Opzet verzekerd

Samenvatting:

“Geschopt, geslagen en bespuugd. Het overkwam de 17-jarige Quirine toen ze woensdag haar hondje Nugget uitliet in het Schiebroeksepark in Rotterdam. De tiener liep een gezwollen gezicht en gekneusde ribben op. “Gelukkig ben ik niet al te zwaar toegetakeld, maar ik had wel goed de schrik te pakken. Achteraf ben ik blij dat ze mij te grazen hebben genomen en niet een oud vrouwtje.””[1]
De daders van dit voorval zijn onbekend gebleven, jongens van 15 en 16 jaar.

Uitgesloten opzet of onbekende dader, maar toch schadevergoeding voor het slachtoffer?

In het eerste PIV bulletin van 2018[2] is een verslag opgenomen van het symposium van de Erasmus School of Law over opzet en verzekerbare schade. Onderdeel van het symposium was ook de vraag of slachtoffers van opzettelijk veroorzaakte letselschade toch op een meer eenvoudige manier hun schade vergoed zouden kunnen krijgen. Het pleidooi daarvoor werd gehouden door Mr. A.J.J.G. Schijns, geheel in de lijn van haar proefschrift “Naar een verzekerd slachtofferrecht, Effectief schadeverhaal van slachtoffers van misdrijven via het private verzekeringsrecht”.

De kern van dat proefschrift (en van het betoog) is dat er een wetswijziging zou moeten worden doorgevoerd die het verbod bevat voor een verzekeraar om zich jegens het slachtoffer erop te beroepen dat opzettelijk veroorzaakte schade van dekking is uitgesloten. Het doel daarvan is dat slachtoffers van opzettelijk veroorzaakte misdrijven hun letselschade op meer eenvoudige wijze kunnen verhalen. Overeind blijft overigens staan dat verhaal van die schade uiteindelijk mogelijk is op de feitelijke dader.

Uit het verslag van het symposium blijkt – kort gezegd – dat aansprakelijkheidsverzekeraars bezwaren (blijven) houden tegen het verzekeren van opzet, althans zij willen de verzekerde die opzettelijk schade veroorzaakt niet beschermen door een aansprakelijkheidsverzekering.

Dat heeft tot gevolg dat slachtoffers van opzettelijk veroorzaakte schade in een veel lastiger parket verkeren dan slachtoffers die door schuld van een ander schade oplopen (bijvoorbeeld slachtoffers van letselschade in het verkeer) en zelfs ten opzichte van slachtoffers die schade oplopen buiten schuld van wie dan ook. Te denken valt daarbij aan schade die wordt opgelopen door kinderen in het gemotoriseerde verkeer.

Een oplossing die ervoor zorgt dat slachtoffers van geweldsmisdrijven hun letselschade vergoed krijgen, verandert niets aan het debat met betrekking tot de opzetclausule. De vraag blijft immers of de schade vervolgens wel of niet kan worden verhaald op de feitelijke dader en dat brengt met zich dat een precieze en bruikbare formulering van de opzetclausule een vereiste blijft. Toch is het goed om te kijken wat nu de beste methode is om schadevergoeding voor slachtoffers van geweldsmisdrijven te realiseren.

Een oplossing waarin slachtoffers hun schade vergoed krijgen van hun eigen avp-verzekeraar – die dan als first-party-verzekeraar de schade afdekt- lijkt een eenvoudige en goed werkende mogelijkheid die ook eenvoudig(er) te realiseren is en betere mogelijkheden biedt dan een situatie waarin het verzekeraars wordt verboden om zich ten opzichte van een slachtoffer op opzet te beroepen.

 

Er is verschil tussen een maatschappelijke en een juridische visie op opzet

Iedere niet-jurist zal de mening toegedaan zijn dat iemand die zich bij zijn aanhouding door de politie verzet en daarbij een politiebeambte in het kruis trapt die daardoor uiterst vervelend letsel oploopt, geen bescherming behoort te verkrijgen van zijn aansprakelijkheidsverzekeraar. De aansprakelijkheidsverzekeraar die in zijn polis probeerde om het vooral aan de verzekerde goed en helder uit te leggen ( “Veroorzaakt u de schade met opzet? Dan betalen we niet voor de schade.”) kwam echter toch in de situatie terecht dat niet alleen de schade door haar betaald moest worden, maar dat deze schade bovendien niet verhaald kon worden op de dader.[3]

In een ideale wereld is dit niet een resultaat dat we willen bereiken. In die ideale wereld krijgt het slachtoffer zijn schade vergoed van de feitelijke dader. Opzettelijk veroorzaakte schade kan niet verzekerd worden omdat dat in strijd is met de goede zeden.

Door de jaren heen is duidelijk dat in de rechtspraak veel oog is geweest voor het feit dat een slachtoffer – bij een terecht beroep op de opzetclausule – geen schadevergoeding zal ontvangen. Dat leidde dan tot uitspraken die weer tot gevolg hadden dat de opzetclausule werd aangepast.

Wie vaststelt dat iemand een ander in het gezicht heeft geslagen met een gebalde vuist voorzien van een ring, heeft gestompt en getrapt met de geschoeide voet tegen het hoofd en vervolgens concludeert dat “daaruit niet valt op te maken dat het ingetreden ernstige letsel was beoogd of het zekere gevolg was van het handelen” heeft gelijk – aldus de Hoge Raad[4] – maar dan toch alleen in de juridische wereld. In de gewone maatschappij valt dit namelijk niet goed uit te leggen.

De vraag is nu of het mogelijk is dat een dergelijk slachtoffer zijn schade vergoed krijgt en die schade uiteindelijk (toch) wordt afgewenteld op de dader. Dat is toch rechtvaardig?

Kortom, enerzijds een heldere opzetclausule, anderzijds een regeling waardoor de slachtoffers hun schade vergoed krijgen. Dat zou langdurige rust op het front van de opzetclausule kunnen realiseren.

Een slachtoffer van een misdrijf verkeert in een slechtere positie dan een slachtoffer van een aanrijding

Een van de redenen om een dergelijk systeem te creëren is de wens om ongerechtvaardigde ongelijkheid tussen groepen slachtoffers op te heffen.[5] Daarbij wordt dan gedoeld op de situatie dat een slachtoffer dat letsel oploopt als gevolg van een fout in het verkeer zijn schade wel volledig vergoed krijgt, terwijl het slachtoffer dat hetzelfde letsel oploopt als gevolg van een mishandeling die schade niet (althans niet zo eenvoudig) vergoed krijgt.

Het is een realiteit dat niet alle slachtoffers op gelijke wijze worden behandeld en op gelijke wijze schadevergoeding ontvangen. In een verpleeghuis kunnen naast elkaar vier bedden staan met vier dwarslaesie patiënten. Het maakt aanzienlijk uit of die dwarslaesie het gevolg is van:

–        een tumor,
–        een val uit een hangmat vanwege het afbreken van een zuil van de eigen woning (zonder mede-eigenaar….),
–        onoplettendheid door als fietser geen voorrang verlenen aan een auto of
–        een mishandeling in het uitgaansleven.[6]

Ons rechtssysteem zit zo in elkaar dat degene van deze vier die het meest verweten kan worden ten aanzien van het eigen letsel (de onoplettende fietser, op grond van 185 WVW), toch het meest eenvoudig de hoogste schadevergoeding ontvangt.
Dergelijke ongelijkheden (die toch ook niet erg rechtvaardig lijken) zijn inherent aan dat rechtssysteem en het is een illusie om te denken dat we al die ongelijkheden kunnen opheffen.

De keuze: verbod op verweermiddel opzet of een first-party-verzekering

In beginsel is er echter geen enkel bezwaar tegen om te onderzoeken of slachtoffers van mishandeling hun letselschade eenvoudiger vergoed kunnen krijgen dan nu het geval is. Uit de uitgebreide analyse van mr. Schijns blijken twee mogelijkheden naar voren te komen die een verbetering van de positie van het slachtoffer mee kunnen brengen, te weten een verbod op het verweermiddel “opzet” in de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren en het verzekeren van schade als gevolg van opzet bij wijze van first-party-verzekering.

De voorkeur van Schijns gaat uit naar de eerste mogelijkheid: verbied dat een aansprakelijkheidsverzekeraar ten opzichte van een slachtoffer een beroep kan doen op de opzet uitsluiting, eventueel met verbetering van de positie van de aansprakelijkheidsverzekeraar om de schade vervolgens te kunnen verhalen.

Hierna zullen de voor – en nadelen van deze mogelijkheid worden afgezet tegen de tweede mogelijkheid: creëer een dekking bij wijze van first-party verzekering. Mijn conclusie is vervolgens dat de tweede mogelijkheid de voorkeur verdient, zeker aangezien de – begrijpelijke – bezwaren die Schijns heeft tegen de first-party-oplossing eenvoudig kunnen worden opgeheven.

Voor – en nadelen invoering verbod op verweermiddel opzet

Voordeel: een ruime verzekerde som

Ten opzichte van de huidige first-party-verzekering heeft de gewone aansprakelijkheidsverzekering een verzekerde som die in het algemeen de persoonlijke schade van het slachtoffer zal kunnen afdekken. Een verzekerde som van € 1.000.000,- is alleszins gebruikelijk.

Nadeel: wetswijziging noodzakelijk

Het voorstel van Schijns vereist een wetswijziging. Dat is ook meteen een zeer belangrijk bezwaar. In algemene zin lijkt het juist om als uitgangspunt te hanteren dat de huidige regering niet zo snel aan partijen in de vrije markt de wet zal willen voorschrijven. Natuurlijk, dat kan in de loop der tijd en door andere regeringssamenstellingen veranderen, maar ook dan is er in het algemeen een zeer lange adem nodig. Zie ter vergelijking het wetsvoorstel affectieschade dat voor het eerst op 6 februari 2003 bij de Tweede Kamer werd ingediend. Per 1 januari 2019, bijna 16 jaar later, wordt dit wetsvoorstel van kracht.

Als bovendien de mogelijkheid bestaat dat de markt zelf een oplossing creëert, dan zal nog minder snel worden gekozen voor een wetswijziging.

Nadeel: geen oplossing bij onbekende daders

Van de ruim 97.000 geweldsmisdrijven in 2014 werden er ruim 60.000 niet opgelost. Tweederde van de slachtoffers – waaronder Quirine – zal dus geen adequate schadevergoeding ontvangen, ook niet in een stelsel waarbij een beroep op de opzetclausule niet (meer) mogelijk is.[7] Het Schadefonds geweldsmisdrijven houdt dan wel een rol en natuurlijk is denkbaar dat die rol verandert naar analogie van het Waarborgfonds Motorverkeer. Het fonds treedt dan op in de gevallen waarin er geen dader bekend is (of deze – zie hierna – niet is verzekerd).

Nadeel: geen oplossing bij niet verzekerde dader

Hoewel de verzekeringsdichtheid van de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren inderdaad zeer hoog is, is er nog altijd een kleine groep onverzekerd. Hoewel ik geen bronnen heb waaruit blijkt wie nu die onverzekerden zijn, is het wellicht niet onaannemelijk dat die onverzekerden meer voorkomen in sociale milieus waarin het gebruik van geweld ook wat meer gebruikelijk is. Denk wat dit betreft ook aan kenbare criminelen die niet zo eenvoudig zullen worden geaccepteerd bij een gewone verzekeraar.

Het feit dat geweldsdelicten vaak slachtoffers vergen in de laagste inkomensgroepen blijft in beide oplossingen een lastig probleem.[8] In die groepen bevinden zich vermoedelijk immers ook de meeste onverzekerden.

Voor – en nadelen first-party-verzekering[9]

Voordeel: bekendheid met de dader niet van belang

Een belangrijk voordeel van een first-party-verzekering is dat slechts behoeft te worden aangetoond dat er sprake is van letselschade als gevolg van een misdrijf. Of de identiteit van de dader vaststaat, of deze verzekerd is, of de verzekeraar achterhaald kan worden, is allemaal niet van belang voor het slachtoffer.

Nadeel: verzekerde som gemaximeerd en te beperkt

Als eerste nadeel noemt Schijns dat er sprake is van een maximum verzekerd/genormeerd bedrag. Dat bedrag is bovendien op dit moment relatief beperkt.

Het is juist dat een verzekerd bedrag van – bijvoorbeeld – € 50.000,00 vrij schril afsteekt tegen een verzekerd bedrag op de AVP van – bijvoorbeeld – € 1.000.000,00. Daarbij past de kanttekening dat het verzekerd bedrag bij een aansprakelijkheidsverzekering ook ziet op vorderingen van regresnemers, zoals ziektekostenverzekeraars, werkgevers, bedrijfsverenigingen et cetera. Het bedrag op de first-party-verzekering behoeft slechts de eigen, persoonlijke schade van de verzekerde af te dekken.

Dat neemt niet weg dat (ook) dan een bedrag van € 50.000,00 in veel gevallen wel voldoet (de schade van Quirine zou zonder probleem kunnen worden vergoed), maar dat er zeker ook een aantal gevallen is waarin dat bedrag onvoldoende is. De oplossing daarvoor is echter eenvoudig: verhoog het verzekerde bedrag. Dat is met name eenvoudig te realiseren indien er sprake is van een module op de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren. Dat wil zeggen dat de verzekeringnemer kan kiezen voor een uitbreiding van zijn polis met een dekking tegen misdrijven, tegen een extra premie.

Op dit moment worden schadeverzekeringen voor inzittenden in ruime mate afgesloten, waarbij een verzekerd bedrag van € 1.000.000,00 mogelijk is tegen een premie van ongeveer € 50,00 per jaar. Dat is soms ook een afzonderlijke module van de autoverzekering die kan worden geaccepteerd, waarmee de premie iets hoger uitvalt.

Nadeel: de schade wordt niet gevorderd bij (de verzekeraar van) de dader

Als volgend nadeel wordt door Schijns genoemd dat de schade niet (direct) valt waar hij hoort, te weten bij de dader. Uiteindelijk blijft het echter wel degelijk de bedoeling dat de schade wordt afgewenteld op de dader. De verzekeraar kan dat niet alleen goed communiceren met de verzekerde, maar desgewenst ook laten zien welke stappen door de verzekeraar worden ondernomen tegen de feitelijke dader. Enig realisme past echter. De kosten van verhaal op de dader zijn hoog en het is niet te verwachten dat daarvoor voor een verzekeraar eenvoudige mogelijkheden geschapen kunnen worden. Het realiseren van dit soort verhaalsmogelijkheden via de deelgeschilprocedure zou een stap in de goede richting zijn, maar vereist ook weer wetswijzigingen en brengt allerhande andere complicaties met zich. Daarnaast speelt altijd de vraag of de dader wel enig verhaal biedt.

Nadeel: een first-party-verzekering schept contractuele verplichtingen aan de zijde van het slachtoffer

Door Schijns wordt verder opgemerkt dat een first-party-verzekering contractuele verplichtingen schept aan de zijde van de verzekerde, terwijl die verplichtingen minder aan de orde zouden zijn indien een aanspraak wordt gericht tot (de aansprakelijkheidsverzekeraar van) degene die het misdrijf heeft gepleegd. Dat is een reëel verschil. Een slachtoffer heeft tegenover (de verzekeraar van) de dader “slechts” de verplichting om relevante feiten volledig en naar waarheid aan te dragen en het is natuurlijk mogelijk dat in het kader van een first-party-verzekering in de polisvoorwaarden nadere afspraken zijn gemaakt waardoor de invulling van dat traject is omkaderd. De zelfde problematiek speelt nu als het gaat om de schadeverzekering voor inzittenden en het lijkt niet dat er in dat kader veel problemen zijn bij de afwikkeling van de schades op dit soort polissen.

Nadeel: er is onvoldoende verzekeringsdichtheid

Voor zowel slachtoffers als verzekeraars is verder de verzekeringsdichtheid van groot belang. Indien maar weinig verzekerden zouden kiezen voor een aansprakelijkheidsverzekering waarin de first-party-verzekering is opgenomen dan betekent dat dat ook velen in dit opzicht onverzekerd blijven. Ook voor verzekeraars is dat een nadelige situatie. Indien zij maar enkele polissen sluiten en er vervolgens een schade valt op een van die polissen is dat voor een verzekeraar niet plezierig aangezien dan het product meteen langdurig verlieslatend kan zijn.

Verzekeraars hebben dus veel baat bij een hoge verzekeringsdichtheid, net zoals verzekerden er belang bij hebben om verzekerd te zijn voor dit risico. Een risico, dat velen zich niet zullen realiseren als ze een avondje uitgaan.

Indien “wij” het van belang vinden dat dit risico goed is verzekerd dan brengt dat de verplichting met zich dat een en ander onder de aandacht wordt gebracht van de potentiële verzekerden, bijvoorbeeld ook door assurantiebemiddelaars en door direct-writers. Zodra een verzekeraar wat dit betreft het voortouw neemt en dat dan ook resulteert in het afsluiten van meer verzekeringen, is de beweging wel in gang gezet. Ook de concurrenten zullen dan immers niet willen achterblijven en al dan niet modulair een dergelijk product willen aanbieden.

Natuurlijk is het vervolgens denkbaar dat verzekerden niet bereid zijn om enige extra premie te betalen voor de afdekking van het risico. Als dat het geval is, rijst de vraag of het dan gerechtvaardigd is om die premie dan toch  te koppelen aan de dekking van de aansprakelijkheidsverzekering van de dader. De consequentie daarvan is immers ook dat de premie van de aansprakelijkheidsverzekering zal stijgen. Uiteindelijk komt alle schade en komen alle kosten voor rekening van de aansprakelijkheidsverzekeraars en daarmee van de premiebetalers. Het maakt daarin in beginsel geen verschil of de schade primair ten laste komt van de (eventuele) aansprakelijkheidsverzekeraar van de dader of van de aansprakelijkheidsverzekeraar van het slachtoffer.

Enkele voorbeelden

Het is tenslotte nuttig om een aantal voorbeelden uit te werken. Die voorbeelden maken enerzijds duidelijk waarom het verzekeren van dit soort kwesties een nuttige stap kan zijn, maar het signaleert ook de problemen.

Ik gebruik hierna ook de voorbeelden vanuit het proefschrift van mr. Schijns. Zie voor de precieze beschrijving aldaar.

Naast de algemene, vrij praktische, bezwaren is aan de hand van de casusposities die Schijns zelf noemt en enkele casusposities die uit mijn praktijk komen te illustreren dat een wetswijziging geen soelaas biedt in situaties waarin een first-party-verzekering dat wel doet.

Casus: aanslag op een woonboot

Als gevolg van opzettelijke brandstichting en een daarna volgende explosie overlijdt de partner van Monique en ontstaat er bij haar ernstige letselschade.

De vordering wordt in de strafzaak deels toegewezen. De rest van de vordering is te complex.

De aansprakelijkheidsverzekeraar wijst af wegens opzet en vanwege het feit dat de schade niet is gemeld.

Indien Monique in het bezit zou zijn van een aansprakelijkheidsverzekering die personenschade als gevolg van misdrijven dekt, dan behandelt deze verzekeraar de schade en wordt Monique in beginsel volledig schadeloos gesteld.

De verzekeraar zal proberen om de schade te verhalen op de dader. Hoogstwaarschijnlijk zal dat geen enkel succes hebben.

Casus: trap door onbekend groepslid

Een jongeman (Roel) wordt  in het uitgaansleven door een onbekende dader tegen het hoofd getrapt, waardoor hij ernstig letsel oploopt. Er is geen sprake van groepsaansprakelijkheid, onbekend is wie de trap heeft gegeven.

Ook in een situatie dat opzet verplicht verzekerd zou zijn op de aansprakelijkheidsverzekering is de vordering van Roel kansloos. Hij zal immers dienen aan te tonen wie hij kan aanspreken (en die persoon moet dan bovendien nog een aansprakelijkheidsverzekering hebben).

Indien Roel in het bezit zou zijn van een aansprakelijkheidsverzekering die personenschade als gevolg van misdrijven dekt, dan behandelt de verzekeraar de schade en wordt Roel volledig schadeloos gesteld. De verzekeraar zal de schade niet kunnen verhalen, aangezien de dader onbekend blijft.

Casus: doodsklap door taxichauffeur

Een jonge vader wordt bij een ruzie geslagen door een taxichauffeur (tevens kickbokser). De jonge man overlijdt.

De schade zou worden vergoed indien het gezin een aansprakelijkheidsverzekering heeft met dekking voor personenschade als gevolg van misdrijven. Een verzekerd bedrag van € 50.000,00 zal waarschijnlijk niet volstaan.

Enkele voorbeelden uit andere praktijk, naast het voorbeeld van Quirine

Vuurwerkbom

Tijdens de nieuwjaarsnacht wordt een illegaal stuk vuurwerk aan een brievenbus bevestigd met als doel deze te vernietigen. Dat lukt, een stuk metaal komt terecht in het hoofd van een toevallige passant met ernstig hersenletsel tot gevolg.

Degene die het stuk vuurwerk bevestigde had geen aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren afgesloten. Een verweermiddelenverbod (zoals door Schijns wordt bepleit) zou het slachtoffer in dit geval dus niet hebben geholpen. De gewonde persoon had zelf wel een AVP afgesloten. Als hij daarop een first-party dekking had meeverzekerd, zou hij dus wel een schadevergoeding hebben ontvangen.

Misdrijven met veel slachtoffers

Hoewel in Nederland maar zelden geweldsmisdrijven aan de orde zijn met veel slachtoffers, zijn dergelijke trieste scenario’s wel denkbaar.

De gevolgen van, bijvoorbeeld, de schietpartij in Alphen van 2011 zou de verzekerde som van een gewone aansprakelijkheidsverzekering hoogstwaarschijnlijk sterk overschrijden. Dat probleem doet zich niet voor als de afzonderlijke slachtoffers een aanspraak geldend kunnen maken op de eigen verzekering (inderdaad, mits het verzekerd bedrag adequaat wordt aangepast).

Onbesproken haken en ogen

Ook als de bewuste keuze zal worden gemaakt om in het vervolg de gevolgen van opzettelijk veroorzaakte schade op te nemen onder de dekking van de eigen aansprakelijkheidverzekeraar resteren er nog wel vraagpunten waarvoor (wellicht) een oplossing moet worden gezocht. Uit de losse pols noem ik nog een paar onderwerpen die zeker aandacht behoeven bij het verdere traject.

“Eigen schuld” c.q. “deelschuld”

Geweldsmisdrijven zijn niet zelden het gevolg van escalatie, waarbij niet altijd eenvoudig is uit te zoeken wie nu precies de ellende is begonnen. Wat nu als de eigen verzekerde door eigen gedrag de oorzaak is van een geweldsescalatie die aanleiding is geweest voor het door hem opgelopen letsel en de voor hem daaruit voortvloeiende letselschade. Zie bijvoorbeeld de kwestie waarin een opdringerige man onder invloed van alcohol een jonge vrouw lastig valt die vervolgens door het gooien van een glas blindheid bij de man veroorzaakt.[10]

De Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven kent wat dit betreft een matigingsbepaling[11]: “Een uitkering kan achterwege blijven of op een geringer bedrag worden bepaald, indien de toegebrachte schade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer of de nabestaande is toe te rekenen.”

Bewijs van misdrijf bij onbekende daders

Nog wat lastiger zijn de zaken met een onbekend gebleven dader, waarbij soms ook in het geheel geen getuigen zijn. Slechts het letsel staat dan (soms) vast. Een recent voorbeeld: “Vrouw in rolstoel goot zoutzuur vermoedelijk over zichzelf”[12]

Mishandeling binnen gezinnen/relaties

Veel geweldsmisdrijven vinden bovendien plaats in het eigen gezin[13] en soms tussen in gemeenschap van goederen gehuwde partners.[14] Het intypen van het woord “shaken baby” op rechtspraak.nl levert 93 strafzaken op…

Het verzekerbaar maken zal leiden tot aanzienlijk hogere vergoedingen

In 2017 keerde het Schadefonds Geweldsmisdrijven ruim 20 miljoen uit.[15] Daarbij gaat het om zogenoemde tegemoetkomingen en dus niet om volledige schadevergoeding.
Het eenvoudiger maken van de mogelijkheid tot het verhalen van schade als gevolg van geweldsmisdrijven zal een zekere aanzuigende werking hebben en het schadebedrag opdrijven. Als het verhalen van schade eenvoudiger wordt, zal het melden van die schade sneller plaatsvinden.[16] Een vergelijking van toegekende smartengelden in zaken als gevolg van geweldsmisdrijven met zaken waarbij de oorzaak ligt in een verkeersongeval maakt duidelijk dat vooralsnog bij geweldsmisdrijven lagere bedragen worden toegewezen dan bij verkeersongevallen. Slechts het feit  dat in de laatste zaken een verzekeraar op de achtergrond een rol speelt, kan daarvoor een goede verklaring kan zijn. Dat brengt met zich dat het calculeren van een adequate premie voor verzekeraars nog wel een kunst wordt. Er is wat dat betreft echter geen verschil tussen beide systemen.

De rol van het Schadefonds Geweldsmisdrijven

In de polisvoorwaarden kan als voorwaarde worden opgenomen dat er slechts recht bestaat op een uitkering uit hoofde van de first-party-verzekering als er recht bestaat op een uitkering vanuit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Dat waarborgt dat een neutrale instantie al een visie heeft gegeven op de kwestie en heeft geoordeeld dat er recht bestaat op uitkering in het kader van de Wet Schadefonds Geweldsmisdrijven. Juist in de gevallen waarin wellicht twijfel kan bestaan over de realiteit van het misdrijf en/of de eigen rol van de verzekerde kan op deze laagdrempelige wijze een neutrale beslissing worden verkregen.

Schadevergoeding in het strafproces

De mogelijkheden tot het verkrijgen van een schadevergoeding in het strafproces zijn in de afgelopen jaren sterk verbeterd. Dat neemt niet weg dat met grote regelmaat een civiele vordering in het strafproces niet ontvankelijk wordt verklaard omdat de beoordeling in het kader van het strafproces te complex is. Ook als die drempel wordt genomen is het in ieder geval een zaak van lange adem. Hoewel in beginsel schadevergoeding op de feitelijke dader zal worden verhaald is de realiteit dat een belangrijk deel van de schade toch wordt vergoed door de overheid en dus de belastingbetaler.

Conclusie

Het vergt nogal wat om te komen tot een verplichte aanpassing van de aansprakelijkheidsverzekering voor particulieren op een zodanige wijze dat opzetschades worden vergoed door de verzekeraar van de aansprakelijke partij.

Zelfs als dat gerealiseerd zou kunnen worden, dan nog leidt dat niet tot een oplossing als schade wordt veroorzaakt door onverzekerden of door onbekenden.

Dat probleem doet zich niet voor indien de schade wordt vergoed door de aansprakelijkheidsverzekeraar van het slachtoffer. Indien er voldoende wens bestaat om dergelijke schade door een verzekering af te dekken dan is er zonder wet- en regelgeving een mogelijkheid om een en ander in te sluiten in de bestaande verzekeringen.

[1] https://www.ad.nl/rotterdam/quirine-17-en-haar-hond-slachtoffer-zinloos-geweld~a1dd7dcb/
[2] PIV bulletin 1, februari 20 26-29
[3] Rechtbank Midden-Nederland 14-10-2015 ECLI:NL:RBMNE:2015:7321
[4] HR 06-11-1998, ECLI:NL:HR:1998:ZC2771 (Aegon/Van der Linden, opzetclausule in aansprakelijkheidsverzekering
[5] Schijns paragraaf 5.3.12.
[6] Deze vergelijking heb ik niet zelf verzonnen, de oorspronkelijke gedachte is –meen ik – van mr. P. Kremer.
[7] http://statline.cbs.nl/Statweb/publication/?
W=T&DM=SLNL&PA=83032NED&D1=0-5&D2=0-1,18,41,58-59,68,71-72&D3=0&D4=l&HD=150428-1108&HDR=G3,T&STB=G2,G1
[8] Schijns pag. 241
[9] Onderdeel B van het proefschrift van Schijns
[10] ECLI:NL:GHAMS:2013:BZ9780
[11] artikel 5. Wet schadefonds geweldsmisdrijven
[12] https://www.ad.nl/roosendaal/vrouw-in-rolstoel-gewond-door-bijtende-vloeistof-in-breda~a4d31233/
[13] De ‘”shaken-baby'” kwestie bijvoorbeeld, ECLI:NL:HR:2018:601.
[14] Rechtbank Gelderland 18-2-2016 verkrachting, bedreiging en mishandeling binnen huwelijk ECLI:NL:RBGEL:2016:864
[15] https://schadefonds.nl/wp-content/uploads/2015/11/SchadefondsInfographic_ANP.pdf
[16] Zie ook Maarten Kunst: The Burden of Interpersonal Violence: examining the psychosocial aftermath of victimisation aan het International Victimology Institute Tilburg ‘Geweldslachtoffers verzinnen vajŒqÚð}.ç

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots