• Jurisprudentie
  • Bron: Rechtbank Midden-Nederland
  • 14 juni 2017
  • ECLI:NL:RBMNE:2017:2812
  • Zaaknummer: 468556

Rb: werkgever aansprakelijk voor letsel door omgevallen pallets

Werknemer stelt werkgever aansprakelijk ex art 7:658 BW voor schade door bedrijfsongeval (een tweehoog gestapelde pallet valt op werknemer met een verbrijzeld onderbeen als gevolg). Of de toedracht is geweest zoals werkgever stelt (de stapel is omgevallen omdat deze instabiel was geworden) of zoals werknemer stelt (de stapel is omgevallen omdat de tussenliggende pallet brak), in beide situaties is werkgever aansprakelijk omdat hij niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Als een tussenliggende pallet is gebroken was het materiaal niet in goede staat en is werkgever op die grond aansprakelijk. Als de stapel door het instabiel worden is omgevallen is de werkgever aansprakelijk omdat hij geen enkele instructie heeft gegeven dat pallets niet gestapeld mochten worden vervoerd, terwijl deze wel gestapeld in de loods stonden opgeslagen. Hieraan doet niet af dat het voor werknemer wellicht duidelijk had moeten zijn dat het gestapeld verplaatsen gevaarlijk kan zijn. Geen opzet of bewuste roekeloosheid bij werknemer. Toewijzing verklaring voor recht. Voorschot € 15.000, .

(Samenvatting rechtspraak.nl)

 

ECLI:NL:RBMNE:2017:2812

Instantie Rechtbank Midden-Nederland Datum uitspraak 14-06-2017 Datum publicatie 20-06-2017 Zaaknummer 468556

Rechtsgebieden Arbeidsrecht

Bijzondere kenmerken Eerste aanleg – enkelvoudig

Inhoudsindicatie

Vordering werknemer tot vergoeding schade door bedrijfsongeval (een tweehoog gestapelde pallet valt op werknemer met een verbrijzeld onderbeen als gevolg). Of de toedracht is geweest zoals werkgever stelt (de stapel is omgevallen omdat deze instabiel was geworden) of zoals werknemer stelt (de stapel is omgevallen omdat de tussenliggende pallet brak), in beide situaties is werkgever aansprakelijk omdat hij niet aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Als een tussenliggende pallet is gebroken was het materiaal niet in goede staat en is werkgever op die grond aansprakelijk. Als de stapel door het instabiel worden is omgevallen is de werkgever aansprakelijk omdat hij geen enkele instructie heeft gegeven dat pallets niet gestapeld mochten worden vervoerd, terwijl deze wel gestapeld in de loods stonden opgeslagen. Hieraan doet niet af dat het voor werknemer wellicht duidelijk had moeten zijn dat het gestapeld verplaatsen gevaarlijk kan zijn. Geen opzet of bewuste roekeloosheid bij werknemer. Toewijzing verklaring voor recht. Voorschot € 15.000, .

VindplaatsenRechtspraak.nl

 

 

Uitspraak

 

 

 

 

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

 

 

Civiel recht

 

kantonrechter

 

 

 

 

locatie Utrecht

 

 

 

 

zaaknummer: 4687556 UC EXPL 15-19719 T/31668

 

 

 

 

Vonnis van 14 juni 2017

 

 

 

 

inzake

 

 

 

 

[gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] ,

 

wonende te [woonplaats] ,

 

verder ook te noemen [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] ,

 

gedaagde partij in het verzet,

 

oorspronkelijk eisende partij,

 

gemachtigde: aanvankelijk mr. S.C. van Heerd thans mr. M.N. van Geenen,

 

 

 

 

tegen:

 

 

 

 

de besloten vennootschap

 

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] B.V.,

 

gevestigd te [vestigingsplaats] ,

 

verder ook te noemen [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] ,

 

eisende partij in het verzet,

 

oorspronkelijk gedaagde partij,

 

gemachtigde: mr. A.H. Blok.

 

 

 

 

1 De procedure

 

 

 

1.1.

 

Het verloop van de procedure blijkt uit:

 

– de dagvaarding, met producties,

 

– het onder zaaknummer 4445601 UC EXPL 15-14120 gewezen verstekvonnis d.d. 21 oktober 2015,

 

– de (verzet)dagvaarding, met producties, tevens houdende een incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring,

 

– de aanvullende producties 3 tot en met 7 van de gemachtigde van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] ,

 

– de conclusie van antwoord in het incident,

 

– het vonnis in het incident d.d. 24 februari 2016,

 

– het vonnis d.d. 24 februari 2016, waarbij een comparitie van partijen is gelast,

 

– de brief van de gemachtigde van [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] van 19 januari 2017, met producties 1 tot en met 4,

 

– de voorafgaand aan de comparitie van partijen ontvangen producties 8 tot en met 13 van de gemachtigde van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] ,

 

– het proces-verbaal van de op 1 februari 2017 gehouden mondelinge behandeling,

 

– de schriftelijke reacties van partijen op het proces-verbaal.

 

 

 

1.2.

Ten slotte is vonnis bepaald.

 

 

 

2 De feiten

 

 

 

2.1.

[gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] , geboren op [1989] , is student aan de […] universiteit, studierichting Management, economie en consumentenwetenschappen.

 

 

2.2.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] is een groothandel in akkerbouwproducten en veevoer. Enig bestuurder tevens aandeelhouder is [A] (hierna: [A] ).

 

 

2.3.

[gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] heeft bij [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] stage gelopen. Aansluitend heeft [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] in de periode van 1 maart 2013 tot en met 1 juli 2013 voor [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] in het kader van zijn master studierichting management, economie en consumentenwetenschappen aan de […] Universiteit een thesis geschreven. In zijn thesis heeft [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] de destijds bestaande uitgaven van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] , in verband met opslag geanalyseerd en heeft hij gekeken naar alternatieve oplossingen om de producten van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] op te slaan.

 

 

2.4.

 

Een van de conclusies c.q. aanbevelingen van [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] aan [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] was om de opslag van goederen in eigen beheer te gaan doen en daarvoor één nieuw personeelslid aan te nemen. Dat personeelslid zou zich gaan bezighouden met de logistieke en kwaliteitswerkzaamheden en zou daarnaast de rol van supervisor vervullen. [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] heeft voornoemde aanbevelingen van [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] opgevolgd. In dat kader heeft zij met ingang van

 

1 november 2013 een loods in [vestigingsplaats] gehuurd.

 

 

 

2.5.

Met ingang van 1 november 2013 is [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] voor bepaalde tijd, te weten voor de duur van 10 maanden, in dienst bij [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] getreden in de functie van “Manager Warehouse & Logistics”, voor 2 dagen per week. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] heeft de door [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] gehuurde loods en de opslag van goederen conform zijn eigen aanbevelingen opgezet en operationeel gemaakt. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] was daarnaast verantwoordelijk voor het laden en lossen van vrachtwagens.

 

 

2.6.

Op 18 juni 2014 is [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] in de uitoefening van zijn werkzaamheden een ongeval overkomen. Daarbij heeft [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] een baal van circa 1000 kilo op zijn onderlichaam en linkerbeen gekregen. Na het ongeval is [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] naar het ziekenhuis gebracht. Daar is vastgesteld dat de linker onderbeen en voet van [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] waren verbrijzeld. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] is hiervoor geopereerd en heeft daarna 10 dagen in het ziekenhuis moet blijven.

 

 

2.7.

Bij brief van 24 juni 2014 heeft [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] aansprakelijk gesteld voor de schade als gevolg van het ongeval op 18 juni 2014. [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] heeft de aansprakelijkheidstelling bij haar verzekeringsmaatschappij, Nationale Nederlanden, neergelegd.

 

 

2.8.

De directeur van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] , [A] , heeft het ongeval op 26 juni 2014 bij de inspectie van het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid gemeld.

 

 

2.9.

Op 26 november 2014 heeft de heer [B] , Arbeidsinspecteur van de inspectie SZW, ten name van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] , een boeterapport opgemaakte vanwege het te laat melden van een meldingsplichtig ongeval. In het boeterapport staat bij waarneming arbeidsinspecteur vermeld: “op de locatie was geen waarneming meer mogelijk omdat de situatie van het ongeval was opgeheven en reconstructie bleek niet mogelijk, de loods was volgepakt met goederen.”.

 

 

2.10.

Het boeterapport bevat een verklaring van [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] en van [A] . Deze luiden, voor zover van belang als volgt:

 

 

 

“(…)

 

VERKLARING Vertegenwoordiger overtreder

 

(…)

 

Ik verkeerde in de veronderstelling dat bij de uitruk van de ambulance voor een bedrijfsongeval automatisch een melding werd gedaan bij ISZW. Ik was op dat moment niet op de hoogte dat ik als werkgever het ongeval moest melden. Uiteraard betreur ik dit wat het was geenszins mijn bedoeling dit ongeval onbekend te laten bij ISZW.

 

            (…)

 

VERKLARING SLACHTOFFER

 

            (…)

 

Situatie ongeval

 

V: Kunt u mij vertellen hoe het ongeval is gebeurd?

 

A: Ik moest de vrachtwagen laden met de heftruck, de loods stond erg vol. De chauffeur had een aantal pallets nodig met goederen die voor het loding dock stonden. Het loading dock dat wij niet gebruikten. Ik nam het initiatief om de loading dock deur open te maken, eenmaal open gemaakt kon ik bij de eerste pallet komen. Daarachter moesten nog twee pallets weg worden gehaald alleen de lepels van de heftruck waren te kort. De enige oplossing was de pallet pomp wagen pakken en de pallets eruit te trekken. Ik heb de pallets opgetild en iets richting uitgang dock gebracht zodat ik de pallet met de heftruck kon oppakken. Ik heb de pompwagen laten zakken, weg getrokken en aan de kant gezet. Ik ben van het loading dock weggelopen, de Poolse chauffeur stond links van mij. Ik hoorde kraken, ik duwde de chauffeur weg. Ik probeerde ook weg te lopen. In mijn loop blijf ik met de linkermouw van mijn trui aan de lepels van de heftruck hangen. In hetzelfde moment vallen de beladen pallets om, ik wordt geraakt en zit onder de pallets. Er lagen 40 zaken op met een totaal gewicht van 1000kg.

 

(…)”

 

 

 

2.10.

De arbeidsovereenkomst tussen partijen is in november 2014 niet verlengd.

 

 

2.11.

Op 6 februari 2015 wordt [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] door een medewerker van [naam onderzoeksbureau] geïnterviewd. Dit interview is schriftelijk uitgewerkt en daarin staat, voor zover van belang, het volgende:

 

 

 

“(…)

 

U hebt mij gezegd dat u werkt voor [naam onderzoeksbureau] en in deze zaak optreedt voor Nationale Nederlanden. (…)

 

(…)

 

Nationale Nederlanden verzoekt nadere informatie met betrekking tot het bedrijfsongeval wat mij is overkomen op 18 juni 2014 in [vestigingsplaats] .

 

(…)

 

Op 18 juni 2014 was ik aan het werk. Er kwam een Oost-Europese vrachtauto, ik denk poolse vrachtauto, lading halen. Deze lading stond al bij de deur van het laaddock. De balen stonden nog wel binnen in het pand. Ik ben omgereden met de vorkheftruck. Er was er daar maar één. Aangekomen bij het laaddock heb ik de eerste pallet met baal naar voren gehaald en in de vrachtauto gezet. Vervolgens kon ik niet bij de volgende pallets komen. De lepels van de heftruck haalden dit niet en er was uiteraard hoogteverschil. Ik heb de pompwagen gepakt en heb met behulp van de pompwagen de pallets naar voren gehaald. Dit terwijl er dus twee op elkaar stonden. Ik heb deze balen iets naar voren gehaald zodat ik er met de lepels van de heftruck wel bij kon komen. Vervolgens heb ik ze daar op het laaddock weer neergezet. Ik heb de pompwagen opzij gezet en ben het laaddock afgegaan (naar beneden) om richting de heftruck te gaan. Op dat moment hoorde ik gekraak en realiseerde ik mij dat er wat mis ging. Ik heb de Poolse chauffeur direct weggeduwd omdat deze ook direct naast de pallets stond. Zelf wilde ik ook weglopen maar ik bleef vervolgens hangen aan de heftruck. Waaraan ik precies bleef hangen dat weet ik niet. De bovenste baal viel vervolgens bovenop mij.

 

(…)

 

De oost Europese man was weggegaan, kennelijk was hij geschrokken.

 

(…)”

 

 

 

2.12.

Op 24 april 2015 heeft Nationale Nederlanden aan de gemachtigde van [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] schriftelijk bevestigd dat zij geen dekking verleent ter zake van het ongeval en de schade. Reden hiervoor is dat Nationale Nederlanden van oordeel is dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] op het moment dat het ongeval plaatsvond, niet bij haar was verzekerd. Volgens Nationale Nederlanden heeft [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] pas na het ongeval een verzekering bij haar afgesloten.

 

 

2.13.

Bij verstekvonnis van 21 oktober 2015 heeft de kantonrechter van deze rechtbank voor recht verklaard dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] aansprakelijk is voor de schade die [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] lijdt en zal lijden als gevolg van het ongeval op 18 juni 2014 op te maken bij staat en veroordeelt hij [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] om aan [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] te betalen een bedrag van € 25.000,00 als voorschot op de in de schadestaatprocedure vast te stellen schadevergoeding, met veroordeling van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] in de kosten van de procedure.

 

 

 

3 Het (oorspronkelijke) geschil

 

 

 

3.1.

 

[gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] vordert, bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad,

 

  1. voor recht te verklaren dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] wegens schending van artikel 7:658 BW

 

jegens hem aansprakelijk is voor zijn geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval op 18 juni 2014 en te bepalen dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] gehouden is deze schade aan hem te vergoeden, op te maken bij staat;

 

  1. [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] te veroordelen om bij wijze van voorschot op de in de schadestaatprocedure vast te stellen schadevergoeding aan [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] te voldoen, tegen bewijs van kwijting, een bedrag van € 25.000,00 althans een zodanig bedrag in goede justitie te bepalen;

 

  1. met veroordeling van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] in de (na)kosten van deze procedure.

 

 

 

3.2.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna bij de beoordeling, voor zover daarvoor van belang, nader ingegaan.

 

 

 

4 De beoordeling

 

 

 

4.1.

Beoordeeld dient te worden of [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] aansprakelijk is voor de schade, die [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] stelt te hebben geleden als gevolg van het hem op 18 juni 2014 overkomen ongeval.

 

 

4.2.

Artikel 7:658 lid 1 BW verplicht de werkgever de lokalen, werktuigen en gereedschappen waarin of waarmee hij de arbeid doet verrichten, op zodanige wijze in te richten en te onderhouden alsmede voor het verrichten van de arbeid zodanige maatregelen te treffen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om te voorkomen dat de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden schade lijdt. Op grond van lid 2 van voornoemd artikel is de werkgever jegens de werknemer aansprakelijk voor de schade die de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt, tenzij hij aantoont dat hij de in lid 1 genoemde verplichtingen is nagekomen of dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de werknemer.

 

 

4.3.

Het staat vast dat [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] op 18 juni 2014 bij [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] aan het werk was en dat hem die dag een ongeval is overkomen, waarbij hij zijn linkeronderbeen en voet heeft verbrijzeld. Nu [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] schade heeft geleden in de uitoefening van zijn werkzaamheden, is [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] op grond van 7:658 lid 2 BW aansprakelijk voor de schade, die [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] als gevolg van dit ongeval lijdt dan wel heeft geleden. Dit lijdt uitzondering wanneer [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] stelt, en bij gemotiveerde betwisting bewijst, dat zij haar zorgplicht jegens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] is nagekomen dan wel dat de schade in belangrijke mate het gevolg is van opzet of bewuste roekeloosheid van de kant van [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] .

 

 

4.4.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] stelt dat zij haar zorgplicht jegens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] is nagekomen. Daartoe voert zij het volgende aan. Uit het besluit van de Arbeidsinspectie blijkt dat haar enkel een boete is opgelegd vanwege het niet tijdig melden van het ongeval. De boete is niet gegeven omdat zij te kort zou zijn geschoten in de zorg voor de arbeidsomstandigheden van haar werknemers. Dat er geen veiligheidsbeleid is en geen toezicht plaatsvindt impliceert volgens haar nog geen schending van de zorgplicht, nu de werknemer zelf een significante verantwoordelijkheid draagt voor zijn eigen veiligheid en het voorkómen van ongevallen, waarbij mede het opleidingsniveau en de kennis van de werknemer van belang zijn. [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] wijst erop dat [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] in zijn thesis haar heeft geadviseerd om de opslag van producten in eigen beheer te doen. Aan dit advies is een uitvoerig veld- en deskonderzoek voorafgegaan ten aanzien van onder andere de veiligheid op de werkvloer. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] was door zijn onderzoek en deze werkzaamheden veel beter, althans zeker zo goed op de hoogte van ‘the state of the art’ in de logistiek. Bovendien was [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] zelf de persoon die op de veiligheid in de loods diende toe te zien. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] was ermee bekend dat slechts één pallet tegelijk met de heftruck c.q. pompwagen kon en mocht worden getransporteerd. Het is een feit van algemene bekendheid dat op elkaar gestapelde pallets, die beladen zijn met zakken, niet zonder risico verplaatst kunnen worden. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] was dus gehouden om de pallets één voor één te verplaatsen. Dit heeft hij verzuimd, met als argument dat hij met de heftruck niet bij de benodigde pallets kon komen wegens een overvolle loods. [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] betwist dat de loods daarvoor te vol stond. Er was voldoende ruimte in de loods voor de heftruck zodat het (onverantwoorde) gebruik van de pompwagen en/of de heftruck alsmede het gebruik van het tweede (buiten gebruik zijnde) laadperron, althans het gebruik daarvan op een wijze waarvoor het niet bedoeld was (namelijk zonder de vrachtwagen tegen het perron aan te plaatsen) niet noodzakelijk was. Aan [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] was werkkleding verschaft en het ter beschikking gestelde werkmateriaal was deugdelijk en geschikt. De pallets waren van voldoende kwaliteit. Het stapelen van pallets gebeurt sectorbreed en is op zichzelf geen probleem. De oorzaak van het ongeval is niet gelegen in een eventuele gebrekkige draagkracht van de pallets, maar in het gelijktijdig verplaatsen van twee of meer op elkaar gestapelde en volgeladen pallets.

 

 

4.5.

 

[gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] betwist gemotiveerd dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] haar zorgplicht jegens hem is nagekomen. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] betwist ten eerste de door [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] gestelde oorzaak c.q. toedracht van het ongeval. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] stelt dat er op enig moment een vrachtwagen arriveerde bij de loods om een lading op te halen. De chauffeur had de vrachtwagen geparkeerd bij het perron van laadruimte 1. De lading bestond uit tweemaal twee op elkaar gestapelde pallets en stond klaar bij het perron van laadruimte 2. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] heeft de chauffeur van de vrachtwagen gevraagd om de vrachtwagen te verplaatsen naar laadruimte 2. Volgens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] heeft hij dit gevraagd omdat de loods zo volstond met twee- en driehoog gestapelde pallets dat het voor hem niet mogelijk was om de lading door de loods naar het perron van laadruimte 1 te verplaatsen. Toen de vrachtwagen vlakbij het perron van laadruimte 2 stond heeft [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] met de heftruck de eerste (gestapelde) pallet in de vrachtwagen geladen. De tweede (gestapelde) pallet stond echter zo ver naar achteren op het perron van de laadruimte dat de lepels van de heftruck niet bij de pallet konden komen. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] is toen op het perron van laadruimte 2 geklommen en heeft met een daar staande pompwagen de tweede (gestapelde) pallet opgekrikt en verplaatst naar de rand van het perron van laadruimte 2, om die pallet vervolgens weer met de vorkheftruck in de vrachtwagen te kunnen laden. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] is van het perron geklommen en is richting de voorheftruck gelopen. Op dat moment hoorde hij gekraak en kreeg hij de lading van de pallet op zijn onderlichaam.

 

Volgens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] brengt een te volle loods op zichzelf al een aanzienlijk risico met zich dat pallets gaan schuiven of breken waardoor er goederen van af kunnen vallen. Door [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] zijn geen maatregelen genomen om dit risico weg te nemen. Er was binnen de onderneming geen algemeen veiligheidsbeleid, hetgeen in strijd is met artikel 5 Arbeidsomstandighedenwet. Voorts heeft [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] geen veiligheidsinstructies gegeven en/of geen veiligheidsschoenen of andere beschermende kleding aan hem verstrekt. De gebruikte werktuigen waren niet geschikt om de betreffende arbeid veilig te verrichten. Het was namelijk niet mogelijk om met de heftruck de pallets in de vrachtwagen te zetten, omdat de lepels van de heftruck te kort waren. De pallets verkeerden kennelijk in een zodanige staat, dat zij onder druk van het gewicht braken althans konden breken. Er werd door [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] geen toezicht gehouden en van het ongeval is te laat melding gedaan bij de inspectie SZW. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] betwist dat hij als een deskundige op het gebied van (logistieke) veiligheid kan worden beschouwd. In ieder geval niet op basis van zijn thesis en ook niet op basis van zijn opleiding, nu tijdens zijn studie aan dit specifieke onderwerp geen aandacht wordt besteed. [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] stelt ter zitting dat hij bij [A] herhaalde malen heeft aangegeven dat er problemen waren met het scheef staan van de pallets althans de instabiliteit ervan en dat dit een van de redenen is geweest om twee pallets te gaan gebruiken bij het stapelen. Volgens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] was het ook zo dat pallets herhaaldelijk stuk gingen.

 

 

 

4.6.

Bij de beoordeling van de vraag of [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] haar zorgplicht is nagekomen wordt het volgende tot uitgangspunt genomen. Indien vaststaat dat een werknemer schade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn werkzaamheden maar de toedracht van het ongeval onduidelijk is, is het niet aan de werknemer om te bewijzen hoe het ongeval zich heeft voltrokken of wat de oorzaak daarvan is geweest. Het is aan [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] te stellen en zonodig te bewijzen, kort gezegd, dat zij al die maatregelen heeft genomen en al die aanwijzingen heeft gegeven die redelijkerwijs nodig waren om dit specifieke ongeval te voorkomen dan wel, indien de toedracht van het ongeval niet komt vast te staan, door te stellen en zo nodig te bewijzen welke veiligheidsmaatregelen meer in het algemeen zijn genomen. Wat van de werkgever mag worden verwacht, hangt af van de omstandigheden van het geval. Weliswaar is met de zorgplicht van de werkgever niet beoogd een absolute waarborg te scheppen voor de bescherming van de werknemer tegen het gevaar van arbeidsongevallen, ook niet ten aanzien van werknemers wier werkzaamheden bijzondere risico’s van ongevallen meebrengen, maar gelet op de ruime strekking van de zorgplicht kan niet snel worden aangenomen dat de werkgever daaraan heeft voldaan en dat hij bijgevolg niet aansprakelijk is voor door de werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden geleden schade. Artikel 7:658 BW vergt een hoog veiligheidsniveau van de betrokken werkruimte, werktuigen en gereedschappen alsmede van de organisatie van de werkzaamheden en vereist dat de werkgever het op de omstandigheden van het geval toegesneden toezicht houdt op behoorlijke naleving van de door hem gegeven instructies. Deze instructies moeten specifiek, precies en indringend genoeg zijn gelet op de ervaring, opleiding en de functie van de werknemers voor wie de instructies bedoeld zijn. Daarbij moet rekening worden gehouden met het ervaringsfeit dat werknemers niet altijd alle zorgvuldigheid in acht zullen nemen.

 

 

4.7.

De toedracht van het ongeval is in zoverre duidelijk: het omvallen van twee beladen en op elkaar gestapelde pallets, staand op de rand van het perron van laadruimte 2. Partijen twisten over de oorzaak hiervan althans van het instabiel worden van de op elkaar gestapelde pallets. Volgens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] zijn de pallets omgevallen door het breken van (een van) de tussenliggende pallets, terwijl [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] stelt dat de pallets zijn omgevallen doordat [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] gelijktijdig met een pompwagen de laatste twee beladen pallets heeft verplaatst naar de rand van het perron. Of de toedracht is zoals [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] die stelt danwel zoals [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] die stelt, dit doet niets af aan het feit dat het in beide situaties erom gaat of [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] alle redelijkerwijs te nemen maatregelen heeft genomen om dit specifieke ongeval te voorkomen. De vraag is of [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] in beide gevallen jegens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] haar zorgplicht is nagekomen.

 

4.8.

Als het ongeval het gevolg is van het breken van (een van) de tussenliggende pallets, zoals [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] stelt, dan is daarmee reeds een schending van de zorgplicht gegeven. Het ligt immers op de weg van de werkgever om zorg te dragen voor deugdelijke materialen. Daar komt bij dat [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] ter comparitie heeft verklaard dat er wel vaker pallets kapot gingen en dat hij geregeld met [A] heeft gesproken over problemen met betrekking tot het scheef staan van pallets althans de instabiliteit ervan. Deze signalen hadden voor [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] voldoende aanleiding moeten zijn om te controleren of de door haar in het magazijn gebruikte pallets nog wel voldoende geschikt waren voor het doel waarvoor zij werden gebruikt, te weten voor het opslaan en verplaatsen van goederen. Dat een dergelijke kwaliteitscontrole heeft plaatsgevonden is gesteld noch gebleken. Weliswaar stelt [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] dat haar pallets niet van onvoldoende kwaliteit waren, maar zij laat na om te onderbouwen waaruit dit dan blijkt

 

4.9.

Indien wordt uitgegaan van de door [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] gestelde toedracht, dan geldt ook in dat geval dat zij te kort is geschoten in de nakoming van haar zorgplicht jegens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] . Het staat immers vast dat in de loods van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] pallets twee- en driehoog stonden opgeslagen. Ook al had het de werknemer(s) van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] duidelijk behoren te zijn dat op elkaar gestapelde pallets met zakken niet zonder risico verplaatst kunnen worden, dan nog brengt de zorgplicht van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] mee dat zij haar werknemer(s) duidelijk instrueert, zelfs verbiedt, om pallets niet gestapeld te vervoeren. Dat er door [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] dergelijke instructies zijn gegeven heeft zij niet gesteld. Zjj heeft zelfs gesteld (verzetdagvaarding punt 7.2 onder c) dat een kind kan bedenken dat het gevaarlijk is om gestapelde pallets te verplaatsen. Voorts had [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] dergelijke instructies niet alleen behoren te geven maar uit hoofde van haar zorgplicht had zij deze ook moeten herhalen althans zij had er op toe moeten zien dat deze instructies daadwerkelijk werden nageleefd. Anders dan [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] kennelijk meent geldt het vorenstaande ook jegens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] , nu op basis van hetgeen zij stelt niet gezegd kan worden dat [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] een deskundige was op het gebied van veiligheid en hij uit hoofde daarvan van de risico’s verbonden aan het verplaatsen van gestapelde pallets op de hoogte had moeten zijn. Niet blijkt immers dat hier tijdens zijn opleiding aandacht aan is besteed en in zijn thesis wordt dit onderwerp niet behandeld. Daarbij komt dat ook in het geval dat een werknemer als deskundige moet worden beschouwd, dat niet afdoet aan de zorgplicht van de werkgever, in die zin dat ook tegenover deze werknemer de instructies herhaald dienen te worden. Het is niet gesteld of gebleken dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] dergelijke instructies aan [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] heeft gegeven of erop heeft toegezien dat haar instructies aan [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] door hem werden nageleefd. Gebleken is zelfs dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] destijds helemaal geen veiligheidsplan had.

 

 

4.10.

Voor het geval dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] meent dat op grond van het enkele feit dat [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] met gestapelde pallets is gaan rijden de eventuele gevolgen daarvan steeds voor zijn rekening zijn (“een kind kan bedenken dat dit gevaarlijk is”), dan faalt dit verweer. Dit kan pas aan de orde zijn als sprake is van opzet of bewuste roekeloosheid aan de kant van de werknemer. [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] onderbouwt onvoldoende dat hiervan aan de kant van [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] sprake is geweest.

 

 

4.11.

Nu vaststaat dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] in het geheel geen veiligheidsinstructies heeft gegeven, en haar verweer dat [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] voor zijn eigen veiligheid verantwoordelijk was niet opgaat, is zij aansprakelijk voor de gevolgen van het ongeval die [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] lijdt dan wel heeft geleden als gevolg van het hem op 18 juni 2014 overkomen arbeidsongeval. Daarmee is de gevorderde verklaring voor recht toewijsbaar.

 

 

4.12.

[gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] vordert een schadevergoeding nader op te maken bij staat. Dat [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] schade heeft geleden staat vast. Nu [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] voorts niet betwist dat de exacte omvang van de totale schade op dit moment moeilijk is vast te stellen, wordt de vordering van een schadevergoeding nader op te maken bij staat toegewezen, zoals hierna in de beslissing verwoord.

 

 

4.13.

 

Vooruitlopend op de schadestaatprocedure vordert [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] veroordeling van [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] om bij wijze van voorschot aan hem te betalen primair een bedrag van € 25.000,00 althans een zodanig bedrag als de kantonrechter in goede justitie wenst. Dit bedrag bestaat uit een bedrag aan immateriële schadevergoeding en een bedrag aan materiële schadevergoeding. De materiële schadevergoeding ziet op de volgende schadeposten:

 

€ 280,00 als vergoeding voor 10 dagen ziekenhuisopname, € 9.360,00 voor een 52 weken durende verzorging à € 180,00 per week, kosten voor het schoonhouden van zijn woning, een bedrag van € 7.500,00 aan reiskosten (inclusief parkeerkosten), € 735,00 aan medische kosten, kosten voor aangepast schoeisel, € 1.600,00 ter zake van aanpassingen aan zijn auto, € 9.787,50 schade vanwege studievertraging/studiefinanciering, schade vanwege inkomensverlies, schade door verlies aan arbeidsvermogen en overige schade. Voorts claimt [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] vergoeding van kosten van buitengerechtelijke rechtsbijstand en vertragingsrente.

 

 

 

4.14.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] betwist gemotiveerd de omvang van de door [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] geleden schade althans zij stelt dat deze thans maximaal € 19.195,00 bedraagt en voorts betwist zij het belang bij het treffen van een voorlopige voorziening.

 

 

4.15.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] erkent een deel van de posten, te weten die voor verzorging, medische kosten, aanpassing auto en reiskosten. Voorts erkent zij in zoverre het recht op smartengeld, zij het niet in de orde van grootte als bij dagvaarding gesteld. Onder deze omstandigheden ziet de kantonrechter aanleiding tot toewijzing als voorschot op de uiteindelijk toe te wijzen materiele en immateriële schadevergoeding een bedrag van € 15.000,00. Geen voorschot wordt toegekend ter zake van de post buitengerechtelijke rechtsbijstand, omdat deze schadepost niet is onderbouwd.

 

 

4.16.

Nu [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] wordt veroordeeld tot betaling van een lager voorschotbedrag aan schadevergoeding bestaat aanleiding om het verstekvonnis te vernietigen. Om proceseconomische reden zal het verstekvonnis in zijn geheel worden vernietigd.

 

 

4.17.

[eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten van deze procedure, waarbij ten aanzien van bepaalde kosten rekening wordt gehouden met het feit dat [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] procedeert op basis van een toevoeging. De proceskosten worden begroot op € 23,55 aan explootkosten,€ 5,79 aan informatiekosten, € 78,00 aan griffierecht en € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde. De gevorderde nakosten zullen op na te melden wijze worden toegewezen.

 

 

 

5 De beslissing

 

 

 

 

De kantonrechter

 

 

 

5.1.

vernietigt het op 21 oktober 2015 onder zaaknummer 4445601 UC EXPL 15-14120 gewezen verstekvonnis in deze zaak;

 

 

 

en opnieuw rechtdoende:

 

 

 

5.2.

verklaart voor recht dat [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] wegens schending van artikel 7:658 BW jegens [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] aansprakelijk is voor de door [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] geleden en nog te lijden schade als gevolg van het ongeval op 18 juni 2014, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet;

 

 

5.3.

veroordeelt [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] om aan [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] als voorschot op de uiteindelijk toe te kennen schadevergoeding een bedrag van € 15.000,00 te betalen, bestaande uit immateriële en materiele schadevergoeding;

 

 

5.4.

veroordeelt [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] in de kosten van het geding tot op heden begroot op € 707,34, waarin begrepen € 600,00 aan salaris voor de gemachtigde;

 

 

5.5.

veroordeelt [eisende partij in het verzet/oorspronkelijk gedaagde partij] , onder de voorwaarde dat zij niet binnen 14 dagen na aanschrijving door [gedaagde partij in het verzet/oorspronkelijk eisende partij] volledig aan dit vonnis voldoet, in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op een € 100,00 aan salaris gemachtigde en, indien betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden, vermeerderd met de explootkosten van betekening van het vonnis;

 

 

5.6.

verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;

 

 

5.7.

wijst af het meer of anders gevorderde.

 

 

 

Dit vonnis is gewezen door mr. P. Krepel, kantonrechter, en is in aanwezigheid van de griffier in het openbaar uitgesproken op 14 juni 2017.