Gerecht: Misleiding door verzekerde leidt tot verval van rechten

Samenvatting:

Verzekerde reed met zijn Volvo achterop een Ford van benadeelde die met waarschuwingslichten stilstond op de weg in verband met een eerder ongeval. Hij is van de plaats van het ongeval doorgereden in de auto van een vriend. Eerst deelde verzekerde mede dat hij niet de bestuurder was. In het schadeformulier nam hij later op dat het een eenzijdig ongeval betrof en dat hij met de fiets verder is gereden. De verzekerde heeft de medewerkingsplicht in ernstige mate geschonden. Hij heeft zich van den domme gehouden en geen openheid van zaken gegeven en verzekeraar misleid. Daarmee handelde hij in strijd met de polisvoorwaarden hetgeen in beginsel leidt tot verlies van rechten. Een verzekeraar moet erop kunnen vertrouwen dat de verzekerde hem volledig en naar waarheid informeren. Als gevolg van de schending van de medewerkingsplicht is verzekeraar in een redelijk belang is geschaad, en wel in een mate die algeheel verlies van rechten rechtvaardigt.

Instantie Gerecht in eerste aanleg van Curaçao
Datum uitspraak 28-01-2019
Datum publicatie 04-02-2019
Zaaknummer CUR201800301
Rechtsgebieden Civiel recht
Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig
Inhoudsindicatie
Autoverzekering; wettelijke aansprakelijkheid; handelen in strijd met medewerkingsplicht; artikel 7:941 BW; redelijk belang verzekeraar; algeheel verlies van rechten; uitsluiting dekking
Vindplaatsen Rechtspraak.nl

Verrijkte uitspraak
Uitspraak
GERECHT IN EERSTE AANLEG VAN CURAÇAO
VONNIS

in de hoofdzaak van:

de naamloze vennootschap
INTER-ASSURE SCHADEVERZEKERINGSMAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te Curaçao,
eiseres in conventie,
verweerster in reconventie,
gemachtigde: mr. R.E.F.A. Bijkerk,

tegen

de besloten vennootschap
[A] LEGAL SERVICES B.V.,
[A],
gevestigd respectievelijk wonende in Curaçao,
verweerders in conventie,
eisers in reconventie,
gemachtigden: mr. L.F. Herben en mr. R.N. Kooy,

en in de vrijwaringszaak van:

de besloten vennootschap
[A] LEGAL SERVICES B.V.,
[A],
gevestigd respectievelijk wonende in Curaçao,
eisers,
gemachtigden: mr. L.F. [A] en mr. R.N. Kooy,

tegen

[B],
[C],
de buitenlandse vennootschap
MASSY UNITED INSURANCE LTD.,
wonende respectievelijk kantoorhoudende in Curaçao,
verweerders,
gemachtigde: mr. Q.D.A. Carrega.

Partijen worden aangeduid als Inter-Assure, HLS, [A] (of gezamenlijk HLS c.s.), [B] en Massy.

1 Het procesverloop

1.1. Het procesverloop blijkt uit:
– het incidenteel vonnis van 4 juni 2018 en de daarin genoemde processtukken;
– de conclusie van antwoord in conventie/eis in reconventie, met producties;
– de conclusie van eis in de vrijwaring, met producties;
– de conclusie van antwoord in de vrijwaring, met producties;
– de mail van het gerecht van 18 oktober 2018, houdende een zittingsagenda;
– de behandeling ter zitting van 5 december 2018;
– de ter zitting overgelegde pleitaantekeningen van mr. Bijkerk.

1.2. Vonnis is nader bepaald op heden.

2 De feiten

2.1. [
A] is bestuurder van HLS.

2.2. HLS is eigenaar van een Volvo XC90.

2.3. Tussen Inter-Assure en HLS is een verzekeringsovereenkomst tot stand gekomen op grond waarvan de Volvo tegen wettelijke aansprakelijkheid is verzekerd. Op de overeenkomst zijn algemene voorwaarden van toepassing. Deze luiden, voor zover van belang, als volgt:

2 Verplichtingen bij schade

2.1 Zodra een verzekerde kennis draagt van een gebeurtenis waaruit voor de maatschappij een verplichting tot uitkering kan ontstaan, is deze verplicht, op straffe van verlies van rechten:
a. de maatschappij zo spoedig mogelijk, maar uiterlijk binnen drie werkdagen na de gebeurtenis, die gebeurtenis te melden;
b. de maatschappij zo spoedig mogelijk alle gegevens te verstrekken die van belang zijn;
[…]

2.2 In geval van een verkeersongeval is een verzekerde verplicht, op straffe van verlies van rechten, ter stond dit ongeval te melden en te laten registreren door Forensys, telefoonnummer 199.

[…]

12 Uitsluitingen
Niet gedekt is de aansprakelijkheid:
[…]
i. van degene die de in artikel 2 en artikel 7 van de algemene voorwaarden genoemde verplichtingen niet is nagekomen;
[…]
l. van degene die in zodanige mate ongeschikt was tot het besturen van motorrijtuigen, dat dit door wet of overheid is verboden;

[…]

14 Verhaal
Indien de maatschappij op grond van de L.A.M. schadevergoeding verschuldigd is en een verzekerde geen aanspraak heeft op dekking, heeft de maatschappij het recht het bedrag daarvan en de kosten te verhalen op de aansprakelijke verzekerden en/of de verzekeringnemer. […]

2.4. In de nacht van zaterdag 29 op zondag 30 augustus 2015, omstreeks 4:30 uur, heeft zich ter hoogte van het Waaigat een aanrijding voorgedaan, waarbij de Volvo tegen een Ford Edge is aangereden. De Volvo werd bestuurd door [A]. Na de aanrijding is de Volvo iets verderop tot stilstand gekomen.

2.5. De Ford was eigendom van [B], die deze had verzekerd bij Massy.

2.6. Ter plaatse van de aanrijding was al een medewerker van Forensys aanwezig, omdat zich aldaar een ongeval met een motorrijder had voorgedaan. In verband met dat ongeval was [B] in zijn Ford op een van de twee rijstroken tot stilstand gekomen.

2.7. De medewerker van Forensys was doende met de registratie van het ongeval van de motorrijder, maar is na de aanrijding tussen de Volvo en de Ford naar [A] gelopen en heeft [A] verzocht te wachten zodat Forensys ook zijn gegevens kon opnemen.

2.8. [A] is van de plaats van het ongeval vertrokken in de auto van een vriend, die voorbijkwam, zonder dat hij nog nader met de medewerker van Forensys of met [B] heeft gesproken.

2.9. Op 3 september 2015 heeft [B] zich tot Inter-Assure gewend en de aanrijding tussen de Volvo en de Ford gemeld. Naar aanleiding van dat contact heeft [B] een schadeformulier ingevuld. Over de toedracht heeft [B] het volgende geschreven:
Ik stond op de plek van de ongeval, doordat er een ongeluk met een brommer op de weg genoemd. Ik stond met de hazard van mijn wagen aan om aan te tonen dat er iets mis was om de mensen die op de is verongelukt te helpen.
Toen CRS is gearriveerd om zijn werk te doen, draaiden wij ons om en zag de wagen R30-99 [de Volvo; toevoeging gerecht] aankomen met zeer hoge snelheid op ons af. We begonnen te schreeuwen en alle mogelijke signalen te doen om de chauffeur zijn snelheid te verminderen, maar hij kwam rechtstreeks tegen mijn wagen aan. Hij reed door tot ingang Bibliotheek, stapte uit z’n auto en kwam op de plaats v.d. ongeval. Daarna ging hij terug naar z’n wagen en verplaatste deze op waaigat. Hij vertrok daarna in een Chevrolet Trail Blazer van de plek samen met een vriend.

2.10. Per mail van 3 september 2015 heeft Inter-Assure [A] verzocht alsnog een schadeformulier in te vullen en aan Inter-Assure toe te sturen.

2.11. Op 4 september 2015 heeft [A] een medewerker van Inter-Assure gebeld en te kennen gegeven dat hij niet de bestuurder was en dat hij navraag moet doen bij degene die zijn auto had bestuurd, en voorts dat de Volvo al een half jaar bij de garage stond en dat hij vermoedde dat medewerkers van de garage met de Volvo zijn gaan rijden.

2.12. Eveneens op 4 september 2015 heeft [A] het volgende aan Inter-Assure gemaild, weergegeven voor zover van belang:
De [Volvo] heeft ruim een half jaar in de reparatie gestaan met defecte motor. Heeft u stukken (van CRS bijvoorbeeld) m.b.t. de aanrijding?

2.13. Op 14 september 2015 heeft [A] het schadeformulier aan Inter-Assure toegestuurd. In dit formulier heeft [A] vermeld dat het ging om “een eenzijdig ongeval”. [A] heeft de vraag of er getuigen van het ongeval zijn niet beantwoord. Over de toedracht van het ongeval heeft hij het volgende vermeld:
Ik heb met mijn dochter op zaterdag middag/avond met de mountainbike deelgenomen aan de 4 uurs Endurane race op de Jorisbaai. Mijn auto zat nog vol fietsen en fietsspullen en bovendien onder de modder en zand van de baai.
[…]
Ik hoorde op enig moment dat de auto rechtsvoor iets raakte. Het voelde als een gat in de weg, of (hoge) stenen rand of zo iets.
Ik ben uitgestapt, rond de auto gelopen, zag dat het rechterwiel scheef stond. Ik ben ter plaatse blijven staan. Op een gegeven moment is een andere deelnemer aan de fietsrace, [D] […], die mij daar zag staan, naar mij toegekomen en heeft mijn auto die midden op de weg stond kunnen starten en een stukje verder op de parkeerplaats voor de Movies […] neergezet.
Ik heb mijn fiets uit de auto gehaald en ben naar huis gereden […].

2.14. Een door Inter-assure ingeschakelde schade-expert heeft de schade aan de Ford begroot op NAf 14.194,50. De Ford is daarmee total loss verklaard. Het schaderapport heeft Inter-Assure per mail van 20 oktober 2015 aan [A] toegestuurd.

2.1.5 Inclusief andere kosten heeft Inter-Assure in totaal 15.662,25 aan [B] uitgekeerd.

3 Het geschil

3.1. In de hoofdzaak vordert Inter-Assure bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad, veroordeling van HLS c.s. tot betaling van NAf 18.011,59, te vermeerderen met de wettelijke rente, kosten rechtens.

3.2. HLS c.s. concluderen tot afwijzing van de vorderingen met veroordeling van Inter-Assure in de proceskosten.

3.3. In reconventie vorderen HLS c.s. veroordeling van Inter-Assure tot betaling van schadevergoeding, nader op te maken bij staat, met veroordeling in de proceskosten.

3.4. Inter-Assure voert verweer en concludeert tot afwijzing van de vordering in reconventie.

3.5. In de vrijwaring vorderen HLS c.s., samengevat, dat [B] en Massy worden veroordeeld tot betaling van al hetgeen waartoe HLS c.s. in de hoofdzaak worden veroordeeld, met veroordeling in de proceskosten.

3.6. [B] en Massy concluderen tot afwijzing van de vordering in de vrijwaring, met veroordeling van HLS c.s. in de proceskosten.

4 De beoordeling
In de hoofdzaak conventie

4.1. Op het voorblad van het verzoekschrift is HLS aangeduid als een naamloze vennootschap in plaats van als een besloten vennootschap. Bij antwoord hebben HLS c.s. aangevoerd dat eiseres om die reden niet-ontvankelijk is, omdat een naamloze vennootschap met die naam niet bestaat. Dit verweer wordt verworpen. Uit alles blijkt dat het hier gaat om een verschrijving: bij het verzoekschrift is een uittreksel uit het KvK-register overgelegd dat betrekking heeft op HLS (de B.V.), HLS is ook verschenen en heeft inhoudelijk verweer gevoerd en heeft een eis in vrijwaring ingesteld. HLS c.s. hebben dus zelf zonder enige twijfel begrepen dat Inter-Assure bedoeld heeft de B.V. in rechte te betrekken.

4.2. Aan haar vordering heeft Inter-Assure ten grondslag gelegd dat de schade als gevolg van het ongeval niet gedekt is, omdat [A] met (teveel) alcohol op heeft gereden, hij is doorgereden na het ongeval, hij het ongeval niet tijdig bij Inter-Assure heeft gemeld en hij valse informatie heeft opgegeven. Inter-Assure heeft een beroep gedaan op artikel 12 van de algemene voorwaarden. Ook heeft Inter-Assure zich beroepen op artikel 2 van de algemene voorwaarden, waaruit volgt dat HLS haar rechten onder de verzekeringsovereenkomst heeft verloren, omdat in strijd met de daar genoemde verplichtingen is gehandeld. In deze omstandigheden kan Inter-Assure hetgeen zij op grond van de LAM verplicht was aan [B] uit te keren verhalen op HLS, aldus Inter-Assure.

4.3. Inter-Assure stelt zich op het standpunt dat [A] jegens [B] aansprakelijk is voor de schade aan de Ford. Zij stelt dat [A] onoplettend is geweest – Inter-Assure spreekt zelfs van “roekeloos” – door met hoge snelheid tegen de auto van [B] te rijden, hoewel deze op de weg stil stond met de alarmlichten aan en er bovendien ruimte op de weg was om de Ford te passeren. HLS c.s hebben betoogd dat juist [B] schuld heeft aan de aanrijding, omdat de Ford midden op de weg stil stond.

4.4. Het gerecht verwerpt dit betoog. HLS c.s. hebben niet gemotiveerd betwist dat de Ford met een goede reden op de weg stil stond, namelijk omdat vlak vóór de Ford een motorrijder ten val was gekomen. De aanwezigheid ter plekke van Forensys bevestigt die lezing. Niet betwist is dat de Ford stil stond met de alarmlichten aan. Van weggebruikers mag worden verwacht hun snelheid zodanig te bepalen dat zij in staat zijn om tijdig te reageren op – zichtbare – hindernissen op de weg. Klaarblijkelijk heeft [A] dat niet gedaan. Daaruit volgt dat hij niet met de vereiste oplettendheid heeft gereden, zodat hij onrechtmatig jegens [B] heeft gehandeld. Van eigen schuld van [B] is in de gegeven omstandigheden niet gebleken.

4.5. Nu de tussen Inter-Assure en HLS geldende verzekeringsovereenkomst strekt tot dekking van schade in geval van wettelijke aansprakelijkheid, volgt uit het hiervoor gegeven oordeel dat sprake is van een verzekerde gebeurtenis in de zin van de overeenkomst. De schade komt dus in beginsel voor rekening van Inter-Assure. Dit is alleen anders indien sprake is van een omstandigheid die leidt tot uitsluiting van de dekking (artikel 12 van de algemene voorwaarden), omdat Inter-Assure in dat geval bevoegd is hetgeen zij aan [B] heeft betaald op HLS c.s. te verhalen (artikel 14).

4.6. Inter-Assure beroept zich op deze bepalingen. Gelet op de weergave van haar standpunt in 4.2, begrijpt het gerecht het standpunt van Inter-Assure aldus dat zij zich beroept op de onderdelen i. en l. van artikel 12. Bij de navolgende beoordeling van dit standpunt stelt het gerecht voorop dat de bewijslast ter zake op Inter-Assure rust. Zij beroept zich immers op het rechtsgevolg van haar stellingen, te weten dat dekking is uitgesloten hoewel op zichzelf van een verzekerde gebeurtenis sprake is.

4.7. Artikel 12 onder i. van de algemene voorwaarden verwijst naar de zogenoemde medewerkingsplicht van de verzekerde in geval van verwezenlijking van het risico, zoals uitgewerkt in artikel 2. Naar het oordeel van het gerecht hebben HLS c.s. die medewerkingsplicht daadwerkelijk en in ernstige mate geschonden. Tot dit oordeel komt het gerecht op grond van de volgende punten:

i. [A] heeft het ongeval niet, in strijd met artikel 2.2 van de algemene voorwaarden, laten registreren door Forensys. Onjuist is de stelling van HLS c.s. dat de registratie feitelijk heeft plaatsgevonden omdat een Forensys-medewerker direct na de aanrijding naar [A] toe is gekomen en kennelijk de Volvo heeft kunnen identificeren (omdat [B] zich immers later bij Inter-Assure heeft gemeld). Dat kan in redelijkheid niet worden gelijk gesteld met een ordelijke registratie van het ongeval, zoals Forensys die pleegt uit te voeren.

[A] heeft het ongeval niet uit zichzelf gemeld bij Inter-Assure. Inter-Assure heeft kennis gekregen van het ongeval, omdat [B] zich bij haar meldde. Toen Inter-Assure zich vervolgens bij [A] meldde, heeft het nog ruim tien dagen geduurd voordat hij het ingevulde schadeformulier instuurde. Aldus hebben HLS c.s. gehandeld in strijd met hun verplichting op grond van artikel 2.1 onder a van de algemene voorwaarden.

In het eerste contact tussen Inter-Assure en [A], heeft [A] gedaan alsof niet hij maar medewerkers van zijn garage met de Volvo zijn gaan rijden en het ongeval hebben veroorzaakt. Hij heeft zich aldus van den domme gehouden omtrent zijn betrokkenheid en geen openheid van zaken gegeven.

In het schadeformulier heeft [A] vermeld dat het een eenzijdig ongeval betrof, waarbij hij vermoedde dat hij “een gat in de weg, of (hoge) stenen rand of zo iets” had geraakt. Over de betrokkenheid van een andere auto (de Ford) zwijgt het formulier. Ondanks zijn uitvoerige beschrijving van de toedracht, refereert [A] niet aan de aanwezigheid van anderen, zoals [B] en de Forensys-medewerker.

Het gerecht leidt uit de onder iii en iv genoemde omstandigheden af dat HLS c.s. in het geheel geen openheid van zaken jegens Inter-Assure hebben gegeven, maar integendeel de werkelijke gang van zaken aan het zicht hebben onttrokken. [A] heeft niet alleen feitelijk onjuiste informatie gegeven (namelijk dat het een eenzijdig ongeval zou zijn geweest), maar ook gegevens niet vermeld waarvan hij in redelijkheid niet kan hebben betwijfeld dat die informatie voor Inter-Assure van belang zou zijn, zoals de aanwezigheid van getuigen (en zelfs van een specialist in het registreren van ongevallen op de weg). De aanvankelijke suggestie van [A] dat hij niets met het ongeval te maken heeft, kan ten slotte niet anders dan als misleidend worden beschouwd. HLS c.s. hebben aldus gehandeld in strijd met artikel 2.1 sub b van de algemene voorwaarden.

4.8. Het handelen door HLS in strijd de verplichtingen uit artikel 2 van de algemene voorwaarden, leidt in beginsel tot verlies van rechten. Een dergelijke sanctie is op grond van artikel 7:941 lid 4 BW echter alleen toegestaan indien de verzekeraar door de schending van genoemde verplichtingen in een redelijk belang is geschaad. Deze bepaling is van dwingend recht (artikel 7:943 lid 2 BW). Naar het oordeel van het gerecht doet hieraan niet af dat Inter-Assure handelen in strijd met de medewerkingsplicht ook heeft bedongen als grond voor uitsluiting van de dekking (artikel 12 onder i van de algemene voorwaarden). Zou dit anders zijn, dan zou immers het dwingendrechtelijke karakter van artikel 7:941 lid 4 BW eenvoudig kunnen worden omzeild. Voor zover Inter-Assure zich op een ander standpunt heeft gesteld, wordt dat standpunt verworpen. Het verlies van rechten en/of de uitsluiting van de dekking kan dus alleen aan de orde zijn indien Inter-Assure door de schending van de medewerkingsplicht in een redelijk belang is geschaad.

4.9. Ter zitting heeft Inter-Assure betoogd dat zij er een belang bij heeft om tijdig te weten wat er precies is gebeurd en ook om zeker te stellen dat “de boel niet wordt bedonderd.” Beide belangen spelen in dit geval een rol. Het belang van Inter-Assure om niet te worden “bedonderd” leest het gerecht in de sleutel van de algemene notie dat een verzekeringsovereenkomst in hoge mate geldt als een relatie die is gebaseerd op vertrouwen. Een verzekeraar is immers tot op grote hoogte afhankelijk van de informatie die hij van zijn verzekerde of verzekeringnemer ontvangt. Een verzekeraar moet er dus in beginsel op kunnen vertrouwen dat deze hem volledig en naar waarheid informeren. Uit de aard van de rechtsverhouding vloeit voort dat aan dit vertrouwen, en dus ook aan de schending daarvan, groot gewicht toekomt.

4.10. In het onderhavige geval hebben HLS c.s. dit vertrouwen op meerdere momenten geschonden, waarvoor het gerecht verwijst naar de punten ii, iii en iv genoemd in 4.7. De uitlatingen van [A] kunnen bezwaarlijk als vergissing worden beschouwd. Dat hij op 3 en 4 september 2015, bij gelegenheid van het eerste contact met Inter-Assure over het ongeval, niet direct wist over welke auto de medewerker van Inter-Assure het had, is geen verklaring voor zijn ontwijkende berichten. Ook al heeft hij meerdere auto’s in bezit, dan nog moet hij geacht worden direct geweten te hebben over welk ongeval het ging, nu hij immers zelf de bestuurder van de betrokken auto was. Desgevraagd ter zitting heeft [A] verklaard dat hij in het schadeformulier niet heeft bedoeld aan te geven dat het een eenzijdig ongeval was, maar dat hij het niet precies wist. Deze verklaring ligt, gelet op de door [A] in het formulier gebruikte bewoordingen, niet direct voor de hand, en overigens bevat zijn conclusie van antwoord niets op dit punt, zodat het gerecht van oordeel is dat HLS c.s. deze alternatieve lezing onvoldoende hebben onderbouwd.

4.11. Al met al is het gerecht van oordeel dat de uitlatingen van [A] jegens Inter-Assure zodanig zijn geweest dat Inter-Assure als gevolg van de schending van de medewerkingsplicht in een redelijk belang is geschaad, en wel in een mate die algeheel verlies van rechten dan wel uitsluiting van de dekking rechtvaardigt.

4.12. Uit het overwogene in 4.4 volgt dat Inter-Assure op grond van de LAM gehouden was [B] schadeloos te stellen. Uit artikel 14 van de algemene voorwaarden volgt dat, bij gebreke van dekking, Inter-Assure hetgeen zij aan de gelaedeerde heeft uitgekeerd, op de verzekerde kan verhalen. Uit al het voorgaande volgt dat aan Inter-Assure dit verhaalsrecht jegens HLS c.s. toekomt.

4.13. Vast staat dat Inter-Assure aan [B] een bedrag van NAf 15.662,25 heeft betaald ter vergoeding van zijn schade. Het grootste deel daarvan (NAf 13.700) betreft de schade aan de Ford, die volgens Inter-Assure als gevolg van de aanrijding total loss is verklaard. Ter onderbouwing daarvan heeft Inter-Assure een expertiserapport overgelegd. HLS c.s. hebben de schadeomvang betwist. Daartoe hebben zij aangevoerd dat zij al in een vroeg stadium hebben gevraagd om het expertiserapport, maar dat zij dit niet hebben ontvangen, zodat zij ook geen contra-expertise konden laten verrichten. Ter zitting is echter komen vast te staan dat Inter-Assure het rapport (en andere stukken ter onderbouwing van de schade) al op 20 oktober 2015 aan [A] heeft toegestuurd en dat HLS c.s. daarop niet hebben gereageerd. Gelet hierop is het gerecht van oordeel dat HLS c.s. hun betwisting van de schade aan de Ford onvoldoende hebben onderbouwd. De overige schadeposten zijn niet door HLS c.s. betwist. Het gerecht gaat daarom uit van de door Inter-Assure gestelde schade. Het daarmee gemoeide bedrag kan zij op HLS c.s. verhalen. Tot dit bedrag is de vordering daarom toewijsbaar.

4.14. Als productie 13 heeft Inter-Assure correspondentie tussen de gemachtigde van Inter-Assure en HLS c.s. overgelegd, waaruit blijkt dat Inter-Assure werkzaamheden heeft laten verrichten om tot incasso buiten rechte te komen. De daarmee gemoeide kosten komen voor rekening van HLS c.s. Het gerecht zal deze kosten begroten op 1,5 punt van het toepasselijke liquidatietarief (artikel 136.III procesreglement). Dit komt neer op NAf 1.500.

4.1.5 Inter-Assure vordert de wettelijke rente met ingang van 18 september 2015. Uit het verzoekschrift kan het gerecht niet afleiden waarop die datum is gebaseerd. Het gerecht zal de wettelijke rente daarom toewijzen met ingang van de datum van het verzoekschrift.

4.16. Gelet op het voorgaande kan in het midden blijven of [A] op het moment van het ongeval onder invloed van alcohol was.

4.17. Als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij zullen HLS c.s. worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden begroot op NAf 750 aan griffierecht, NAf 523 aan explootkosten en NAf 2.000 aan salaris.

In de hoofdzaak in reconventie

4.18. HLS c.s. vorderen schadevergoeding op te maken bij staat op de grond dat Inter-Assure ten onrechte heeft geweigerd een royement-verklaring af te geven. Volgens HLS c.s. loopt HLS daardoor een no-claimkorting van 70% mis, hetgeen tot schade leidt. Ter onderbouwing hebben HLS c.s. gewezen op een mail van hun gemachtigde van 18 mei 2017, waarin deze vraagt om een verklaring met betrekking tot de schadevrije jaren van [A].

4.19. De vordering zal worden afgewezen. Volgens de eigen stellingen van HLS c.s. hebben zij de verzekering(en) bij Inter-Assure al in november 2015 opgezegd, dat wil zeggen kort na de aanrijding met de Ford. Voor die aanrijding waren HLS c.s. aansprakelijk en Inter-Assure heeft in dat verband een uitkering aan de benadeelde gedaan, zo volgt uit het voorgaande. Dat betekent dat, zonder nadere onderbouwing die HLS c.s. niet hebben gegeven, niet valt in te zien dat HLS c.s. aanspraak konden maken op een royement-verklaring inhoudende dat sprake was van een no-claimkorting van 70%. Dit betekent ook dat HLS c.s. onvoldoende hebben gesteld om aannemelijk te achten dat de mogelijkheid bestaat dat zij schade hebben geleden als gevolg van het achterwege blijven van de hier bedoelde royement-verklaring. Daarom bestaat geen grond voor een veroordeling van Inter-Assure tot vergoeding van de schade. Hierop stuit de vordering af.

4.20. Als de in het ongelijk gestelde partij, zullen HLS c.s. worden veroordeeld in de proceskosten. Deze worden begroot op NAf 1.250 aan salaris.

In de vrijwaringszaak

4.21. De vordering van HLS c.s. op [B] en Massy is gebaseerd op het standpunt dat [B] aansprakelijk is voor het ongeval, omdat hij de Ford midden op de weg had stil gezet. [B] mocht daar niet parkeren, aldus HLS c.s.

4.22. De vordering zal worden afgewezen. Uit de beoordeling in de hoofdzaak volgt dat [B] met zijn Ford niet zonder reden op de weg stil stond. Dit had te maken met het gegeven dat vóór de Ford een motorrijder ten val was gekomen en Forensys doende was met het onderzoek naar dat ongeval. Bovendien is in de hoofdzaak vastgesteld dat de Ford zijn waarschuwingslichten voerde, zodat hij voor normaal oplettende bestuurders van andere auto’s voldoende zichtbaar was. Er is geen reden in de vrijwaringszaak tot een andere vaststelling te komen. In deze omstandigheden kan van onrechtmatig handelen van [B] niet worden gesproken. Het is juist [A] die kennelijk onvoldoende oplettend heeft gereden door niet tijdig te kunnen reageren op de verkeerssituatie ter plekke.

4.23. HLS c.s. zullen in de proceskosten van [B] en Massy worden veroordeeld. Deze worden begroot op NAf 2.000 voor salaris.

5 De beslissing

In de hoofdzaak in conventie

5.1. veroordeelt HLS c.s. hoofdelijk tot betaling aan Inter-Assure van NAf 17.162,25, vermeerderd met de wettelijke rente met ingang van 29 januari 2018 tot aan de dag van voldoening;

5.2. veroordeelt HLS c.s. in de proceskosten van Inter-Assure, begroot op
NAf 3.273;

5.3. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

5.4. wijst af het meer of anders gevorderde;

In de hoofdzaak in reconventie

5.5. wijst de vordering af;

5.6. veroordeelt HLS c.s. in de proceskosten van Inter-Assure, begroot op
NAf 1.250;

In de vrijwaringszaak

5.7. wijst de vorderingen af;

5.8. veroordeelt HLS c.s. in de proceskosten van [B] en Massy, begroot op NAf 2.000.

Dit vonnis is gewezen door mr. Th. Veling, rechter in het Gerecht in eerste aanleg van Curaçao, en in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 28 januari 2019.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots