Rb, deelgeschil: voorschot, verklaring voor recht en kosten deelgeschil afgewezen, nu reeds ander procedures zijn gestart

Samenvatting:

Benadeelde heeft bij motorongeval in 2007 bilspier gescheurd (13% b.i.). 1. Benadeelde verzoekt voor recht te verklaren dat hij volledig arbeidsongeschikt is als gevolg van het ongeval, waarbij hij uitgaat van een inkomen van € 7000,- per maand (inkomensschade te ramen op € 1.500.000,-). . Hij verzoekt tevens om een voorschot van € 400.000,-.De rechtbank acht het verzoek om een voorschot niet toewijsbaar; de voorlopige voorzieningenprocedure is hiervoor de geëigende weg. 2. De rechtbank oordeelt dat de schade niet eenvoudig is vast te stellen. Verzekeraar heeft reeds een voorlopig deskundigenonderzoek gevraagd ter vaststelling van arbeidsbeperkingen en het verlies aan verdienvermogen. Voorts heeft de verzekeraar een dagvaardingsprocedure gestart, waarin verklaring voor recht wordt gevraagd dat schade met de verstrekte voorschotten (€ 338.500,- ) is vergoed. 3. Kosten deelgeschilprocedure afgewezen, nu deze volstrekt onnodig en onterecht is ingesteld.

LJN: CA1890, Rechtbank Noord-Holland, 141023 / HA RK 12-66
Datum uitspraak: 28-02-2013
Datum publicatie: 04-06-2013
Rechtsgebied: Civiel overig
Soort procedure: Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie: Afwijzing verzoek in deelgeschil. Deelgeschil is niet de aangewezen weg voor een verzoek tot voorschot ingeval dit niet bijdraagt aan totstandkoming van een minnelijke regeling. Kern van het geschil tussen partijen is de omvang van de schade. Deze is niet eenvoudig vast te stellen en evenmin is vast te stellen of de schade meer zal bedragen dan de uitgekeerde voorschotten. Verzekeringsmaatschappij had een voorlopig deskundigenonderzoek gevraagd ter vaststelling van arbeidsbeperkingen en het verlies aan verdienvermogen. Voorts heeft de verzekeringsmaatschappij een dagvaardingsprocedure gestart waarbij primair is gevorderd een verklaring voor recht dat met de reeds betaalde voorschotten de geleden en nog te lijden schade volledig is betaald. Kostenbegroting afgewezen.

Vindplaats(en): Rechtspraak.nl

Uitspraak
beschikking
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
Afdeling Privaatrecht
Sectie Handel & Insolventie
SV/JB
Zaak- / rekestnummer: 141023 / HA RK 12-66
Beschikking van 28 februari 2013

in de zaak van

[naam verzoeker],
wonende te D-35796 Weinbach, Duitsland
verzoeker bij verzoekschrift van 15 oktober 2012,

advocaat mr. K. Aantjes te Rijswijk,

tegen

de commanditaire vennootschap Turien & Co,
gevestigd te Alkmaar,
verweerster,
advocaat voorheen mr. J.R. Meelker, thans mr. P. Henning Hulsbergen-Awater te Amersfoort.

Partijen zullen hierna genoemd worden [verzoeker] respectievelijk Turien.

1. De procedure

1.1 Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het verzoekschrift
– de brief van 27 december 2012 van de zijde van [verzoeker], voorzien van een kostenbegroting en producties 14 t/m 17
– het verweerschrift
– de brief van 3 januari 2013 van de zijde van Turien
– de brief van 10 januari 2013 van de zijde van Turien, voorzien van producties 8 en 9
– het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 14 januari 2013

2. De feiten

2.1 [verzoeker], geboren 10 november 1961, is op 1 augustus 2007 te Amsterdam op zijn motorfiets aangereden door een bij Turien verzekerde auto. Als gevolg van dit ongeval heeft [verzoeker] een scheur in zijn bilspier opgelopen waardoor hij pijn- en mobiliteitsklachten heeft.

2.2 Sinds het ongeval heeft [verzoeker] niet meer gewerkt. Voor de datum van het ongeval was hij vanaf 2005 werkzaam als zelfstandig arbeitsvermittler en personal coach. [verzoeker] was reeds begonnen met een opleiding, die hij in 2010 heeft afgerond.

2.3 In gezamenlijk overleg tussen partijen heeft een orthopedische expertise plaatsgevonden. Orthopedisch chirurg [naam chirurg] heeft op 1 mei 2011 een rapport uitgebracht. De conclusie van [de chirurg] luidt – samengevat en voor zover thans relevant – dat [verzoeker] een totaal aan lichamelijk functieverlies van 13% heeft. [de chirurg] heeft pijnklachten en motorische klachten en beperkingen geconstateerd, die zeer waarschijnlijk niet zullen verbeteren of verslechteren.

2.4 In gezamenlijk overleg heeft een onderzoek naar de arbeidsmogelijkheden van [verzoeker] plaatsgevonden door Rehacare GmbH te München.

2.5 Turien heeft aansprakelijkheid voor schade ten gevolge van het ongeval erkend.

2.6 In totaal is tot heden in ieder geval een bedrag van [euro] 338.500,- aan voorschotten door Turien aan [verzoeker] uitgekeerd.

2.7 Turien is bij dagvaarding van 1 november 2011 een bodemprocedure tegen [verzoeker] gestart om op 19 december 2012 te verschijnen voor deze rechtbank.

2.8 Bij beschikking van 27 december 2012 van deze rechtbank tussen partijen is een voorlopig deskundigenbericht bevolen en zijn twee (arbeids)deskundigen benoemd.

3. Het geschil

3.1 [verzoeker] verzoekt de rechtbank bij beschikking, uitvoerbaar bij voorraad,

voor recht te verklaren dat de omschreven klachten en beperkingen uitsluitend aan het ongeval van 1 augustus 2007 zijn toe te rekenen, dat [verzoeker] daardoor blijvend volledig arbeidsongeschikt is en dat Turien het daaruit voortvloeiende verlies aan verdienvermogen aan [verzoeker] dient te vergoeden,

alsmede Turien te veroordelen om binnen 14 dagen na de datum van deze beschikking aan [verzoeker] te voldoen bij wijze van voorschot het bedrag van [euro] 400.000,-;

met begroting van de proceskosten en met veroordeling van Turien deze kosten aan [verzoeker] te voldoen.

3.2 [verzoeker] heeft aan zijn verzoek – kort samengevat – ten grondslag gelegd dat de blijvende, volledige arbeidsongeschiktheid door het ongeval is veroorzaakt en dat Turien hiervoor aansprakelijk is. [verzoeker] heeft dringend behoefte aan een nader, substantieel voorschot om een nieuw te bouwen, aangepaste (gelijkvloerse) woning te kunnen bekostigen. Hij kan niet in de woning, die hij thans bewoont, blijven wonen, vanwege zijn beperkingen bij traplopen.
Op basis van een maandelijks inkomen van [euro] 7.000,- dat hij zou kunnen verdienen indien het ongeval was uitgebleven, is de inkomensschade te ramen op [euro] 1.500.000,-.

3.3 Turien heeft gemotiveerd verweer gevoerd. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

Bevoegdheid

4.1 [verzoeker] heeft deze zaak bij verzoekschrift aangebracht bij de rechtbank Alkmaar. Hoofdregel in verzoekschriftprocedures is dat de woonplaats van verzoeker de relatieve bevoegdheid bepaalt. Echter, gelet op het bepaalde in 1019x, lid 1 Rv acht de rechtbank zich in dit deelgeschil bevoegd.

Inhoudelijke beoordeling

4.2 Ter gelegenheid van de mondelinge behandeling heeft de raadsman van [verzoeker] benadrukt dat het belang van [verzoeker] bij dit deelgeschil voornamelijk is gelegen in het verzochte voorschot. [verzoeker] kan namelijk niet blijven wonen waar hij thans woont en wil een nieuw huis bouwen. Het verzochte voorschot moet [verzoeker] voldoende zekerheid bieden om de bouw te financieren.

4.3 De rechtbank stelt voorop dat Turien niet betwist dat zij aansprakelijk is voor de schade ten gevolge van het ongeval. Ook heeft Turien de door [de chirurg] in zijn rapportage vastgestelde klachten en beperkingen en het causale verband daarvan met het ongeval tot uitgangspunt genomen. De discussie tussen partijen spitst zich toe op de vraag of die gevolgen van het ongeval leiden tot, zoals [verzoeker] stelt, volledige en blijvende arbeidsongeschiktheid. Turien betwist dat en heeft in dat kader ook een nader (voorlopig) deskundigenbericht verzocht, welk verzoek is toegewezen. Verder heeft Turien zich op het standpunt gesteld, blijkens de dagvaarding in de bodemprocedure, dat zij met het tot heden reeds betaalde voorschot de schade die het gevolg is van het ongeval heeft vergoed. Zo vindt Turien het niet aannemelijk dat [verzoeker] na het ongeval in inkomen zou zijn gestegen van [euro] 3.000,– naar [euro] 7.000,00. Turien is primair van mening dat er geen sprake is van een deelgeschil nu er over tal van punten nog geen overeenstemming is, hetgeen het bereiken van een vaststellingsovereenkomst in de weg staat. Het verzoek om een omvangrijk voorschot op de schade had [verzoeker] bij kort geding dienen te verzoeken. Met het aanhangig maken van dit deelgeschil omzeilt [verzoeker] het vereiste van spoedeisendheid en het ontbreken van een volledige vergoeding van de advocaatkosten, aldus Turien.

4.4 De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of het verzoek zich leent voor een behandeling in een deelgeschilprocedure als bedoeld in de artikelen 1019w-1019cc Rv. De rechtbank overweegt dat het doel van een deelgeschilprocedure is de dat de buitengerechtelijke afhandeling van letsel- of overlijdensschade wordt vereenvoudigd en versneld. Aan de orde kunnen in beginsel alle geschilpunten komen waarvan beslechting ingevolge het bepaalde in artikel 1019w Rv kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. De uitspraak in een deelgeschil moet partijen in staat stellen om de buitengerechtelijke onderhandelingen weer op te pakken en af te ronden.
In artikel 1019z Rv is bepaald dat de rechtbank een verzoek om beslechting van een deelgeschil afwijst voor zover de verzochte beslissing naar haar oordeel onvoldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.

4.5 De rechtbank stelt bij de beantwoording van deze vraag voorop dat een deelgeschil niet de aangewezen weg voor een verzoek om een voorschot is, ingeval dit zeker niet bijdraagt aan de totstandkoming van een schikking. Daarvoor is de voorlopige voorzieningenprocedure de geëigende weg. In zoverre is het verzoek, voor zover dat ziet op een aanvullend voorschot, niet toewijsbaar.

4.6 Voordat het onderhavige deelgeschil werd aangebracht bij deze rechtbank, had Turien een verzoek om een voorlopig deskundigenbericht bij de rechtbank Alkmaar ingediend. Bij beschikking van 27 december 2012 heeft deze rechtbank dit verzoek toegewezen en de heren [naam 1] en [naam 2], arbeidsdeskundigen c.q. letselschade-experts, benoemd. Voorts heeft Turien bij dagvaarding van 1 november 2012 een bodemprocedure aanhangig gemaakt waarbij (primair) is gevorderd te verklaren voor recht dat met betaling van in totaal [euro] 325.000,- aan [verzoeker] en [euro] 29.753,- aan zijn rechtshulpverleners de geleden en nog te lijden schade volledig is betaald.
Turien heeft met het aanhangig maken van deze procedures kenbaar gemaakt dat zij geen heil meer ziet een afdoening buiten rechte.

4.7 Kern van het geschil tussen partijen is derhalve de omvang van de schade. Dit geschil is inmiddels met de genoemde dagvaardingsprocedure aan de bodemrechter voorgelegd. Reeds hieruit leidt de rechtbank af dat een beslissing in dit deelgeschil de buitengerechtelijke onderhandelingen niet zal vlottrekken. Bovendien zou, indien de rechtbank in dit deelgeschil een oordeel zou geven over (de grondslag van) het verzochte voorschot, dit een bindende eindbeslissing zijn, waartegen in beginsel geen hoger beroep kan worden ingesteld. Daaraan zou de rechtbank derhalve in de bodemprocedure in beginsel gebonden zijn. Het voeren van een open debat in de bodemprocedure alsmede in de voorlopige deskundigenprocedure zou dan in ieder geval belemmerd worden.

4.8 Voorts is de rechtbank van oordeel dat met de thans voorhanden gegevens, waaronder de genoemde rapportages, niet eenvoudig kan worden vastgesteld dat de schade van [verzoeker] meer zal bedragen dan het reeds uitgekeerde bedrag aan voorschotten. Tussen partijen staat vast dat Turien tot heden een voorschot van in totaal in ieder geval [euro] 338.500,- heeft betaald.
De rapportage van [de chirurg] rechtvaardigt naar het oordeel van de rechtbank niet zonder meer het standpunt van [verzoeker] dat hij volledig en blijvend arbeidsongeschikt is ten gevolge van het ongeval. Voorts ontbreken de vereiste arbeidskundige gegevens betreffende de gevolgen van de vastgestelde beperkingen voor het verdienvermogen. Het rapport van Rehacare biedt naar het oordeel onvoldoende feitelijke gegevens en uitgangspunten om het inkomensverlies te kunnen berekenen, nog daargelaten dat dit rapport in het Duits in het geding is gebracht. Bovendien heeft Turien betwist dat dit rapport op goede gronden berust, nu Rehacare [verzoeker] niet heeft onderzocht. Een oordeel over het verlies aan verdiencapaciteit vereist derhalve nader arbeidskundig onderzoek, waarin reeds is voorzien bij de genoemde uitspraak van deze rechtbank in het voorlopige deskundigenrapport. Een beslissing zal ook om deze reden geen bijdrage leveren aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst.

4.9 Daar komt nog bij dat [verzoeker] aan zijn verzoek om een voorschot een maandelijks inkomen van [euro] 7.000,-, subsidiair [euro] 3.000,- ten grondslag heeft gelegd. Het inkomen van [euro] 7.000,- zou [verzoeker] hebben kunnen genereren, ware hij niet arbeidsongeschikt geraakt, het inkomen van [euro] 3.000,- betrof zijn inkomen voor het ongeval.
Turien heeft beide inkomens betwist wegens het ontbreken van een feitelijke onderbouwing. Ondanks herhaald verzoek van Turien heeft [verzoeker] geen inkomensgegevens verstrekt.
De rechtbank stelt vast dat ook dit uitgangspunt voor een berekening van de schade in geschil is en niet zonder nader onderzoek dan wel bewijsvoering kan worden vastgesteld.

4.10 Uit het voorgaande volgt dat een beslissing op het verzoek om vast te stellen dat [verzoeker] als gevolg van het ongeval blijvend arbeidsongeschikt is niet valt geven zonder nader onderzoek en dat met een voorschot in het onderhavige deelgeschil de buitengerechtelijke afhandeling van de schade van [verzoeker] niet wordt vereenvoudigd of versneld. De verzochte beslissing kan daarom onvoldoende bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst en het verzoek zal om die reden worden afgewezen.

Kosten van de deelgeschilprocedure

4.11 [verzoeker] heeft verzocht Turien te veroordelen in de kosten als bedoeld in artikel 1019aa Rv, te begroten op [euro] 5.771,70. Daar komen bij de nadere reiskosten van [verzoeker] ad [euro] 95,-, hotelkosten pro memorie, vertaalkosten [euro] 529,25 en nog te maken vertaalkosten pro memorie.

4.12 Ook als een verzoek op grond van artikel 1019z Rv wordt afgewezen, dient de rechtbank de kosten te begroten. Dit is alleen anders indien de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. Van deze laatste situatie is in het onderhavige geval sprake. [verzoeker] heeft er ten onrechte voor gekozen een deelgeschil aanhangig te maken, teneinde hoofdzakelijk een voorschot te verkrijgen om de bouw van een huis te kunnen financieren. Daarvoor is, zoals gezegd, de kort geding procedure de geëigende weg. Nu voorts is overwogen dat met de verzochte beslissing geen bijdrage zou zijn geleverd aan een buitengerechtelijk tot stand te komen overeenkomst, te meer er reeds een voorlopig deskundigenonderzoek loopt en een bodemprocedure is gestart, ziet de rechtbank aanleiding het verzoek om de kosten te begroten af te wijzen.

5. De beslissing

De rechtbank,

– wijst het verzoek af.

Deze beschikking is gegeven door mr. J. Blokland en in het openbaar uitgesproken op 28 februari 2013.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey