Rb: behoudens tegenbewijs bewezen dat werknemer brandwonden opliep door ovenreiniger

Samenvatting:

Werkneemster in Surinaamse toko stelt dat zij ernstige brandwonden heeft opgelopen doordat zij op emmer met ovenreiniger is gaan zitten en stelt haar werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW. Zij heeft dit ongeval onder meer aan haar huisarts medegedeeld. Werkgever betwist dat de brandwonden tijdens de werkzaamheden zijn ontstaan. De kantonrechter acht de lezing van werkneemster consistent en oordeelt dat voorshands bewezen is, behoudens door werkgever te leveren tegenbewijs, dat het ongeval heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden in de toko.

ECLI:NL:RBROT:2019:3938

Uitspraak delen

Instantie

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak

10-05-2019

Datum publicatie

31-05-2019

Zaaknummer

7267984 CV EXPL 18-42802

Rechtsgebieden

Civiel recht

Bijzondere kenmerken

Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie

Is er sprake van een arbeidsongeval en zijn de brandwonden van ex-werkneemster ontstaan door ovenreiniger?

Vindplaatsen

Rechtspraak.nl

 

Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM

zaaknummer: 7267984 CV EXPL 18-42802

 

uitspraak: 10 mei 2019

 

vonnis van de kantonrechter, zitting houdende te Rotterdam,

 

in de zaak van

 

[eiseres] ,

wonende te [woonplaats eiseres] ,

eiseres,

gemachtigde: mr. B.F. Desloover te Rotterdam,

 

tegen

 

1

de vennootschap onder firma

Lekker Suriname-Switi Sranan v.o.f. ,

gevestigd te Rotterdam,

  1. [gedaagde] ,

wonende te [woonplaats gedaagde] ,

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

Jenna Jade B.V.,

gevestigd te Capelle aan den IJssel,

gedaagden,

gemachtigde: mr. H.Th. Vos te Den Haag.

 

Partijen worden hierna aangeduid als “ [eiseres] ” en “ Lekker Suriname c.s.”

 

1

Het verloop van de procedure

1.1

Het verloop van de procedure volgt uit de volgende processtukken, waarvan de kantonrechter kennis heeft genomen.

het exploot van dagvaarding van 21 september 2018, met producties;

de conclusie van antwoord, met producties;

het tussenvonnis van 5 december 2018, waarin een comparitie van partijen is bepaald;

de voorafgaande aan de comparitie van partijen aan de zijde van [eiseres] overgelegde brief van 18 februari 2019, met producties;

het proces-verbaal van de op 28 februari 2019 gehouden comparitie van partijen.

1.2

De uitspraak van het vonnis is (nader) bepaald op heden.

 

2

De vaststaande feiten

De kantonrechter gaat uit van de volgende feiten.

 

2.1

Lekker Suriname is een in Rotterdam gevestigde toko/afhaalwinkel (hierna: de toko), gespecialiseerd in Surinaamse voedingsartikelen.

 

2.2

[eiseres] , geboren op 12 juli 1972, is op 1 mei 2017 op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van zes maanden in dienst getreden bij de toko in de functie van winkelbediende. Per 1 oktober 2017 is de arbeidsovereenkomst voor de duur van wederom zes maanden verlengd en is de functie van [eiseres] aangeduid als keukenhulp. Op 1 april 2018 is de arbeidsovereenkomst geëindigd. De heer [leidinggevende] was de leidinggevende van [eiseres] en [collega] is als kok werkzaam bij de toko.

 

2.3

[eiseres] was op 19 december 2017 werkzaam in de toko. Rond 16.50 uur is zij op een witte plastic emmer met rood deksel in de gangruimte van de toko gaan zitten om wat te eten. De toko beschikt over één zo’n emmer. [eiseres] heeft vervolgens aan [collega] meegedeeld dat zij pijn had en heeft haar gevraagd om mee te komen naar het toilet. [eiseres] heeft daar haar broek en ondergoed naar beneden getrokken en haar billen aan [collega] laten zien. Daarna heeft [eiseres] aan [leidinggevende] gevraagd of zij een nieuwe broek kon kopen, omdat haar broek nat was. [leidinggevende] heeft daar geen toestemming voor gegeven. [eiseres] beëindigde haar werkzaamheden rond 18.50 uur en is toen met de tram naar huis gegaan.

 

2.4

In het door de huisartsenpost Rijnmond opgestelde huisartsenjournaal, aangemaakt op 19 december 2017 om 19:48:05 uur en afgesloten diezelfde dag om 22:40:14 uur, is vermeld dat [eiseres] op 19 december 2017 vanuit de tram vanaf de toko naar huis twee keer heeft gebeld met de huisartsenpost en dat zij toen heeft meegedeeld dat zij ernstige brandwonden had opgelopen aan haar onderlichaam doordat zij tijdens haar werk op een plastic emmer met ovenreiniger was gaan zitten. Die brandwonden zijn diezelfde avond ook waargenomen door de huisarts. [eiseres] is direct doorgestuurd naar het Maasstad Ziekenhuis voor verdere behandeling en opname.

 

2.5

[eiseres] is van 19 december 2017 tot en met 9 januari 2018 opgenomen geweest op de brandwondenafdeling van het Maasstad Ziekenhuis. Vastgesteld is dat [eiseres] 3e graads brandwonden had aan haar billen en de binnenkant van haar dijen. Op 3 januari 2018 is [eiseres] geopereerd en hebben huidtransplantaties plaatsgevonden.

 

2.6

[eiseres] heeft zich op 20 december 2017 ziek gemeld bij [leidinggevende] en aan hem meegedeeld dat zij op de brandwondenafdeling van het ziekenhuis was opgenomen. Op 21 december 2017 heeft [eiseres] een drietal foto’s van haar wonden aan [leidinggevende] gestuurd. [eiseres] heeft na 19 december 2017 geen werkzaamheden bij de toko meer verricht.

 

2.7

Bij brief van 17 januari 2018 heeft de gemachtigde van [eiseres] aan Lekker Suriname c.s. meegedeeld dat op 19 december 2017 bij [eiseres] sprake is geweest van een arbeidsongeval in de toko en dat Lekker Suriname c.s. daarvoor aansprakelijk zijn.

 

2.8

Lekker Suriname c.s. hebben de aansprakelijkheidsstelling van 17 januari 2018 doorgestuurd aan haar verzekeraar Nationale Nederlanden. Nationale Nederlanden heeft opdracht gegeven aan CED Forensic (hierna: CED) om een aansprakelijkheidsonderzoek te verrichten. Het onderzoek is uitgevoerd door [naam] In het naar aanleiding van dat onderzoek door CED opgestelde rapport van 23 mei 2018 is het volgende – voor zover thans van belang – vermeld:

“(…) Of het beweerde ongeval daadwerkelijk heeft plaatsgevonden, is niet kunnen worden vastgesteld. (…)

Door verzekerde wordt ovenreinigingsmiddel gebruikt, welke wordt bewaard en staat opgeslagen in de kelderruimte van de bedrijfsruimte van verzekerde. Uit productinformatie van de producent/leverancier van het ovenreinigingsmiddel blijkt dat dit middel zou vallen in Categorie 2 H-315. Contact met dit middel zou huidirritatie opleveren in de vorm van ‘rood’ verkleurde huid. Op het etiket van het betreffende ovenreinigingsmiddel staat echter een gevarenpictogram (CLP) afgebeeld welke volgens de site van Chemische veiligheid – risicobeheersing van gevaarlijke stoffen in de praktijk, Arbozone zou toebehoren aan Categorie 1A, 1B en 1C H 314. De Categorie H 314 veroorzaakt volgens de productinformatie van de producent/leverancier ernstige brandwonden. (…)”

 

2.9

Bij e-mail van 6 juli 2018 heeft Nationale Nederlanden iedere aansprakelijkheid van Lekker Suriname c.s. afgewezen.

 

2.10

[eiseres] ontvangt per 1 april 2018 een ziektewetuitkering.

 

3

De vordering

3.1

[eiseres] heeft bij dagvaarding gevorderd bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, voor recht te verklaren dat Lekker Suriname c.s. aansprakelijk zijn op basis van artikel 7:658 BW voor de schade die [eiseres] heeft opgelopen vanwege het ongeval van

19 december 2017 en Lekker Suriname c.s. te veroordelen tot betaling aan [eiseres] van een bedrag van € 10.000,00 aan schadevergoeding als voorschot op de nadere schadevaststelling, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet, met veroordeling van Lekker Suriname c.s. in de proceskosten.

 

3.2

Aan haar vordering heeft [eiseres] naast de vaststaande feiten – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – het volgende ten grondslag gelegd.

Lekker Suriname c.s. zijn op grond van artikel 7:658 BW aansprakelijk voor de door [eiseres] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het arbeidsongeval dat op 19 december 2017 heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden in de toko. De brandwonden zijn veroorzaakt door de ovenreiniger die aanwezig was op de witte emmer met rood deksel in de gangruimte van de toko, waar [eiseres] op 19 december 2017 op was gaan zitten. Als gevolg van het arbeidsongeval is [eiseres] nog altijd niet in staat om te werken. Lekker Suriname c.s. hebben de uit voormeld artikel voortvloeiende zorgplicht geschonden.

 

4

Het verweer

Lekker Suriname c.s. hebben de vordering betwist en hebben geconcludeerd tot afwijzing daarvan dan wel tot het niet-ontvankelijk verklaren van [eiseres] in haar vordering dan wel deze haar te ontzeggen, met veroordeling van [eiseres] in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. Lekker Suriname c.s. hebben daartoe het volgende – zakelijk weergegeven en voor zover thans van belang – aangevoerd. Er heeft geen arbeidsongeval plaatsgevonden. De brandwonden van [eiseres] zijn niet in de toko opgelopen. Het klopt wel dat [eiseres] op 19 december 2017 aan het werk was in de toko, maar zij heeft toen geen letsel opgelopen in de uitoefening van haar werkzaamheden. Ook zijn de brandwonden van [eiseres] niet ontstaan door de ovenreiniger. Gelet hierop is niet van belang of Lekker Suriname c.s. aan de zorgplicht van artikel 7:658 BW hebben voldaan. Voor zover in rechte komt vast te staan dat op 19 december 2017 bij [eiseres] wel sprake is geweest van een arbeidsongeval, dan stellen Lekker Suriname c.s. zich op het standpunt dat zij wel degelijk aan hun zorgplicht hebben voldaan. Lekker Suriname c.s. zijn dan ook niet aansprakelijk voor de door [eiseres] gestelde schade, die bovendien wordt betwist.

 

5

De beoordeling van de vordering

5.1

Artikel 7:658 lid 1 BW bevat de zorgplicht van de werkgever voor de veiligheid van de werkomgeving van de werknemer. De werkgever moet die maatregelen nemen die redelijkerwijs nodig zijn om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn functie schade lijdt. Zo dient de werkgever aanwijzingen te verstrekken om zoveel mogelijk te voorkomen dat de werknemer schade lijdt, en dient hij tevens de daartoe geëigende veiligheidsmaatregelen te treffen. Daarnaast dient een werkgever ervoor te zorgen dat voldoende veiligheidsmateriaal op de werkplek beschikbaar is, en dient hij erop toe te zien dat zijn werknemers dat materiaal op de juiste wijze gebruiken als de omstandigheden waaronder moet worden gewerkt daarom vragen. Gelet op de ruime strekking van de zorgplicht mag niet snel worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan.

Schiet de werkgever tekort in zijn zorgplicht, dan is hij op grond van artikel 7:658 lid 2 BW jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die deze in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt. De schadeplichtigheid van de werkgever komt te vervallen indien de werkgever aantoont dat hij zijn zorgplicht is nagekomen of indien hij aantoont dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

 

5.2

Ter comparitie van partijen hebben partijen de kantonrechter uiteindelijk verzocht om in de onderhavige procedure alleen een oordeel te geven over de vraag of er sprake is van een arbeidsongeval en of Lekker Suriname c.s. daarvoor aansprakelijk zijn, zoals door [eiseres] is gesteld en door Lekker Suriname c.s. is betwist. Gelet hierop gaat de kantonrechter ervan uit dat de vordering van [eiseres] met betrekking tot (het voorschot op) de schadevergoeding in dit stadium van de procedure geen beoordeling en beslissing behoeft. Alvorens de kantonrechter toekomt aan de beoordeling van de primair tussen partijen in geschil zijnde vraag of op 19 december 2017 bij [eiseres] sprake is geweest van een arbeidsongeval, wordt allereerst overwogen dat voorbij gegaan wordt aan de stelling van Lekker Suriname c.s. dat [eiseres] onvoldoende functioneerde en dat zij vele schulden zou hebben. Niet alleen hebben Lekker Suriname c.s. geen rechtsgevolgen verbonden aan die stelling, maar ook valt niet in te zien op welke wijze deze kwesties relevant kunnen zijn voor de beoordeling van de in deze procedure aan de orde zijnde vragen.

 

5.3

Uit de hierboven onder 2.3 tot en met 2.6 vermelde feiten volgt dat partijen het er over eens zijn dat [eiseres] op 19 december 2017 werkzaam was in de toko, dat zij rond 16.50 uur op de witte emmer met rood deksel in de gang is gaan zitten om wat te eten, dat [eiseres] vervolgens aan [collega] meedeelde dat zij pijn had en vroeg om mee te komen naar het toilet, dat [eiseres] daar haar broek en ondergoed naar beneden heeft getrokken en in ieder geval haar billen aan [collega] heeft laten zien en dat [eiseres] daarna aan [leidinggevende] vertelde dat haar broek nat was geworden en aan hem vroeg of zij een nieuwe broek kon gaan kopen, maar dat [leidinggevende] daar geen toestemming voor gaf. Ook staat tussen partijen vast dat [eiseres] op 19 december 2017 rond 18.50 uur de toko verliet en dat zij al vanuit de tram vanaf de toko naar huis twee keer telefonisch contact heeft opgenomen met de huisartsenpost en heeft meegedeeld dat zij ernstige brandwonden had opgelopen aan haar onderlichaam doordat zij tijdens haar werk bij de toko op een plastic emmer met ovenreiniger was gaan zitten. Dat blijkt ook uit het door [eiseres] overgelegde huisartsenjournaal van 19 december 2017, zoals hiervoor onder 2.4 weergegeven. Voorts verschillen partijen er niet over van mening dat die brandwonden diezelfde avond nog zijn waargenomen door zowel de huisarts als het Maasstad Ziekenhuis, waar [eiseres] direct is opgenomen voor verdere behandeling en opname. [eiseres] heeft zich reeds op 20 december 2017 en al in de ochtend ziek gemeld en uit de overgelegde WhatsApp correspondentie tussen [eiseres] en [leidinggevende] blijkt ook dat [eiseres] daarbij tevens aan [leidinggevende] heeft gemeld dat zij op de brandwondenafdeling van het Maasstad Ziekenhuis was opgenomen. Ook heeft [eiseres] al op 21 december 2017 foto’s van wonden aan haar billen aan [leidinggevende] gestuurd. Ter comparitie van partijen heeft [eiseres] aan de kantonrechter en de wederpartij één van die foto’s in zwart wit getoond. De kantonrechter heeft geconstateerd dat op die foto inderdaad wonden aan de billen van [eiseres] te zien zijn. Lekker Suriname c.s. hebben dat ook niet betwist. Het ter comparitie van partijen gevoerde verweer dat [leidinggevende] pas na drie weken wist wat er met [eiseres] aan de hand was omdat zij zich op 20 december 2017 alleen zou hebben ziek gemeld, kan dan ook reeds hierom niet slagen.

 

5.4

Vastgesteld moet worden dat de stelling van [eiseres] dat op 19 december 2017 bij haar sprake is geweest van een arbeidsongeval in de toko en dat zij daardoor letsel heeft opgelopen, steun vindt in de hierboven weergegeven, tussen partijen vaststaande, gang van zaken bij de toko op 19 december 2017 en de direct daarop volgende dagen. [eiseres] heeft consistent en qua chronologie met de tussen partijen vaststaande feiten overeenstemmend verklaard over de toedracht van het ongeval en hetgeen zich daarna bij zowel de toko als tijdens haar terugreis naar huis en bij de huisarts en het ziekenhuis heeft afgespeeld en haar stellingen ook met diverse stukken onderbouwd. Er bestaat vooralsnog geen aanknopingspunt op grond waarvan kan worden geoordeeld dat het ongeval niet in de uitoefening van de werkzaamheden van [eiseres] bij de toko op 19 december 2017 heeft plaatsgevonden. Er kan thans geen moment worden aangewezen waarop het ongeval buiten de toko en in de privésfeer heeft kunnen plaatsvinden. Lekker Suriname c.s. hebben in dat verband ook geen enkel alternatief scenario geschetst op basis waarvan kan worden aangenomen dat het ongeval zich niet tijdens de werkzaamheden van [eiseres] heeft voorgedaan.

Dat [collega] aan [leidinggevende] zou hebben meegedeeld dat zij op 19 december 2017 op het toilet geen verwondingen had waargenomen bij [eiseres] , betekent nog niet dat daarvan “dus” geen sprake is geweest. Het is, zeker in geval van brandwonden zoals in casu het geval is, juist goed mogelijk dat die wonden zich pas enige tijd later hebben geopenbaard, zeker nu [leidinggevende] geen toestemming gaf aan [eiseres] om voor sluitingstijd van de toko een nieuwe broek te kopen. Daardoor heeft [eiseres] nog urenlang met de vloeibare substantie waarmee zij in de toko in aanraking was gekomen, waarvan vooralsnog wordt uitgegaan, rondgelopen en kon die substantie gedurende al die tijd “inbranden” in haar huid en als gevolg daarvan ernstiger van aard worden.

De kantonrechter gaat voorbij aan het verweer van Lekker Suriname c.s. dat [eiseres] op 19 december 2017 niet ook expliciet tegen [collega] en [leidinggevende] had gezegd dat zij in een schoonmaakmiddel was gaan zitten. Ook dat brengt niet met zich dat zich “dus” geen arbeidsongeval heeft voorgedaan. De omstandigheid dat [eiseres] toen aan [collega] heeft meegedeeld dat zij pijn had en [eiseres] vervolgens ten overstaan van [collega] haar (onder)broek naar beneden trok en ook [leidinggevende] benaderde op de wijze zoals hiervoor bedoeld, is zodanig ongebruikelijk dat daaruit vooralsnog de conclusie moet worden getrokken dat zich direct daaraan voorafgaand een situatie had voorgedaan bij de toko waardoor [eiseres] letsel had opgelopen.

Tegenover het verweer van Lekker Suriname c.s. dat het voor de hand had gelegen dat [eiseres] niet [collega] maar één van de andere medewerksters, die goed Nederlands spreken, had benaderd, heeft [eiseres] aangevoerd dat dat niet mogelijk was, omdat de andere collega’s zich op dat moment in de winkelruimte bevonden en het druk hadden met het helpen van klanten. [collega] was wel bij [eiseres] in de buurt en met haar kon [eiseres] ook, weliswaar gebroken, Nederlands spreken, aldus [eiseres] . Nu Lekker Suriname c.s. dit niet hebben betwist, gaat de kantonrechter van de juistheid van de stellingen van [eiseres] uit. Dit betekent dat [eiseres] een goede reden had om [collega] te benaderen.

 

5.5

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de kantonrechter van oordeel dat voorshands bewezen is, dat wil zeggen behoudens door Lekker Suriname c.s. te leveren tegenbewijs, dat het ongeval dat [eiseres] heeft gehad heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden op 19 december 2017 in de toko.

 

5.6

Voor wat betreft de vraag of de brandwonden van [eiseres] al dan niet zijn ontstaan door de ovenreiniger oordeelt de kantonrechter als volgt.

Lekker Suriname c.s. hebben erkend dat bij de toko gebruik wordt gemaakt van de bewuste ovenreiniger. Ook is, gelijk hiervoor al is overwogen, niet in geschil dat [eiseres] brandwonden heeft opgelopen. CED heeft vastgesteld dat uit het gevarenpictogram (CLP) dat op het etiket dat op de jerrycan met ovenreiniger is afgebeeld en de met dat waarschuwingsteken verband houdende gevaarlijke stoffen categorie H 314 blijkt dat indien de ovenreiniger in contact komt met de huid ernstige brandwonden kunnen ontstaan. Lekker Suriname c.s. hebben daar geen verweer tegen gevoerd, zodat van de juistheid daarvan wordt uitgegaan. Er bestaat vooralsnog geen aanknopingspunt op grond waarvan kan worden geoordeeld dat de brandwonden van [eiseres] niet zijn ontstaan door de ovenreiniger. Lekker Suriname c.s. hebben in dat verband ook geen enkel alternatief scenario geschetst op basis waarvan een andere oorzaak van de brandwonden kan worden aangenomen. Nu Lekker Suriname c.s. geen rechtsgevolgen hebben verbonden aan hun stelling dat [eiseres] op 19 december 2017 (slechts) een dunne broek droeg, wordt reeds hierom aan die stelling voorbij gegaan.

 

5.7

Op grond van hetgeen hiervoor is overwogen is de kantonrechter van oordeel dat voorshands eveneens bewezen is, dat wil zeggen behoudens door Lekker Suriname c.s. te leveren tegenbewijs, dat de brandwonden van [eiseres] zijn ontstaan door de ovenreiniger.

 

5.8

De kantonrechter laat Lekker Suriname c.s. conform hun bewijsaanbod toe tot het tegenbewijs als hierna in het dictum omschreven.

 

5.9

Iedere verdere beslissing, ook die met betrekking tot de vraag of Lekker Suriname c.s.

-tegen de achtergrond van de hiervoor onder 5.1 vermelde maatstaf- aan hun zorgplicht hebben voldaan en of zij aansprakelijk zijn en de in dat kader door partijen ingenomen stellingen, wordt in dit stadium van het geding aangehouden.

 

6

De beslissing

De kantonrechter:

 

alvorens verder te beslissen:

 

laat Lekker Suriname c.s. toe tot het leveren van het tegenbewijs met alle middelen rechtens van de voorshands als juist aangenomen stelling dat het onder 5.3 tot en met 5.5 bedoelde ongeval dat [eiseres] heeft gehad heeft plaatsgevonden tijdens de uitoefening van haar werkzaamheden op 19 december 2017 in de toko en dat de brandwonden van [eiseres] zijn ontstaan door de ovenreiniger;

 

verwijst de zaak naar de rolzitting van woensdag 22 mei 2019 te 14.30 uur teneinde Lekker Suriname c.s. in de gelegenheid te stellen zich bij akte uit te laten of zij dit bewijs wensen te leveren en,

indien zij dat willen doen door schriftelijke bewijsstukken, zij die dan dadelijk bij die akte in het geding dienen te brengen;

indien zij getuigen wensen voor te brengen, zij in die akte opgave dienen te doen van het aantal door hen voor te brengen getuigen met de verhinderdata aan beide zijden in de periode juni tot en met augustus 2019, zodat onmiddellijk ter zitting een datum voor het getuigenverhoor kan worden bepaald; Lekker Suriname c.s. zullen te zijner tijd zelf hebben zorg te dragen voor behoorlijke oproeping der getuigen en zullen uiterlijk één week voor het getuigenverhoor de namen en de woonplaatsen van de te horen getuigen moeten opgeven aan de kantonrechter en de wederpartij;

bepaalt dat eventuele getuigenverhoren zullen plaatsvinden in het gerechtsgebouw aan het Wilhelminaplein 100 te Rotterdam (melden in het rode gebouw B) voor na te noemen kantonrechter.

 

Dit vonnis is gewezen door mr. K.J. Bezuijen en uitgesproken ter openbare terechtzitting.

764

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots