 maart 2008 aan diezelfde advocaat een formulier gestuurd met daarin arbeidsgegevens (functie en beloning) van [werknemer] ten tijde van het ongeval en het arbeidsverzuim na het ongeval.
2.17. Bij brief van 23 februari 2011 heeft de advocaat van [werknemer] ASM aansprakelijk gesteld voor de door [werknemer] geleden en nog te lijden schade in verband met het hem overkomen ongeval.
2.18. Op 26 september 2011 heeft (de advocaat van) [werknemer] van de advocaat van ASM een afwijzing van de aansprakelijkheid van ASM voor de gevolgen van het [werknemer] overkomen ongeval ontvangen.
2.19. Op 12 januari 2012 heeft de advocaat van [werknemer] aan ASM een stuitingsbrief gezonden.
2.20. Voordat het ongeval [werknemer] in maart 2007 overkwam, heeft [werknemer] in de periode van 26 juli 2003 tot 1 juli 2006 een WAO-uitkering ontvangen in verband met vermoeidheidsklachten. Verder heeft [werknemer] in de periode van september 2005 tot september 2006 last gehad van hoofd- en nekpijn.
3. Het geschil
3.1. [werknemer] heeft verzocht dat de kantonrechter:
1. zal verklaren voor recht dat ASM jegens [werknemer] op grond van artikel 7:658 BW juncto 7:611 BW aansprakelijk is voor de door [werknemer] geleden schade als gevolg van het verkeersongeval van 1 maart 2007;
2. de kosten van rechtsbijstand van [werknemer] zal begroten op grond van hetgeen [werknemer] heeft aangegeven onder punt 65 tot en met 69 en zal beslissen dat ASM in de begrote kosten van dit deelgeschil wordt veroordeeld.
3.2. ASM voert verweer.
3.3. Op de stellingen van partijen zal hierna, voor zover van belang, worden ingegaan.
4. De beoordeling
4.1.        Desgevraagd heeft [werknemer] ter zitting uitdrukkelijk medegedeeld dat zijn verzoek uitsluitend ziet op de aansprakelijkheidsvraag. De rechtbank zal het verzoek dan ook in die zin begrijpen en beoordelen.
 
4.2. Van de zijde van ASM is betoogd dat het volledige geschil aan de rechtbank zou zijn voorgelegd en dat de zaak zich om die reden niet zou lenen voor behandeling in deze deelgeschilprocedure. Zoals hierboven overwogen, is het verzoek van [werknemer] uitsluitend beperkt tot de aansprakelijkheidsvraag en ten aanzien van deze vraag is, zowel in de wetsgeschiedenis als in de jurisprudentie, uitgemaakt dat de beantwoording daarvan zich in beginsel leent voor behandeling in een deelgeschil.
4.3. Desalniettemin is de kantonrechter van oordeel dat de zaak in dit specifieke geval niet geschikt is om als deelgeschil te worden behandeld. [werknemer] heeft zijn verzoek gegrond op de aansprakelijkheid van zijn voormalige werkgever ex art. 7:611 en/of 7:658 BW: schending van de zorgplicht van de werkgever jegens zijn werknemer. Voor de beoordeling van de aansprakelijkheid van ASM op die gronden zijn in dit geval onder andere de volgende vragen van belang.
4.3.1. Ten eerste de vraag of het [werknemer] overkomen ongeval gedurende werktijd plaatsvond, althans of de gevolgen van het ongeval voor [werknemer] voor risico van ASM als toenmalige werkgever moeten komen. Tussen partijen staat vast dat het ongeval plaatsvond tijdens de lunch. [werknemer] heeft hierover gesteld dat dit een werklunch betrof, maar dat wordt betwist door ASM. Er zijn, behoudens de verklaring van [bestuurder], geen (getuigen)verklaringen in het geding gebracht die op dit punt uitsluitsel bieden. De verklaring van [bestuurder] lijkt de lezing van ASM te ondersteunen, maar is meer dan zes jaar na het ongeval opgesteld (in de Engelse taal). Bovendien was [bestuurder] destijds, en ook ten tijde van het opstellen van de verklaring ten behoeve van ASM, werknemer van ASM.
4.3.2. Ten tweede de vraag of, zo de eerste vraag bevestigend beantwoord moet worden, de werkgever naar de maatstaven op het moment waarop het ongeval plaatsvond adequaat verzekerd was. Daarvoor is van belang welke verzekeringsmogelijkheden er ten tijde van het ongeval waren en wat de toen heersende maatschappelijke opvattingen waren over de vraag voor welke schade een behoorlijke verzekering dekking dient te verlenen. [werknemer] is van mening dat de door ASM afgesloten verzekeringen onvoldoende waren, terwijl ASM zich op het standpunt heeft gesteld dat, gelet op de tijdgeest toen, zij afdoende verzekerd was.
4.4. Over het antwoord op beide vragen zijn partijen het dus niet eens. Op dit moment acht de kantonrechter zich, op basis van de thans beschikbare informatie, onvoldoende voorgelicht om over beide punten te kunnen oordelen. Nader bewijs zal derhalve door (één van) partijen moeten worden geleverd, bijvoorbeeld door het horen van getuigen of het gelasten van een deskundigenbericht. Naar het oordeel van de kantonrechter wegen de tijd, kosten en moeite die hiermee gepaard gaan niet op tegen de bijdrage die hiermee geleverd kan worden aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst tussen partijen. Ook na beantwoording van voormelde vragen resteren nog veel geschilpunten tussen partijen: onder andere over de omvang van de schade, het causaal verband tussen de schade en het ongeval mede in het licht van de medische voorgeschiedenis van [werknemer] en eventuele ‘eigen schuld’ aan de zijde van [werknemer] doordat hij op het moment van het ongeval geen veiligheidsgordel droeg.

4.5. Op hetgeen hierboven is overwogen onder 4.3. en 4.4. zou het verzoek van [werknemer] al stranden.

4.6. Daarnaast is door ASM met een beroep op art. 6:89 BW bovendien gesteld dat [werknemer] niet tijdig heeft geklaagd en daardoor zijn rechten en bevoegdheden heeft verloren.
 
 
4.7. Bij de beantwoording van de vraag of is voldaan aan de in art. 6:89 BW besloten liggende klachtplicht dient acht te worden geslagen op alle omstandigheden van het geval, waaronder de aard en inhoud van de rechtsverhouding, de aard en inhoud van de prestatie en de aard van het gestelde gebrek in de prestatie. Daarbij is van groot belang of de schuldenaar nadeel lijdt door het late tijdstip waarop de schuldeiser heeft geklaagd. De klachtplicht van art. 6:89 BW is ook van toepassing bij schending van een zorgplicht.
4.8. De kantonrechter overweegt hierover als volgt. Het ongeval is [werknemer] in maart 2007 overkomen. [werknemer] is vervolgens tijdens zijn dienstverband voor ASM uiteindelijk voor 100% gere-integreerd. In december 2007 is van rechtswege een einde gekomen aan dit dienstverband omdat het arbeidscontract voor bepaalde tijd niet is verlengd. Eerst bij brief van 23 februari 2011 heeft (de advocaat van) [werknemer] ASM aansprakelijk gesteld voor de door [werknemer] geleden en nog te lijden schade in verband met het hem overkomen ongeval. Dit moet opgevat worden als het moment waarop [werknemer] voor het eerst ‘geklaagd’ heeft over de schending van de zorgplicht van ASM als werkgever. [werknemer] heeft dus pas na bijna vier jaar geklaagd bij ASM. Op één enkel verzoek om informatie te verschaffen aan de advocaat van [werknemer] in de VS na (in maart 2008), waaraan ASM overigens heeft voldaan, heeft [werknemer] met zijn voormalige werkgever geen enkel contact onderhouden over het ongeval, over de – door [werknemer] gestelde – gevolgen van het ongeval en over zijn pogingen om de schade te verhalen op de veroorzaker van het ongeval. Van maart 2008 tot de aansprakelijkstelling in februari 2011 heeft ASM in het geheel niets meer vernomen van [werknemer].
4.9. Er kan niet anders geoordeeld worden dan dat ASM door het tijdsverloop ernstig is geschaad in haar bewijspositie jegens [werknemer]. ASM is, door het zwijgen van [werknemer], niet bedacht geweest op de aansprakelijkheidstelling door [werknemer] vier jaar na het ongeval. Zij had daarop ook niet bedacht hoeven zijn, omdat [werknemer] op het moment dat de arbeidsovereenkomst tussen partijen eindigde volledig gere-integreerd was en ASM geen notie had of kon hebben van de volgens [werknemer] voortdurende klachten tengevolge van het ongeval en van het feit dat de ten behoeve van [werknemer] afgesloten verzekering(en) de geleden schade volgens [werknemer] onvoldoende dekte(n). Door het tijdsverloop zijn voor ASM mogelijkheden verloren gegaan om nog (betrouwbare) getuigenverklaringen te verzamelen over (de toedracht van) het ongeval en de relevante omstandigheden waaronder dit ongeval heeft plaatsgevonden, zoals bijvoorbeeld de vraag of het ongeval al dan niet tijdens een werklunch heeft plaatsgevonden.
4.10. Daarnaast is ASM door het tijdsverloop ook ernstig geschaad in haar regresmogelijkheden voor zover zij aansprakelijk zou kunnen worden gehouden voor de schade die [werknemer] ten gevolge van het ongeval stelt te lijden en te hebben geleden. De nadelige bewijspositie waarin [werknemer] ASM heeft gebracht, speelt ASM immers ook parten indien zij verhaal zou willen zoeken op de veroorzaker van het ongeval of diens verzekeraar. Nog daargelaten de vraag of eventuele vorderingsrechten inmiddels niet verjaard zullen zijn naar het recht van Arizona. Het is te begrijpen dat [werknemer] de eerste periode na het ongeval zich in de eerste plaats richtte op zijn herstel en op de re-integratie. Een driejaar (gerekend vanaf het laatste indirecte contact in maart 2008) durende "radiostilte" ten opzichte van ASM, acht de kantonrechter onder de gegeven omstandigheden echter te lang.
 
Dat [werknemer] na het einde van zijn dienstverband eerst zelfstandig, zonder succes, heeft geprobeerd verhaal te zoeken in de VS (zonder ASM daar actief bij te betrekken) alvorens ASM aan te spreken op de vermeende schending van haar zorgplicht jegens [werknemer], is een keuze van [werknemer] en een omstandigheid die naar het oordeel van de kantonrechter voor zijn rekening en risico moet blijven.
4.11. Gezien het bovenstaande slaagt het beroep door ASM op art. 6:89 BW. [werknemer] heeft niet voldaan aan zijn plicht om tijdig aan ASM kenbaar te maken dat hij ASM aansprakelijk achtte voor de nadelige gevolgen van het ongeval wegens het niet nakomen van een zorgplicht van ASM. Het verzoek om, kort gezegd, voor recht te verklaren dat ASM aansprakelijk is jegens [werknemer], zal worden afgewezen.
4.12. Gelet op de gronden voor de afwijzing van het verzoek is er geen aanleiding om de kosten die [werknemer] in het kader van deze procedure heeft gesteld te hebben gemaakt, te begroten. De consequentie van het oordeel dat [werknemer] zijn klachtplicht heeft geschonden is immers het verlies van alle rechten.
5. De beslissing
De kantonrechter:
5.1.        wijst de verzoeken van [werknemer] af.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.M. van Jaarsveld en in het openbaar uitgesproken op 28 november 2013, in tegenwoordigheid van de griffier.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey