Masterclass Cunningham Lindsey 2014 – Ook slachtoffer aan het woord

Samenvatting:

Op 3 april vond alweer de 9e editie van de Masterclass van Cunningham Lindsey plaats met als thema “slachtoffer centraal, maar je moet er niet omheen lopen”.

In zijn openingswoord lichtte directeur Martin de Haan het belang van het thema toe en wees op een plaatje van Werkgroep 1970: het ‘verzekeringsganzenbordspel’ waarbij het lot bepaalt waar een beroep op kan worden gedaan: WAM-, WIA- of een particuliere verzekeringspolis. Ook noemde hij het onderzoek door het Verwey-Jonker Instituut naar secundaire victimisatie en herhaald slacht­offerschap1.
De Haan introduceerde hierna dagvoorzitter drs. George Smits – GZ psycholoog, mededirecteur en partner bij Reset Partner.

Mr. dr. Matthijs Vermaat2 – Gij zult zelf verantwoordelijk zijn.
Ofwel: het verdwijnende maatschappelijke vangnet
Vermaat ging in op de ontwikkelingen in de sociale zekerheid en de rol van de overheid hierbij. Er werd een korte schets gegeven van de ontwikkelingen in de sociale zekerheid. Bij onheil kon men op de overheid terugvallen. In de jaren ’80 kwam de omslag en werd de nadruk gelegd op de eigen verantwoordelijkheid; sociale zekerheid als sociaal smeermiddel. In de jaren hierop volgend lag de nadruk op de participatieplicht; de mens zoveel mogelijk mee laten doen in de samenleving. Er is sprake van een krimpend vangnet.
In 2014 staan er grote veranderingen voor de deur op het gebied van de sociale zekerheid. De invoering van de Wet langdurige zorg, de Wmo 2015 en de Participatiewet werden als voorbeelden genoemd. Voor een zorgvraag wordt een indicatie gesteld. Vermaat lichtte toe dat de indicatiestelling een trechtervorm heeft; naar onder krimpt deze in. Onderin de trechter wordt uiteindelijk de zorgbehoefte vastgesteld, waarbij de gebruikelijke zorg niet wordt betrokken en de vrijwillige zorg in mindering wordt gebracht op de indicatie. Vermaat wees op de spraakverwarring betreffende het begrip mantelzorg in relatie tot de letselschade en Wmo/AWBZ. In het aansprakelijkheidsrecht wordt gesproken van mantelzorg, indien het om werkzaamheden gaat waarvan het normaal en gebruikelijk is dat deze door professionals worden gedaan
3
. Het gaat dan om zwaardere, periodiek terugkomende schoonmaakactiviteiten. In de Wmo/AWBZ wordt de bovengebruikelijke zorg bedoeld.
Deze bovengebruikelijke zorg wordt in beginsel altijd door professionals gedaan. Er wordt dan ook bedoeld dat bovengebruikelijke zorg wordt vergoed. Als voorbeeld gaf Vermaat: een moeder die intieme zorg dient te geven aan haar 14 jarige zoon.
In 2015 zal de overheid de zorg ingrijpend veranderen.
De extramurale zorg – die nu wordt gefinancierd vanuit de AWBZ – wordt over ‘de schutting gegooid’ naar de gemeenten en wordt toegevoegd aan de uitdijende Wmo.
De Wet langdurige zorg (Wlz) gaat een deel van de huidige AWBZ vervangen en regelt de zorg bij blijvende behoefte aan permanent toezicht of 24-uurs zorg in de nabijheid. Tevens valt onder de Wlz het verblijf in een instelling en woningaanpassing voor thuiswonenden onder de 18 jaar. De Zorgverzekeringswet wordt ook uitgebreid en legt zorgplicht op de zorgverzekeraar. De nieuwe Wmo is gericht op deelname in de samenleving en regelt hulp en ondersteuning, die past bij de persoonlijke omstandigheden van mensen. De gemeente beslist over het persoonsgebonden budget (PGB). Vermaat noemde ter illustratie de vervelende bijwerking ten aanzien van de woningaanpassing; de gemeente kan een aanspraak weigeren als er sprake is van een verblijfindicatie (extramuraal).
Zowel ten aanzien van de Wmo als de Wlz zullen eigen bijdragen worden berekend. Dat kan vooral voor de ­hogere inkomens flink oplopen. Ten aanzien van letselschadevergoedingen die zijn verstrekt vóór 11 oktober 2010 geldt een vrijstelling van de vermogenstoets. De vergoeding wordt dan niet meegeteld als vermogen (bij het verzamelinkomen) bij de berekening van de eigen bijdrage. Vermaat benadrukt dat de Wmo niet meer voorliggend is ten opzichte van schadebeperkingsplicht. Hierbij werd toegelicht dat de CRvB
4
zich vooral baseert op MvT: “(…) ondersteuning van burgers die niet goed in staat zijn in bepaalde situaties zelf of samen met anderen oplossingen te realiseren5”. Voor gevallen die door de burgers onmogelijk zelf kunnen worden geregeld hoort de overheid verantwoordelijkheid te nemen. De Wmo kent immers een compensatieplicht voor (individuele) voorzieningen en deze blijft bestaan zolang er geen erkenning van aansprakelijkheid is, sprake is van gedeelde schuld of de schade niet ongevalsgerelateerd is.

Roel Swijnenburg6 – Is de claim leidend voor de gezondheid of is de gezondheid leidend voor de claim?
Swijnenburg ging in op de paradox tussen de wens om weer gezond te worden en te participeren en het belang van een zorgvuldige afwikkeling van een letselclaim. Sinds enkele jaren is Reaplus actief in de letselschadebranche en levert multidisciplinaire maatwerkprogramma’s aan ongevalslachtoffers. Haar doelgroep bestaat voornamelijk uit personen met whiplash gerelateerde klachten (WAD). Swijnenburg lichtte toe dat Reaplus het verschil maakt, omdat zij ervan overtuigd zijn dat zij het perspectief van slachtoffers op participeren altijd positief kunnen beïnvloeden.
In Nederland vinden jaarlijks 50.000 ongevallen plaats. Bij minimaal 19% van de betrokkenen houden de klachten langer dan zes maanden aan en ontwikkelen zich chronische klachten. Dit betekent 10.000 dossiers per jaar, waarvan bijna de helft WAD klachten vertoont. Het ongeval is vaak het bekende luxerende moment, waarna het slachtoffer zijn balans niet meer (zelfstandig) kan hervinden.
Volgens Swijnenburg is het van belang na te gaan wat het belangrijkste doel is dat slachtoffers voor ogen hebben; claim of gezondheid. Gemiddeld 435 dagen na het ongeval vindt de eerste aanmelding bij hen plaats. Het is op dat moment de vraag of een regeling de enige optie is. De verzekeraar heeft cliënttevredenheid, vergelijkbare loonwaarde en een perspectief op een eindregeling tot doel.
De cliënt heeft tot doel om weer gezond te worden en het niveau van vóór het ongeval te behalen.
Verzekeraars/opdrachtgevers geven aan dat Reaplus in meer dan 85% van de aangemelde personen de doelstelling haalt. Participatie in werk en leven mag/moet dus centraal blijven staan volgens Swijnenburg.
Swijnenburg verwees naar het proefschrift van Nieke Eibers:
“Claim na ongeval kan herstel belemmeren. Mensen met letselschade die een vergoeding claimen, herstellen minder snel dan mensen die dat niet doen. Stress door letselschadeafwikkeling is een mogelijke verklaring hiervoor7
.
De vraag die gesteld werd is of deze doelgroep een specifieke aanpak binnen de zorg nodig heeft. Het is dan ook noodzakelijk dat er (meer) onderzoek plaatsvindt naar de doelgroep. De nadruk ligt op de complexiteit van dit gezondheidsprobleem. Ervaringscijfers van Reaplus laten zien dat een groot deel van haar cliënten geen adequate interventie heeft gehad binnen de zorg. De uitdaging is dan ook om geen gebruik te maken van deze bestaande zorg maar het aanbieden van een nieuw concept. Door een snelle interventie binnen een periode van drie dagen tot maximaal drie maanden, kunnen er stroomschema’s gemaakt worden, die de complexiteit en chroniciteit voorspellen. Met deze inzichten kan vervolgens een gespecialiseerde interventie ingezet worden. Van belang is dat interventie plaatsvindt door speciaal opgeleide behandelaars (fysiek en mentaal) en dat hieraan een transparant protocol, maximale doorlooptijden en strikte go/no go ten grondslag ligt. Permanent onderzoek zal uiteindelijk leiden tot ontwikkeling en resultaatverbetering. Volgens Swijnenburg staat een onafhankelijke belangenbehartiger parallel aan het herstelproces. Swijnenburg merkte tot slot op dat hij liever de term cliënt of klant gebruikt; de klant centraal, loop er niet omheen!

Drs. George Smits8 – Gezien worden en … voelen gezien te worden
Smits lichtte het begrip emotiemanagement toe. Hij maakt een onderscheid tussen ‘bovenstroom’ en ‘onderstroom’. Met bovenstroom wordt het gebied van de feiten bedoeld en onderstroom betreft het gebied van de emoties met bijbehorend gedrag. Volgens de emotieleer van Nico Frijda stuurt een situatie een emotie aan. Een emotie stuurt vervolgens het denken en gedrag van een persoon aan. Emoties zijn dan ook een door de persoon gestuurde neiging om tot een bepaald gedrag over te gaan. Deze hebben uiteindelijk het welbevinden van een persoon tot doel. Emotiemanagement is volgens Smits van essentieel belang op bijvoorbeeld een afwikkeling van een zaak en het contact met een cliënt.
Er kunnen vier basisemoties onderscheiden worden: angst, boosheid, verdriet en blijdschap. Het limbisch systeem van de hersenen is betrokken bij emotie en het emotionele geheugen.
De cortex is verantwoordelijk voor de verwerking en controle van emotionele prikkels. Een trauma wordt opgeslagen in het limbisch deel van de hersenen. Smits ging in op de emotiethermometer als communicatie instrument: limbisch gedrag (rouwen, weerstand, afweer, inadequaat gedrag en het lijden) en cortex gedrag (probleemoplossend). Een letselschadezaak kan ervoor zorgen dat het slachtoffer limbisch gedrag gaat vertonen, doordat hij gefocust blijft op rouwverwering. Na acceptatie of berusting, zal er op de cortex (bovenstroom) gecommuniceerd kunnen worden.
Volgens Smits kan het systeem ook last krijgen. Als voorbeeld noemde hij het behalen van een volgende stap in de behandeling van een cliënt. Als de familie daarbij achterblijft, treedt desintegratie van het systeem op. Dat kan resulteren in blokkering van veranderingen, het niet aanvaarden van nieuwe systemen, het niet meedenken over nieuwe systemen, het niet opgeven van controle op de ander en/of het somatiseren. Dit heeft ook gevolgen voor het gezin, de omgeving en relaties. Smits noemt de wetmatigheid van het gezin; iedereen heeft de impliciete opdracht om desintegratie van het systeem tegen te gaan.
Limbisch gedrag is op non verbaal niveau herkenbaar aan intonatie, mimiek, droge mond, transpireren, meer urineren, diarree, motorische onrust en/of borstademhaling. Om op cortex niveau te geraken, noemt Smits het Harvard onderhandelingsmodel als middel: zorgvuldig op de relatie en duidelijk op de inhoud. Elkaar op de cortex te ontmoeten’ werd als gouden regel genoemd: een geuite emotie is een zakkende emotie. Van belang is een functionele stilte en empathie. Rust geeft alfa hersengolven en kan zorgen voor een positieve emotionele gesteldheid.
Dit wordt psychofysiologische coherentie genoemd en geeft afname van stress, mentale helderheid, betere cognitieve prestaties, ontspannen bewustzijnstaat en het verbetert het immuunsysteem.
De mens is noch de weerstand, noch de emotie. Het doel is om verbinding met de ander te maken, stelt Smits. Hierbij is van belang behoeften van anderen aan te voelen, te begrijpen en compromissen te sluiten. Hiervoor zijn nodig het vermogen om eigen behoefte te kunnen uitstellen, creatieve ontwikkeling, gevoel voor humor en de betekenis en beperking van het eigen leven te aanvaarden. Om in verbinding te kunnen staan met een ander, dient men eerst in verbinding te staan met de eigen authenticiteit. De ­essentie van dit alles is: de mens wil gezien worden.

Een interview met M. de Kuyer – met recht een ervaringsdeskundige – afgenomen door dagvoorzitter Smits – Een slachtoffer aan het woord …

 

J.S. van der Veer – Cunningham Lindsey

Wat begint als een rondreis door een boeiend stuk Afrika, eindigt abrupt door een ernstig verkeerongeval met ingrijpende consequenties. Een indrukwekkende verhaal.

Vrijgezel M. woont in hartje Amsterdam, is piloot bij de KLM en staat midden in het leven als in de zomer van 1998 een hoge dwarslaesie een einde maakt aan alle dingen die daarvoor voor hem zo vanzelfsprekend leken. Hij wist meteen dat het goed mis was: “Ik merkte al snel dat ik geen gevoel meer had vanaf mijn schouders en mijn armen, waarbij ik nog niet eens de conclusie trok dat mijn nek weleens gebroken zou kunnen zijn.”

“Op 10 juli 1998 bleef ik uit hoofde van mijn functie als ­piloot over in Ivoorkust. Tijdens een taxirit viel de chauffeur in slaap. De taxi raakte van de weg. De taxichauffeur is door het ongeval direct overleden. Zelf heb ik een hoge dwars­laesie opgelopen. Je denkt wel eens (hij doelt op de hoogte van zijn dwarslaesie), eentje lager en ik had mijn armen kunnen bewegen, maar ik denk dan ook, eentje hoger en ik had aan de beademing gelegen.”9)

Omdat vliegen nog niet is toegestaan, verblijft M. de eerste periode na het ongeval nog in een ziekenhuis in Afrika. Door de nogal primitieve omstandigheden daar, is hij opgelucht wanneer hij voldoende stabiel is voor de reis naar Nederland: “Ik heb drie dagen in dat Afrikaanse ziekenhuis gelegen en dat was echt ontzettend afzien. Hoewel ik verbonden was met een soort beademingsapparaat dat heel langzaam op gang werd gebracht door je eigen adem, gaf me toch geen gerust gevoel. Af en toe stopte het apparaat ermee en brachten ze weer aan de aan de praat door er een keiharde klap op te geven … (…).”

Eenmaal terug in Nederland volgt een ziekenhuisopname van alles bij elkaar vijf weken, waarna hij voor zijn herstelproces wordt doorverwezen naar het revalidatiecentrum: “Bij een hoge dwarslaesie als de mijne ziet het revalidatieproces er tamelijk bizar uit. Je zit in een revalidatiecentrum en ziet allemaal mensen in rolstoelen om je heen bezig met gewichten of pogingen doen te lopen, maar het enige wat ik kon doen was zitten. En hoe langer je zit, hoe beter dat is voor je conditie. Maar veel meer dan dat kan je eigenlijk niet revalideren. Dus het is een vreemd proces dat je bijna een jaar aan het revalideren bent , zonder het gevoel te hebben echt iets te bereiken”.

Op een gegeven moment gaat bij M. de spreekwoordelijke knop om en trekt hij de conclusie dat hij de regie over zijn situatie nog zoveel mogelijk zelf wil voeren en zijn eigen zaken wil regelen, voor zover hij daartoe in staat is. Hij leert te denken in mogelijkheden in plaats van onmogelijkheden. Zijn fysieke gesteldheid heeft hem dan wel in de steek gelaten, maar zijn hoofd functioneert nog prima. Alle instanties daarvan te overtuigen, blijkt in de praktijk een stuk lastiger. Uiteindelijk koopt hij een woning in het centrum van Amsterdam en richt hij een stichting op, waarin hij zijn verzorgend personeel onderbrengt. Zo waarborgt hij dat er fulltime iemand is om hem te helpen. Verder reist hij graag en veel, bezit hij een vakantiehuis in Slovenië waar hij een aantal keren per jaar naartoe gaat en verblijft hij gemiddeld drie maanden per jaar in het buitenland. Het allemaal realiseren hiervan kost veel tijd en vereist een gedegen voorbereiding, maar hij bewijst hiermee dat het mogelijk is, ondanks zijn fysieke beperkingen.

Met betrekking tot de schaderegeling is M. minder positief: het is een lang en intensief proces om uiteindelijk tot een bevredigend resultaat te komen. Zijn werkgever reageert aanvankelijk negatief op de aansprakelijkstelling, omdat zij juist in de veronderstelling is zich positief en coulant naar haar werknemer te hebben opgesteld.

De aansprakelijkheidsverzekeraar toont zich kritisch en wantrouwend met betrekking tot de schadeclaim met als gevolg een moeizame en vaak frustrerende communicatie.
M. benadrukt het belang van empathie van de kant van verzekeraars. Empathie is iets anders dan medelijden hebben met. Het zijn inlevingsvermogen en gelijkwaardigheid die uiteindelijk zorgen voor een voor alle betrokken partijen bevredigend eindresultaat.

De in 2005 betaalde schadevergoeding geeft M. de gelegenheid zijn leven kwalitatief zo goed mogelijk in te richten en stelt hem in staat eigen keuzes te maken wat betreft zijn hulpbehoefte.

(Voor het volledige interview verwijzen wij u naar www.cunningmasters.nl. Red.)

1      K.D. Lünnemann en A. Mein, m.m.v. L.F. Drost, Maatregelen ter voorkoming van secundair en herhaald slachtofferschap (ISBN 978-90-5830-624-1), Utrecht: Verwey-Jonker Instituut 2014.

2    Mr. drs. M.F. Vermaat, advocaat – Van Woude de Graaf Advocaten.

3    HR 5 december 2008 C07/127HR, BE9998.

4    CRvB 21 mei 2012, LJN: BW6810.

5    TK 2004-2005, 30 131, nr. 3.

6    R. Swijnenburg, directeur – Reaplus.

7    N. Elbers, Empowerment of injured claimants: Investigating claim factors, procedural justice and e-health, (ISBN 9789461916426), Amsterdam: Vrije Universiteit Amsterdam 2013.

8    G. Smits, coach/trainer – Smits en Beerends.

9          S.D. Lindenbergh, Van smart naar geld; Ervaringen van tien slachtoffers van letselschade met hun schadevergoedingsprocedure tot en met de Hoge Raad. (ISBN:9789013121308), Deventer: Kluwer 2013.

  • Vaknieuws

  • Mevrouw mr. G. Arefi – Cunningham Lindsey
  • folder Studiedag

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey