PIV-Overeenkomst BGK – Geschillencie: geen extra vergoeding belangenbehartiger voor bezoeken aan arbeidsdeskundige

Samenvatting:

Belangenbehartiger vordert, naast de BGK-vergoeding op basis van de PIV-staffel- een aanvullende vergoeding voor drie van de vier bezoeken die zijn afgelegd door de belangenbehartiger in het kader van re-integratie. Belangenbehartiger beroept zich op art. 2.2 van de PIV-overeenkomst BGK. De verzekeraar stelt dat de bezoeken zijn begrepen in de PIV-staffel. De Geschillncommissie oordeelt dat de aanwezigheid van de belangenbehartiger bij de bezoeken van de arbeidsdeskundige niet vallen onder ‘omvangrijke inspanningen’ als bedoeld in art. 2.2 van de PIV-overeenkomst BGK en kent derhalve geen vergoeding toe.

Geschillencommissie PIV-Overeenkomst Buitengerechtelijke kosten

.   

Bindend advies van de Geschillencommissie PIV-Overeenkomst Buitengerechtelijke Kosten te        ’s-Gravenhage, verder te noemen de commissie, gegeven op 13 maart 2013

in de zaak van

[belangenbehartiger],
gevestigd te [vestigingsplaats]  
verder te noemen “[belangenbehartiger]”,

tegen:

[verzekeraar]

gevestigd te [vestigingsplaats],
verder te noemen “[verzekeraar]”. 

De procedure:

[belangenbehartiger] heeft in overleg met [verzekeraar] bij brief van 27 december 2012 een geschil tussen hen met betrekking tot de vergoeding van buitengerechtelijke kosten voorgelegd aan de commissie.
Pogingen om het geschil in der minne af te doen hebben niet tot het gewenste resultaat geleid.
Partijen hebben alle relevante stukken betrekking hebbend op het geschil overgelegd.

De voorzitter van de commissie heeft besloten dat partijen niet uitgenodigd zullen worden om ter zitting hun standpunten mondeling toe te lichten, nu de zaak voldoende schriftelijk is toegelicht.

De zaak is op 13 maart 2013 door de commissie behandeld.

1. Het standpunt van [belangenbehartiger] luidt – kort samengevat – als volgt:

Het geschil betreft een grotere letselschadezaak die is geregeld voor een totaalbedrag van

 € 100.250,00; de buitengerechtelijke kosten zijn afgewikkeld op basis van de PIV-staffel.  

[belangenbehartiger] maakt bovenop de betaalde vergoeding op basis van de PIV-staffel aanspraak op een extra vergoeding van € 2.875,99 inclusief BTW.

.

[belangenbehartiger] stelt hiertoe dat in art. 2.2 van de PIV-overeenkomst  is bepaald dat -naast aparte betaling van de onder punt 2.2.g genoemde kosten van reintegratie- en/of arbeidsdeskundigen- ook plaats is voor betaling van een extra vergoeding aan de belangenbehartiger, in het geval door de belangenbehartiger omvangrijke inspanningen zijn verricht met het oog op reintegratie.

[belangenbehartiger] stelt dat in de onderhavige zaak sprake is geweest van dergelijke omvangrijke inspanningen, nu de belangenbehartiger vier bezoeken aan de benadeelde heeft gebracht samen met de arbeidsdeskundige, terwijl gebruikelijk is dat de belangenbehartiger eenmaal aanwezig is bij de introductie van de arbeidsdeskundige.

[belangenbehartiger] meent dan ook dat alleen de aanwezigheid van de belangenbehartiger bij het eerste bezoek van de arbeidsdeskundige (op 9 februari 2007) als “normale” inspanning binnen de staffel valt. De overige drie bezoeken (op 15 februari 2008, 19 augustus 2008 en 30 januari 2009) moeten worden aangemerkt als omvangrijke inspanningen.

[belangenbehartiger] heeft de noodzaak van de ter discussie staande bezoeken -kort samengevat- als volgt toegelicht,:

2e bezoek: aanwezig bij gesprek vanwege een terugslag die benadeelde had in de vorm van paniekaanvallen, waardoor de re-integratie is vertraagd.

3e bezoek: aanwezig bij gesprek in verband met de evaluatie van een behandelplan, waar ook de schaderegelaar van de verzekeraar bij aanwezig was.

4e bezoek: aanwezig bij gesprek, omdat er een nieuwe arbeidsdeskundige in de zaak kwam.

2. Het standpunt van [verzekeraar] luidt – kort samengevat – als volgt:

[verzekeraar] meent dat alle bezoeken vallen onder de normale werkzaamheden van de belangenbehartiger, die begrepen zijn in de vergoeding op basis van de PIV-staffel.

[verzekeraar] stelt daartoe dat de bezoeken van de belangenbehartiger niet alleen zagen op de arbeidsdeskundige aspecten, maar ook op de schaderegeling. Daar bij komt dat de GBL voorschrijft dat er minstens een keer per jaar persoonlijk contact moet zijn met de benadeelde, zodat ook om die reden meer dan een bezoek als normaal dient te worden beschouwd. 

[verzekeraar] stelt voorts dat het gebruikelijk is dat de belangenbehartiger bij de gevoerde gesprekken aanwezig is en dat derhalve geen sprake is van extra werkzaamheden.

[verzekeraar] geeft bovendien aan dat de PIV-staffel is gebaseerd op gemiddelden. Dat betekent dan ook dat de ene cliënt nu eenmaal meer aandacht, begeleiding of advies nodig heeft dan de andere cliënt.

[verzekeraar] heeft haar standpunt ten aanzien van de drie laatste bezoeken – kort samengevat- als volgt toegelicht:

2e bezoek: dit bezoek betrof combinatie van arbeidsdeskundige en schadetechnische aspecten.

3e bezoek: het is gebruikelijk dat de belangenbehartiger bij een dergelijk evaluatiegesprek aanwezig is, en ook de schaderegelaar van Interpolis was erbij.

4e bezoek: er was inderdaad een nieuwe arbeidsdeskundige in de zaak gekomen, maar dit houdt niet in dat sprake is van omvangrijke inspanningen.  

Verder wijst [verzekeraar] er nog op dat in de PIV-overeenkomst onder punt 2.2 staat vermeld dat “partijen een extra vergoeding overeen kunnen komen”, hetgeen volgens [verzekeraar] impiceert dat vooraf overleg dient plaats te vinden over een extra vergoeding, terwijl vast staat dat [verzekeraar] pas achteraf is geconfronteerd met de aanvullende vordering van [belangenbehartiger].

3. De Commissie beoordeelt de zaak als volgt:

De commissie stelt vast dat de tekst van de PIV-overeenkomst  BGK van 2012 (vastgesteld in 2011) van toepassing is, nu de schade in 2012 is afgewikkeld.

Aan de commissie wordt de vraag voorgelegd of de door [belangenbehartiger] geclaimd kosten ad

€ 2.875,99 geacht moeten worden te zijn begrepen zijn onder de staffel, dan wel dat sprake is van kosten die betrekking hebben op omvangrijke inspanningen in het kader van re-integratie, zoals bedoeld in art 2.2. laatste alinea van de PIV-overeenkomst BGK.

Art 2.2. luidt, voor zover hier van belang als volgt:

2.2       Bijkomende kosten

Boven het in de tabel vermelde bedrag voor buitengerechtelijke kosten worden vergoed de kosten van:

(….)

g.         re-integratiedeskundigen en/of arbeidsdeskundigen;

(….)

(….)

Met de onder 2.2 sub g. bedoelde kosten wordt verstaan de kosten die verbonden zijn aan de inschakeling van een externe re-integratiedeskundige of externe arbeidsdeskundige. De met de inspanningen van belangenbehartiger gemoeide buitengerechtelijke kosten vallen onder de tabelvergoeding. In geval door belangenbehartiger omvangrijke inspanningen zijn verricht, kunnen partijen een extra vergoeding overeenkomen.

De commissie stelt vast dat partijen het erover eens zijn dat het eerste bezoek begrepen is onder de vergoeding op basis van de PIV-staffel. 

Ten aanzien van de overige drie bezoeken, moet worden vastgesteld of het normaal en gebruikelijk is dat een belangenbehartiger bij dergelijke gesprekken aanwezig is. Indien sprake is van werkzaamheden die normaal en gebruik zijn, is er geen reden om deze als ‘omvangrijk’ aan te merken en deze te vergoeden boven de PIV-staffel.

De commissie acht van belang dat de bepaling onder 2.2 onderaan in 2011  is opgenomen ter voorkoming van discussie over de vraag of de werkzaamheden van de belangenbehartiger betrekking hebben op de schaderegeling dan wel op de arbeidsdeskundige begeleiding van de benadeelde.

In de voorgaande versie van de PIV-overeenkomst BGK, die dateert uit 2007, was bepaald dat ook de werkzaamheden die de belangenbehartiger verrichtte met het oog op re-integratie boven de staffel moesten worden vergoed. In de praktijk bleken regelmatig discussies te ontstaan over de vraag of sprake was van werkzaamheden die betrekking hebben op de schaderegeling dan wel van werkzaamheden die betrekking hebben op re-integratie. Aangezien die werkzaamheden nauw met elkaar verbonden zijn en in elkaar overlopen is bij de herziening van de overeenkomst in 2011 besloten dit onderscheid niet meer te maken.

Ter compensatie hiervan (en enkele andere punten) is de staffel in alle zaken verhoogd. 

Dit betekent dat in alle zaken, ook waarin geen arbeidsdeskundige begeleiding plaats vindt een hoger bedrag aan BGK wordt betaald dan voor de herziening.

In dat licht oordeelt de commissie dat alleen in die gevallen, waarin sprake is van dermate omvangrijke werkzaamheden van de belangenbehartiger, dat het onredelijk zou zijn alleen de staffel toe te passen, een extra vergoeding op zijn plaats is.

Daarbij weegt de commissie mee dat in een zaak met een aanzienlijk belang, waarvoor de belangenbehartiger een aanzienlijke vergoeding ontvangt volgens de PIV-staffel, meer eisen aan het bijzondere karakter van de extra vergoeding mogen worden gesteld. Het is immers inherent aan een zaak met een groter belang dat de werkzaamheden in het algemeen gesproken meer omvangrijk zijn.

De commissie is van oordeel dat de werkzaamheden die [belangenbehartiger] heeft verricht, normaal en gebruikelijk zijn en dat deze niet zo omvangrijk zijn dat deze bovenop de PIV-staffel moeten worden vergoed. In zijn algemeenheid is het onjuist, zoals [belangenbehartiger] stelt, dat alleen een eerste gezamenlijk bezoek met een arbeidsdeskundige gebruikelijk is. Afhankelijk van de aard van het letsel en het verloop en de duur van de schaderegeling kunnen meerdere bezoeken normaal en gebruikelijk worden geacht.

In dat kader acht de commissie van belang dat hier sprake is van een zaak met een aanzienlijk belang
 (€ 100.250,-)  waartegenover op basis van de PIV-staffel ook een aanzienlijke vergoeding aan BGK staat (€ 19.278,-) . In een zaak met een aanzienlijk belang mogen hogere eisen aan het bewijs van het bijzondere karakter van de extra werkzaamheden worden gesteld. 

De door [belangenbehartiger] genoemde drie extra bezoeken voldoen naar het oordeel van de commissie niet aan dat criterium. Ten aanzien van het 2e  en 3e bezoek is naar de mening van de Commissie sprake van een bezoek waarin schaderegeling en arbeidsdeskundige aspecten zijn gecombineerd. Juist met het oog op dergelijke bezoeken, waarin de beide elementen door elkaar lopen is in de thans geldende PIV-overeenkomst geen onderscheid meer gemaakt naar de aard van de werkzaamheden. De door de belangenbehartiger verrichte werkzaamheden zijn overigens naar het oordeel van Commissie niet zodanig omvangrijk dat deze onder de uitzonderingsbepaling gebracht moeten worden. Ten aanzien van het 4e bezoek is de Commissie van oordeel dat het in een langer lopende zaak regelmatig zal voorkomen dat het niet steeds dezelfde arbeidsdeskundige is die zich met de re-integratie bezig houdt. Het is een -alleszins begrijpelijke-  keuze van de belangenbehartiger dat hij bij de introductie van de nieuwe arbeidsdeskundige aanwezig wil zijn. Dit vormt echter geen reden om te oordelen dat deze werkzaamheden niet onder de staffel moeten vallen.

De commissie komt dan ook tot het oordeel dat de werkzaamheden waarvoor vergoeding bovenop de staffel wordt gevraagd, normaal en gebruikelijk zijn en niet vallen onder de bepaling dat bij omvangrijke werkzaamheden een extra vergoeding moet worden betaald.
Derhalve kan in het midden blijven of vooraf over een extra vergoeding overeenstemming moet zijn bereikt, zoals [verzekeraar] stelt.

Bindend advies:
De commissie oordeelt dat de kosten ter zake van de aanwezigheid van de belangenbehartiger bij de bezoeken van de arbeidsdeskundige niet vallen onder ‘omvangrijke inspanningen’ als bedoeld in artikel 2.2 van de PIV-overeenkomst BGK en er derhalve geen grond bestaat voor een aanvullende vergoeding van buitengerechtelijke kosten bovenop de PIV-staffel.   

Deze beslissing is gegeven te ‘s-Gravenhage op 13 maart 2013

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots