Rb: botsing fietsers: linksafslaander aansprakelijk behoudens eigen schuld inhaler

Samenvatting:

Twee fietsers botsen op elkaar. Gedaagde, die afsloeg, had voorrang moeten verlenen aan eiseres die hem wilde inhalen. Hij heeft niet omgekeken en daarom eiseres niet gezien. De rechtbank is daarom van oordeel dat gedaagde – in beginsel – aansprakelijk voor de schade die eiseres lijdt als gevolg van het ongeval. Gedaagde wordt in de gelegenheid gesteld zijn stellingen te bewijzen dat hij zijn hand heeft uitgestoken en voorgesorteerd, maar dat eiseres hem op het laatste moment en net voor een kruising inhaalde en te hard fietste, zodat een deel van de schade aan haarzelf moet worden toegerekend.

ECLI:NL:RBAMS:2015:1787
Instantie: Rechtbank Amsterdam
Datum uitspraak: 01-04-2015
Datum publicatie: 07-04-2015
Zaaknummer: C-13-572040 – HA ZA 14-880
Rechtsgebieden: Civiel recht
Bijzondere kenmerken: Eerste aanleg – enkelvoudig
Inhoudsindicatie: Twee fietsers zijn in Amsterdam Noord op elkaar gebotst. Gedaagde, die afsloeg, had voorrang moeten verlenen aan eiseres die hem wilde inhalen. Hij heeft niet omgekeken en daarom eiseres niet gezien. De rechtbank is daarom van oordeel dat gedaagde verantwoordelijk is voor het ongeval. Hij krijgt de gelegenheid om te bewijzen dat eiseres, door – kort gezegd – niet goed op te letten en te snel te fietsen, medeverantwoordelijk is voor het ongeval.
Vindplaatsen: Rechtspraak.nl

Uitspraak
vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/572040 / HA ZA 14-880

Vonnis van 1 april 2015

in de zaak van

[naam eiseres],
wonende te [woonplaats],
eiseres,
advocaat mr. J.H. van der Wouden,

tegen

[naam gedaagde],
wonende te [woonplaats],
gedaagde,
advocaat mr. J. Bouter.

Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] genoemd worden.

1 De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
• – de dagvaarding van 28 augustus 2014, met producties,
• – de conclusie van antwoord, met producties,
• – het tussenvonnis van 10 december 2014,
• – het proces-verbaal van comparitie van 13 februari 2015 en de daarin genoemde stukken,
• – de brief van de rechtbank van 25 februari 2015, waarmee na de comparitie toegezonden producties zijn geweigerd.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2 De feiten 2.1.
Op 28 november 2013 zijn [eiseres] en [gedaagde] betrokken geraakt bij een ongeval.

2.2. [eiseres] en [gedaagde] fietsten beiden in dezelfde richting op het fietspad naast [straatnaam 1] in [woonplaats], richting de pont.

2.3. [eiseres] haalde [gedaagde] (aan diens linkerzijde) in terwijl [gedaagde] links afsloeg. Partijen hebben elkaar geraakt en [eiseres] is ten val gekomen.

2.4. [eiseres] is gewond geraakt en is vervolgens – in de proeftijd van een arbeidscontract – ontslagen.

2.5. [naam 1] (hierna: [naam 1]) heeft een verklaring opgesteld, die door [eiseres] in het geding is gebracht. [naam 1] verklaart: Ik reed er twee meter achter toen het ongeluk gebeurde. Terwijl mevrouw [[eiseres], rechtbank] begonnen was hem [[gedaagde], rechtbank] te passeren, sloeg de jongen rechts van haar op het fietspad plotseling linksaf zonder over zijn schouder te kijken en zonder zijn hand uit te steken. Ook zijn verdere gedrag (bijvoorbeeld de benen stil houden, of het hoofd richting voorgenomen richting wenden) kon niet verraden dat hij plannen had om linksaf te slaan. Op het moment dat hij onverhoeds naar links zwenkte, was de fiets van mevrouw al met het voorwiel ter hoogte van zijn trapas.

2.6. [naam 2] (hierna: [naam 2]) heeft een verklaring opgesteld, die door [gedaagde] in het geding is gebracht. [naam 2] verklaart: Ik kom van de pont afgelopen met mijn hond, op ongeveer 15 meter wil een jongeman [[gedaagde], rechtbank] links afslaan hij stak zijn hand uit dus ik wachtte met mijn hond toen plots de jongeman links achter werd aangereden.
De vrouw die hem aanreed [[eiseres], rechtbank] wilde er snel langs want de pont stond op het punt van vertrekken. De jongeman kon haar niet zien aankomen maar stak netjes zijn hand uit, daarom wachtte ik ook met mijn hond.

3 Het geschil

3.1. [eiseres] vordert, bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade die [eiseres] heeft geleden en in de toekomst nog zal lijden als gevolg van de aanrijding en om [gedaagde] te veroordelen tot betaling van de schade aan [eiseres], nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover met ingang van de dag der opeisbaarheid van de schade, met veroordeling van [gedaagde] in de proceskosten.

3.2. [eiseres] voert daartoe aan dat [gedaagde] hoogst onvoorzichtig heeft gereden en onder meer het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV 1990) heeft overtreden. [gedaagde] is daarom, op grond van artikel 6:162 van het Burgerlijk Wetboek (BW), aansprakelijk voor de schade van [eiseres]. Mede gelet op de kosten die gemoeid zijn met het begroten van de schade, vordert [eiseres] een veroordeling tot verwijzing naar de schadestaatprocedure. Aldus – steeds – [eiseres].

3.3. [gedaagde] voert verweer. [gedaagde] heeft zich niet gevaarlijk gedragen, hij heeft richting aangegeven, maar [eiseres] heeft dat niet, of niet te laat, gezien. Het ongeval is daarom niet aan de schuld van [gedaagde] te wijten en ook niet aan hem toe te rekenen. [gedaagde] fietste te hard en is net voor een kruising gaan inhalen. [eiseres] heeft ook geen gebruik gemaakt van haar fietsbel. Voor zover [gedaagde] aansprakelijk is, is er daarom sprake van eigen schuld aan de zijde van [eiseres], aldus – steeds – [gedaagde]. Ook betwist [gedaagde] dat de klachten van [eiseres] het gevolg zijn van het ongeval en betwist hij de hoogte van de door haar geleden schade.

3.4. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4 De beoordeling

4.1. Artikel 18 RVV 1990 bepaalt: Bestuurders die afslaan, moeten het verkeer dat hen op dezelfde weg tegemoet komt of dat op dezelfde weg zich naast dan wel links of rechts dicht achter hen bevindt, voor laten gaan.

4.2. [gedaagde] heeft [eiseres] niet voor laten gaan, terwijl zij hem inhaalde, zodat [gedaagde] deze voorrangsregel heeft overtreden. Zijn eigen verklaring ter comparitie houdt in dat hij wel richting heeft aangegeven, maar niet achterom heeft gekeken: hij heeft [eiseres] daarom niet gezien. De rechtbank is van oordeel – vooralsnog veronderstellenderwijs ervan uitgaande dat [gedaagde] richting heeft aangegeven – dat hij door geen voorrang te verlenen onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld. Dat kan hem ook toegerekend worden, juist omdat [gedaagde] niet heeft omgekeken. Dat had hij wel behoren te doen.

4.3. [gedaagde] is derhalve – in beginsel – aansprakelijk voor de schade die [eiseres] lijdt als gevolg van het ongeval. [gedaagde] beroept zich evenwel op eigen schuld van [eiseres]. De rechtbank overweegt dat dit een bevrijdend verweer is. Het is [gedaagde] die (bij voldoende betwisting) moet bewijzen dat – kort gezegd – ook [eiseres] verantwoordelijk is voor de schade. [gedaagde] stelt dat het ongeval mede een gevolg is van omstandigheden die aan [eiseres] kunnen worden toegerekend. Hij voert daartoe het volgende aan. [gedaagde] heeft zijn hand uitgestoken en voorgesorteerd, maar [eiseres] haalde hem op het laatste moment en net voor een kruising in, fietste – gelet op de omstandigheden – te hard en heeft geen poging gedaan het ongeval te voorkomen.

4.4. [eiseres] betwist deze stellingen van [gedaagde]. De overgelegde getuigenverklaringen spreken elkaar op deze punten tegen. De rechtbank acht het van belang dat reeds in deze procedure – en niet pas in een eventuele schadestaatprocedure – wordt vastgesteld of – en zo ja in welke mate – omstandigheden die aan [eiseres] kunnen worden toegerekend hebben bijgedragen aan het ontstaan van de schade, dat wil zeggen, of er sprake is van eigen schuld in de zin van artikel 6:101 BW. De rechtbank zal derhalve [gedaagde] toelaten om bewijs te leveren van zijn stellingen op dit punt. Daarbij is mede van belang of [gedaagde] zijn hand heeft uitgestoken. Op basis van hetgeen na bewijslevering zal komen vast te staan zal de rechtbank beslissen of (en zo ja, in welke mate) de schade tussen [gedaagde] en [eiseres] moet worden verdeeld. Partijen zullen in de gelegenheid worden gesteld om zich bij conclusie na bewijslevering daarover uit te laten.

4.5. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4.6. Met betrekking tot de overige verweren tegen de hoogte van de aan het ongeval toe te rekenen schade overweegt de rechtbank voorshands als volgt. Omdat [eiseres] verwijzing naar een schadestaatprocedure vordert, hoeft zij in deze procedure alleen maar feiten te stellen waaruit aannemelijk wordt dat er mogelijk schade is geleden. Daaraan heeft zij voldaan. Het verdere debat over de schadeposten kan in de schadestaat worden gevoerd.

5 De beslissing

De rechtbank

5.1. laat [gedaagde] toe tot het bewijs van de voor de toepassing van artikel 6:101 BW relevante omstandigheden als bedoeld in de slotzin van rechtsoverweging 4.3,

5.2. bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van 15 april 2015 voor uitlating door [gedaagde] of hij bewijs wil leveren door het overleggen van bewijsstukken, door het horen van getuigen en / of door een ander bewijsmiddel,

5.3. bepaalt dat [gedaagde], indien hij geen bewijs door getuigen wil leveren maar wel bewijsstukken wil overleggen, die stukken direct op 15 april 2015 in het geding moet brengen,

5.4. bepaalt dat [gedaagde], indien hij getuigen wil laten horen, de getuigen en de verhinderdagen van de partijen en hun advocaten in de maanden mei tot en met juli 2015 direct op 15 april 2015 moet opgeven, waarna dag en uur van het getuigenverhoor zullen worden bepaald,

5.5. bepaalt dat dit getuigenverhoor zal plaatsvinden op de terechtzitting van mr. M.M. Korsten – Krijnen in het gerechtsgebouw te Amsterdam aan de Parnassusweg 220,

5.6. bepaalt dat alle partijen uiterlijk twee weken voor het eerste getuigenverhoor alle beschikbare bewijsstukken aan de rechtbank en de wederpartij moeten toesturen,

5.7. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.M. Korsten – Krijnen en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2015.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey