Hof: vliegschool en instructeur niet aansprakelijk voor ongeval tijdens schermvliegen

Samenvatting:

Tijdens cursus schermvliegen in Frankrijk in 2003 is benadeelde over de rand van de startplaats naar beneden gevallen en terechtgekomen op de lager gelegen weg; hij heeft ernstig letsel aan benen en rug heeft opgelopen en stelt de vliegschool en de instructeur aansprakelijk. Het hof komt tot het oordeel dat benadeelde onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die zijn stelling kunnen dragen dat de vliegschool (wegens het verzaken van hun zorgplicht) aansprakelijk is voor de gevolgen van het ongeval. Het lijkt erop dat sprake is geweest van een start- of besturingsfout aan de zijde van benadeelde, wat helaas nu eenmaal voor kan komen bij het beoefenen van deze meer risicovolle sport.

ECLI:NL:GHARL:2018:3874

 

Instantie

    Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden

Datum uitspraak

    24-04-2018

Datum publicatie

    07-05-2018

Zaaknummer

    200.183.893

Rechtsgebieden

    Civiel recht

Bijzondere kenmerken

    Hoger beroep

Inhoudsindicatie

 

    Aansprakelijkheid vliegschool/instructeur voor gevolgen ongeval bij schermvliegen?

Vindplaatsen

    Rechtspraak.nl

    PS-Updates.nl 2018-0404

    Verrijkte uitspraak

 

Uitspraak

GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN

 

locatie Arnhem

 

afdeling civiel recht, handel

 

zaaknummer gerechtshof 200.183.893

 

(zaaknummer rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, 137428)

 

arrest van 24 april 2018

 

in de zaak van

 

[appellant] ,

 

wonende te [woonplaats] ,

 

appellant,

 

in eerste aanleg: eiser,

 

hierna: [appellant] ,

 

advocaat: mr. S. de Lang,

 

tegen:

1 de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

 

Paragliding Inferno B.V.,

 

gevestigd te Almelo,

 

  1. [geïntimeerde 2],

 

wonende te [woonplaats] ,

 

geïntimeerden,

 

in eerste aanleg: gedaagden,

 

hierna: Inferno en [geïntimeerde 2] en gezamenlijk: Inferno c.s.,

 

advocaat: mr. J. Dijkman.

1 Het verdere verloop van het geding in hoger beroep

1.1

 

Het hof neemt de inhoud van het tussenarrest van 22 maart 2016 hier over.

1.2

 

Het verdere verloop blijkt uit:

 

– het proces-verbaal van comparitie van partijen en de voorafgaand aan die comparitie door de advocaat van [appellant] toegezonden producties A tot en met H;

 

– de memorie van grieven (met producties);

 

– de memorie van antwoord (met producties);

 

– de pleidooien overeenkomstig de pleitnotities. Hierbij is akte verleend van de producties L tot en met O die bij bericht van 17 januari 2018 door de advocaat van [appellant] zijn ingebracht.

1.3

 

Na afloop van de pleidooien heeft het hof arrest bepaald.

2 De vaststaande feiten

2.1

 

[appellant] heeft bij Inferno in april 2002 een tweedaagse introductiecursus gevolgd voor schermvliegen (ook wel ‘parapente’ genoemd) in het Sauerland en in juni 2002 een cursus van vijf dagen voor Brevet 1 in Frankrijk. Hij heeft in 2002 circa tien à vijftien oefenvluchten gemaakt, en drie hoogtevluchten. Brevet 1 heeft hij in 2002 niet gehaald omdat hij, in verband met slecht weer, niet het daarvoor vereiste aantal hoogtevluchten kon maken.

2.2

 

In de zomer van 2003 heeft [appellant] zich opnieuw ingeschreven bij Inferno voor een cursus schermvliegen in Frankrijk, met als uiteindelijk doel Brevet 2 te halen. Tijdens de eerste week heeft [appellant] (van maandag 28 juli tot en met vrijdag 1 augustus) zeven à negen hoogtevluchten gemaakt. Vervolgens heeft hij op maandag 4 augustus nog een hoogtevlucht gemaakt en op dinsdagochtend 5 augustus nog twee hoogtevluchten.

2.3

 

Bij de derde hoogtevlucht op 5 augustus 2003 (die volgens [appellant] werd gemaakt rond 13:15 à 13:30 uur en volgens Inferno c.s. om 12:30 uur) vanaf Saint-Vincent-les-Forts, is [appellant] bij het starten over de rand van de startplaats naar beneden gevallen en terechtgekomen op de lager gelegen weg (volgens [appellant] 7 à 10 meter lager, volgens Inferno c.s. 4 meter lager), ten gevolge waarvan [appellant] ernstig letsel aan benen en rug heeft opgelopen.

2.4

 

Bij die laatste vlucht werd [appellant] begeleid door [geïntimeerde 2] , eigenaar van en instructeur bij Inferno.

2.5

 

Na het ongeval is bij de startplaats op Saint-Vincent-les-Forts een bord geplaatst met de tekst: “Pilotes, ce site technique est réservé aux pratiquants expérimentés ou encadrés (…)”.

2.6

 

Bij beschikking van de rechtbank Almelo van 20 december 2010 is, op verzoek van [appellant] , een (voorlopig) deskundigenonderzoek gelast naar – kort gezegd – de oorzaak van het ongeval. Daarbij is J.L. Vermeulen (hierna: Vermeulen), een voormalig vliegschoolinstructeur, tot deskundige benoemd.

2.7

 

Vermeulen heeft in zijn rapport van 30 april 2011 als volgt bericht:

 

“(…) Nadat ik de processtukken had doorgenomen werd mij duidelijk waar het ongeluk gebeurd was en omdat ik redelijk vertrouwd ben met die startplek, leek het mij niet meer nodig ter plekke te gaan kijken. (…)

 

  1. Wat is Uw ervaring met schermvliegen? Hoe lang bent U al met deze sport bezig en over welke brevetten/aantekening beschikt U?

 

Vanaf 1982 (tot 1996) was ik delta-instructeur. In 1990 ben ik parapente-instructie gaan geven. Ik hoorde bij de eerste lichting parapente instructeurs in Nederland, en heb samen met anderen kort na 1990 de afdeling schermvliegen van de KNVvL opgericht. Ik heb tot 2007 als gebrevetteerd instructeur van de KNVvL lesgegeven. Vanaf 2007 t/m 2009 heb ik met een instructeursbrevet van de NVVV(Nederlandse Vereniging van Vrije Vliegers) lesgegeven. (…) Als parapentepiloot heb ik meer dan 1500 vlieguren. (…)

 

  1. Bent u bekend met de startplaats St. Vincent les Forts en de ter plaatse aanwezige aërologische omstandigheden en zo ja, op grond waarvan?

 

Ik ben bekend met de startplaats St. Vincent les Forts en de daar heersende aërologische omstandigheden omdat ik daar redelijk vaak (30 à 40 keer) geweest ben met reisgroepen en gevorderde cursisten door de jaren heen. (…)

 

  1. Is er bij de KNVvL of de FFVL (Fédération Français de Vol Libre) dan wel bij andere instanties documentatie aanwezig met betrekking tot de kwalificatie van de startplaats St. Vincent les Forts?

 

Documentatie met betrekking tot de kwalificatie van de startplaats St.Vincent-les-Forts is bij de KNVvL niet aanwezig. De FFVL zegt op hun website over de startplaats het volgende:

 

“Site réservé aux bon pilotes : décollage court, départ “falaise” au dessus d’une route, conditions fortes l’après-midi (juin juillet août). Beaucoup de monde surtout par vent de NO (seul site utilisable par mistral).” (…)

 

  1. Kunt u gedocumenteerd (meteorologische gegevens) vaststellen wat de aërologische omstandigheden waren op de startplaats St. Vincent les Forts op 5 augustus 2003 rond 13:30 uur?

 

Meteogegevens van St Vincent les Forts voor 5 augustus 2003 zijn niet te achterhalen. Wel heeft France Meteo de gegevens van Embrun, een plaats noordelijker gelegen aan het Lac du Serre Ponçon. Zie bijlage 1. Deze gegevens zijn niet rechtstreeks over te zetten op St. Vincent les Forts, omdat er sprake is van andere geografische omstandigheden en een ander dalsysteem. Hierdoor zijn windrichting en –snelheid niet dezelfde. Wel geeft het aan dat het een warme zomerse dag was. Uit de gegevens blijkt verder dat aan het begin van de avond een warmte-onweer losbarstte. Dit heeft geen effect gehad op de weerssituatie tussen 1 en 3 uur ’s middags bij Embrun, zowel als bij St Vincent les Forts. Als antwoord op de nakomende vragen van Mr Janse: ik heb alle in aanmerking komende sites van in aanmerking komende instituten, zoals France Météo, bezocht. Ik heb telefonisch informatie bij betrokken instituten, vliegscholen en gemeenten gevraagd. Geen van allen heeft mij verder kunnen helpen aan de specifieke gegevens die ik zocht. Mr Janse moet wel beseffen dat meteo in de bergen niet zo eenduidig is als de weersomstandigheden in Nederland (…) Dit gaat totaal niet op voor de weers- en windomstandigheden in de bergen. Ieder dalsysteem heeft zijn eigen eigenaardigheden en vaak zijn eigen windrichting en –snelheid. Daarom heb ik alleen algemene informatie kunnen vinden van Embrun, een plaats op ruim 16 km afstand, met een volledig ander dalsysteem. De situatie bij St-Vincent-les-Forts verschilt hier erg mee. Omdat de weersomstandigheden altijd zeer lokaal zijn, is het onmogelijk gedetailleerde gegevens te achterhalen die relevant zijn. (…)

 

  1. Vraag: Hoe kwalificeert u betrokkene als piloot ten tijde van de door hem in 2003 bij Inferno gevolgde schermvlieglessen?

 

Gezien het aantal starts van de betrokkene was hij een cursist die met zijn brevet 2 bezig was. Brevet 1 eiste onder meer 15 vluchten. (…) In zijn eigen verklaring stelt de heer [appellant] dat hij 13 hoogtevluchten heeft gemaakt. Hij zal ongetwijfeld ook een aantal lagere vluchten hebben gemaakt, wat mijn uitspraak hier boven bevestigt: de heer [appellant] had zijn vluchten voor Brevet 1 gemaakt. Formeel worden 15 vluchten, dat is inclusief je vluchten op de oefenhelling, gevraagd als belangrijkste praktijkeis. Hij zit daar dus ruim boven.

 

  1. Vraag: Aan welke minimale eisen diende een startplaats in 2003 te voldoen, waaronder in het bijzonder voor een piloot als betrokkene?

 

Een startplaats voor een piloot die bezig is met het behalen van hoogtevluchten voor Brevet 2, is geschikt wanneer er op een duidelijke manier gestart kan worden in rustige weersomstandigheden, met enige, van voren komende, niet te harde wind. (…) Omdat de startlengte kort is, is deze plek ongeschikt om bij weinig tot geen wind te starten. De ruimte die de aanloop zou innemen zou zodanig lang zijn dat geen ruimte meer zou overblijven om de start af te breken. Beginnend bij ± 10 km/u wind kun je een scherm opzetten zonder (veel) te hoeven lopen. Je grondsnelheid kan nadat het scherm opgezet is 0 km/u zijn, zodat je de tijd hebt om je scherm te checken, de windomstandigheden voor een laatste keer kan checken en de beslissing kan nemen te starten. Dit bedoel ik wanneer ik zeg dat er op een duidelijke manier gestart kan worden.

 

  1. Vraag: Voldeed de startplaats St. Vincent les Forts aan de minimale eisen zoals door u genoemd in antwoord op vraag 11?

 

Het is de combinatie met de weersomstandigheden die de startplek geschikt of ongeschikt maakt. Op St Vincent les Forts is bijvoorbeeld het starten zonder wind erg moeilijk of zelfs gevaarlijk. Rond 10 km/u is de startplek ideaal, ook voor beginners. Bereikt de windsnelheid 25 km/u dan zul je weer ervaring moeten hebben om daar veilig te kunnen starten. (…)

 

  1. Vraag: Was de startplaats St. Vincent les Forts geschikt voor beginnende piloten zonder brevet 2?

 

Zie vraag 12. Hij zou geschikt geweest kunnen zijn. Het is het ontbreken van de juiste windsnelheidsgegevens die een oordeel hier moeilijk maken. (…)

 

  1. Vraag: Over hoeveel meter uitloop moet een startplaats in zijn algemeenheid en voor beginnende piloten als betrokkene in het bijzonder minimaal beschikken om een eventueel noodzakelijke startafbreuk mogelijk te maken? Voldeed de startplaats van waar betrokkene moest starten aan deze eisen?

 

Een exact aantal meters voor een geschikte startplaats is niet te geven. Iedere startplek kan, afhankelijk van de weersomstandigheden, te kort zijn om een vlucht af te breken. De betreffende startplek kan bij goede weersomstandigheden voldoende ruimte geven om veilig de start af te breken. En bij iedere startplek komt het punt, vroeger of later dat je de start niet meer af kunt breken. (…) Als je op de start van St Vincent eenmaal in de versnellingsfase zit is de start bij een hoge grondsnelheid niet meer af te breken. Is je grondsnelheid lager (dat betekent dat er meer wind is), dan heb je nog een zekere ruimte.

 

  1. Vraag: Wat was naar uw oordeel de oorzaak van het ongeval?

 

De technische oorzaak van het ongeval is zeer waarschijnlijk drukverlies in het scherm, waardoor de draagkracht zodanig afnam, dat er niet voldoende draagvermogen over was om door te vliegen. Dit drukverlies kan ontstaan door een te grote invalshoek, door een te kleine invalshoek, of door inklappen van (een deel van) het scherm. Een te grote invalshoek ontstaat door òf te diep te remmen, òf het scherm achter je te laten vallen/komen. Een te kleine invalshoek kan ontstaan door een verandering in de windsnelheid, door te enthousiast optrekken van het scherm en het daarna niet voldoende afremmen of door niet voldoende mee te lopen met, of zelfs te stoppen onder het scherm. Inklappen van het scherm kan ontstaan door windverandering (c.q. turbulentie =niet laminiaire luchtstroming). Drie getuigen, [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] houden het er op dat de heer [appellant] heeft ingehouden met lopen en daardoor het scherm over zich heen liet schieten, waardoor de invalshoek te klein werd, en dientengevolge inklapte en geen draagkracht leverde. De enige Franse getuige, [getuige 4] , verklaart het tegenovergestelde, namelijk dat de parapente door te heftig remmen een te grote invalshoek had en niet aan vliegen toekwam. (…)”

2.8

 

Uit bijlage 1 bij het deskundigenrapport (de weersobservaties in Embrun op 5 augustus 2003) blijkt dat het om 12:00 uur in Embrun 30,7 °C was met een windsnelheid van 11 km/u, om 13:00 uur 32,6 °C met een windsnelheid van 15 km/u, om 14:00 uur 33,5 °C met een windsnelheid van 22 km/u en om 15:00 uur 35,1 °C met een windsnelheid van 15 km/u.

2.9

 

Bij e-mail van 21 juli 2016 heeft de Fédération française de Vol Libre (FFVL) vragen van de advocaat van [appellant] over dit ongeval bij Saint-Vincent-les-Forts beantwoord; de door [appellant] bijgevoegde vertaling luidt als volgt:

 

“In Frankrijk beschouwen we leerlingen in het eerste beginstadium als “beginnend vlieger”. Dit stadium duurt over het algemeen ongeveer vijf dagen. De ervaring die vliegers in dit stadium opdoen, bestaat gemiddeld uit drie tot zes vluchten, afhankelijk van de heersende weersomstandigheden. Het vervolg van hun opleiding aan de vliegschool wordt over het algemeen “progressie” of “perfectionering” genoemd. (…) Wij, als organisatie, zijn dus van mening dat de betreffende leerling geen beginnend vlieger was, maar eerder een leerling in opleiding , of in het opleidingsstadium “progressie” [oorspronkelijke tekst: “mais bien en poursuite de formation, ou “progression””, hof]. (…) Uw tweede vraag heeft betrekking op de locatie van het incident, namelijk de startplaats Saint Vincent les Forts. Deze locatie staat bekend om haar krachtige wind [oorspronkelijke tekst: “Ce site est réputé pour son aérologie généreuse, parfois forte”, hof]. Vooral in het voorjaar en de zomer kan de wind er soms vrij hevig zijn. Hoewel het hellingsprofiel bij rustige weersomstandigheden perfect is voor het starten en wegvliegen met een parapente, vereist de intensiteit van de luchtstromen (de kracht van de wind) op deze locatie een goede techniek, waarbij vaak een achterwaartse starttechniek en de hulp van een instructeur nodig zijn. Leerlingen van het genoemde niveau beheersen deze techniek over het algemeen niet. Informatie over de windomstandigheden op 5 augustus 2003 rond 13.00 uur lijkt inderdaad onmisbaar om volledig antwoord te kunnen geven op uw tweede vraag. Om onze analyse samen te vatten, zouden we willen stellen dat de startlocatie geschikt was voor een cursist in opleiding, mits de windkracht lager was dan 15 tot 20 km/h. Bij een hogere windkracht zijn de controle over het scherm en het wegstarten technisch te lastig voor een cursist van het genoemde niveau, zelfs met behulp van een instructeur. (…)”

3 De motivering van de beslissing in hoger beroep

 

Het oordeel van de rechtbank en de grieven van [appellant]

3.1

 

De rechtbank heeft de vorderingen van [appellant] om – kort gezegd – voor recht te verklaren dat Inferno en [geïntimeerde 2] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de door hem ten gevolge van het onderhavige ongeval geleden schade en een voorschot van € 25.000,- op de schadevergoeding toe te kennen, afgewezen en [appellant] in de kosten veroordeeld. [appellant] komt met negen grieven op tegen het oordeel van de rechtbank en de daaraan ten grondslag liggende overwegingen. De grieven lenen zich voor gezamenlijke bespreking.

 

Gelet op de ter comparitie van partijen d.d. 3 juni 2016 geuite rechtskeuze van partijen zal het hof Nederlands recht toepassen op de vraag of Inferno c.s. tekortgeschoten zijn in hun verplichtingen dan wel onrechtmatig hebben gehandeld.

3.2

 

[appellant] betoogt allereerst dat de startplaats Saint-Vincent-les-Forts ongeschikt is voor piloten met de ervaring waarover hij beschikte. Dit wordt volgens hem onder meer veroorzaakt doordat de afstand vanaf waar men met de start begint tot aan de rand van de startplaats zeer kort is en het terrein na die rand zeer steil omlaag gaat, waardoor onervaren piloten niet in staat zijn indien nodig hun start af te breken, terwijl daarnaast de luchtcondities ter plaatse, vooral in de middag in de zomermaanden, moeilijk zijn, met een sterke thermiek en aanstroming met meteowind. Inferno c.s. weerspreken dit gemotiveerd.

 

De ervaring van [appellant]

3.3

 

Het hof stelt voorop dat in artikel 15 lid 2 van het Reglement Schermvliegen 1996 (hierna: het Reglement) is bepaald dat voor Brevet 1 vijftien oefenvluchten zijn vereist waarvan tenminste vijf hoogtevluchten en dat in artikel 12 lid 2 is bepaald dat de opleidingsinstantie verantwoordelijk is voor het afnemen van een examen waaruit een voldoende theoretisch niveau blijkt voor het behalen van Brevet 1 (dit is anders voor Brevet 2 of 3, waarvoor een landelijk examen geldt). Vaststaat – zo heeft [appellant] tijdens de pleidooizitting in hoger beroep, net als tijdens de comparitie van 3 juni 2016, bevestigd – dat [appellant] zijn oefenvluchten niet noteerde in zijn logboek, dat hij zowel in 2002 als in 2003 oefenvluchten heeft gemaakt en dat dit er in 2002 wel tien geweest kunnen zijn. Het hof gaat er daarom van uit dat [appellant] in totaal meer dan tien oefenvluchten heeft gemaakt. Daarnaast staat vast dat [appellant] in totaal tenminste tien hoogtevluchten had gemaakt voordat hij op 5 augustus 2003 startte van Saint-Vincent-les-Forts. Dat brengt met zich dat (zoals ook deskundige Vermeulen in zijn antwoord op vraag 10 heeft opgemerkt) [appellant] wat praktijkervaring betreft ruimschoots aan de vereisten van Brevet 1 had voldaan. Het hof houdt het er dan ook voor dat [appellant] , overeenkomstig zijn bedoeling, tijdens de cursus in 2003, na afronding van de vereisten voor Brevet 1, meteen doorging voor Brevet 2. Het hof ziet niet in dat daaraan in de weg kan staan dat [appellant] geen officieel bewijs van het behalen van Brevet 1 was uitgereikt. Dat dit vereist zou zijn, volgt ook niet uit artikel 6 van het Reglement, waarin staat dat Brevet 1 is vereist voordat men kan aanvangen met het uitvoeren van taken voor Brevet 2. Wat betreft de theoretische kennis van [appellant] geldt dat hij niet (voldoende gemotiveerd) heeft betwist dat Inferno elke dinsdagmiddag een theorieles gaf aan de cursisten. [appellant] betwist weliswaar dat hem een theorie-examen is afgenomen (althans stelt dat hij zich dit niet kan herinneren), maar erkent tijdens het pleidooi dat hij in 2003 een cursusboek heeft gekocht, dat hij dat is gaan lezen omdat hij anders de lucht niet in mocht en ook dat er theorie-uitleg is gegeven. Die gegevens, in samenhang beschouwd met het feit dat de opleidingsinstantie verantwoordelijk is voor het beoordelen van het voldoende theoretisch niveau en met zijn hiervoor beschreven praktijkervaring, maken dat het hof ervan uit gaat dat Inferno het theoretisch niveau van [appellant] voldoende achtte en kon achten, om hem door te laten gaan voor Brevet 2.

 

De geschiktheid van de startplaats

3.4

 

Nog daargelaten dat [appellant] ten tijde van het ongeval kon worden beschouwd als een (startend) Brevet 2-cursist, en niet als een beginner, geldt dat uit het deskundigenbericht van Vermeulen, meer in het bijzonder uit de onder 2.7 aangehaalde antwoorden op vragen 11 en 12, blijkt dat de startplaats Saint-Vincent-les-Forts ook geschikt kan zijn voor beginners. Afhankelijk van de wind is de startplaats volgens Vermeulen ook geschikt voor beginners (ideaal bij een wind van 10 km/u; te moeilijk vanaf 25 km/u). Het hof acht het deskundigenbericht duidelijk en consistent en heeft gezien de ervaring van Vermeulen, ook met deze specifieke startplaats, geen aanleiding om aan zijn oordeel te twijfelen. Daarbij speelt mee dat ook uit de onder 2.9 geciteerde e-mail van de FFVL naar voren komt dat de startplaats voor een piloot met de ervaring van [appellant] geschikt is, zolang de wind onder de 15 tot 20 km/u blijft. Ook de FFVL is van mening dat voor een oordeel over de geschiktheid van de startplaats kennis omtrent de weersomstandigheden op 5 augustus 2003 nodig is. Het bij de startplaats geplaatste bord (zie 2.5) sluit de startplaats evenmin uit voor beginners, zolang het cursisten betreft met begeleiding (zoals in het onderhavige geval). Dat de startplaats kort is, doet aan voormelde oordelen klaarblijkelijk niet af. Vermeulen heeft dat met zijn antwoorden op de vragen 11 en 15 naar het oordeel van het hof genoegzaam verantwoord. Op grond van dit alles verwerpt het hof de stelling van [appellant] dat de onderhavige startplaats sowieso niet geschikt is voor piloten met de ervaring van [appellant] . Dat [appellant] opinies heeft overgelegd van anderen uit de schermvliegwereld die het oordeel van Vermeulen in twijfel trekken, maakt het voorgaande, gelet op de overtuigingskracht van de deskundigenrapportage, niet anders. In dit kader merkt het hof nog op dat [appellant] niet heeft betwist dat ter plaatse nog steeds 15.000 tot 20.000 starts per jaar worden gemaakt en dat zowel Inferno als andere schermvliegscholen daar nog steeds cursisten met soortgelijke ervaring als [appellant] laten starten.

 

De weersomstandigheden

3.5

 

Vervolgens komt de vraag aan de orde of de weersomstandigheden ten tijde van het ongeval zodanig waren dat die maakten dat de startplaats Saint-Vincent-les-Forts op dat moment, gezien de ervaring van [appellant] , ongeschikt was voor hem. Partijen verschillen van mening over de vraag of er al dan niet (te) veel wind stond ten tijde van de start van [appellant] .

3.6

 

Uit de beantwoording van vraag 5 door Vermeulen blijkt dat hij de nodige inspanningen heeft verricht om over de weersomstandigheden ter plaatse in augustus 2003 meer informatie te verzamelen. Dat eerst circa 7,5 jaar na het ongeval een voorlopig deskundigenbericht is verzocht en gelast, is zonder twijfel mede debet aan het feit dat er weinig meer naar boven is gekomen dan de meteorologische gegevens van het 16 km verder gelegen Embrun. Partijen zijn het met Vermeulen eens dat de weersomstandigheden van Embrun behoorlijk kunnen verschillen van die in Saint-Vincent-les-Forts. Uit de onder 2.8 aangehaalde gegevens blijkt dat het een warme dag was en dat de wind in Embrun rond 13:00 uur een snelheid had van 15 km/u, maar op basis daarvan kunnen derhalve nog geen conclusies worden getrokken over de omstandigheden in Saint-Vincent-les-Forts (ten overvloede merkt het hof nog op dat de windsnelheden van 94,5 km/u in Embrun die [appellant] bij grieven onder punt 60 noemt, blijkens de meteorologische gegevens uit Embrun pas om 20:00 uur werden bereikt).

 

Het is aan [appellant] om voldoende gemotiveerd te stellen (en zo nodig te bewijzen) dat de weersomstandigheden in Saint-Vincent-les-Forts zodanig waren dat een redelijk bekwaam en redelijk handelend vliegschool/instructeur een cursist met de ervaring van [appellant] niet had mogen laten starten. [appellant] is hier niet in geslaagd, ondanks dat hij, mede met hulp van de oud voorzitter van de Afdeling Schermvliegen van de KNVvL C. van Soest, heeft gepoogd om nadere meteorologische gegevens naar boven te krijgen. [appellant] heeft voorafgaand aan het pleidooi nog een meteorologisch verslag van [X] , CEO Alpenweerman, overgelegd, waarin [X] betoogt dat voor Saint-Vincent-les-Forts kan worden uitgegaan van algemeen hogere windsnelheden – windvlagen dan in Embrun. Daargelaten dat Inferno c.s. die stelling bij pleidooi gemotiveerd heeft betwist (volgens hen blijkt uit de mogelijkheid van kitesurfen bij Embrun, welke mogelijkheid bij Saint-Vincent-les-Forts ontbreekt, juist dat er normaliter meer wind is in Embrun), blijft gelden dat [X] slechts in zijn algemeenheid spreekt en niets kan zeggen over de concrete weersomstandigheden op 5 augustus 2003.

3.7

 

Ook uit andere in het dossier voorhanden informatie blijkt onvoldoende van (te) harde wind of onstuimige weersomstandigheden ter plaatse op het moment van het ongeval. Weliswaar heeft [appellant] gesteld dat de cursist/piloot vóór hem (ene [cursist] ) de grootste moeite had om zijn scherm op te zetten en omhoog te houden, waarop hij na meerdere pogingen besloot zijn start te staken, maar Inferno c.s. hebben dit (inclusief de aanwezigheid van ene [cursist] ) gemotiveerd betwist en hebben daarentegen, onder verwijzing naar de getuigenverklaringen van toenmalige cursisten [getuige 1] , [getuige 2] en [getuige 3] , gemotiveerd gesteld dat er een mooi, rustig windje stond, goed om te starten. Ook het proces-verbaal van de ter plaatse gekomen “gendarme” biedt geen aanknopingspunten voor de juistheid van de stelling dat de weersomstandigheden ten tijde van het ongeval zwaar waren en ongeschikt om cursisten met de ervaring van [appellant] te laten starten.

 

[appellant] heeft aangeboden om de weersomstandigheden ten tijde van het ongeval door een deskundige te laten beoordelen. Tijdens het pleidooi is van de kant van [appellant] toegelicht dat het de bedoeling is om een soortgelijk rapport over weersystemen in de Alpen te doen opstellen als dat van Johann [X] , maar met meer gewicht, omdat het dan geen eenzijdige rapportage betreft. Het hof heeft geen behoefte aan verdere deskundige voorlichting. Klaarblijkelijk kan niet meer of anders worden uiteengezet dan de reeds in het geding gebrachte rapportage en dus niet meer klaarheid kan worden verwacht over de concrete weersomstandigheden te Saint-Vincent-les-Forts ten tijde van het ongeval. Het hof passeert dan ook dit aanbod.

 

Wat betreft de stelling dat de hevige weersomstandigheden kunnen worden afgeleid uit het mislukken van meerdere startpogingen van de genoemde [cursist] , heeft [appellant] , ondanks de betwisting van Inferno c.s. op dit punt, geen bewijs aangeboden. Ook overigens heeft hij geen concreet bewijsaanbod gedaan ten aanzien van de weersomstandigheden zoals die door de toen aldaar aanwezigen zijn ervaren.

 

Het handelen van [geïntimeerde 2]

3.8

 

Daarmee komt het hof toe aan het verwijt van [appellant] dat [geïntimeerde 2] hem in woord en gebaar heeft aangespoord om te starten, hetgeen volgens [appellant] onverantwoord was. Daarbij heeft [appellant] bij memorie van grieven gesteld dat hij groepsdruk ervoer als minst ervaren piloot van de cursus, dat [geïntimeerde 2] feitelijk degene was die het scherm de wind in trok, stabiliseerde en meestuurde, en dat het ongeval volgens de door [appellant] ingeschakelde deskundige Van Soest door [geïntimeerde 2] had kunnen worden afgewend door aan een stuurlijn te trekken. Verder heeft [appellant] (onder 147 van de memorie van grieven) de volgende opmerking van Van Soest geciteerd: “Ik wil erop wijzen dat [geïntimeerde 2] stevige psychische druk heeft uitgeoefend op [appellant] . [geïntimeerde 2] kende [appellant] van een eerdere cursus waarin weinig vluchten waren gemaakt en men relatief veel tijd had om te kletsen. [geïntimeerde 2] wist dus dat [appellant] verbaal niet bijzonder sterk in zijn schoenen stond en makkelijk te overreden valt c.q. sterk beïnvloedbaar is door een autoriteit. (…) [appellant] heeft aan [geïntimeerde 2] gemeld dat hij er geen goed gevoel bij had. Toch heeft [geïntimeerde 2] besloten om de start te laten plaatsvinden, tegen de uitdrukkelijk geventileerde mening van de leerling in. Er zullen daarbij waarschijnlijk ook wel woorden gevallen zijn als “je bent toch geen watje?” Het is aan [appellant] om aan te geven hoe dat precies gegaan is. Het lijkt echter wel duidelijk dat het niet [appellant] is geweest die de start heeft willen doorzetten, maar [geïntimeerde 2] . In de beschrijving van de Franse getuige, dat [geïntimeerde 2] [appellant] van de helling af heeft geduwd is dat nog eens bevestigd”.

 

Inferno c.s. betwisten gemotiveerd dat er fysieke of psychische druk op [appellant] is uitgeoefend, dat [geïntimeerde 2] het scherm in handen had en dat [appellant] had laten weten geen goed gevoel bij de start te hebben. Volgens hen was het een optionele vlucht, er kon ook voor worden gekozen om in het restaurant ter plaatse te lunchen, maar wilde [appellant] juist heel graag een laatste vlucht doen voordat hij de dag erna naar Nederland zou vertrekken. Weersproken wordt ook dat sprake was van groepsdruk en dat [appellant] de minst ervaren piloot zou zijn geweest.

3.9

 

Tijdens de pleidooizitting heeft het hof [appellant] gevraagd duidelijkheid te verschaffen over het standpunt dat hij inneemt over de handelwijze van [geïntimeerde 2] kort voorafgaand aan het ongeval, mede omdat in de memorie van grieven niet duidelijk wordt of [appellant] zich schaart achter de weergave van de gebeurtenissen door Van Soest en er in de memorie van grieven minder nadruk wordt gelegd op de stelling dat [appellant] geduwd zou zijn. Daarop is door de raadsman van [appellant] geantwoord: “Er is geen sprake van geweest dat [appellant] de afgrond ingeduwd is. Het is niet de bedoeling geweest dat zo te stellen. De stelling is dat [geïntimeerde 2] heeft geholpen met het opzetten van het scherm en heeft gezegd: “ga maar”. En vervolgens is [appellant] gegaan. De fout zit erin dat [geïntimeerde 2] op die plek nooit “ga maar” tegen [appellant] had mogen zeggen.”

 

Het hof leidt daaruit af dat [appellant] geen, althans niet een (in het licht van de betwisting van Inferno c.s.) voldoende gemotiveerd, separaat verwijt betreffende de handelwijze van [geïntimeerde 2] op de startplaats (meer) maakt aan Inferno c.s. Op het verwijt dat [geïntimeerde 2] op die plek nooit “ga maar” tegen [appellant] had mogen zeggen, is het hof hiervoor onder 3.4 tot en met 3.7 al ingegaan. Dat verwijt hoeft in dit kader dus niet nader besproken te worden.

 

De conclusie

3.10

 

Uit het voorgaande vloeit voort dat [appellant] onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die zijn stelling kunnen dragen dat Inferno c.s. (wegens het verzaken van hun zorgplicht) aansprakelijk zijn voor de gevolgen van het ongeval op 5 augustus 2003. Niet kan worden vastgesteld dat Inferno c.s. een verwijt kan worden gemaakt van het feit dat, dan wel de wijze waarop, zij [appellant] (op het bewuste moment) een start vanaf Saint-Vincent-les-Forts hebben laten maken. Het lijkt erop dat sprake is geweest van een start- of besturingsfout aan de zijde van [appellant] , wat helaas nu eenmaal voor kan komen bij het beoefenen van deze meer risicovolle sport en waarvoor de vliegschool en instructeur niet aansprakelijk kunnen worden gehouden (behoudens bijkomende omstandigheden, die hier dus niet voldoende gemotiveerd zijn gesteld of gebleken). Dat [appellant] als gevolg van het ongeval letsel en aanmerkelijke beperkingen heeft bekomen kan er op zichzelf (ook) niet toe leiden dat Inferno c.s. hiervoor aansprakelijk zijn.

3.11

 

Volledigheidshalve merkt het hof op dat [appellant] bij grief IX nog heeft betoogd dat de rechtbank ten onrechte in de beoordeling niet heeft meegenomen dat de voorziene landingsplaats gevaarlijk en verboden was, dat een gezonde veiligheidscultuur binnen Inferno ontbreekt en dat [geïntimeerde 2] het niet nauw lijkt te nemen met regels en veiligheid; zo heeft [geïntimeerde 2] na het ongeval voorgesteld [appellant] met zijn auto te vervoeren, had [geïntimeerde 2] ten tijde van het ongeval geen aangifte gedaan van zijn vereniging bij de Direction Departementale du Ministere de la Jeunesse en de Sports, beschikte hij destijds niet over het Franse diploma “Brevet d’Etat premier degré de vol Libre” en had hij bij gebreke van erkenning van zijn buitenlands diploma niet het recht om leiding te geven aan een paragliding-activiteit tegen vergoeding op het Franse grondgebied. Bovendien is volgens [appellant] niet meegenomen dat binnen de KNVvL vaker is getwijfeld over de veiligheid bij Inferno en dat zich tussen 1996 en 2004 diverse ernstige ongevallen hebben voorgedaan. Naast het feit dat Inferno c.s. deze stellingen hebben betwist, geldt dat [appellant] niet duidelijk maakt hoe deze gestelde omstandigheden hebben bijgedragen aan het ongeval en/of normen betreffen die strekken tot bescherming tegen de schade zoals geleden en waarom deze omstandigheden van belang zijn bij het verwijt dat [appellant] Inferno c.s. maakt en dat kan worden samengevat als ‘het aanmoedigen dan wel toelaten van de start door [appellant] vanaf Saint-Vincent-les-Forts, terwijl dat – mede gezien de ervaring van [appellant] en de weersomstandigheden op dat moment – onverantwoord was’. [appellant] verbindt daarmee onvoldoende duidelijke gevolgen aan deze stellingen, reden waarom het hof er niet verder op in zal gaan.

3.12

 

Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen kunnen de overige verweren van Inferno c.s. onbesproken blijven.

 

Nu geen (voldoende concrete) feiten te bewijzen zijn aangeboden, passeert het hof het door [appellant] gedane bewijsaanbod.

4 De slotsom

4.1

 

De grieven falen. Het bestreden vonnis van 25 maart 2015 zal worden bekrachtigd.

4.2

 

Als de in het ongelijk te stellen partij zal het hof [appellant] in de kosten van het hoger beroep veroordelen.

 

De kosten voor de procedure in hoger beroep aan de zijde van Inferno c.s. zullen worden vastgesteld op:

 

– griffierecht € 1.937,-

 

– salaris advocaat € 2.682,- (3 punten x appeltarief II).

5 De beslissing

 

Het hof, recht doende in hoger beroep:

 

bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Overijssel, zittingsplaats Almelo, van 25 maart 2015;

 

veroordeelt [appellant] in de kosten van het hoger beroep, tot aan deze uitspraak aan de zijde van Inferno c.s. vastgesteld op € 1.937,- voor verschotten en op € 2.682,- voor salaris advocaat overeenkomstig het liquidatietarief;

 

verklaart dit arrest voor zover het de hierin vermelde proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.

 

Dit arrest is gewezen door mrs. L.J. de Kerpel-van de Poel, R.A. Dozy en C.J.M. Klaassen en is in tegenwoordigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 24 april 2018.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots