Makkelijk te snappen, moeilijk te begrijpen, 6e MEDAS Meeting 3 juni 2014 – Communicatie …

Samenvatting:

In tegenstelling tot de editie van 2013 op Paleis Soestdijk, waren de weergoden ons deze keer zeer goed gezind. De prachtige locatie in Naarden – het Arsenaal – lag er in de beschutting van de Veste zonnig bij.

Dagvoorzitter Jacqueline Meyst-Michels bleek zich (onbewust) perfect te hebben gekleed in de stijl van het interieur van Jan des Bouvrie. Zij begeleidde ons langs de vier sprekers van zeer uiteenlopende komaf door het gezamenlijke thema van communicatie bij de claimbeoordeling.
De spits werd afgebeten door Jan-Willem Peterse – psychiater bij Wettstein & Peterse Expertise (WPEX) – die ons haarfijn wist uit te leggen waarom veel psychiaters niet goed zijn in expertiseonderzoeken. Een van de oorzaken is het feit dat zij de focus vanuit hun professionele achtergrond eerder op de behandeling dan op de diagnosestelling leggen en bovendien blijken causale verbanden in de huidige psychiatrie blijkbaar minder relevant dan in de tijd van Freud. Daarnaast blijven de huidige psychiaters liever in de leunstoel van de vragensteller zitten dan dat zij plaatsnemen op de sofa van de beantwoorder. Bovendien, gaf de ervaren expertiseur ons ruiterlijk toe, zijn psychiaters ontzettend eigenwijs. Hij gaf ons een duidelijk inzicht in het kosmische krachtenveld waarin een psychiater zich bij het vinden van de waarheid (ofwel de meest consistente, op feiten gebaseerde weergave van de werkelijkheid) bevindt en kwam vervolgens op de grote valkuilen waar een psychiatrisch deskundige vaak tegenaan loopt. Ten eerste besprak hij het overnemen van de anamnese als conclusie, zonder voldoende kritisch te bekijken of er andere relevante aspecten, vooral in de voorgeschiedenis, spelen. Hij illustreerde dit met een zeer uitgesproken voorbeeld op film van een patiënte met een conversie1. Daarnaast gaf hij aan dat het blijkbaar voor psychiaters moeilijk is om binnen hun eigen vakgebied te blijven en dat de neiging om meer te beantwoorden dan waaraan hun eigen deskundigheid invulling kan geven soms tot onzorgvuldigheid kan leiden. Tenslotte werd Mark Twain aangehaald met de uitspraak: “I didn’t have the time to write a short letter, so I wrote a long one instead.” Dit om aan te geven dat het beknopt houden van de rapportages niet het meest sterke punt is van zijn collega’s.
Het stokje werd overgenomen door Derk-Jan van der Kolk – partner bij Van Traa Advocaten in Rotterdam en voormalig portiekgenoot van de dagvoorzitter. Deze sloot keurig bij het thema van Jan des Bouvrie aan door te stellen dat artsen in het wit opereren en juristen in het zwart. Het doel van een arts is volgens hem het vinden van de waarheid, van een advocaat het winnen van een zaak. Dit bleek vaak de achtergrond te zijn van het langdurig ‘doorhameren’ op dezelfde vraag door een advocaat: deze wil niet het juiste antwoord ontvangen maar het antwoord wat hem de zaak doet winnen.
Hij friste vervolgens met het publiek het arrest Zwolsche Algemeene/De Greef op waarin de Hoge Raad oordeelde dat een rechter nimmer gebonden is aan de beoordeling door de deskundige van een juridische vraag en dat een ongevalgevolg al kan worden aangenomen als het redelijkerwijze mogelijk is dat het ervaren ongemak in verband kan staan met het ongeval. Dat het toch allemaal niet zo zwartwit is als de locatie deed vermoeden, bleek wel uit de opmerking dat het niet voor iedereen even helder schijnt te zijn wat dan een juridische vraag is, aangezien de rechter door een medische vraag als juridisch te kwalificeren het oordeel van de deskundige makkelijk terzijde kan schuiven.
Vervolgens benadrukte hij de grote tijdswinst die behaald werd doordat sinds de invoering van de IWMD-vraagstelling de eeuwige discussie over de stellen vragen aan de deskundigen grotendeels voorbij is. Ook de toegenomen ervaring van de deskundigen die geraadpleegd worden blijkt te zorgen voor minder discussie over de gegeven antwoorden, wat het verloop van de schaderegeling bespoedigd.
Na een ontspannen pauze op de binnenplaats van de locatie was het tijd voor diepgaande argumentatieleer. Tigrelle Uyttewaal – neerlandica en gespecialiseerd in het bijbrengen van argumentatieleer aan eigenwijze postacademici – kreeg de zaal volledig stil met haar interpretatie van vraag 2c2 van de IWMD3 vraagstelling. Zij liet zien dat deze vraag dusdanig is gesteld, dat makkelijk een antwoord wordt gegeven dat niet per definitie overeenkomt met de opinie van degene die deze vraag beantwoordt.
Zij toonde de toehoorders dat het feit dat regen een natte straat kan veroorzaken niet per se betekent dat een natte straat ook bewijst dat het heeft geregend. Analoog geredeneerd kwam het publiek langzaam tot de conclusie dat het feit dat iemand klachten en/of afwijkingen heeft die veroorzaakt zouden kunnen zijn door een ongeval, niet altijd betekent dat deze klachten ook daadwerkelijk veroorzaakt zijn door het ongeval. Vraag 2c van de IWMD-vraagstelling is echter zo gesteld dat een antwoord uitgelokt wordt dat aan eventuele alternatieve oorzaken voorbijgaat. Naar analogie: “Zou de straat ook nat geweest zijn als het niet had geregend?”.
De dag werd besloten door Midas Dekkers. De welbekende bioloog – met wiens ontlastingsverhalen4 de dagvoorzitter haar vakanties blijkt door te brengen – bleef ons op wonderlijke wijze telkens weer terugvoeren naar de rode draad van zijn verhaal: de mens is per definitie prutswerk, het is volstrekt logisch dus dat deze kapot gaat en het is de kwaal van deze tijd dat daar altijd maar een schuldige voor aangewezen moet worden. Hij toonde deze stelling aan met de onnozelheid van de overeenkomstige route die lucht en eten door de menselijke keel afleggen, waardoor behalve verstikkingsgevaar ook ongerieflijkheden tijdens de maaltijd kunnen ontstaan. Verder bleek het de schuld van het vrouwelijke geslacht dat mannen buikjes kunnen hebben (en niet het gebrek aan sportieve activiteiten) en van de massaproductie dat ook mannen tepels hebben.
De mens werd gededuceerd tot een paar kopjes thee, een doosje potloden, een doosje lucifers en voldoende kalk om een kippenhok te witten: onze ingrediënten bleken voor  € 32,50 te koop bij de drogist. Voor een veel kleiner bedrag blijkt het bezoek aan het slachtoffer in een ziekenhuis in staat om de patiënt meer op te laten knappen dan wat de beste dokter voor elkaar zou krijgen: met een bosje bloemen dat aantoont dat de aftakeling van de mens in vergelijking met die van dit bosje toch nog reuze meevalt.
Onze beroepsgroep blijkt veel werk te danken te hebben aan de verlichting, waarin het godsbewijs werd opgehangen aan de volmaaktheid van het menselijk lichaam. Aan de aftakeling waaraan alles onomstotelijk ten prooi valt werd jammerlijk genoeg voorbij gegaan zodat de mens met een groot probleem blijft zitten dat de evolutie niet op heeft weten te lossen: er is geen mechanisme mee geëvolueerd om de hulp die noodzakelijk wordt door deze onvermijdelijke aftakeling op te vangen, zoals baby’s wel van nature weten hoe ze de ouders zo ver krijgen hun poepluiers te verschonen. Hierdoor moet deze hulp op een andere manier afgedwongen worden en wel door iemand anders hiervoor verantwoordelijk te maken, namelijk iemand die deze toestand veroorzaakt zou hebben. U begrijpt dat wij zonder deze historische en evolutionaire ontwikkelingen allen een stuk minder werk zouden hebben.
Gemeenschappelijk aan alle sprekers is het besef dat de echte wereld niet zo zwartwit is als het interieur van Jan des Bouvrie. De psychiater worstelt met zijn antwoorden; de rechter weet niet goed raad met het juridisch indexeren van door deskundigen gegeven antwoorden; de neerlandica leert ons dat het antwoord op de gestelde vraag niet per definitie het antwoord op de echte vraag is; en de bioloog toont ons dat wij seksuele activiteiten met de prijs van de sterfelijkheid moeten betalen. U ziet maar, niets is wat het lijkt.

  1. Coëlho, Zakwoordenboek der geneeskunde, p. 170: “… 2. Een psychische stoornis behorende tot de *somatoforme stoornissen, waarbij lichamelijke klachten of uitvalsverschijnselen zijn op te vatten als de uitdrukking van een psychisch probleem (conflict); in tegenstelling tot de nagebootste stoornissen staan de klachten niet onder willekeurige controle; voorheen hysterische neurose genoemd. …”
  2. “2. … Klachten, afwijkingen en beperkingen zonder ongeval. c. Zijn er op uw vakgebied klachten en afwijkingen die er ook zouden zijn geweest of op enig moment ook hadden kunnen ontstaan, als het ongeval de onderzochte niet was overkomen?”
  3. Interdisciplinaire Werkgroep Medische Deskundigen.
  4. Midas Dekkers, De kleine verlossing of de lust van ontlasten, Amsterdam: Atlas Contact 2014 (ISBN 904502648/9789045026480).
  • 2

  • Mevrouw drs. S. Zwikker, arts/medisch adviseur MEDAS
  • Bron: PIV-bulletin
  • folder PIV-bulletin

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey