PIV-Bulletin 2016-3 van de redactieraad Theo-logica in Theo-rie en Praktijk

Samenvatting:

Het was al middag, toen ik op een maandag, eind jaren ’90, binnen de vestingmuren van Het Verbondsgebouw voortschreed, in trage pas de trappen op. Op mijn schreden terugkeren kon niet meer, de teerling was geworpen, een Kennis Kroniek moest worden gevuld. Gewapend met slechts mijn pen en goede zin, baande ik mij de laatste meters een weg, door een dikke blauwe wolk naar mijn plaats aan De Ronde Tafel. Waren dit “The Mists of Avalon”, de Nevelen die moesten worden ontsluierd, teneinde “De Waarheid”  binnen Verzekerde Hypothesen aan het licht te brengen?

Nog steeds enigszins beneveld door wat Zware Havanarook bleek te zijn geweest, blikte ik de tafel rond. Geen Koning Arthur, ridders Gawain of Lancelot, maar moderne grote namen als Misana, Van Wees en Wassink die ik tot op dat moment alleen nog als mijn leermeesters op mijn vakgebied had leren kennen. Koning Kremer zat aan het hoofd van die ronde tafel, ja dat kan, als je de baas bent. Tussen deze namen voelde ik mij nog een schildknaap, maar als Theo-riep, dan kwam je.

In de jaren die volgden hebben er vele raadsvergaderingen plaatsgevonden aan die tafel. Het was en is een plezier en een voorrecht om met gelijkgestemden een verbond aan te gaan om te proberen het beste uit je vak te halen. Zeker in de begintijd vergaderde Theo meestal mee. Gaandeweg ging de redactieraad een zelfstandige koers varen en monitorde Theo als PIV Kapitein vanaf de brug of het schip op de gewenste koers bleef varen. Maar de contacten bleven regelmatig en naast de prachtige vakinhoudelijke aspecten, was er veel tijd voor analogieën naar het leven, oftewel datgene wat verbindt en het leven dus de moeite waard maakt.

Tijdens het werken aan de PIV Publicatie “Letselschade en de Fiscus” bleek het een openbaring dat grote namen als Kremer, Lindenbergh, Elzas en Rijkers, grote muziekliefhebbers bleken te zijn. Waar wij voor wat betreft de vaktechnische aspecten van de publicatie tot een inhoudelijk  “Akkoord”  moesten komen, deelden wij van nature “De Akkoorden” die ons door de Muzen zijn aangereikt. Het zijn juist die Akkoorden die bepalen of er muziek in een werk komt te zitten of niet. Altijd leuk en nuttig als je goed bent in je vak, maar wie ben je en wat beweegt je, wat heb je werkelijk te bieden?

Analoog aan het voorgaande, ontwikkelde Theo de gewezen Brand(weer)man (die dus met recht de brand in een bolknak mocht steken), zich in de loop der jaren binnen de Personenschadebranche tot een verbinder.  Theo de voormalig DJ uit Almelo, wist binnen en buiten het Verbond mensen te verbinden en aldus markt breed  muziek in de goede zaak te blazen.

Akkoord, dat klinkt heel aardig vanuit de achterban van het PIV, waarvan Theo bijna twee decennia de inspirerende voorzitter was. Maar gelijke noten worden ook vanuit vele andere monden gezongen, vanuit alle “stakeholders” (mooi Theo-woord) binnen het Personenschadevakgebied. Reden om in dit voorwoord niet alleen te verwijzen naar de interessante bijdragen over onderwerpen als verjaring en Rome II. Bijdragen die bewijzen dat “the show must go on” (Queen, Leo Sayer!). Maar om ook voor één keer het voorwoord te zijn bij dat Unieke Nummer dat geheel gewijd is aan het afscheid van Theo: het “Kremer Bulletin”. Dit nummer is online te vinden op de PIV-site en wij willen u van harte aanbevelen om hierin te grasduinen. Het is een mooi “Liber Amicorum” geworden, waarin de vele noten die Theo op zijn zang had worden bezongen (Theo als levend bewijs van het nut van vogelspotten).

Voor iedereen die niet met pensioen gaat en nog wat doorwerkt in onze mooie branche, is het interessant om de bijdrage “een stip aan de horizon…” van rechter Jaap Sap te lezen. Sap is ervan overtuigd dat het toernooimodel het uiteindelijk zal afleggen tegen het harmoniemodel. Hij doet daarbij aanbevelingen vanuit zijn waarneming en heeft het dan niet alleen over de (soms) weerbarstige behandeling door verzekeraars, maar ook dat het een verademing zal zijn, wanneer aan de andere kant van de onderhandelingstafel erkend zal worden dat niet alle life-events door een ongeval kunnen worden weggepoetst.

In dezelfde nuancerende zin is er de bijdrage “Een onvoltooide klus…” van raadsheer Bert de Hek. Die daarbij ook aanbevelingen doet aan verzekeraars om te investeren in grondiger marktonderzoek ter ondersteuning van gemotiveerde causale betwisting van (al te fors gepresenteerde) claims.

In zijn bijdrage “Muren zijn verlaagd…” gaat A-G Spier hier eveneens op in. Spier relativeert de (bewijs)waarde van het arrest Zwolsche Algemeene/De Greef. Hij attendeert erop dat gedaagde verzekeraars zich zouden moeten concentreren op het voeren van zinvolle en sterk gemotiveerde verweren, waarbij zaken niet nodeloos worden vertraagd. Anderzijds acht hij het gerechtvaardigd om van gelaedeerden te verlangen dat zij reëel onderbouwde claims presenteren. Voor een schadevergoeding moet wel enige basis bestaan en het louter stellen van subjectieve gevoelens is onvoldoende om een (in looptijd en omvang al te ruim toegerekende) claim te onderbouwen.

Wonderlijk (of in een wereld van goede en kwade kansenweging met behulp van hypothesen en aannames eigenlijk ook weer niet), dat mijn allereerste bijdrage voor het PIV Bulletin (nummer 1999, 3: Schadevaststelling, Abstract of concreet; bewijs, Arrest Hof Amsterdam 24 december 1998, rolnr. 1548/97, Stevens/NOG), tot een conclusie in dezelfde zin aanleiding gaf:

“In PIV Bulletin 1998/1, werd door mr. W.J. Hengeveld het arrest HR 15 mei 1998, RvdW 1998, 110 C (Vehof/Helvetia) besproken. Onder verwijzing naar dit arrest wordt nogal eens al te gemakkelijk namens de gelaedeerde betoogd, dat er volgens de Hoge Raad geen zware eisen zouden mogen worden gesteld aan de wettelijke stelplicht en bewijslast van een gelaedeerde ter zake van diens verlies van arbeidsvermogen. Dat is echter geenszins het geval. Mr. Hengeveld geeft in zijn artikel al aan dat er met het oordeel van de Hoge Raad in dat arrest feitelijk niets nieuws onder de zon is. De Hoge Raad stelt dat er geen strenge eisen mogen worden gesteld aan het door een gelaedeerde te leveren bewijs dat hij of zij, het ongeval weggedacht, in de toekomst inkomen uit arbeid zou hebben genoten. En dat klinkt niet onredelijk. Het is moeilijk om toekomstige ontwikkelingen, bovendien in een hypothetische situatie, te bewijzen. En het is het ongeval dat het slachtoffer in die moeilijke bewijspositie heeft gebracht. In het onderhavige vonnis en arrest van rechtbank en Hof Amsterdam geeft de feitenrechter concreet invulling aan de door de Hoge Raad in Vehof/Helvetia geformuleerde eis. Tevens blijkt duidelijk dat de omstandigheden van het geval steeds een belangrijke rol spelen bij de beoordeling door de feitenrechter of in de desbetreffende kwestie aan deze eis is voldaan. In de onderhavige casus waren de stellingen van de eiseres ter zake van de schade wegens verlies van arbeidsvermogen dermate onvoldoende, dat het hof haar zelfs niet meer tot nadere bewijsvoering heeft toegelaten.”

Het mooie is, dat de beide hierboven aangehaalde rechters en de AG, Theo lof toezwaaien voor de weg die hij heeft bereid om met alle bij personenschaderegeling betrokken partijen en andere stakeholders, gezamenlijk aan constructieve oplossingen te werken. Als een ware Koning Arthur heeft Theo het zwaard uit de steen getrokken en zijn verantwoordelijkheid durven nemen. De nevelen van Avalon zijn daardoor al voor een goed deel aan het oplossen (al helpt het inmiddels ingevoerde rookverbod ook wel een beetje, als het om vergaderingen gaat). Inherent aan het leven gaat alles voort, ook als Theo met pensioen gaat. Het is nu aan Theo’s opvolgers om het stokje over te nemen en in een gezamenlijke inspanning aan “best practices” te blijven werken. Dankzij de doelmatige aanpak van Theo is in ieder geval een stevig  fundament gelegd. De Teleologische Kremer zeg maar.

Theo: Dj’s zijn populair: ook (of juist) anno 2016 nog! Het gaat er maar om dat er muziek in de zaak zit, of we nou “plaatjes” draaien of “dossiers”. Naast mij ligt een boekje: van auteur Rob van Scheers: “Drie akkoorden en de Waarheid” (Muzikale Levenslessen). Het is bij deze voor jou. Op de voorkant prijkt Johnny Cash (hoe treffend diens naam bij dit stukje over letselschade), in klassiek zwart-wit gefotografeerd, gitaarkoffer in de hand, hoofd licht gebogen, een muzikant gaat zijn weg, en wat een geweldige weg is Johnny gegaan! Net als jij bij het PIV het gedaan.

“Een goed popliedje is als een polaroid uit het volle leven: een vaak herkenbaar verslag van een ervaring, een uitdrukking van een stemming, een maatschappelijk statement soms. In het beste geval steken we er zelfs iets van op voor onze eigen existentie, noem het muzikale levensles. Drie akkoorden en de waarheid. Precies wat de dokter voorschrijft zogezegd.” Van Scheers neemt de lezer bij de hand en leidt hem langs muziekhelden uit heden en verleden en hun werk. Hij verweeft dit in een analogie naar de individuele levensweg van de mens. Met genoegen heb ik meermaals van de hak op de tak met jou gepalaverd over popmuziek. Muziek verbindt mensen en biedt de menselijke geest vrije ruimte om tot inzichten te komen. Een goede popsong heeft slechts drie akkoorden nodig om een hit te kunnen zijn. Waarschijnlijk is het nuttig om elke letselschadezaak naar analogie van een popsong met hitpotentie te behandelen. Met een triple B-akkoord als resultaat: akkoord betrokkene, akkoord behandelaar, akkoord belangenbehartiger en dat alles in een harmonieus tempo allegro vivace.

Theo, jij gaat nu je eigen weg, je foto prijkt in full colour op je Kremer Bulletin. Met opgeheven hoofd en je rug gerecht: het PIV zoals jij het hebt achtergelaten is een partij die de akkoorden in goede harmonie zal blijven zoeken.

Armand Blondeel, voorzitter Redactieraad PIV Bulletin.

 

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots