Rb: bewijslevering t.a.v. toedracht ongeval noodzakelijk, niet geschikt voor deelgeschilprocedure, geen kostenbegroting

Samenvatting:

Botsing tussen verzoeker die op motorfiets te hard reed op voorrangsweg en auto die geen voorrang verleende, verzekerd bij gedaagde. Verzoeker stelt normschending van automobilist vaststaat. De kantonrechter oordeelt dat voor de vraag of de automobilist aansprakelijk is (ook) de mate van gevaar zettend handelen van verzoeker van belang is. Hiervoor is nadere bewijslevering. Voor een dergelijke bewijslevering is in een deelgeschilprocedure in beginsel echter geen plaats. 2. De kantonrechter is van oordeel dat de deelgeschilprocedure te voorbarig is opgestart. Het had voor de hand gelegen dat verzoeker tenminste leesbare getuigenverklaringen had overgelegd. Geen kostenbegroting.

 

 

 

 

ECLI:NL:RBAMS:2021:1955

Instantie

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak

22-04-2021

Datum publicatie

30-04-2021

Zaaknummer

8902738

Rechtsgebieden

Civiel recht

Bijzondere kenmerken

Eerste aanleg – enkelvoudig

Mondelinge uitspraak

Beschikking

Inhoudsindicatie

afwijzing verzoek vaststelling aansprakelijkheid in deelgeschil

 

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak

Uitspraak

 

 

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht

 

zaaknummer: 8902738 EA VERZ 20-904

 

beschikking van: 22 april 2020

 

func.: 34906

 

beschikking van de kantonrechter

I n z a k e

 

[verzoeker]

wonende te [woonplaats]

 

verzoeker

 

nader te noemen: [verzoeker]

 

gemachtigde: mr. Ü. Arslan

 

t e g e n

 

Unigarant N.V.

Gevestigd te Hoogeveen

 

verweerster

 

nader te noemen: Unigarant

 

gemachtigde: mr. A.J.J. le Poole

 

VERLOOP VAN DE PROCEDURE

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 

– het verzoekschrift, ingekomen op 30 november 2020 met producties

 

– het verweerschrift van Unigarant

 

– de mondelinge behandeling op 10 maart 2021 waar de gemachtigde van verzoeker is verschenen en [belangstellende] als belangstellende. Namens verweerster is de gemachtigde verschenen. Enkele uren voor de zitting heeft de gemachtigde van [verzoeker] per e-mail een urenspecificatie gestuurd. Partijen hebben hun standpunten toegelicht en er zijn vragen van de kantonrechter beantwoord. Vervolgens is bepaald dat partijen zich nog op 24 maart 2021 mogen uitlaten over het resultaat van nader te voeren overleg. Er is namens [verzoeker] desgevraagd telefonisch meegedeeld dat geen oplossing is bereikt. Vervolgens is beschikking bepaald op heden.

 

GRONDEN VAN DE BESLISSING

De feiten

Op 16 mei 2020 heeft een aanrijding plaatsgevonden op het kruispunt van de [straat] en de [straat] te [plaats] . [verzoeker] was daarbij als motorrijder betrokken. Hij is met zijn motor op een auto van de verzekerde van Unigarant gebotst.

 

Als gevolg van het ongeval heeft [verzoeker] schade geleden. Zijn motor is total loss en hij heeft letselschade (gebroken voet). Voor deze schade houdt hij de verzekerde van Unigarant aansprakelijk.

 

Unigarant heeft de aansprakelijkheid betwist omdat [verzoeker] volgens haar, kort gezegd, zeer gevaar zettend is opgetreden.

 

Namens [verzoeker] is ter zitting onder meer naar voren gebracht dat hij wel te hard heeft gereden (50 km i.p.v. 30 km in de betreffende schoolzone), maar dat daardoor het ongeval niet is veroorzaakt.

 

Unigarant verwijst daarbij naar een schriftelijke getuigenverklaring van een getuige (vermeld op het schadeformulier) die in een rolstoelbus reed op dezelfde rijbaan en in dezelfde rijrichting als [verzoeker] kort voor het ongeval. Deze getuige verklaart onder meer: “Ik kwam uit de [straat] . Li-af de [straat] in. Hier kwam de motorrijder van de stoep, tegen het verkeer in, al inhalen op de [straat] . Over de verhoging in het midden, doorversnellend naar de kruising met de [straat] . Moest remmen voor de auto die afsloeg naar de [straat] . De auto kwam van de tegenovergestelde rijrichting. Hierna gaf de motorrijder weer gas, kwam in botsing met de auto uit de [straat] ( [kenteken] )” Even verderop verklaart deze getuige dat de snelheid van de motor boven de 60 km lag.

 

Namens [verzoeker] zijn een tweetal schriftelijke getuigenverklaringen van omstanders in het geding gebracht, te weten van de heren [kenteken] en [kenteken] . De verklaringen zijn niet goed leesbaar. Wel is leesbaar dat de heer [kenteken] verklaart dat het ging om een ongeval dat plaatsvond op 16 mei 2019, terwijl in de verklaring van [kenteken] geen datum wordt vermeld. Voorts is duidelijk dat zij de verzekerde van Unigarant “schuldig” achten aan het ongeval.

 

Blijkens de overgelegde urenspecificatie heeft de gemachtigde van [verzoeker] , inclusief de begrote tijd voor de zitting, 10,5 uren à € 250,00 per uur aan de zaak besteed.

 

Het verzoek en het verweer

  1. [verzoeker] verzoekt de kantonrechter voor recht te verklaren dat Unigarant namens haar verzekerde volledig aansprakelijk is voor de geleden en nog te lijden schade van [verzoeker] , althans aansprakelijk is jegens [verzoeker] met een door de rechtbank in redelijkheid te bepalen eigen schuld-percentage aan de zijde van [verzoeker] , met veroordeling van Unigarant in de kosten van de procedure, nadat de ter zake gemaakte proceskosten worden begroot door de rechtbank aan de hand van een door [verzoeker] aangeleverde urenspecificatie.

 

  1. [verzoeker] baseert zijn verzoek om in dit deelgeschil een beslissing te nemen op een door de verzekerde van Unigarant gepleegde onrechtmatige daad. Hij heeft zich niet aan een aantal verkeersregels zoals artikel 80 RVV en artikel 6 WVW gehouden. [verzoeker] betwist dat hij gevaar zettend heeft gehandeld

 

  1. Unigarant heeft verweer gevoerd op gronden die hierna, voor zover van belang voor de te nemen beslissing, aan de orde zullen komen.

 

De beoordeling

Bevoegdheid

  1. De kantonrechter is bevoegd van het verzoek kennis te nemen nu [verzoeker] ter zitting zijn eventuele vordering heeft beperkt tot maximaal € 25.000,00.

 

Voldaan aan stelplicht ?

 

  1. [verzoeker] baseert zijn verzoek op 1019w Rv. waarin de deelgeschilprocedure is geregeld. Gezien het doel van de deelgeschilprocedure, te weten het bevorderen van de buitengerechtelijke onderhandelingen in het kader van de afhandeling van letsel- en overlijdensschade, dient de kantonrechter de vraag te beantwoorden of de verzochte beslissing voldoende kan bijdragen aan de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst (artikel 1019z Rv). De investeringen in tijd, geld en moeite moeten aldus worden afgewogen tegen het belang van de vordering en de bijdrage die een beslissing aan de totstandkoming van een minnelijke regeling kan leveren.

 

Deelgeschil niet geschikt wanneer nadere bewijslevering nodig is

 

  1. Het verschil van mening tussen partijen spitst zich toe op de vraag of (de verzekerde van) Unigarant aansprakelijk is voor de schade die [verzoeker] als gevolg van het ongeval op 16 mei 2020 heeft geleden.

 

  1. Unigarant heeft primair aangevoerd dat het verzoek reeds dient te worden afgewezen omdat [verzoeker] onvoldoende heeft gesteld. Zij heeft er daarbij op gewezen dat een grondslag voor de vordering van schade ontbreekt. De kantonrechter verwerpt dit verweer. [verzoeker] heeft feiten en omstandigheden aangevoerd op grond waarvan hij meent dat de verzekerde van Unigarant aansprakelijk is voor de door hem geleden schade. Ter zitting heeft hij, kennelijk naar aanleiding van het verweerschrift, expliciet naar voren gebracht dat de vordering is gebaseerd op onrechtmatige daad. Niet valt in te zien dat [verzoeker] daarmee onvoldoende aan zijn stelplicht heeft voldaan, te meer nu het een verkeersongeval betreft, waarbij de aansprakelijkheid in de regel is gebaseerd om een onrechtmatige daad als gevolg van een normschending, te weten de overtreding van een verkeersregel.

 

  1. Voorts heeft Unigarant gepleit voor afwijzing van het verzoek omdat deze zich niet leent voor behandeling in een deelgeschil. De feiten staan naar haar mening, mede gelet op de overgelegde getuigenverklaringen, onvoldoende vast en voor nadere bewijslevering is de deelgeschilprocedure niet de aangewezen procedure.

 

  1. Namens [verzoeker] is ter zitting dit standpunt bestreden. Hij erkent dat de door hem overgelegde verklaringen van [kenteken] en [kenteken] niet erg duidelijk zijn en in de overgelegde vorm niet aan het bewijs kunnen bijdragen. Hij meent echter dat ook wanneer alleen de door Unigarant in het geding gebrachte getuigenverklaring wordt gevolgd, het duidelijk is dat de verzekerde van Unigarant aansprakelijk is. De verzekerde kwam vanuit de [straat] aan bij een kruising met de [straat] . Op de [straat] stonden “haaietanden” en hij diende onder alle omstandigheden, ook aan te hard rijdende voertuigen zoals in dit geval [verzoeker] op zijn motor, voorrang te verlenen aan voertuigen die van links komen. Dat heeft de verzekerde van Unigarant niet gedaan. Dat betekent dat de normschending vaststaat en dat mogelijk alleen via de schuldverdeling (mate van eigen schuld, artikel 6:101 BW) de te verwijten bijdrage van [verzoeker] aan het ongeval in de hoogte van de schade kan worden verdisconteerd.

 

  1. De kantonrechter volgt [verzoeker] niet in dit betoog. Voor de vraag of de verzekerde van Unigarant aansprakelijk is te houden is (ook) de mate van gevaar zettend handelen van [verzoeker] van belang, zoals Unigarant met juistheid naar voren heeft gebracht. Daarover is met hetgeen over en weer is aangevoerd en onderbouwd nog onvoldoende komen vast te staan en daarom is nadere bewijslevering aangewezen. Voor een dergelijke bewijslevering is in een deelgeschilprocedure in beginsel echter geen plaats omdat te verwachten is dat deze bewijslevering, het horen van de getuigen, veel tijd in beslag zal nemen.

 

Begroting kosten van het deelgeschil?

 

  1. [verzoeker] verzoekt zijn kosten te begroten zoals bedoeld in artikel 1019aa Rv. Ook als een verzoek op grond van artikel 1019z Rv wordt afgewezen, dient de kantonrechter de kosten te begroten. Dit is alleen anders indien de deelgeschilprocedure volstrekt onnodig of onterecht is ingesteld. De kantonrechter is van oordeel dat in deze deelgeschilprocedure van deze laatste situatie sprake is omdat de procedure te voorbarig is opgestart. [verzoeker] heeft zijn stellingen onvoldoende met objectief bewijs onderbouwd. Het had voor de hand gelegen dat hij tenminste leesbare getuigenverklaringen had overgelegd, zoals zijn gemachtigde ter zitting ook heeft erkend. Daarnaast heeft [verzoeker] de urenspecificatie op een zodanig laat moment overgelegd, dat Unigarant eerst ter zitting daarvan kennis kon nemen en daardoor in haar mogelijkheden om verweer te voeren is beperkt. Onder deze omstandigheden zal de kantonrechter het verzoek om de kosten te begroten afwijzen.

 

DE BESLISSING

De kantonrechter

 

– wijst de verzoeken van [verzoeker] af.

 

Deze beschikking is gegeven door mr. E.J. van der Molen, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2021, in tegenwoordigheid van de griffier.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey