PIV Jaarconferentie 2015 – De benadering van letselschade: concreet, abstract of toch anders? – Normering, zelfregulering, deregulering … én succesvol veranderen

Samenvatting:

Bij de vergoeding van letselschade is het een uitgangspunt dat de concrete schade wordt vergoed. De vast­stelling van die schade kan echter een ingewikkeld, langdurig en belastend proces zijn. Kan het vaststellen van de schade worden vereenvoudigd door de schade abstracter te benaderen? Normering van diverse schadeposten heeft al tot een vereenvoudiging, versnelling en minder discussie geleid. Is er nog meer mogelijk en wenselijk op dit vlak? Deze vraag was aan de orde tijdens de vijftiende PIV Jaarconferentie, op vrijdag 27 maart 2015 in Congrescentrum Orpheus in Apeldoorn.

De PIV Jaarconferenties worden al sinds jaar en dag druk bezocht, maar het programma dat dit jaar was aan­gekondigd, trok een recordaantal deelnemers. Maar liefst 640 belangstellenden waren in Apeldoorn aanwezig, terwijl er nog eens tientallen op een wachtlijst moesten worden geplaatst.

Het thema van de dag werd ingeleid door mr. Theo Kremer – directeur van de Stichting PIV. Kremer betoogde dat een ‘volledige schadevergoeding’ in de letselschaderegeling een achterhaald begrip is. Het impliceert immers dat een schade altijd tot achter de komma kan worden uitgerekend en dat is verre van mogelijk. Het gaat dan om het verschil tussen een – hypothetische – toekomst zonder ongeval en een toekomst met ongeval en naarmate het slachtoffer jonger is, is dat verschil steeds moeilijker te berekenen. Volgens Kremer wordt het slachtoffer veel meer recht­gedaan als voortaan over een zo volledig mogelijke schadevergoeding wordt gesproken. Die kan dan concreet, maar ook abstract worden benaderd en misschien moet een gulden middenweg worden gekozen. Zeker bij ernstige schades zal toch altijd maatwerk nodig zijn. 

Normering van smartengeld

Prof. mr. Siewert Lindenbergh – hoogleraar Privaatrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, betoogde dat het onjuist is te veronderstellen dat een genormeerde vergoeding per definitie een onvolledige vergoeding is. Volgens hem zal het soms zelfs meer zijn en soms minder. Hij gaf aan dat normering in de letselschadeadvocatuur nog altijd uit den boze is, maar betwijfelde of die afkeer op juiste argumenten berust. In de letselschaderegeling en trouwens ook daarbuiten worden immers voortdurend normen aangelegd. Normeren is niet anders dan zoeken naar hand­vatten en het formuleren van handvatten om problemen op te lossen. Volgens Lindenbergh zijn op die wijze op belangrijke punten successen geboekt en op andere, moeilijke punten nog niet. Lindenbergh noemde het ‘een curieuze paradox’ dat smartengeld in Nederland in theorie het minst en in de praktijk het meest genormeerd is. Hij gaf aan dat smartengeld niet wettelijk is genormeerd, maar naar billijkheid wordt vastgesteld en daarvoor heeft de Hoge Raad nauwelijks tot geen richtlijnen gegeven. Toch zit er in Nederland al decennia lang geen beweging in de hoogte van het smartengeld, terwijl dat in Engeland precies andersom is. Daar heeft men smartengeld wel genormeerd, er zijn althans aanwijzingen en richtlijnen voor, maar toch ligt er helemaal niets vast. Dergelijke aanwijzingen bieden volgens Lindenbergh juist de mogelijkheid om, als dat ­nodig is, beweging in het smartengeld te krijgen. 

Compensatieregeling

Een actueel voorbeeld van normering betreft de Compen­satieregeling Seksueel Misbruik in de rooms katholieke Kerk in Nederland. Deze regeling is gebaseerd op vijf categorieën van misdragingen (van seksueel getinte hande­lingen of uitlatingen tot uitzonderlijke gevallen van seksueel misbruik) en financiële compensaties (van 5000 euro tot maximaal 100.000 euro). Mr. Bart Holthuis – advocaat en partner bij JPR Advocaten en voorzitter van de Compensatiecommissie, behandelde in zijn presentatie een aantal goede en minder goede ervaringen met deze normering in vijf categorieën. Toch kwam hij tot de conclusie dat de compensatieregeling in de praktijk goed werkbaar is gebleken. Hij stelde dat er betrekkelijk weinig inhoudelijke kritiek op is gekomen en gaf aan bewondering voor het kerkelijk gezag te hebben, dat op enkele uitzonderingen na heel royaal met de regeling is omgegaan. Holthuis zei ook veel bewondering voor de benadeelden te hebben. Zij hebben immers eerst anderhalf jaar bij de Klachtencommissie moeten soebatten en daarna hun gevoelens met de Compensatiecommissie moeten delen. De vraag is natuurlijk wel, aldus Holthuis, of inderdaad genoegdoening wordt bereikt, hetgeen het doel van de Kerk was. Hij zei dat de Compensatiecommissie zich er in ieder geval op heeft voorbereid dat zij het wat dat betreft nooit goed zal kunnen doen. 

Zorg- en affectieschade

Prof. mr. Albert Verheij – hoogleraar Privaatrecht aan de Rijksuniversiteit Groningen, besprak het wetsvoorstel voor de vergoeding van zorg- en affectieschade. Dit wetsvoorstel werd in mei 2014 aan diverse organisaties voorgelegd. De procedure voor wat betreft het onderdeel affectieschade is inmiddels ‘dichtgetimmerd’. De minister van Veiligheid & Justitie heeft recent besloten dit onderdeel los te koppelen van zorgschade en heeft het voor advies aan de Raad van State voorgelegd. Het onderdeel zorgschade heeft ondertussen tot veel kritische opmerkingen geleid. Het voorstel beoogt een vergoeding van de inkomensschade van naasten die zich voor de verzorging van een slachtoffer inzetten en dus minder of geen betaalde arbeid kunnen verrichten. Veel van de in 2014 consulteerde marktpartijen hadden bij een groot aantal punten in het voorstel ernstige bedenkingen en dat zal zeker niet zijn veranderd sinds op 1 januari 2015 de Wmo en andere regelingen hun intrede hebben gedaan. Discussie is er vooral over de vraag wat redelijke kosten voor een redelijke verzorging zijn. Veel zal afhangen van de aard van het letsel en van de relatie van de naasten die de zorg op zich nemen. Verzekeraars verwachten dat de ‘kring van gerechtigden’ veelal niet tot twee naasten beperkt zal blijven. Dat maakt het lastig om prognoses en reserveringen vast te stellen. Bovendien zijn zij bang voor een aanzuigende werking en dus een enorme schadelast. Ook zal het feit dat nog steeds grote onduidelijkheid bestaat over wat wel en niet onder zorgkosten valt, tot enorme transactiekosten leiden. Het wettelijk en via zelfregulering ‘dichttimmeren’ lijkt Verheij niet haalbaar. Hij ziet nog de meeste mogelijkheden als voor de normering en hardheidsclausule wordt uitgegaan van de regels die voor affectieschade gelden. 

Debat

Het plenaire gedeelte van het ochtendprogramma werd afgesloten met een debat aan ‘de Tafel van Lindenbergh & Van ’t Hek’. Onder leiding van Siewert Lindenbergh en dagvoorzitter Tom van ’t Hek werd gediscussieerd door Theo Kremer, Albert Verheij en mr. Marco Zwagerman – advocaat en partner bij Beer advocaten en lid van de Werkgroep Modernisering Vaststelling Smartengeld. De Nederlandse praktijk voor wat betreft de toekenning van smartengeld is vastgelegd in het zogenoemde Smartengeldboek (Smartengeld; uitspraken van de Nederlandse rechter over de vergoeding van immateriële schade, Den Haag, ANWB, 2014), ook wel de Smarten­geldgids genoemd. Marco Zwagerman stelde in de discussie dat smartengeld in de praktijk van de letselschadebehandeling vooral als smeermiddel wordt gebruikt, en dan meestal op basis van de Smartengeldgids. Hij gaf aan dat de in Nederland gehanteerde bedragen peanuts zijn in vergelijking tot wat in het buitenland gebruikelijk is. Theo Kremer stelde dat verzekeraars in beginsel voorstander zijn van een wettelijke regeling voor smartengeldbedragen en daarmee voor een verhoging daarvan, wat door Siewert Lindenbergh als een uitzonderlijk standpunt werd gekwalificeerd. Albert Verheij herinnerde eraan dat na een lange periode van onderhandelen binnen de branche eindelijk consensus tot stand was gekomen, maar dat het wetsvoorstel in de zomer van 2010 om volstrekt oneigenlijke redenen door de Eerste Kamer werd getorpedeerd. 

Statistiek

Mr. Chris van Dijk – advocaat en partner bij Kennedy Van der Laan, liet de aanwezigen kennismaken met enige statistiek in de letselschadepraktijk. Van Dijk besprak de situatie waarin partijen een (toekomstige) arbeidsvermogensschade doorrekenden, waarbij de eisende partij op een bedrag uitkwam dat bijna twintig keer hoger was dan het bedrag waarop de aansprakelijke partij uitkwam. Hij noemde het een exercitie die er louter op was gericht een calculated guess te verkrijgen. Ook rechters realiseren zich dat het ­bepalen van de hypothetische situatie geen sinecure is en maken dan ook regelmatig gebruik van ‘feiten van algemene bekendheid’ ofwel: statistische gegevens. Van Dijk tekende hierbij aan dat rechters hiermee moeten oppassen, omdat er ook nog persoonlijke omstandigheden kunnen zijn waarmee, als daar aanleiding voor is, rekening moet worden gehouden. Hij betoogde in dit verband dat niet de grootste gemene deler het uitgangspunt is, maar de specifieke situatie van de benadeelde. Van Dijk voerde aan dat ook nog altijd door de rechterlijke macht in zekere zin wordt ‘geluchtfietst’ als het om de toepassing van statistiek gaat. Als dit echter met enige ratio gebeurt, is dat volgens hem altijd nog beter dan vonnis wijzen op basis van onderbuikgevoelens. Van Dijk kwam tot de conclusie dat luchtfietsen mogelijk moet zijn, maar wel op basis van objectieve rechtvaardiging, en dat de rechter in het algemeen zuinig is met het toestaan van statistiek bij letselschade.  

Richtlijnen en overlijdensschade

Mr. Jaap Sap – rechter bij Rechtbank Midden-Nederland, sprak zich positief uit over de richtlijnen van De Letselschade Raad in het algemeen en de nieuwe richtlijn voor Overlijdensschadeberekening in het bijzonder. Hij stelde dat deze richtlijnen alle partijen, inclusief de rechters, een houvast geven. Toch constateerde hij dat het hierbij vooral om minimale vergoedingsbedragen gaat. Hij pleitte er daarom voor dat de rechter van deze bedragen mag afwijken, desnoods ruim, indien het slachtoffer aantoonbaar meer financiële schade heeft. Hoewel dergelijke richtlijnen zeker kunnen bijdragen aan minder discussie over details en daardoor vermindering van transactiekosten en versnelling van de afhandeling, moeten richtlijnen nooit betekenen, aldus Jaap Sap, dat niet steeds opnieuw naar de abstracte situatie van het geval wordt gekeken. Een nadeel is ook dat, behalve verzekeraars, slechts weinig partijen zich aan de richtlijnen gebonden voelen. 

Parallelsessies

Aan het einde van de ochtend en ook na de theepauze in de middag konden de deelnemers in totaal twee van zeven parallelsessies bijwonen. Ing. Erik-Jan Bakker, mr. Coen de Koning en Jessica Laumen-de Valk bespraken de nieuwe rekenmethodiek voor overlijdensschade. Deze werd door de Denktank Overlijdensschade ontwikkeld en op 19 november 2014 gelanceerd. De sessie van Hendrik Redmijer en mr. Gerrit Hulsbergen re, beiden partner van Het Letselhuis, ging over de (bedrijfskundige) aanpak van schade van zelfstandigen. De afwikkeling van letselschade bij ondernemers is immers veelal een complexe aan­gelegenheid. Psychiater drs. Fedia Jacobs besprak de post traumatische stress stoornis (PTSS), een aandoening die alsmaar meer lijkt voor te komen, ook na ogenschijnlijk kleine incidenten. Universitair docent aan de VU mr. dr. Kiliaan van Wees ging in op de gevolgen voor aansprakelijkheid van de introductie van zelfrijdende auto’s. Hij stelde onder meer aan de orde of het aansprakelijkheidsrecht moet worden aangepast. Arbeidsdeskundige Edwin Audenaerde en rekenkundig expert Hans Tiemersma ­behandelden de wijzigingen die zich voordoen door de afschaffing van de AWBZ en de ontwikkelingen in Wmo, Zvw en Wlz. Architect Ed. Bijman vertelde over het proces dat hij doormaakte en nog steeds doormaakt na een ongeval waaraan hij een dwarslaesie overhield. Hij besprak met name zijn ervaringen met de schadeafhandeling. Tot slot behandelde mr. Raoul van Dort re een aantal aspecten van kindschades. Hij besprak wat een kind krijgt en ook wat een kind wil nadat het door ernstig letsel is getroffen.

Succesvol veranderen

De laatste presentatie werd verzorgd door dr. Ben Tiggelaar – managementauteur en gedragswetenschapper. Hij besprak het onderzoek naar en de weerbarstige praktijk van succesvol veranderen. Tiggelaar liet de zaal proefondervindelijk ervaren waar automatismen toe kunnen leiden, zette de aanwezigen met opzet regelmatig op het verkeerde been, refereerde aan verschillende wetenschappelijke onderzoeken en gaf tot slot een aantal handige tips voor degenen die echt moeite willen doen om zichzelf en de bedrijfscultuur van de organisatie waar zij werken of verantwoordelijk voor zijn, positief te veranderen. 

PIV Giraffe 2015

Tot slot van de PIV Jaarconferentie werd traditiegetrouw de PIV Giraffe uitgereikt, de jaarlijkse blijk van waardering voor de persoon of instelling die ‘zijn nek heeft uitgestoken’ en aldus een waardevolle ontwikkeling in de letselschadebranche in gang heeft gezet. De prijs ging dit jaar naar Jessica Laumen-de Valk, rekenkundige, arbeidsdeskundige en gerechtelijk deskundige bij Laumen Expertise in Ede. De PIV Giraffe werd haar toegekend vanwege haar inzet voor de ontwikkeling van een nieuwe methodiek voor de berekening van overlijdensschade, een normering met andere woorden, hetgeen mooi aansloot bij de thematiek van de Jaarconferentie. In 2009 nam Jessica Laumen het initiatief tot de instelling van een Denktank Overlijdens­schade, waarin belangenbehartigers van na­bestaanden, verzekeraars, wetenschappers, vertegenwoordigers van de rechtelijke macht en de werkgroep Normering van De Letselschade Raad participeerden. De Denktank Overlijdensschade leverde op 19 november 2014 een definitieve notitie op, die samen met een rapportage van het Nibud tot een nieuwe Richtlijn Rekenmodel Overlijdensschade van De Letselschade Raad leidde. Met de toekenning van de PIV Giraffe 2015 aan Jessica Laumen werd de inzet en het resultaat van de totale Denktank Overlijdensschade beloond. In haar dankwoord betrok ze dan ook de veertien leden daarvan en zei ze dat ook zij de PIV Giraffe dubbel en dwars verdienden. 

De presentaties die door de sprekers en tijdens de parallelsessies zijn gebruikt, staan op de website van het PIV: www.stichtingpiv.nl.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey