Rb: benoeming psychiater zonder voldoende overlegging medische informatie is fishing expedition

Samenvatting:

Afwijkingen op neurologische gebied ontbreken. De klachten kunnen niet worden beschouwd als een medisch causaal gevolg van de ongevallen. De rechtbank heeft bij tussenvonnis te bespreken onderwerpen opgegeven, causaliteitsvraag, medische (waaronder psychiatrische) behandelingen etc. Desondanks heeft benadeelde nagelaten medische informatie vanaf eind 2011 in het geding te brengen. Met de informatie van behandelaars tot 2011/2012 kan niet worden volstaan. Benoeming van een deskundige psychiater zou neerkomen op een ‘fishing expedition’, hetgeen benoeming niet rechtvaardigt. Een vraag is of aan de schadebeperkingsplicht is voldaan nu ter zake van de gesuggereerde chronische aanpassingsstoornis en suïcidale neigingen geen behandelingen zijn ondergaan. De rechtbank wijst de vordering van verzekeraar om voor recht te verklaren dat zij met de betaalde voorschotten benadeelde volledig schadeloos heeft gesteld toe en de vorderingen van benadeelde in reconventie tot betaling van een voorschot, nadere schadevergoeding en benoeming van de door haar gewenste deskundigen, psychiater en arbeidsdeskundige, af.

Zaaknummer; 197655 HA ZA 17/66
Datum: 1 november 2017

Vonnis
RECHTBANK OVERIJSSEL
Team kanton en handelsrecht Zittingsplaats Almelo
Zaaknummer : 197655 HA ZA 17/66

Vonnis van 1 november 2017
in de zaak van
de naamloze vennootschap ALLIANZ BENELUX N.V. gevestigd te Brussel, kantoorhoudend te Rotterdam, eisende partij in conventie, verwerende partij in reconventie, hierna te noemen Allianz,
advocaat mr. P. van Huizen, te Arnhem,
tegen
[X],
wonende te Enschede,
gedaagde partij in conventie, eisende partij in reconventie,
hierna te noemen [X],
advocaat mr. M.J.E.C. Camps, te Enschede.

1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
– het tussenvonnis van 2 augustus 2017;
– het proces-verbaal van de comparitie na antwoord.
1.2. Vervolgens is vonnis bepaald.

2. De feiten
2.1. Aan de bij tussenvonnis opgenomen feiten wordt het volgende toegevoegd.
2.2. [X] is na het ongeval bekend geworden met schildklierproblematiek waarvoor zij de
internist heeft bezocht en medicatie gebruikt.
2.3. De destijds door partijen ingeschakelde deskundige neuropsycholoog, [neuropsycholoog], heeft geconcludeerd (pag. 11 en 12 van haar rapportage) dat van een primair verminderde belastbaarheid die toegeschreven kan worden aan structurele schade aan het brein geen sprake is. Voorts schrijft zij dat de normafwijkende scores op het gebied van de snelheid en geheugentaken secundair zijn aan het pijngedrag en het depressieve stemmingsbeeld van betrokkene. Er lijkt sprake van een grote lijdensdruk die niet consistent is met de indruk die [X] ten tijde van het gesprek en het testonderzoek wekt. Zij is namelijk tot veel meer in staat dan zij aanvankelijk aangeeft. Ergo, andere, niet-organische factoren spelen volgens [neuropsycholoog] een onderhoudende en verklarende rol in het klachtenpatroon van betrokkene. Zo is er sprake van evidente verwerkings- en acceptatieproblematiek die thans het karakter hebben van een aanpassingsstoornis met angstige en depressieve kenmerken. Voorts is er sprake van een inadequate coping inzake haar pijnklachten, is [X] geneigd om ervaren spanning om te zetten in een toename van cognitieve en lichamelijke klachten waarbij zij zich vervolgens beroept op deze, in haar ogen, structurele tekorten. Voorts merkt [neuropsycholoog] op dat [X] op het gebied van ervaren posttraumatische stressklachten de positieve effecten van de herhaald geboden begeleiding (w.o. EMDR in 2008 en 2011-2012) niet heeft kunnen vasthouden.
Tot slot wordt opgemerkt dat niet ondenkbaar is dat de letselschadeprocedure op, kort gezegd, natuurlijke herstelmogelijkheden een stagnerende werking heeft.
2.4. Sinds 2012 is [X] niet onder behandeling van een psycholoog of psychiater geweest.
2.5. [X] sport op een sportschool, onder begeleiding.
3. De verdere beoordeling in conventie en in reconventie
3.1. De rechtbank verwijst naar en handhaaft hetgeen reeds bij tussenvonnis is overwogen.
Gelet op de nauwe samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie zal de rechtbank deze vorderingen gezamenlijk bespreken en beoordelen.
3.2. Partijen zijn onder meer verdeeld over de vraag of er causaliteit bestaat tussen de [X] in
2007 overkomen auto-ongevallen en de door haar gepresenteerde klachten. Voorts zijn zij verdeeld over de omvang van de door [X] gestelde schade.
3.3. Ter zake van de causaliteitsvraag wordt als volgt overwogen.
3.3.1. Na daartoe tussen partijen gemaakte afspraken hebben in 2014 deskundigenonderzoeken plaatsgevonden door [KNO-arts] (KNO-arts), [neuroloog] (neuroloog) en [neuropsycholoog] (neuropsycholoog). In het tussenvonnis zijn onder ‘de feiten’ samenvattingen van deze rapportages opgenomen.
[KNO-arts] komt ter zake van de klachten die [X] ervaart aan haar gehoor (oorsuizingen) tot een invaliditeitspercentage van 1 %.
[neuroloog] concludeert dat er geen sprake is van afwijkingen op neurologische gebied en dat de klachten niet kunnen worden beschouwd als een somatisch, medisch causaal gevolg van de ongevallen. De klachten die [X] ervaart schrijft [neuroloog] toe aan een niet somatische, emotionele reactie op de ongevallen. [neuroloog] concludeert dat de klachten deels na het eerste, deels na het tweede ongeluk zijn ontstaan, er geen sprake is van neurologische afwijkingen en er sprake is van primair emotioneel bepaalde klachten, die aansluit bij een neuropsychologische beoordeling [door neuropsycholoog], Voorts schrijft hij dat er sprake is van een niet afgerond, stagnerend, verwerkingsproces met kenmerken van een aanpassingsstoornis. Dat impliceert nog de mogelijkheid van een verbetering of verslechtering.
Uitsluitend op grond van de door [X] aangegeven pijnscore komt [neuroloog] tot een 2% blijvende invaliditeit.
3.3.2. De deskundigenrapporten geven derhalve geen aanwijzingen voor relevante afwijkingen binnen het medisch domein van de KNO-arts en/of neuroloog. Zoals gezegd komt [KNO-arts] tot een blijvende invaliditeit van 1%, [neuroloog] komt tot een blijvende invaliditeit van 2%. Op geen enkele wijze is door [X] onderbouwd hoe een invaliditeitspercentage van in totaal 3% kan leiden tot de schade als (in reconventie) gevorderd.
De rechtbank laat daarbij nog in het midden het antwoord op de door de medisch adviseur van Allianz opgeworpen vraag of de oorsuizingen die, aan het door [KNO-arts] genoemde invaliditeitspercentage van 1% ten grondslag liggen, kunnen worden toegerekend aan het ongeval of niet, omdat zij mogelijk het gevolg zijn van de schildklieraandoening van [X]. In dat geval zal het genoemde invaliditeitspercentage naar beneden moeten worden bijgesteld.
3.3.4. Dat de gestelde psychische/psychiatrische klachten en beperkingen als gevolg van de
ongevallen zijn ontstaan, is evenmin (voldoende) onderbouwd. Allianz heeft in verband met de gestelde klachten en beperkingen van psychische/psychiatrische aard en de wens van de advocaat van [X] een psychiater tot deskundige te benoemen (bij herhaling), verzocht om medische informatie over de periode vanaf 201 1/2012, althans van na 2014, het jaar waarin de deskundigen – op gezamenlijk verzoek van partijen – hebben gerapporteerd. Daarnaast heeft Allianz meermaals gewezen op het belang van adequate behandeling van die klachten. De rechtbank heeft bij tussenvonnis een opsomming gegeven van de ter comparitie na antwoord met partijen te bespreken onderwerpen, waaronder – samengevat – de causaliteitsvraag, medische (waaronder psychiatrische) behandelingen etc. Desondanks heeft [X] nagelaten om medische informatie, waaronder – in ieder geval – het huisartsenjournaal vanaf eind 2011, in het geding te brengen. Teneinde een beoordeling te maken van de thans (nog) bestaande klachten en beperkingen, de causaliteitsvraag en de vraag of reeds van een medische eindtoestand sprake is en tot benoeming van (nadere) deskundigen en/dan wel schadeafwikkeling kan worden overgegaan, diende actuele medische informatie ter beschikking te worden gesteld.
Anders dan namens [X] tijdens de comparitie is betoogd, kan niet met de informatie van behandelaars tot 2011/2012 en de rapportages uit 2014 worden volstaan ter onderbouwing van de schade op basis van de beweerdelijk (psychische/psychiatrische) klachten en beperkingen. Namens [X] is er terecht op gewezen dat uit de rapportages van [neuropsycholoog] en van behandelend psycholoog [psycholoog], aanwijzingen blijken voor psychische/psychiatrische problematiek, in het bijzonder een chronische aanpassingsstoornis. Dat is evenwel zonder dat daar in het behandelcircuit specifiek onderzoek naar en, zo nodig, behandeling van heeft plaatsgevonden, een onvoldoende onderbouwing om van een psychische/psychiatrische aandoening uit te gaan en middels benoeming van een psychiater tot deskundige onderzoek naar een mogelijk causaal verband te doen. De eerdere behandelingen van [X] zagen (vooral) op de posttraumatische stressstoornis. Ook de beweerdelijk suïcidale neigingen van [X] – volgens de advocaat van [X] laatstelijk nog enige weken voor de comparitie – kunnen bij gebrek aan enige (actuele) relevante medische informatie ter zake niet tot een ander oordeel leiden. Benoeming van een deskundige psychiater zou neerkomen op een ‘fishing expedition’, hetgeen benoeming van een deskundige niet rechtvaardigt.
Derhalve is er evenmin reden te concluderen dat Allianz middels de door haar gedane betalingen niet aan haar verplichting tot schadevergoeding heeft voldaan en Allianz te veroordelen tot betaling van een schadevergoeding bovenop de bedragen die zij reeds heeft voldaan.
3.4. Met betrekking tot de andere klachten en beperkingen die [X] stelt te hebben dringt zich,
naast het ontbreken van een medische onderbouwing, de vraag op of die (geheel of gedeeltelijk) aan de ongevallen kunnen worden toegerekend of dat mogelijk sprake is van een alternatieve oorzaak, te weten de schildklieraandoening. Daarnaast is de vraag in hoeverre van de gestelde klachten daadwerkelijk sprake is, althans in de mate waarin die worden gepresenteerd. Ook dat kan, bij gebrek aan adequate en actuele informatie niet worden beoordeeld.
Behalve dat een deugdelijke medische onderbouwing van de klachten ontbreekt, heeft de rechtbank ook twijfels over de exacte aard en omvang van de door [X] gepresenteerde klachten. De rechtbank wijst er – bij wijze van voorbeeld – in dat verband op dat [X] in de procedure heeft gesteld na het tweede ongeval geheel niet meer te hebben kunnen rijden en les geven. Ter zitting heeft [X] desgevraagd verklaard aanvankelijk nog met een huurauto te hebben gereden omdat zij haar klantenkring in stand wilde laten. De rechtbank heeft er nota van genomen dat haar advocaat, na de schorsing en kort voor afsluiting van de comparitie heeft opgemerkt dat zijn cliënte niet in die huurauto’s heeft gereden, doch dat is onvoldoende om aan de evident duidelijke verklaring van [X] ter zitting voorbij te gaan.
3.5. Hetgeen hiervoor is overwogen brengt met zich dat de vordering van Allianz in
conventie, om voor recht te verklaren dat zij met de betaalde voorschotten van € 81.500,- [X] volledig schadeloos heeft gesteld en zij jegens [X] tot niets meer gehouden is, dient te worden toegewezen en de vorderingen van [X] in reconventie tot betaling van een voorschot, nadere schadevergoeding en benoeming van de door haar gewenste deskundigen (psychiater en arbeidsdeskundige) dienen te worden afgewezen.
3.6. Ten overvloede wordt nog overwogen dat ter zake van de omvang van de schade zich de
vraag opdringt of [X] wel aan de op haar rustende schadebeperkingsplicht heeft voldaan nu zij ter zake van de gesuggereerde chronische aanpassingsstoornis en suïcidale neigingen geen behandeling(en) heeft ondergaan. Waar [X] ter zitting heeft gesteld wel door een psychiater te zijn behandeld wijst de rechtbank er op dat die behandeling (EMDR therapie) plaatsvond in verband met de posttraumatisch stress stoornis.
Voorts zijn veel geclaimde schadeposten niet onderbouwd. Voor het succesvol claimen van schadeposten kan niet volstaan worden met het verwijzen naar bijvoorbeeld algemene richtlijnen.
3.7. Nu de vorderingen in conventie worden toegewezen en in reconventie worden
afgewezen zal [X] in zowel conventie als reconventie in de kosten van de procedure worden veroordeeld, waarbij de vergoeding voor salaris advocaat in reconventie zal worden gematigd tot 50% van het liquidatietarief gelet op de nauwe samenhang tussen beide procedures.

4. De beslissing
De rechtbank,
in conventie.
verklaart voor recht dat Allianz door betaling van de voorschotten, in totaal een bedrag van € 81.500,-jegens [X] voldaan heeft aan de op haar rustende verplichting tot schadevergoeding en verder jegens [X] tot niets meer gehouden is;
veroordeelt [X] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Allianz begroot op € 904,00 (2 punten x tarief JI ad € 452,00 per punt);
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; wijst af hetgeen meer of anders is gevorderd.
in reconventie.
wijst de vorderingen af.
veroordeelt [X] in de kosten van de procedure, aan de zijde van Allianz begroot op € 1.290,00 (0,5 punt x tarief VII ad € 2580,00 per punt);
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mrs. E.W. de Groot. A.M.S. Kuipers en A.H. Margadant, en in bet openbaar uitgesproken door mr. A.H. Margadant op 1 november 2017. grosse conform

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots