Rb: BGK in overzichtelijke zaak met eenvoudige werkzaamheden niet redelijk

Samenvatting:

De kantonrechter is van oordeel niet kan worden gezegd dat de advocaatkosten (van ruim € 13.000,-, waarvan nog ruim € 9.500,- openstaat) redelijke kosten zijn die in redelijkheid zijn gemaakt. Het is vooralsnog een (in juridisch opzicht) overzichtelijke zaak waarbij de aansprakelijkheid direct is erkend. Schadeposten die naar voren kwamen zijn direct vergoed. Nog niet duidelijk is of de klachten van eiser verband houden met het ongeval en ook de eigen medisch adviseur ziet daarvoor kennelijk nog geen aanknopingspunten. Daarbij speelt ook een rol dat het gelet op de specificatie gaat om betrekkelijk eenvoudige werkzaamheden waar in verhouding veel tijd aan is besteed tegen een hoog tarief, ook als het ging om bijvoorbeeld het versturen van een standaardbrief voor het opvragen van de medische informatie bij behandelaars en het doorsturen van informatie.

 

ECLI:NL:RBMNE:2019:2064

Uitspraak delen

Instantie

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak

20-03-2019

Datum publicatie

14-05-2019

Zaaknummer

7125530 UC EXPL 18-8921 PD/968

Rechtsgebieden

Verbintenissenrecht

Bijzondere kenmerken

Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie

Letselschade. Vordering tot betaling van openstaande buitengerechtelijke kosten. Niet voldaan aan dubbele redelijkheidstoets. Gaat vooralsnog om overzichtelijke zaak waarbij aansprakelijkheid is erkend en schade die naar voren kwam is vergoed. Onduidelijk of klachten gevolg zijn van ongeval, de eigen medisch adviseur ziet daarvoor kennelijk geen reden.

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

 

Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Civiel recht

kantonrechter

 

locatie Utrecht

 

zaaknummer: 7125530 UC EXPL 18-8921 PD/968

 

Vonnis van 20 maart 2019

 

in de zaak van

 

[eiser] ,

wonende te [woonplaats] ,

verder ook te noemen: [eiser] ,

eisende partij,

gemachtigde: mr. M. Yavuzyigitoglu,

 

tegen

 

de naamloze vennootschap

ASR Schadeverzekeringen N.V.,

gevestigd te Utrecht,

verder ook te noemen: ASR,

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. P.C. Knijp.

 

1

De procedure

 

1.1.

[eiser] heeft ASR gedagvaard en een vordering tegen haar ingesteld die ertoe strekt dat ASR wordt veroordeeld tot betaling van € 9.520,48 aan openstaande facturen van zijn advocaat en € 1.029,74 aan buitengerechtelijke incassokosten, vermeerderd met wettelijke rente en met veroordeling van ASR in de proceskosten.

 

1.2.

ASR heeft schriftelijk verweer gevoerd met een conclusie van antwoord.

 

1.3.

Daarna is een tussenvonnis gewezen waarin een comparitie van partijen is bepaald en stukken zijn opgevraagd. Die stukken zijn door [eiser] toegezonden bij brief van 1 februari 2019 en de comparitie is gehouden op 12 februari 2019. Daarbij was [eiser] aanwezig met mr. O. Emre, een kantoorgenoot van mr. M. Yavuzyigitoglu en namens ASR mevrouw [A] , schadebehandelaar, en mr. J. van Ittersum, kantoorgenoot van mr. Knijp. Door mr. Van Ittersum zijn daarbij spreekaantekeningen voorgedragen die ook zijn overgelegd. Aan het einde van de zitting heeft de kantonrechter aan partijen meegedeeld dat uitspraak wordt gedaan.

 

2

Het geschil en de beoordeling

 

2.1.

Tussen partijen is in geschil of ASR gehouden is om de rekeningen te vergoeden van de advocaat van [eiser] , die hem bijstand verleent bij de afwikkeling van de schade die [eiser] leed en/of nog lijdt door een verkeersongeval dat plaatsvond op 12 mei 2016 en dat werd veroorzaakt door een verzekerde van ASR. ASR heeft de aansprakelijkheid erkend. [eiser] heeft [bedrijfsnaam] BV (hierna: [bedrijfsnaam] ) ingeschakeld om zijn belangen te behartigen en [bedrijfsnaam] heeft in opdracht van [eiser] werkzaamheden verricht. Voor die werkzaamheden heeft [bedrijfsnaam] vijf facturen opgesteld en aan ASR gezonden. Het ging in totaal om € 13.020,48. ASR heeft twee deelbetalingen gedaan; op 7 november 2016 € 2.500,00 en op 11 april 2017 € 1.000,00.

 

2.2.

De vordering moet worden beoordeeld in de sleutel van artikel 6:96 lid 2 BW. Daar is geregeld dat de redelijke kosten ter vaststelling van schade en de redelijke kosten ter verkrijging van voldoening buiten rechte (ook) als vermogensschade voor vergoeding in aanmerking komen. ASR is ten opzichte van [eiser] aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval van 12 mei 2016. ASR moet hem de schade die hij door dat ongeval lijdt vergoeden en de kosten die [eiser] maakt voor rechtsbijstand behoren tot die schade, maar alleen voor zover die kosten redelijk zijn en in redelijkheid zijn gemaakt. Daarover zijn partijen het niet eens. Daarbij speelt een rol dat nog niet duidelijk is hoeveel schade [eiser] verder heeft geleden.

 

2.3.

ASR heeft de schade aan de motor en motorkleding van [eiser] kort na het ongeval al vergoed, dat was in totaal € 7.075,00. ASR heeft verder een bedrag van € 2.000,00 uitgekeerd als voorschot onder algemene titel en op het smartengeld. Er was tot nu toe geen aanleiding om aan te nemen dat [eiser] meer materiële en/of immateriële schade heeft geleden. ASR heeft voor de buitengerechtelijke kosten € 3.500,00 voldaan en zij stelt dat het nu nog openstaande factuurbedrag van € 9.520,48 buitenproportioneel is en de zogenoemde dubbele redelijkheidstoets niet kan doorstaan. ASR wijst er daarbij op dat de zaak niet complex is of was en dat er in verhouding teveel uren in rekening worden gebracht tegen een te hoog tarief. De vordering moet volgens ASR worden afgewezen.

 

2.4.

Namens [eiser] is benadrukt dat het niet nodig is dat eerst komt vast te staan dat [eiser] nog meer schade heeft geleden. Ook als uiteindelijk blijkt dat geen of maar een laag bedrag aan schade hoeft te worden vergoed, betekent dat nog niet dat de buitengerechtelijke kosten onredelijk waren of dat het onredelijk is dat deze zijn gemaakt. De uitkomst van de afwikkeling van zijn schade hoeft niet afgewacht te worden om de buitengerechtelijke kosten te kunnen beoordelen en het is onredelijk en onaanvaardbaar dat deze kosten – zoals hij stelt – onbetaald blijven en worden ‘voorgefinancierd’ door zijn belangenbehartiger.

 

2.5.

De kantonrechter is van oordeel dat in deze zaak op basis van de nu beschikbare informatie over de schade van [eiser] en de behandeling daarvan, niet kan worden gezegd dat de onbetaald gebleven advocaatkosten redelijke kosten zijn die in redelijkheid zijn gemaakt. Het mag zo zijn dat het feit dat de schade nog niet duidelijk is, op zich geen reden is om die kosten niet te hoeven vergoeden en ook is juist dat als uiteindelijk een laag (of zelfs geen) bedrag aan schade hoeft te worden vergoed, dat niet betekent dat kosten van rechtsbijstand niet redelijk waren of niet in redelijkheid zijn gemaakt. In de zaken waar [eiser] in dat verband naar verwijst en waarin dat is beslist, was er overigens voldoende grond om te oordelen dat het ging om redelijke kosten en dat het ook redelijk was dat die kosten waren gemaakt. Dat is in deze zaak niet zo. Het is vooralsnog een (in juridisch opzicht) overzichtelijke zaak waarbij de aansprakelijkheid direct is erkend. Schadeposten die naar voren kwamen zijn direct vergoed en nadat [bedrijfsnaam] is ingeschakeld is er medische informatie opgevraagd en uitgewisseld met de medisch adviseur. [eiser] heeft nog klachten maar tot nu toe is nog niet duidelijk geworden dat die verband houden met het ongeval en ook de eigen medisch adviseur ziet daarvoor kennelijk nog geen aanknopingspunten. Bij deze stand van zaken kan niet al geoordeeld worden dat de kosten van rechtsbijstand van [eiser] van in totaal ruim € 13.000,00 (waarvan nog ruim € 9.500,00 openstaat) redelijk zijn en in redelijkheid zijn gemaakt. Daarbij speelt ook een rol dat het gelet op de specificatie gaat om betrekkelijk eenvoudige werkzaamheden waar in verhouding veel tijd aan is besteed tegen een hoog tarief, ook als het ging om bijvoorbeeld het versturen van een standaardbrief voor het opvragen van de medische informatie bij behandelaars en het doorsturen van informatie.

 

2.6.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering van [eiser] moet worden afgewezen. Omdat [eiser] geen gelijk heeft gekregen, moet hij de proceskosten van ASR betalen. Deze kosten worden begroot op € 720,00 (2 punten x tarief € 360,00) voor het salaris van haar gemachtigde. In de proceskostenveroordeling ligt een veroordeling tot vergoeding van de nakosten volgens de gebruikelijke forfaitaire tarieven besloten.

 

3

De beslissing

 

De kantonrechter:

 

3.1.

wijst de vordering af;

 

3.2.

veroordeelt [eiser] tot betaling van de proceskosten aan de kant van ASR, tot de uitspraak van dit vonnis begroot op € 720,00 aan salaris gemachtigde;

 

3.3.

verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

 

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Dondorp, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2019.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey