Een vliegende start naar een vernieuwde schadebehandeling – 16e PIV Jaarconferentie – Onderweg naar overmorgen, een verslag – … 2023

Samenvatting:

De hoofdvragen die tijdens de 16e PIV Jaarconferentie aan de orde werden gesteld, op vrijdag 18 maart 2016 in Congrescentrum Orpheus in Apeldoorn, waren niet gering. Welke trend gaat de toekomst van de letselschade­regeling bepalen? Is de directe verzekering in het verkeer de weg naar een snellere schade­regeling? Of komt schaderegeling pas op de tweede plaats en moet men zich richten op herstel? Ongeacht de antwoorden op deze vragen kon worden vastgesteld dat de wereld in een razend tempo verandert. Innovatie is daar onlosmakelijk mee verbonden. Met de door ruim zeshonderd deelnemers bezochte Jaarconferentie 2016 heeft het PIV een bijdrage aan deze vernieuwing geleverd. Uiteraard trad radio- en tv-presentator Tom van ’t Hek als dagvoorzitter op.

De conferentie in Apeldoorn werd geopend door mr. Theo Kremer – directeur van het PIV. Hij wilde in zijn presentatie niet terugblikken, wat gezien zijn afscheid in mei aanstaande misschien was te verwachten, maar juist vooruitkijken, en wel naar 2023, het jaar waarin het PIV 25 jaar zal bestaan. In een overtuigend betoog stelde hij dat het goed zou zijn als dan in plaats van de huidige WAM de directe of ‘first party’-verzekering gemeengoed zou zijn. Zo’n verzekering heeft immers diverse voordelen voor verzekeraars, zo legde Kremer uit. Zij hoeven geen aansprakelijkheidsdiscussies meer te voeren met (belangen­behartigers van) slachtoffers, hebben naar verwachting lagere transactiekosten, kunnen spelregels in hun polissen opnemen en kunnen de schaderegeling sneller oppakken dan nu veelal het geval is. De directe verzekering heeft ook voor slachtoffers verschillende voordelen. Zij kunnen zelf hun verzekeraar kiezen (bijvoorbeeld aan de hand van een top tien van beste verzekeraars), hoeven geen aansprakelijkheidsdiscussie meer te voeren en kunnen van herstelgerichte dienstverlening profiteren. In het licht van deze voordelen wierp Kremer de vraag op of er in 2023 nog wel belangenbehartigers en juristen nodig zullen zijn. Is de huidige situatie nog zo, dat de jurist soms een casemanager of een herstelcoach inschakelt, in 2023 zal de casemanager of de herstelcoach soms een jurist inschakelen, aldus Kremer. “Ik zou met het oog op 2023 een aantal conclusies willen trekken”, zei hij. “Ik denk zonder meer dat er in 2023 een andere relatie is tussen de verzekeraar en het slachtoffer: de directe verzekering. Dan zijn we ook eindelijk van dat vreselijke begrip ‘tegenpartij’ af. Wel zal er een heel verhaalcircus tussen verzekeraars onderling kunnen ontstaan, in die zin dat de eigen verzekeraar van het slachtoffer de schade op een andere verzekeraar zal proberen te verhalen. Het zijn wel zaken die zich achter de schermen zullen afspelen, en dan met name achter de tele­visieschermen. Ik kan me niet voorstellen dat de Kassa’s en de Radars van 2023 hier veel aandacht voor zullen hebben. Tot slot denk ik dat de herstelgerichte schaderegeling in 2023 aanmerkelijk beter zal zijn dan nu het geval is. Ik wil u aanraden op al deze punten uw oren en ogen goed open te houden, want 2023 is dichterbij dan u denkt!”

Zelfrijdende auto’s

Prof. dr. Marieke Martens – hoogleraar Intelligent Transport Systems & Human Factors aan de Universiteit Twente, ging in op de vraag of we als mens klaar zijn voor de zelfrijdende auto. Allereerst creëerde zij enige duidelijkheid omtrent het begrip ‘zelfrijdende’ of ‘zelfsturende’ auto. Zij onderscheidde drie fasen van toenemende autonomie waarin de bestuurder nog wel de autosystemen in de gaten moet houden, en daar hebben we nu nog mee te maken, en eveneens drie fasen waarin dat niet meer nodig zal zijn. Zo ver zijn we echter nog lang niet “en met name vanuit de automobielindustrie wordt ook vaak geroepen dat de echte zelfrijdende auto nog toekomstmuziek is”, aldus Martens. “Maar de automobielindustrie heeft er natuurlijk wel een belang bij om dat te roepen, omdat veel klanten het stuur zelf in handen willen houden en nog helemaal geen zelfrijdende auto willen. De automobielindustrie zal klanten daarom de optie blijven geven, in ieder geval voorlopig, om zelf te blijven rijden.” Marieke Martens schetste in dit licht wat de huidige zelfrijdende of zelfsturende auto’s zoal kunnen en dat is nog maar bedroevend weinig. Van belang hierbij is het gedrag van de mens in of ten opzichte van deze auto’s. Zij zei zich daarover zorgen te maken, omdat gebleken is dat mensen veel minder goed opletten, concurrerende activiteiten gaan doen en zelfs in de auto in slaap vallen. Veiligheid bieden is daarom een van de belangrijkste uitdagingen op dit gebied. “Maar veiligheid garanderen, dat zal nooit lukken”, zo zei zij. “Van belang is natuurlijk ook wat we mensen in de rijopleiding leren. Als we mensen niet op auto’s met autonome functies voorbereiden, mag je niet verwachten dat ze er goed mee omgaan. Net zo belangrijk zijn de richtlijnen, op mondiaal niveau, waar de nieuwe systemen aan moeten voldoen. Met de kennis die we nu hebben, de gevaren die we nu zien, kunnen we daar een stukje risicobeheersing aan toevoegen, maar het is nog onduidelijk hoe dat moet. Dus hoe de toekomst eruit ziet, weten we nog niet exact, maar dat maakt het wel heel interessant.”

Eén medisch adviseur

Het programma werd vervolgd met een debat, onder leiding van Tom van ’t Hek, over de letselschadebehandeling met één medisch adviseur (in plaats van een medisch adviseur namens het slachtoffer en een namens de verzekeraar). De discussie werd in zekere zin aangezwengeld door mr. Ferda van Benthem – partner / advocaat en mediator bij Asselbergs & Klinkhamer Advocaten. Zij betoogde dat ondanks alle goede bedoelingen van de initiatiefnemers en aanhangers van deze aanpak, het slachtoffer er toch wel eens de dupe van kan worden. “De theorie is heel mooi”, zei ze, “maar stel je nu eens voor dat het slachtoffer zich niet herkent in het rapport van die ene medisch adviseur en terug wil naar de aanpak met twee medisch adviseurs. Wat is dan zijn positie als slachtoffer? Hij zal als eisende partij ineens in de verdediging worden gedrukt, blijvend, dus bijvoorbeeld ook in een eventuele procedure. Het zal hem blijven achtervolgen.” Prof. mr. Maurits Barendrecht – hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Tilburg en academisch directeur van Hiil Innovating Justice, gaf aan dat de keuze voor één medisch adviseur volgens hem geen risico’s voor het slachtoffer inhoudt, “hoewel ik bij bepaalde aspecten mijn twijfels heb”, aldus Barendrecht. “Het succes ervan is wat mij betreft nog te veel afhankelijk van de persoon van de medisch adviseur. Wij vinden dat je zo’n nieuw proces stap voor stap moet uitwerken. Misschien moet het wel zo zijn, dat het rapport van de medisch adviseur van het begin af aan verschillende visies moet toelaten en dat al die visies goed worden uitgezocht. Door zo’n stappenproces kan het vertrouwen erin groeien, kan de kwaliteit van de uitkomst groeien en kan iedereen met elkaar aan het succes ervan blijven werken.” Victor Jammers – lid van de raad van bestuur van Slachtofferhulp Nederland, toonde zich een warm voorstander van de aanpak. “Ik zou met een aantal mensen willen nagaan of we het volume kunnen realiseren dat nodig is om de werkprocessen uit te werken en te onderzoeken of de aanpak wel of niet werkt. Uiteindelijk gaat het erom dit innovatieproces gaande te houden en daarom willen wij er graag verder mee experimenteren.” Drs. Laurens Buisman – directeur van 1Medisch Adviseur, besprak de aanpak zoals die in zijn dagelijkse praktijk vorm krijgt. “Ik zie een hybride model”, zei hij, “waarin beide methoden, 1MA en 2MA, naast elkaar blijven bestaan. Ik denk bovendien dat we met elkaar tot een soort register moeten komen en tot normen waaraan medisch adviseurs die alleen in het neutrale domein adviseren, zouden moeten voldoen. Het zou mooi zijn als De Letselschade Raad daarover zou nadenken.”

Zeeuwse model

Marinus Schroevers – algemeen directeur van ZLM Verzekeringen, besprak de schadeafhandeling van een van de grootste kettingbotsingen uit de Nederlandse geschiedenis, op 16 september 2014 op de A58 nabij Goes. De gevolgen waren niet gering. Er vielen twee dodelijke slachtoffers en zesentwintig gewonden, van wie er elf ernstig aan toe waren. Van de honderdvijftig betrokken auto’s waren er vijftig zwaar beschadigd. Zesenvijftig auto’s en eenentwintig slachtoffers waren bij ZLM verzekerd en twintig ZLM-medewerkers waren direct of indirect bij het ongeval betrokken. Een reconstructie van het ongeval ter plaatse bleek al snel niet goed mogelijk. Vijftig voertuigen waren niet geregistreerd, veel betrokken bestuurders waren al vertrokken en tientallen auto’s waren voor politieonderzoek in beslag genomen. Het was duidelijk dat er langdurige aansprakelijkheidsdiscussies in het verschiet lagen. Besloten werd daarom de schadeafhandeling anders aan te pakken. Al de dag na het ongeluk kwamen het Verbond van Verzekeraars en de Autoriteit Consument & Markt (redactie, bedoeld is:  Al de dag na het ongeluk kwamen de ZLM en de afdelingscommissie Motor van het Verbond van Verzekeraars)  overeen dat zowel de voertuig- als de letselschades door de eigen verzekeraar van betrokkenen konden worden afgehandeld, het ‘first party’-principe dus, zonder onderscheid te maken tussen casco- en WA-schades, zonder consequenties voor bonus-malusregelingen en zonder regresmogelijkheden. “Hoe zit het nou met die directe verzekering?” aldus Marinus Schroevers. “Het Verbond van Verzekeraars laat daar momenteel onderzoek naar doen. In dit onderzoek is deze hele geschiedenis van 16 september 2014 nader bekeken en zijn tal van juristen, verzekeraars, politici en ambtenaren geïnterviewd. De vraagstukken die ermee gepaard gaan, zijn groot. Hebben we het alleen over letselschades of ook over voertuigschades? Hebben we het alleen over bestuurders of ook over inzittenden? Wat doen we met de zwakke verkeersdeelnemers, dus voetgangers en fietsers? De antwoorden op deze en nog andere vragen worden naar verwachting eind april in een rapport aan het Verbond van Verzekeraars gepresenteerd en ik zie daar nu al naar uit.” Volgens Schroevers zijn er evenwel alternatieve oplossingen voor de problematiek. Volgens hem is een groot deel van het probleem al opgelost door de dekking van de schadeverzekering voor inzittenden (SVI) aan de WA-verzekering te koppelen. “Bij ZLM hebben we zelfs besloten om de ongevallenverzekering voor inzittenden, toch een behoorlijke cash cow voor verzekeraars, over te hevelen naar de SVI-verzekering, omdat we vinden dat onze klanten veel meer gebaat zijn bij een SVI- dan bij een OVI-verzekering.”

Faciliteren van nieuw leven

Het ochtendprogramma van de PIV Jaarconferentie werd afgesloten door prof. mr. Ton Hartlief – hoogleraar Privaatrecht aan de Universiteit van Maastricht. Volgens Hartlief staat de afwikkeling van personenschade een fundamentele verandering te wachten en de herstelgerichte dienstverlening is daar een belangrijke ontwikkeling in. “Het aansprakelijkheidsrecht is qua vergoedingsniveau het beste wat slachtoffers kan overkomen”, aldus Hartlief. “Het is de opdracht van het schadevergoedingsrecht om slachtoffers zo veel mogelijk in de positie te brengen die zij zonder ongeval zouden hebben gehad. Dat is het perspectief, het gedroomde scenario, dat we zo veel mogelijk via geld proberen te bereiken. We halen de toekomst naar voren en omdat we niet goed weten hoe die zich zal ontwikkelen, doen we daar een beredeneerde slag naar en uiteindelijk leidt dat tot een zak met geld. Vervolgens loopt het slacht­offer daarmee weg en ons laat het kennelijk koud wat hij daarmee doet. In ieder geval kan het heel veraf staan van dat gedroomde scenario. De nieuwe tendens zet veel minder in op die zak met geld, maar veel meer op herstel in de brede zin. Het gaat erom wat het slachtoffer nú nodig heeft.” Volgens Ton Hartlief is deze tendens meer dan een hype. “Ik denk zelfs dat als we dit pad eenmaal volgen, er nog meer in het verschiet ligt en we uiteindelijk zullen uitkomen bij een systeem waarin we werkelijk van het gedroomde scenario loskomen en ons echt helemaal zullen richten op zelfontplooiing in de nieuwe situatie. De schadevergoeding van de toekomst moet als het ware een nieuw leven faciliteren en dus ook financieren.” Deze ontwikkeling zal de branche niet onberoerd laten, aldus Hartlief, en grote consequenties hebben. “Maar wat we vooral in het oog moeten blijven houden, is dat we ons niet moeten verliezen in slechts één deel van het hele debat. We moeten ons niet alleen maar op bijvoorbeeld verkeer focussen. We moeten ons niet alleen maar op een deel van het ongevallenrecht focussen, maar in de gaten blijven houden dat het een totaalbeeld is. En dat totaalbeeld is ontzettend belangrijk. Willekeur en ongelijke behandeling zullen niet helemaal kunnen worden uitgebannen, maar laten we proberen het zo veel mogelijk te voorkomen. Steek daar uw energie in!”

Parallelsessies

Na de lunch konden de deelnemers aan de conferentie uit een aanbod van zeven parallelsessies er twee bijwonen.

  1. De complexiteit van het slachtoffer in de bijstand

Mr. Anouk Oude Hergelink – advocaat bij Beer advocaten, besprak het beoordelingskader van gemeenten zodra mensen die een bijstandsuitkering ontvangen, een letselschade oplopen. Deze slachtoffers lopen dan immers het risico dat zij een deel van hun schadevergoeding bij de gemeente moeten inleveren of dat de bijstandsuitkering voor de toekomst wordt stopgezet.

  1. Privacy: ‘De medisch adviseur als Sherlock Holmes?’ en ‘Informatie-uitwisseling tussen verzekeraars’

Mr. Hanco Arnold en mr. Astrid van Noort – beiden partner / advocaat bij Ekelmans & Meijer Advocaten, stonden stil bij de informatie-uitwisseling tussen medisch adviseurs en verzekeraars en tussen verzekeraars onderling. Ook het achterhalen en onderbouwen van fraude kwam hierbij aan de orde.

  1. Nieuwe communicatiemiddelen in letselschades

Drs. Jan Thie – senior adviseur bij Vilans, Arnold van Kouterik NIVRE-re – manager bij Van Kouterik Personenschade, en Reginald Vogelzang – manager bij DEKRA Experts, bespraken de mogelijkheden van videobellen en communiceren via beeldscherm. i2i is een nieuwe tool voor contact met de benadeelde, maar ook voor de onderlinge communicatie tussen behandelaar, schaderegelaar, medisch adviseur en belangenbehartiger.

  1. De kelderluikcriteria in letselschadeland: (still) hot or not?

Mr. Saskia Phoelich-Pontier, advocaat bij NN Advocaten, ging aan de hand van recente jurisprudentie na of de criteria uit het Kelderluikarrest nog steeds actueel zijn. Ook ging zij in op de vraag of rechters in dit kader geneigd zijn slachtoffers ter wille te zijn of dat de grenzen van het aansprakelijkheidsrecht juist bereikt zijn.

  1. Zorgschade: (samen) op weg naar een nieuwe wijze van schadevaststelling

Dr. Rianka Rijnhout LLM – universitair hoofddocent aan het Utrecht Centre for Accountability and Liability Law, ging na welke alternatieven er zijn voor de vaststelling van zorgschade. De begroting van zorgschade op basis van het inkomens­verlies van naasten als gevolg van verleende verzorging werd immers zo bezwaarlijk gevonden, dat die manier van werken niet in het Wetsvoorstel affectieschade werd opgenomen.

  1. Helpen = schade vergoeden!

Drs. Toine Raasveld, Martin de Haan NIVRE-re, R.Ad en Lex Stegerhoek NIVRE-re, R.Ad – grondleggers van Dé Letselschadehulpdienst, deelden hun ervaringen met en visie op de wijze van hulp bieden, direct na een ongeval, opdat slachtoffers zelfredzaam blijven of weer worden.

  1. Psychologische interviewvaardigheden bij waarheidsvinding

Bram van der Meer MSc – recherchepsycholoog en directeur van Van der Meer Investigative Psychologists, besprak hoe bewijsmateriaal kan worden verzameld om eventuele fraude in letselschadezaken aan te tonen. Een interview met een betrokkene creëert mogelijkheden om op een betrouwbare manier relevante informatie te verzamelen.

Staande ovatie

De laatste presentatie van de PIV Jaarconferentie werd verzorgd door Marc Herremans – coach en motivational speaker. Herremans had vroeger een leven vol fysieke uitdagingen: als paracommando in Somalië, bouwvakker, vrijwilliger bij de brandweer en vooral als hartstochtelijk sporter. In zijn discipline, de ‘ironman triathlon’, werd hij twee keer Belgisch kampioen op de Olympische afstand en hoorde hij mondiaal tot de top tien op de lange afstand. In 2002 echter kreeg hij op trainingskamp in Spanje een ongeluk tijdens een fietstocht, met als gevolg daarvan een verlamming van borst tot tenen door een dwarslaesie. Herremans ging echter niet bij de pakken neerzitten. Hij vocht zich terug en werd in 2003, samen met grootheden als Johan Museeuw, Kim Clijsters, Kim Gevaert en Marc Wilmots, tot sportpersoonlijkheid van het jaar gekozen. Hij stelde zich drie doelen: de Rehabilitation Hawai winnen, als rolstoelatleet aan de Crocodile Trophy deelnemen en vader worden. Alle dromen wist hij te verwezenlijken, met vallen en opstaan, maar met een enorme wilskracht. In 2013 werd zijn dochter Anne-Lou geboren en in 2015 zijn dochter Sue. Zijn nieuwe droom is ooit weer te lopen, en dat zal erg moeilijk zijn, maar “de enige keer dat je faalt”, aldus Marc Herremans, “is als je stopt met proberen.” Zijn bijzonder inspirerende optreden werd hem met een staande ovatie beloond.

Theo Kremer Innovatie Prijs

Het laatste onderdeel van de PIV Jaarconferentie betrof de uitreiking, voor de eerste keer, van de Theo Kremer Innovatie Prijs. Deze prijs is door het PIV in het leven geroepen als blijk van waardering voor een persoon of instelling die een inspirerende innovatie heeft ontwikkeld, waarmee de letselschadebehandeling op een positieve manier kan worden vernieuwd. De bedoelde ontwikkeling moet al in gang zijn gezet en haar waarde hebben bewezen. De prijs is vernoemd naar Theo Kremer – directeur van het PIV, die in mei 2016 met pensioen zal gaan. Deze eerste keer werd de prijs toegekend aan het gedachtegoed van ‘Eén medisch adviseur’. Deze aanpak werd door de jury uit de nominaties gekozen, omdat het initiatief al een aantal jaren bestaat en zich in die periode heeft bewezen als een goed functionerende methode bij de afhandeling van verschillende soorten personenschade, zelfs bij zogenoemde niet-objectiveerbare letsels. De prijs werd overhandigd aan drs. Laurens Buisman, arts, die als pionier van het project 1Medisch Adviseur erin is geslaagd het vertrouwen van belangenbehartigers voor het idee te winnen. Dat bleek ook al tijdens het debat over deze aanpak in het ochtendprogramma van de conferentie. Theo Kremer overhandigde Laurens Buisman de prijs: een bronzen sculptuur van Marco van Kooten, gegoten bij bronsgieterij Cser in Susteren, met het thema ’thinking out of the box’. Het was een passend slot van een zeer geanimeerd congres, dat geheel in het teken van innovatie stond en waarmee, zo zal wellicht later blijken, een vliegende start werd gemaakt naar een vernieuwde schadebehandeling in de letselschade­regeling.

Bent u deelnemer van het PIV? Vergeet dan niet om in te loggen Inloggen

Website by Webroots

Website by Webroots

hey