PIV-Bulletin 2016-4 “Mag het een onsje minder zijn?” Toewijzingen BGK door deelgeschillenrechters

Samenvatting:

Over wat redelijk is in het kader van ‘de redelijke kosten van buitengerechtelijke bijstand’ is al een hoop geschreven. Omdat er binnenkort ook een themanummer verschijnt van Letsel & Schade zal ik mij hier beperken tot een deelaspect. Namelijk tot datgene dat door de deelgeschillenrechter wordt toegewezen en/of begroot. De deelgeschillenrechter, zo blijkt uit mijn onderzoekje, kort gemiddeld zo’n 36% op de ingediende claim terzake de buitengerechtelijke kosten.

In dit stuk bespreek ik de praktijk van toewijzingen door de deelgeschillenrechter. Niettemin zal ik toch eerst wat algemeenheden moeten debiteren omwille van de context, want wat door de deelgeschillenrechter wordt toegewezen is daarmee nog niet de maat van alle dingen.

Zoals bij ieder soort werk, mag er van uit worden gegaan dat ook in het kader van de letselschadebehandeling verschillende soorten werkzaamheden worden verricht door belangenbehartigers, variërend van administratieve- en secretariaatswerkzaamheden tot gespecialiseerd en juridisch zeer ingewikkeld werk. Niet alle arbeid is hooggekwalificeerde juridische arbeid. Er zit ook veel administratief handwerk in; het opvragen van stukken, het versturen van rappellen, het verzamelen van gegevens. Ook het bezoeken van, of het overleggen met een client is als zodanig geen, of althans niet per se, hooggekwalificeerde juridische arbeid. Ook dat aspect behoort in de uiteindelijke redelijkheidstoets te worden meegenomen. Dat er rekening gehouden kan en mag worden met de verschillende aard van de ontplooide activiteiten blijkt wel uit de jurisprudentie. Zo oordeelde de rechtbank Den Bosch: “In dit verband is mede van betekenis dat de werkzaamheden alleen nog de schadevaststelling betroffen, waarbij zich geen lastig feitelijk of juridisch probleem (meer) voordeed. Het ging in belangrijke mate nog om de vaststelling van het behoeftetekort en om de shockschade. De berekeningen met betrekking tot het behoeftetekort zijn verricht door Andriessen & Geurst. De shockschade was al in belangrijke mate afgehandeld toen Witlox de zaak overnam. Er is geen uitvoerige discussie gevoerd over de definitieve vaststelling van de schadeomvang. Nergens uit blijkt dat Witlox inhoudelijke werkzaamheden van substantiële omvang heeft verricht. Een hoog specialistentarief is dan niet op zijn plaats.”  [1]. De rechtbank Amsterdam oordeelde in een andere kwestie over het soort werkzaamheden:  De werkzaamheden van Pals hebben tot op heden bestaan uit het opvragen van medische informatie, besprekingen met [eiseres sub 2] en het vervaardigen van korte brieven aan Winterthur. Vanwege de erkenning van de aansprakelijkheid door Winterthur is een juridisch inhoudelijke discussie daarover niet gevoerd. In de correspondentie met Winterthur is Pals niet inhoudelijk ingegaan op het causaal verband tussen het ongeval en de schade, noch op de omvang van de schade. Uit de declaraties blijkt bovendien dat werkzaamheden die op secretarieel niveau zijn verricht ook zijn gedeclareerd tegen de hiervoor genoemde hoge tarieven. Als voorbeeld noemt Winterthur het maken van een telefonische afspraak op 6 september 2006 en de schriftelijke bevestiging daarvan tegen een tarief van EUR 220,- per uur[2].: Samenvattend: het soort uren dat gedeclareerd wordt speelt een rol, of zou een rol moeten spelen[3].

De hoogte van de gedeclareerde kosten is verder het resultaat van het aantal uren en het daaraan te verbinden uurtarief. Ervaren belangenbehartigers plegen een hoger uurtarief te hanteren, maar dat behoort zich dan ook te vertalen in minder uren, en wellicht ook aan efficiënter delegeren aan het secretariaat. Heel soms zie je dat ook in de praktijk, maar dat is dan toch echt zeldzaamheid. In de praktijk gaat het toch om veel uren tegen een hoog tarief. Maar hoe dan ook; het resultaat van uren x arbeid bepaalt de hoogte van de buitengerechtelijke kosten. Het is dus niet zinvol om bij de beoordeling van de redelijkheid enkel aandacht te besteden aan de hoogte van het honorarium per uur; het aantal uren is ook relevant. Een typisch voorbeeld van korting op het aantal gedeclareerde geeft de rechtbank Rotterdam die daaromtrent overweegt: “De rechtbank acht het begrote aantal uren (ruim 48) niet redelijk, gezien de relatief geringe complexiteit van de zaak en het feit dat van een gespecialiseerd letselschadeadvocaat verwacht mag worden dat deze minder tijd dan gemiddeld nodig heeft voor een dergelijke zaak. Daarbij is het verzoekschrift weliswaar omvangrijk, maar dit wordt deels veroorzaakt door het citeren van veel jurisprudentie die niet specifiek op het onderhavige geschil van toepassing is. Naar het oordeel van de rechtbank is, mede gelet op de reistijd en duur van de mondelinge behandeling, een totale tijdsbesteding van 20 uur redelijk. [4]. En dat is nog ruim wat mij betreft.

Als ik een nota BGK ontvang, dan staat daar nooit een post op voor secretariële werkzaamheden; alles moet tegen het ‘marktconforme’ tarief. Of het administratief lastig is om voor al die verschillende activiteiten een urenstaat bij te houden… ik weet het niet, maar een goede secretaresse kan dat zonder twijfel, en kan dat waarschijnlijk beter dan de doorsnee advocaat.

In BGK-discussies wordt vaak het argument gebezigd dat de uurtarieven ‘marktconform’ zijn. Ik vraag mij af of er sprake is van een functionerende markt. Volgens mij is daar geen sprake van. Wie Googelt, komt terecht bij de actiefste marketeers. Wie Googelt op ‘de goedkoopste’ vindt allerhande sites die vergelijken op prijs, ook voor bijvoorbeeld het notariaat, maar voor de letselschademarkt bestaat zoiets niet, laat staan dat er daarbij nog iets van een kwaliteitsreview of iets dergelijks plaatsvindt.

De consument heeft geen idee van wat een redelijke of een goede prijs is, en nu de BGK’s ook buiten de consument om plegen te worden betaald, wordt ook dat corrigerende deel van de marktwerking eenvoudigweg uitgeschakeld.

En als er al marktwerking zou zijn, geldt dat dan niet eens te meer voor de prijs van het administratieve werk? Het is op zich nog voorstelbaar dat een belangenbehartiger zijn client-in-spé vertelt dat zijn diensten tweehonderdveertig euro per uur kosten. Maar het is niet goed voorstelbaar dat hij ook meedeelt dat de activiteiten van zijn secretaresse moeten worden beloond tegen datzelfde tarief, overigens nog te vermeerderen met kantoorkosten en BTW. Nog veel onwaarschijnlijker is dat die client daar vervolgens mee akkoord gaat.  

In de BGK-discussie pleegt nogal eens te gesteld te worden de beschikkingen van deelgeschillenrechters de redelijkheid van hun declaraties ook bevestigen. Of dat ook echt zo is, is zeer de vraag.

Wat die deelgeschillen met elkaar gemeen hebben is dat het daarbij gaat om kosten die worden gemaakt in bij het maken van processtukken en het voorbereiden van een deelgeschil; activiteiten die naar hun aard kunnen worden betiteld als hoogwaardige juridische arbeid. Die werkzaamheden hebben dan ook niet, of veel minder het  gemengde karakter dat ik hierboven beschreef. Het gaat daarbij dus om de duurste categorie van te vergoeden arbeid. Bij het hanteren van deelgeschilbeschikkingen als maatstaf voor de hoogte van de redelijke buitengerechtelijke kosten dient derhalve beseft te worden dat die beschikkingen een maatstaf geven van wat redelijk is voor die hoogwaardige juridische arbeid, zonder dat er rekening wordt gehouden met de component van ondersteunende en secretariële en andersoortige werkzaamheden.

Eerder viel me al op dat hetgeen wordt toegewezen enorm varieert, en dat dat ook per rechtbank lijkt te verschillen. Een vluchtige blik op de kostentoewijzingen door deelgeschillenrechters zoals die bijvoorbeeld te vinden zijn op www.letselschademagazine.nl en het PIV kennisnet laat zien dat rechters zowel het aantal uren, als het uurtarief plegen te matigen.

Bij mijn onderzoekje, dat niet pretendeert volledig te zijn, ben ik begonnen de uitspraken te bekijken zoals die te vinden zijn op eerdergenoemde site, op pagina http://www.letselschademagazine.nl/wet-deelgeschillen-algemeen . Ik ben bovenaan begonnen tot de 50e regel, en heb daaruit alle zaken gehaald waarin specifiek op de kosten en de toewijsbaarheid daarvan is ingegaan. Bij sommige zaken valt er helaas niets zinnigs te zeggen over hoe het toegewezene becijferd is[5]. Ik ben daarna geswitched naar de pagina  http://www.letselschademagazine.nl/kosten-van-deelgeschil, om daarvan de bovenste 50 te bekijken en te indexeren. Daar staan overigens ook een aantal zaken op die ook al op eerdergenoemde pagina te vinden zijn. Mijn onderzoekje is een paar maanden oud, dus de meest recente beschikkingen op deze laatste pagina staan er mogelijk nog niet in. Verder heb ik een aantal zaken van het PIV-kennisnet http://stichtingpiv.nl/ toegevoegd. Een systematischer aanpak, zonder de filterende werking van bovengenoemde vindplaatsen zou nuttig zijn.

Ik heb die zaken in een spreadsheet gezet, genoteerd hoeveel uren er werden gevorderd, en tegen welk tarief, hoeveel uren er werden toegewezen en tegen welk tarief, om het resultaat daarvan te delen door  het oorspronkelijk gevorderde aantal, en naar ik dus aanneem daadwerkelijk gewerkte, uren. Zoals in het onderstaande voorbeeld. Volgens de formule (toegewezen honorarium x toegewezen uurloon)/gevorderde uren = effectief per uur. Alles overigens exclusief BTW en die malle kantoorkosten.

vindplaats

gevorderde uren

gevorderd honorarium

toegewezen uren

toegewezen honorarium

effectief p/u

ECLI:NL:RBAMS:2015:8542

32,3

€ 250,00

4

€ 250,00

€ 30,96

ECLI:NL:RBDHA:2014:9931

25

€ 235,00

12

€ 190,00

€ 91,20

ECLI:NL:RBDHA:2016:6687

41

€ 240,00

16

€ 240,00

€ 93,66

Op dit moment heb ik 83 zaken bekeken en ingevoerd. 18 zaken heb ik buiten beschouwing gelaten omdat het toegewezen bedrag voor de BGK € 0,- bedroeg. Dat was bijvoorbeeld omdat de vordering onterecht was ingesteld, de deelgeschillenrechter niet bevoegd was, de deelgeschillenprocedure niet van toepassing was op de First-partyverzekering, of, zoals de rechter in Amsterdam beoordeelde, een “volstrekt ten onrechte ingesteld deelgeschil”[6]. 5 andere zaken heb ik buiten beschouwing moeten laten omdat deze geen details bevatten, bijvoorbeeld omdat de kosten niet door de belangenbehartiger waren gespecificeerd[7], of omdat de beschikking geen details bevatte[8]. Bij 12 zaken heeft de rechter de gevorderde BGK niet toegewezen, maar alleen begroot. De resterende 48 zaken heb ik ingevoerd in een tabel als de bovenstaande.

Het resultaat daarvan is dat blijkt dat op de hoeveelheid gevorderde uren gemiddeld door de rechter 30% in mindering pleegt te worden gebracht. Op het gevorderde honorarium per uur wordt gemiddeld 6%. In mindering gebracht. Effectief resulteert dat in een daadwerkelijk gerealiseerd honorarium van zo’n € 174,04 per uur. Bij dit soort exercities kunnen de extremen het gemiddelde fors beïnvloeden, maar als ik daarvoor corrigeer, en bijvoorbeeld de twee laagste en de twee hoogste beschikkingen negeer, dan bedraagt dat gemiddelde € 176,94. Negeer ik de vier hoogste en de vier laagste beschikkingen, dan bedraagt dat gemiddelde € 177,96.

Dat ‘effectieve uurtarief’ waarmee ik werk, is voor discussie vatbaar, maar ik saldeer daarmee de twee belangrijkste factoren, namelijk  het aantal uren en het honorarium per uur. In de praktijk ligt de nadruk van de discussie meestal op die laatste factor. Maar ook dat honorarium per uur is geen relevante maatstaf. De relevante maatstaf is immers de ‘redelijke kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand’. Nu de kosten van rechtsbijstand per definitie het resultaat zijn van het aantal uren maal het uurtarief ontkom je er bij de redelijkheidsafweging niet aan om naar de combinatie van die twee te kijken. Als de uitkomst redelijk is, is ze redelijk. En of dat nou met een correctie linksom of rechtsom gaat, of een combinatie daarvan, is eigenlijk om het even.

Wat nog opvalt, en voor het bovenstaande pleit, is dat wie een bescheiden aantal uren vordert, daarin nauwelijks wordt gekort, behalve een enkele keer dan, omdat het deelgeschil naar het oordeel van de rechter te vroeg was gestart.[9], of omdat de rechter er van uitging dat de rechtsbijstandverzekeraar de kosten al had vergoed[10]. Onder de 15 uur wordt er nauwelijks een korting op de uren toegepast. Daarboven wel. Wie heel hoog in de uren zit krijgt als regel een zeer forse reductie om de oren. Reducties tot 60% komen voor[11], terwijl het record staat op een korting van maar liefst 88%![12]

Wat verder nog opvalt is dat deelgeschillenrechters wat kritischer plegen zijn bij de kosten die zij daadwerkelijk toewijzen. Het gemiddelde is daar zoals gezegd € 174,04. Wanneer de deelgeschillenrechter de kosten enkel begroot valt op dat de kosten vaker worden overgenomen uit de opgave van de belangenbehartiger. In 7 van de 12 zaken zijn de gevorderde uren en het gevorderde uurloon eenvoudigweg overgenomen. In die categorie zaken is het gemiddelde dan ook een hoger; namelijk € 208,97.

De aantallen zijn te klein om er echt iets zinnigs over te zeggen, maar het lijkt er op dat de rechtbanken in Midden Nederland, Overijssel, Limburg, Amsterdam en Den Haag het meest rond het gemiddelde zitten, terwijl de toewijzingen in Noord-Holland en Noord Nederland hoog zijn, zo’n 45% boven het gemiddelde.

Nog even ter herinnering: dat alles is dus voor die eerdergenoemde hoogwaardige juridische arbeid. De echt redelijke gemiddelde kosten moeten dus, wanneer we rekening houden met die administratieve, secretariële en ook overigens niet altijd hoogwaardige juridische arbeid, nog wel een stukje lager liggen. Ik denk dat het goed zou zijn om die verschillende activiteiten goed te administreren en per groep activiteiten te honoreren.

Het overzicht van de toegewezen zaken vindt u bij de noten[13]

[1] ECLI:NL:RBSHE:2011:BR5000, Rb. Arnhem 29 april 2011, 718227/CV EXPL 10-8627 (ongepubliceerd). en Rechtbank Den Bosch, 29 februari 2012, Zaaknummer: 719021 ongepubliceerd

[2] ECLI:NL:RBSHE:2008:BC8656

[3] zie ook, uitgebreid, mr. F. Lameris, PIV Bulletin 2012/2

[4]ECLI:NL:RBROT:2016:5433 C/10/497856 / HA RK 16-212 volledige uitspraak te vinden te vinden via PIV kennisnet

[5] http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2016:4523

ECLI:NL:RBNHO:2016:3276

[6] ECLI:NL:RBAMS:2014:4063

[7] ECLI:NL:RBROT:2016:1219

[8] ECLI:NL:RBAMS:2014:2154

[9] ECLI:NL:RBLIM:2016:2670

[10] ECLI:NL:RBGEL:2014:4111

[11] ECLI:NL:RBDHA:2016:6687 en  ECLI:NL:RBROT:2016:5433

[12] ECLI:NL:RBAMS:2015:8542

[13]

vindplaats

uren gevorderd

uurloon gevorderd ex BTW

toe-gewezen uren

toe-gewezen uurloon

effectief p/u

ECLI:NL:RBAMS:2015:3633

7

€ 240,00

0

€ 0,00

€ 0,00

ECLI:NL:RBGEL:2014:4111

13,2

€ 125,00

0

€ 0,00

€ 0,00

ECLI:NL:RBAMS:2015:8542

32,3

€ 250,00

4

€ 250,00

€ 30,96

ECLI:NL:RBDHA:2014:9931

25

€ 235,00

12

€ 190,00

€ 91,20

ECLI:NL:RBDHA:2016:6687

41

€ 240,00

16

€ 240,00

€ 93,66

ECLI:NL:GHSHE:2016:2137

17

€ 200,00

8

€ 200,00

€ 94,12

zaaknummer: 181481 HA RK 16-12 (18-4-2016)

31,18

€ 238,26

16

€ 191,59

€ 98,32

C/10/497856 / HA RK 16-212

48

€ 297,00

20

€ 245,00

€ 102,08

ECLI:NL:RBLIM:2015:11335

22

€ 230,00

10

€ 230,00

€ 104,55

ECLI:NL:RBDHA:2016:5694

25,2

€ 240,00

12

€ 240,00

€ 114,29

ECLI:NL:RBMNE:2016:2610

10

€ 150,00

10

€ 135,00

€ 135,00

http://www.letselschademagazine.nl/2016/rb-limburg-190416

33

€ 227,55

20

€ 227,55

€ 137,91

ECLI:NL:RBMNE:2016:2610

10

€ 150,00

10

€ 150,00

€ 150,00

ECLI:NL:RBMNE:2016:1970

22

€ 225,00

15

€ 225,00

€ 153,41

ECLI:NL:RBDHA:2016:4718

28,5

€ 250,00

18

€ 250,00

€ 157,89

ECLI:NL:RBLIM:2016:2670

9,25

€ 235,00

6,25

€ 235,00

€ 158,78

ECLI:NL:RBDHA:2015:14675

22,4

€ 240,00

15

€ 240,00

€ 160,71

ECLI:NL:RBOBR:2016:3870

26,8

€ 245,00

17,8

€ 245,00

€ 162,72

ECLI:NL:RBGEL:2014:8178

27,4

€ 245,00

20

€ 225,00

€ 164,23

ECLI:NL:RBMNE:2015:9661

29

€ 248,97

20

€ 242,00

€ 166,90

http://www.letselschademagazine.nl/2016/rb-rotterdam-060616

25,6

€ 250,00

17,1

€ 250,00

€ 166,99

ECLI:NL:RBDHA:2015:5715

24

€ 240,00

14

€ 240,00

€ 170,91

ECLI:NL:GHARL:2016:2005

26,5

€ 260,00

17,5

€ 260,00

€ 171,70

ECLI:NL:RBGEL:2015:8249

25,25

€ 255,00

16

€ 255,00

€ 172,07

stg piv: C/l 0/460585 / HA RK 14-811

15,65

€ 270,00

11

€ 250,00

€ 175,72

ECLI:NL:RBNNE:2014:6661

27

€ 265,00

18

€ 265,00

€ 176,67

C/02/308975 / HA RK 15-232

22,8

€ 220,00

22,8

€ 180,00

€ 180,00

ECLI:NL:RBOBR:2016:1940

6

€ 195,00

6

€ 195,00

€ 195,00

http://www.letselschademagazine.nl/2016/rb-gelderland-210716

22

€ 240,00

18

€ 240,00

€ 196,36

ECLI:NL:RBMNE:2016:2615

16

€ 265,00

14

€ 225,00

€ 196,88

ECLI:NL:RBDHA:2014:11111

20,15

€ 250,00

16

€ 250,00

€ 198,51

http://www.letselschademagazine.nl/2016/rb-midden-nl-041215

31,06

€ 270,00

23

€ 270,00

€ 199,94

http://www.letselschademagazine.nl/2016/rb-oost-brabant-230316

17

€ 225,00

16

€ 225,00

€ 211,76

ECLI:NL:RBLIM:2014:692

17,18

€ 215,00

17,18

€ 215,00

€ 215,00

ECLI:NL:RBROT:2016:2802

12,5

€ 220,00

12,5

€ 220,00

€ 220,00

 

9,3

€ 225,00

9,3

€ 225,00

€ 225,00

ECLI:NL:RBGEL:2016:420

20

€ 300,00

15

€ 300,00

€ 225,00

ECLI:NL:RBOBR:2016:912

9,3

€ 225,00

9,3

€ 225,00

€ 225,00

ECLI:NL:RBLIM:2014:5612

13,3

€ 230,00

13,3

€ 230,00

€ 230,00

http://www.letselschademagazine.nl/2016/rb-noord-nl-050216

15

€ 236,25

15

€ 236,25

€ 236,25

ECLI:NL:RBOVE:2015:412

23

€ 237,60

23

€ 237,60

€ 237,60

ECLI:NL:RBNHO:2015:11084

17

€ 240,00

17

€ 240,00

€ 240,00

ECLI:NL:RBOBR:2015:7865

35,5

€ 247,27

35,5

€ 247,27

€ 247,27

http://www.letselschademagazine.nl/2016/rb-oost-brabant-250416

18

€ 250,00

18

€ 250,00

€ 250,00

http://www.letselschademagazine.nl/2016/rb-noord-holland-210416

23

€ 270,00

23

€ 270,00

€ 270,00

ECLI:NL:RBROT:2016:1327

15,5

€ 275,00

15,5

€ 275,00

€ 275,00

ECLI:NL:RBROT:2015:8640

13

€ 290,00

13

€ 290,00

€ 290,00

http://www.letselschademagazine.nl/2016/rb-noord-nl-280116

16,4

€ 297,00

16,4

€ 297,00

€ 297,00

 

21,2

239,1

14,8

225,5

174,4

 

 

 

70%

94%

 

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots